Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2006:AW5376

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-03-2006
Datum publicatie
11-05-2006
Zaaknummer
03/02880
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gelet op de bijzondere kenmerken van de goederen (o.a. een zeer geringe lichtopbrengst) is naar het oordeel van de Douanekamer aannemelijk dat de betreffende goederen zijn bestemd om te worden verkocht als relatiegeschenk en om te worden gebruikt als sleutelhanger (en dus niet als lamp). De goederen zijn vergelijkbaar met het in Verordening (EEG) nr. 1030/86 omschreven product en de in die Verordening genomen indelingsbeslissing acht de Douanekamer juist en geldig.

Het normale gebruik als sleutelhanger is het bepalende kenrmerk van de goederen en derhalve dienen zij onder post 7326 90 10 van het GDT te worden ingedeeld.

Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Douanekamer

Uitspraak

in de zaak 03/2880 DK

de dato 9 maart 2006

1. De procedure

1.1. Op 10 juli 2003 is bij de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam (hierna: de Douanekamer) een beroepschrift ingekomen van A van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z (hierna: belanghebbende).

Het beroep is gericht tegen de uitspraak van de inspecteur van de Douane P (hierna: de inspecteur) van 3 juni 2003, kenmerk xxxx, waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen de uitnodiging tot betaling van 15 april 2003, kenmerk xxxx ten bedrage van € 504,79 aan douanerechten werd afgewezen.

1.2. Van belanghebbende is een griffierecht geheven van € 232.

De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden tijdens de zitting van de Douanekamer van 12 oktober 2004. Aldaar zijn verschenen en gehoord namens belanghebbende A en B, en namens de inspecteur mr. C en D.

De inspecteur heeft te dezer zitting een pleitnota overgelegd en voorgelezen. Van de bij deze pleitnota gevoegde bijlagen heeft belanghebbende kennis kunnen nemen en zij heeft zich erover kunnen uitlaten.

De Douanekamer rekent vermelde pleitnota en de daarbij gevoegde bijlagen tot de stukken van het geding.

2. De vaststaande feiten

2.1. Op 1 april 2003 heeft belanghebbende onder nummer xxxx aangifte voor het vrije verkeer gedaan van een partij goederen, welke op de bij de aangifte gevoegde factuur waren omschreven als respectievelijk: “crystal keylite w/red lite” en “key holder torch”. Van het eerstvermelde product zijn onder verschillende productnummers de kleuren oranje (productnummer ...907), rood (productnummer ...908), transparant (productnummer ...921) en wit (productnummer ...102) op de factuur vermeld, van laatstvermeld product is één productnummer c.q. kleur voor het vrije verkeer aangegeven, te weten productnummer ...808, kleur wit. Belanghebbende heeft de goederen alle aangegeven onder tariefpost 7326 90 10 van het Gemeenschappelijk Douanetarief (hierna: GDT).

2.2. De inspecteur heeft van elk van de vijf onder 2.1 bedoelde producten een monster genomen, en deze monsters voor onderzoek naar de Belastingdienst/Douane Laboratorium (verder: het laboratorium) gezonden. Bij brieven van 9 april 2003, kenmerken ....0795 tot en met ....0799 heeft het laboratorium de inspecteur omtrent de resultaten van het onderzoek als volgt geïnformeerd:

“Bij onderzoek bevonden:

Draagbare elektrische lamp, werkend op batterijen, met sleutelhangerring. Op grond van de GS-toelichting punt 6 op post 8513 wordt dit artikel ingedeeld als lamp (....)

Advies goederencode: 8513.1000 (...)”.

2.3. Conform het onder 2.2. bedoelde advies van het Laboratorium heeft de inspecteur de goederen ingedeeld onder postonderverdeling 8513 10 00 van het GDT. In verband met de gewijzigde indeling en de als gevolg daarvan meer verschuldigde douanerechten heeft de inspecteur op 15 april 2003 de in geding zijnde uitnodiging tot betaling uitgereikt.

2.4. Op grond van hetgeen partijen in de gedingstukken en ter zitting omtrent de producten hebben vermeld en gelet op de vier overgelegde voorbeelden van de in geding zijnde goederen, stelt de Douanekamer het volgende omtrent de goederen vast.

