Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2006:AX1774

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-04-2006
Datum publicatie
15-05-2006
Zaaknummer
1332/2005 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Anders dan de kamer heeft overwogen is het niet aannemelijk geworden voor het hof dat de notaris zich tuchtrechtelijk laakbaar heeft gedragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 6 april 2006 in de zaak onder rekestnummer 1332/2005 NOT van:

MR. [X],

notaris te [plaats],

APPELLANT,

t e g e n

[Y],

wonende te [plaats],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Namens appellant, verder te noemen de notaris, is bij een op 31 augustus 2005 ter griffie ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden, verder te noemen de kamer, van 8 augustus 2005 waarbij de door geïntimeerde, verder te noemen klager, ingediende klacht tegen de notaris gegrond is verklaard onder oplegging van de maatregel van waarschuwing aan de notaris.

1.2. Op 11 oktober 2005 is eveneens van de zijde van de notaris een aanvullend verzoekschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Van de zijde van de klager is op 14 november 2005 een verweerschrift ter griffie ingekomen.

1.4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 9 februari 2006. Verschenen is de notaris; hij heeft het woord gevoerd. Klager is - met bericht van verhindering - niet verschenen.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie alsmede van de hiervoor genoemde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4. Beoordeling van de bestreden beslissing

Het hof kan zich niet verenigen met de beslissing van de kamer, met uitzondering van de vaststelling van de feiten, en zal deze beslissing derhalve in zoverre vernietigen.

5. Het standpunt van klager

Klager verwijt de notaris dat hij hem tijdens een bezoek aan zijn kantoor, ter legalisering van een handtekening, onheus heeft bejegend door hem, klager, te gelasten het kantoor van de notaris te verlaten, nadat klager de notaris had aangegeven dat onderhandelen over de tarieven van notarissen normaal is, zeker nu het honorarium van de notaris in vergelijking met dat van andere notarissen te [plaats] hoog is.

6. Het standpunt van de notaris

6.1. De notaris betwist de stelling van klager en verweert zich als volgt.

6.2. De notaris heeft allereerst naar voren gebracht dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn klacht, nu deze klacht volgens de notaris niet aan het oordeel van de tuchtrechter kan worden onderworpen, omdat de legalisatie van de handtekening van klager niet een handeling is die uitsluitend uitgevoerd kan worden door een notaris.

6.3. Voorts heeft de notaris betoogd dat hij met veel geduld heeft proberen uit te leggen aan klager hoe de gang van zaken is met betrekking tot de projectnotaris. Toen klager ongeveer 10 keer de notaris had gezegd “U moet ....” heeft de notaris klager verzocht zijn kantoor te verlaten.

7. Ontvankelijkheid van de klacht

Het hof verwerpt het verweer van de notaris met betrekking tot de ontvankelijkheid. Hoewel aan de notaris geen opdracht is verstrekt tot het passeren van de leveringsakte, zijn werkzaamheden slechts betrekking hadden op de legalisatie van de handtekeningen op de volmacht en deze werkzaamheden niet exclusief zijn voorbehouden aan het notariaat, is het legaliseren van handtekeningen te beschouwen als het verrichten van andere in de Wet op het notarisambt (hierna Wna) aan hem opgedragen werkzaamheden in de zin van artikel 2, eerste lid van deze wet. Het handelen van de notaris in dezen kan dan ook worden getoetst aan de in artikel 98 Wna omschreven norm. Klager kan ontvangen worden in zijn klacht.

8. De beoordeling

8.1. Anders dan de kamer heeft overwogen is het niet aannemelijk geworden voor het hof dat de notaris zich tuchtrechtelijk laakbaar heeft gedragen. Het hof neemt daarbij in overweging hetgeen zowel door klager als door de notaris in de stukken tot uitdrukking is gebracht dan wel hetgeen ter terechtzitting is gesteld. Door de notaris is betoogd dat hij geen aanleiding had om kwaad te worden, noch dat hij enig belang had om zo te handelen als hem wordt verweten. Het hof zal de notaris in zijn betoog volgen, nu niet anderszins is gebleken. Hieruit volgt dat de bestreden beslissing niet in stand kan blijven.

8.2. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

8.3. Het vorenoverwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing.

9. De beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing met uitzondering van de vaststelling van de feiten en, opnieuw rechtdoende:

- verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.M.A. Verscheure en P.J.N. van Os en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 april donderdag 2006 door de rolraadsheer.