2.4.1. Ellipsvormig omhulsel van kunststof met een lengte van ca. 6 cm en een doorsnede op het breedste punt van ca. 3 cm waarin een lampje en batterijtjes met bedrading zijn geplaatst. Het omhulsel bestaat uit twee op het breedste stuk van het totale omhulsel aan elkaar bevestigde helften. De batterijtjes en de bedrading zijn aangebracht in de bovenste helft van het omhulsel, het lampje zit in de onderste helft (en daarvan bovenin) van het omhulsel en is door de bedrading met de bovenste helft verbonden. Het deel van het omhulsel waarin het lampje is aangebracht is geheel transparant. Het gedeelte van het omhulsel dat batterijtjes en bedrading omvat is oranje gekleurd en min of meer transparant. Van het oranje deel van het omhulsel is een deel als een soort drukknop uitgespaard. Bij indrukken van deze “drukknop” gaat het lichtje branden met rood schijnsel.

Aan het smalste gedeelte van het oranje deel van het omhulsel is een metalen kettinkje met vijf schakels – in totaal ca. 3 cm lengte – aangebracht met daaraan een splitring (“sleutelring”).

2.4.2. Ellipsvormig omhulsel van kunststof met een lengte van ca. 6 cm en een doorsnede op het breedste punt van ca. 3 cm waarin een lampje en batterijtjes met bedrading zijn geplaatst. Het omhulsel bestaat uit twee op het breedste stuk van het totale omhulsel aan elkaar bevestigde helften De batterijtjes en de bedrading zijn aangebracht in de bovenste helft van het omhulsel, het lampje zit in de onderste helft (en daarvan bovenin) van het omhulsel en is door de bedrading met de bovenste helft verbonden. Het deel van het omhulsel waarin het lampje is aangebracht is geheel transparant. Het gedeelte van het omhulsel dat batterijtjes en bedrading omvat is wit gekleurd en niet transparant. Van het witte deel van het omhulsel is een deel als een soort drukknop uitgespaard. Bij indrukken van deze “drukknop” gaat het lichtje branden met rood schijnsel.

Aan het smalste gedeelte van het oranje deel van het omhulsel is een metalen kettinkje met vijf schakels – in totaal ca. 3 cm lengte – aangebracht met daaraan een splitring (“sleutelring”).

2.4.3. Ellipsvormig omhulsel van kunststof met een lengte van ca. 6 cm en een doorsnede op het breedste punt van ca. 3 cm waarin een lampje en batterijtjes met bedrading zijn geplaatst. Het omhulsel bestaat uit twee op het breedste stuk van het totale omhulsel aan elkaar bevestigde helften De batterijtjes en de bedrading zijn aangebracht in de bovenste helft van het omhulsel, het lampje zit in de onderste helft (en daarvan bovenin) van het omhulsel en is door de bedrading met de bovenste helft verbonden. Het deel van het omhulsel waarin het lampje is aangebracht is geheel transparant. Het gedeelte van het omhulsel dat batterijtjes en bedrading omvat is matwit gekleurd en min of meer transparant. Van dit matwitte deel van het omhulsel is een deel als een soort drukknop uitgespaard. Bij indrukken van deze “drukknop” gaat het lichtje branden met rood schijnsel.

Aan het smalste gedeelte van het oranje deel van het omhulsel is een metalen kettinkje met vijf schakels – in totaal ca. 3 cm lengte – aangebracht met daaraan een splitring (“sleutelring”).

2.4.4. Ellipsvormig goed van ongeveer 5 cm lengte en met in het midden een breedte van ongeveer 3 cm. De buitenkant van het ovaal is van metaal en vormt aan één uiteinde een haak die met een metalen langwerpig ringetje kan worden afgesloten. Het middendeel van het goed is omhuld met matwit, min of meer transparante kunststof waarin twee batterijtjes en bedrading zijn aangebracht. De bedrading sluit aan op een lampje dat nabij het smalle gedeelte van de ellips (aan de zijde waarin ook het vorenvermelde afsluitringetje is aangebracht) zit en dat naar buiten schijnt met een rood schijnsel. Het lampje kan worden aangezet door met bijvoorbeeld duim en wijsvinger de twee buitenzijden van het kunststof omhulsel in te drukken. Aan het andere uiteinde, aan de zijde waar ook het lampje zit, is een ring met daaraan een splitring (“sleutelring”) aangebracht.

2.4.5. Niet overgelegd is een exemplaar van het in de aangifte begrepen product dat blijkens de onder 2.1 vermelde factuur rood gekleurd is.

3. Het geschil

3.1. Ter zitting hebben partijen verklaard dat ingeval het gelijk aan de inspecteur is, de uitnodiging tot betaling terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. In geval het gelijk aan belanghebbende is, is niet in geschil dat de uitnodiging tot betaling dient te worden vernietigd.

3.2. In wezen is in geding of de ingevoerde goederen moeten worden ingedeeld onder post 8513 10 00 van het GDT, hetgeen de inspecteur voorstaat, dan wel onder post 7326 90 10 zoals belanghebbende bepleit.

3.3. Genoemde posten luiden als volgt:

Post 7326 90 10

" 7326 Andere werken van ijzer of van staal:

(...)

7326 90 - andere

7326 90 10 -- tabaksdozen, sigarettenkokers, poederdozen, lippenstifthouders en dergelijke artikelen voor persoonlijk gebruik".

Post 8513 10 00

" 8513 Draagbare elektrische lampen, bestemd om met eigen energiebron te werken (bijvoorbeeld met elementen of batterijen, met accumulatoren of met ingebouwde dynamo), andere dan die bedoeld bij post 8512:

8513 10 00 - lampen.".

3.4. Voor de indeling van de goederen acht de Douanekamer tevens van belang de tariferingen nrs. 24 en 27 op respectievelijk post 7326 20 90 en 7326 90.

Deze tariferingen luiden, voorzover van belang:

"24. Sleutelhanger met adresboekje 7326 20 90

Een sleutelhanger, bestaande uit een vernikkeld stalen kettinkje van ongeveer 3 cm lengte, met aan het ene uiteinde een ring van hetzelfde metaal, voorzien van een sluitingssysteem en aan het andere uiteinde een van een reclameboodschap voorzien miniatuur adresboekje in een doorzichtig beschermkapje van kunststof

(afmetingen 5 x 2,5 cm).

(Verordening (EEG) nr. 1030/86, opgenomen onder nr. 2-207."

"27. Sleutelhanger 7326 90

Sleutelhanger, van staal, bestaande uit een ring (22 mm diameter) met een sluiting voor sleutels, door middel van een kettinkje (lengte 20 mm) verbonden met een tasje van kunststof met drie kleine schroevendraaiers (lengte 54 mm).

(WDO).".

3.5. De tekst van artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1030/86 luidt als volgt:

" Een sleutelhanger, bestaande uit een vernikkeld stalen kettinkje van ongeveer 3 cm lengte, met aan het ene uiteinde een ring van hetzelfde metaal, voorzien van een sluitingssysteem en aan het andere uiteinde een van een reclameboodschap voorzien miniatuur adresboekje in een doorzichtig beschermkapje van kunstmatige plastische stof (afmetingen 5 x 2,5 cm), dient in het gemeenschappelijk douanetarief te worden ingedeeld onder post: 73.40 (sinds Verordening (EEG) nr. 2080/91 van 16 juli 1991 post 73.26: DK) Andere werken van gietijzer, van ijzer of van staal:

B. andere ".

3.5. Voorts acht de Douanekamer voor de indeling van belang de GS-Toelichting sub 6 op post 8513. Deze toelichting luidt als volgt:

"Deze post omvat de draagbare elektrische lampen die ontworpen zijn om met eigen energiebron te werken (met een element of batterij, accumulator, ingebouwde dynamo, enzovoort).

(...)

6. fantasielampen in de vorm van sigaren, pistolen, vulpennen, enzovoort en, mits de verlichting het hoofddoel is, combinaties van een lamp met een vulpen, sleutelring of schroevedraaier, enzovoort".

4. Het standpunt van belanghebbende

4.1. Gezien de aard van de producten en de tariferingen nrs. 24 en 27 op post 7326 hebben de goederen het wezenlijk karakter van sleutelhangers.

In deze tariferingen worden sleutelringen waaraan respectievelijk een adresboekje en een plastic etui met kleine schroevendraaiers hangen aangemerkt als sleutelhangers. De goederen worden door belanghebbende aangeboden als reclame- artikelen waarbij op het verlichtingsgedeelte een reclametekst kan worden gedrukt.