KAMER VAN TOEZICHT OVER NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN TE LEEUWARDEN

Reg.nr.: KvT 09-2005

UITSPRAAK

van de Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden, hierna te noemen de Kamer, in de zaak van:

[Y],

wonende te [plaats],

hierna te noemen: klager,

tegen

mr. [X],

notaris te [plaats],

hierna te noemen: de notaris.

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij brief van 18 april 2005 heeft klager een klacht ingediend tegen de notaris. De notaris heeft schriftelijk verweer gevoerd bij brieven van 13 mei en 2 juni 2005. Klager heeft een nadere reactie ingediend bij schrijven van 7 juni 2005. De notaris heeft bij brief van 9 juni 2005 hierop gereageerd. De mondelinge behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op 14 juni 2005 ter vergadering van de voltallige Kamer. Klager is met zijn echtgenote verschenen. De notaris was met kennisgeving afwezig.

2. DE FEITEN

Klager heeft een appartement gekocht aan het Prins Clausplein in [plaats]. Op 1 april 2005 was hij samen met zijn echtgenote op het kantoor van de notaris aanwezig ter ondertekening van een volmacht voor de afhandeling door het notariskantoor [Z] te [plaats] van de akte van levering van dit appartement.

3. DE KLACHT

De notaris heeft klager onfatsoenlijk behandeld. Voorafgaand aan de ondertekening van de volmacht had klager telefonisch contact opgenomen met de kandidaat-notaris van het kantoor, omdat het berekende honorarium niet in overeenstemming was met het bedrag dat met deze kandidaat-notaris was overeengekomen en schriftelijk door haar was bevestigd. Toen klager en zijn echtgenote bij de notaris waren, raakte de notaris zeer geïrriteerd. Zijn notariskantoor verdiende bijna niets aan deze zaak, omdat een ander kantoor de leveringsakte zou passeren en hij had geen zin om er ook nog geld op toe te leggen. Klager merkte vervolgens op dat dit nog wel mee zou vallen, aangezien het honorarium van de notaris in vergelijking met andere notarissen in [plaats] hoog is. De notaris werd hierop boos en vroeg zich af hoe klager van collega-notarissen uit de stad tijd durfde te vragen over tarieven, terwijl klager wist dat de koop van het appartement niet via hen zou verlopen. De notaris meldde dat hij het grootste notariskantoor van [plaats] heeft en dat hij niet ging marchanderen over tarieven. De notaris deed de deur van zijn kamer open en schreeuwde naar klager en zijn echtgenote dat zij weg moesten gaan en dat hij hen nooit weer wilde zien op zijn kantoor. Klager probeerde de notaris nog duidelijk te maken dat "shoppen" in verband met de verschillende tarieven van notarissen normaal is. Verbouwereerd, maar ook kwaad en beledigd over het uitzinnige, onbesuisde en schofterige gedrag van de notaris verliet klager met zijn echtgenote het kantoor. De volmacht waarvoor klager kwam, werd niet meer getekend op het kantoor van de notaris.

4. HET STANDPUNT VAN DE NOTARIS

De notaris stelt zich in de eerste plaats op het standpunt dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht, en in de tweede plaats dat de klacht ongegrond dient te worden verklaard.

De belegger van wie klager en zijn echtgenote het appartement hebben gekocht stelt als voorwaarde dat de levering plaatsvindt op het kantoor van notaris [Z] te [plaats]. Volmachten worden, desgewenst, naar het kantoor van de notaris gestuurd en aldaar getekend. Klager heeft desondanks vier notarissen, waaronder de notaris, gebeld met de vraag wat hun tarief is voor overdracht van een appartementsrecht en daarbij niet gezegd dat het om een project ging dat op een ander kantoor wordt uitgevoerd.

Klager heeft het kantoor van de notaris gevraagd waarom het notariskantoor in [plaats] niet het tarief van de notaris hanteert. De kandidaat-notaris, die de offerte had gemaakt, heeft hem proberen uit te leggen dat het verschil tussen het tarief van de projectnotaris en dat wat het kantoor van de notaris voor een particuliere overdracht zou rekenen niet voor rekening van de notaris kwam.

Klager heeft zich tegenover de notaris onbeschoft gedragen. Hij heeft een tiental keren gezegd: "u moet…". De notaris heeft hem met engelengeduld proberen uit te leggen hoe de vork in de steel zat en dat hij niet bereid was klager het verschil van € 138,89 te betalen, omdat klager geen schade had geleden door zijn offerte. Toen klager zo ongeveer voor de elfde keer zei wat de notaris moest doen heeft de notaris gezegd dat klager uit zijn kantoor moest verdwijnen en heeft hij hem en zijn echtgenote naar de deur begeleid.