De gebruiksmogelijkheden van het lampje zijn beperkt aangezien de celbatterijen niet te vervangen zijn.

Anders dan de inspecteur stelt kan de verlichting bij deze producten nooit het hoofddoel zijn, omdat het minimale lichtschijnsel dat het lampje produceert louter voor het bijlichten bij het in het slot steken van de sleutel gebruikt kan worden. Daarnaast is ook gezien de niet als fantasielamp herkenbare vorm en geringe lichtopbrengst, de aard van het verbindende kettinkje en de sleutelring, verlichting niet het hoofddoel. Om die redenen is indeling onder post 8513 rechtens niet juist.

4.2. Ter zitting heeft belanghebbende, zakelijk weergegeven, nog het volgende toegevoegd:

In het beroepschrift wordt melding gemaakt van een uitspraak van de Tariefcommissie over sleutelhangers met schroevendraaiers. Deze uitspraak bestaat niet. Beoogd was te refereren aan tariferingen nrs. 24 en 27 op post 7326 20 90 en post 7326 90.

De producten worden door belanghebbende als relatiegeschenken verkocht en zij zijn niet te koop voor particulieren. De koper bedrukt ze vervolgens desgewenst zelf met een tekst.

Er is een groot verschil in kwaliteit tussen de lampjes c.q. omhulsels. Na het uit elkaar nemen van de lampjes is het wel gelukt om de batterijen te vervangen maar niet om het lampje weer in elkaar te zetten. De lampjes zijn niet bedoeld om lang mee te gaan of om gedurende lange tijd te functioneren.

Voorts is het onjuist de afgegeven BTI's met elkaar te vergelijken. De BTI in de door de inspecteur zojuist overgelegde bijlage is afgegeven door de douane voor een echte zaklantaarn die niet te vergelijken is met de litigieuze producten.

Het is belanghebbende niet bekend wat de afzonderlijke waarde is van de verschillende onderdelen van het product.

4.3. Belanghebbende heeft toestemming gegeven om zich tijdens de monsterneming te laten vertegenwoordigen.

5. Het standpunt van de inspecteur

5.1. De indeling van goederen in de nomenclatuur dient plaats te vinden aan de hand van de Algemene indelingsregels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: indelingsregels). Daarnaast zijn mede van belang de toelichtingen op de posten. Het is vaste rechtspraak dat bij de uitleg van het GDT zowel de aantekeningen op de hoofdstukken als de toelichtingen bij de nomenclatuur van de Wereld Douane Organisatie, belangrijke hulpmiddelen vormen ter verzekering van een uniforme toepassing van het GDT in de hele gemeenschap.

5.2. Het onderhavige product is een samengesteld werk. Het wezenlijk karakter hiervan wordt bepaald door het lampje. Het product voldoet aan de bewoordingen van post 8513 en aan punt 6 van de GS- toelichting. De producten kunnen in de hand gedragen worden, zij hebben een gering gewicht, een bijzondere vorm en een eigen energiebron. Daarnaast ben ik van mening dat de verlichting het hoofddoel is. Het schijnsel van het lampje is namelijk sterk genoeg om in het donker op korte afstand voorwerpen te kunnen onderscheiden, zodat verscheidene toepassingen denkbaar zijn.

5.3. De door belanghebbende gehanteerde tariferingen nrs. 24 en 27 op post 7326 zijn hier niet van toepassing omdat zowel het adresboekje uit tarifering 24 als de mini-schroevendraaiers uit tarifering nr. 27 een ondergeschikte rol spelen aan de sleutelring. Deze tariferingen kunnen dan ook niet van toepassing zijn op de in het geding zijnde artikelen.

Anders dan belanghebbende stelt, zijn de celbatterijen wel te vervangen. Het plastic omhulsel waarin de knoopcelbatterijen zich bevinden is relatief gemakkelijk te openen en te sluiten. Het lampje kan gedurende langere tijd gebruikt worden en heeft dus geen beperkte gebruiksmogelijkheid.

Voorts geeft de GS-toelichting op post 8513 aan dat draagbare lampen als bedoeld in deze post worden gekenmerkt door hun bijzondere vorm. De onderhavige lampjes hebben ook een bijzondere vorm.