Het is niet waar dat de kandidaat-notaris toegezegd heeft dat het honorarium verlaagd zou worden en dat zij dat aan de notaris zou doorgeven. De opmerking over het grootste notariskantoor en het niet marchanderen komt voor rekening van klager: er was immers geen discussie mogelijk over tarieven, omdat de akte niet op het kantoor van de notaris wordt gemaakt.

5. DE BEOORDELING DOOR DE KAMER

5.1 Op grond van art. 98 lid 1 Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrecht onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij met de zorg die zij als notarissen of kandidaat-notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degene te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De Kamer dient te onderzoeken of de handelwijze van de notaris in deze klachtzaak een verwijtbare handeling in de zin van dit artikel oplevert.

5.2 De Kamer stelt vast dat de klacht is gericht tegen de manier waarop klager en zijn echtgenote zijn behandeld door de notaris. Zoals hiervoor weergegeven kwamen zij naar de notaris voor de ondertekening van een volmacht. Blijkens verklaringen van klager was de notaris vanaf de binnenkomst van klager en zijn echtgenote op zijn kantoor geïrriteerd en werd hij gaandeweg "hysterisch" en "explodeerde" hij. Volgens klager sprong de notaris op een gegeven moment op uit zijn stoel, deed de deur naar de gang open en schreeuwde: "Eruit, eruit. Ik wil jullie nooit meer zien en zet geen stap meer in mijn kantoor". Toen klager nog wat wilde zeggen, luisterde de notaris niet en schreeuwde hij wederom dat klager en zijn echtgenote nooit meer zijn kantoor moesten binnenkomen. De notaris beschrijft het in zijn verweerschrift aldus dat hij klager en zijn echtgenote op een gegeven moment heeft gezegd dat zij uit zijn kantoor moesten verdwijnen en dat hij hen naar de deur heeft begeleid. Klager bestrijdt dat de notaris in het gesprek met engelengeduld heeft geprobeerd uitleg te geven over de gang van zaken met een projectnotaris. Het gesprek met de notaris duurde zeer kort.

De Kamer overweegt dat de Notariskamer van het Gerechtshof Amsterdam bij uitspraak van 7 oktober 2004 (59/2004 NOT, LJN: AR3588) heeft geoordeeld dat de professionaliteit van een notaris met zich behoort te brengen dat hij zich binnen de mate van het mogelijke dienstbaar opstelt jegens zijn cliënten. Daartoe behoort volgens het Gerechtshof in elk geval dat de notaris zijn emoties zodanig in bedwang weet te houden dat zijn beroepsmatig functioneren door zijn uitingen niet wordt gehinderd. De Kamer is van oordeel dat de notaris bij de ondertekening van de volmacht als notaris optrad. Gelet op voornoemd optreden van de notaris, in samenhang met de omstandigheid dat de volmacht niet meer is getekend, is de Kamer van oordeel dat de notaris klager en zijn echtgenote onheus heeft bejegend.

Hierbij rekent de Kamer het de notaris aan dat hij, met als motivering dat hij in deze zaak niets kon declareren en hij er financieel niet nog meer bij wilde inschieten, geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid bij de mondelinge behandeling van de klacht aanwezig te zijn. Deze keuze, aldus gemotiveerd, is een voortzetting van de onheuse bejegening van klager en zijn echtgenote.

5.3 Op grond van het hiervoor overwogene oordeelt de Kamer dat de klacht gegrond is. De Kamer acht de geconstateerde handelwijze van de notaris dusdanig ernstig dat ter zake daarvan de tuchtrechtelijke maatregel van waarschuwing zal worden opgelegd.

6. DE BESLISSING

De Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden:

- verklaart de klacht gegrond;

- legt aan notaris [X] de maatregel waarschuwing op;

- bepaalt dag en uur waarop de waarschuwing zal worden uitgesproken nadat de vaststelling

heeft plaatsgevonden dat tegen de onderhavige beslissing geen rechtsmiddel meer openstaat.

Deze beslissing is genomen te Leeuwarden door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzitter, mrs. J.C.G. Leijten, H.Ph. Breuker en J. Huisman, leden, en mr. M.D. Palstra, plaatsvervangend lid, bijgestaan door mr. M.J.C. ten Hoopen, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2005.

De beslissing is verzonden op

Binnen dertig dagen na de dag van verzending van de aangetekende brief waarin van bovenstaande beslissing wordt kennisgegeven, kan hoger beroep tegen deze beslissing worden ingesteld. Dit dient te geschieden door middel van een verzoekschrift bij de griffie van het Gerechtshof te Amsterdam, Prinsengracht 436, correspondentieadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.