5.4. Indien de Douanekamer van oordeel is dat het wezenlijk karakter van het betreffende product niet te bepalen is, dan dient indeling plaats te vinden onder toepassing van indelingsregel 3c. Dit houdt in dat van de verschillende in aanmerking komende posten, de post wordt toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst. Dat is in casu post 8513.

5.5. Overgelegd wordt een kopie van de onder 2.1. vermelde, bij de betreffende goederen behorende factuur. Belanghebbendes stelling dat de goederen niet in de kleinhandel voor particulieren te koop zijn, maar verkocht worden als relatiegeschenken, wordt onderschreven.

6. De rechtsoverwegingen

6.1. Het is vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Douanekamer dat het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in beginsel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen zoals omschreven in de tekst van de tariefpost en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken. Uit onder meer HvJ EG 4 maart 2004, nr. C-130/02, Krings GmbH, Jurispr. blz I-2121 en Douanerechtspraak 2004/47*, volgt dat de bestemming van een product een objectief indelingscriterium kan zijn, namelijk wanneer de bestemming inherent is aan het product; ook dat dient te worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product.

6.2. Uit eigen waarneming heeft de Douanekamer kunnen vaststellen dat de lichtopbrengst van het lampje te verwaarlozen is, en derhalve voor de bepaling van het karakter van het goed geen doorslaggevende rol mag spelen.

6.3. Gelet op de bijzondere kenmerken van de onderhavige goederen, als weergegeven onder 2.4.1. tot en met 2.4.4, waaronder de geringe lichtopbrengst en de bevestigingsmogelijkheid met (sleutel)ring en/of haak, alsmede in aanmerking nemend hetgeen ter zitting met name door belanghebbende geloofwaardig is verklaard omtrent de goederen, acht de Douanekamer aannemelijk dat deze bestemd zijn om te worden verkocht als relatiegeschenk en om te worden gebruikt als sleutelhanger. De Douanekamer merkt in dit verband op dat een exemplaar van het in de aangifte begrepen product dat blijkens de onder 2.1. vermelde factuur rood gekleurd is, niet is overgelegd. Gelet evenwel op de gedingstukken en de verklaringen van partijen, gaat de Douanekamer ervan uit dat het betreffende product hetzelfde is als de onder 2.4.1. tot en met 2.4.4. omschreven goederen, met dien verstande dat de bovenste helft van het goed rood gekleurd is.

Bij het vorenvermelde oordeel heeft de Douanekamer in aanmerking genomen de onder 3.5. aangehaalde Verordening van de Commissie, waarin een sleutelhanger wordt getypeerd als een werk dat is samengesteld uit verschillende goederen en dat met inachtneming van indelingsregel 3b dient te worden ingedeeld. Het onderhavige product is naar het oordeel van de Douanekamer vergelijkbaar met het in de genoemde Verordening omschreven product, en de in de Verordening genomen indelingsbeslissing acht de Douanekamer ook juist en geldig.

6.4. Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat het normale gebruik als sleutelhanger het bepalende kenmerk van de litigieuze goederen is, en dat deze derhalve als zodanig onder post 7326 90 10 van het GDT dienen te worden ingedeeld. De uitspraak, waarvan beroep, en de uitnodiging tot betaling kunnen mitsdien niet in stand blijven.

7. De proceskosten

De Douanekamer acht geen termen aanwezig voor een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, nu niet is gebleken van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en evenmin van andere, voor nadere opgaaf vatbare kosten in de zin van artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

8. De beslissing

De Douanekamer:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak, waarvan beroep,

- vernietigt de litigieuze, sub 1.1. genoemde uitnodiging tot betaling;

- stelt vast dat de goederen moeten worden ingedeeld onder post 7326 90 10 van het GDT:

- gelast de Staat der Nederlanden het griffierecht ad € 232 aan belanghebbende te vergoeden.

Aldus vastgesteld op 9 maart 2006 door mr. F.H.M. Possen, voorzitter, en mrs. M.E. van Hilten en J.T.M. Nijenhof, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.K. Grando, griffier. De beslissing is op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken.

De griffier: De voorzitter:

Beroep in cassatie

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.