Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2006:AV0489

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-01-2006
Datum publicatie
26-01-2006
Zaaknummer
714/05
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitspraak in hoger beroep tussen Sanoma c.s. en Huisman betreffende een rectificatie van een publicatie in Nieuwe Revu.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

26 januari 2006

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

VIERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SANOMA MEN’S MAGAZINES B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [A],

woonplaats kiezende te Amsterdam,

APPELLANTEN,

procureur: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,

t e g e n

Hendricus Josephus HUISMAN,

wonende te [...],

GEÏNTIMEERDE,

procureur: mr. S.F. Kalff.

1. Het geding in hoger beroep

De partijen worden hierna respectievelijk Sanoma, [A] – gezamenlijk ook: Sanoma c.s. – en Huisman genoemd.

Bij dagvaarding van 19 april 2005 zijn Sanoma c.s. in hoger beroep gekomen van het vonnis van 5 april 2005 van de voorzieningenrechter in de rechtbank te Amsterdam, in deze zaak onder num-mer 309791/KG 05-321 AB gewezen tussen Huisman als eiser en Sanoma c.s. als gedaagden. De appèldagvaarding bevat de grieven.

Sanoma c.s. hebben bij memorie, overeenkomstig de appèldagvaarding, tien grieven aangevoerd en geconcludeerd dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de vordering van Huisman alsnog zal afwijzen, met veroordeling van Huisman in de kosten van beide instanties, met bepaling dat over de proceskostenveroordelingen wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van het arrest.

Bij memorie van antwoord heeft Huisman de grieven bestreden en geconcludeerd – zakelijk weergegeven – dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen, met veroordeling uitvoerbaar bij voorraad van Sanoma c.s. in de kosten van het hoger beroep.

Partijen hebben op 16 december 2005 de zaak doen bepleiten, Sanoma c.s. door mr. H.J.M. Boukema, advocaat te Den Haag, en Huisman door zijn procureur. Beide raadslieden hebben gepleit aan de hand van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd aan het hof. Bij deze gelegenheid hebben beide raadslieden producties overgelegd. Het hof heeft bepaald dat op een door Huisman als productie 10 genummerde schriftelijke verklaring geen acht zal worden geslagen. Voorts hebben partijen inlichtingen verstrekt naar aanleiding van door het hof gestelde vragen.

Vervolgens hebben partijen aan het hof verzocht arrest te wijzen op de stukken van beide instanties.

2. Grieven

Voor de inhoud van de grieven wordt verwezen naar de appèldagvaarding.

3. Feiten

De voorzieningenrechter heeft in rechtsoverweging 1 van het vonnis onder a tot en met f een aantal feiten in deze zaak als uitgangspunt vermeld. Daarover bestaat geen geschil, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.

4. Beoordeling

4.1. Het gaat in deze zaak om het volgende. Huisman is een bekende Nederlandse televisiepresentator en programmamaker. Sanoma is uitgever van onder meer het weekblad Nieuwe Revu. [A] is als freelance journalist werkzaam voor onder meer Nieuwe Revu. In Nieuwe Revu nummer 6 van 2005 is een artikel gepubliceerd dat is gewijd aan Huisman. Het artikel is geschreven door [A]. Op de cover van het blad wordt het artikel aangekondigd onder de kop: “HENNY HUISMAN PROGRAMMADIEF?”. De titel van het artikel luidt: “HENNY HUISMAN PROGRAMMAMAKER ÉN PROGRAMMADIEF?”. De inleiding bij het artikel luidt:

“Hij beschuldigde collega’s regelmatig van het stelen van zijn formats. Nu is er voor 5 miljoen beslag gelegd op de Orange factory, het bedrijf van zijn personal assistent, omdat hij zelf een programma zou hebben gejat. Dacht Henny Huisman nu echt dat Hemel op Paarden niet lijkt op Paradijs op Paarden?”

Voor de verdere inhoud van het artikel verwijst het hof naar de stukken (productie 2 Huisman in eerste aanleg).

Van 3 december 2000 tot 27 mei 2001 is het televisieprogramma “Hemel op paarden” wekelijks uitgezonden door RTL4, met als presentatoren de dochter en schoonzoon van Huisman, als locatie de privé-manege van Huisman en met optreden van het paard van Huisman (‘Snuitje’). Met ingang van 2 september 2001 zou door SBS6 wekelijks een paardenprogramma, geproduceerd door Orange Factory B.V. (hierna: Orange Factory), worden uitgezonden op televisie. De naam van dit programma zou aanvankelijk luiden “Paradijs op paarden”; deze naam is gewijzigd in “Paradepaarden”. De presentatoren, de locatie en de rol van ‘Snuitje’ zouden in dit programma identiek zijn aan die in “Hemel op paarden”. Tussen (voor zover thans van belang) Creative Concepts B.V. (hierna: Creative Concepts) en Orange Factory is in twee instanties een kortgedingprocedure gevoerd. Daarin beschuldigde Creative Concepts Orange Factory er van dat zij met “Paradepaarden” inbreuk maakte op het auteursrecht van Creative Concepts met betrekking tot het programma-format “Hemel op paarden”, althans dat Orange Factory onrechtmatig handelde nu “Paradepaarden” een slaafse nabootsing vormde van “Hemel op paarden”. Bij vonnis van 7 september 2001 heeft de president van de rechtbank Amsterdam de vordering van Creative Concepts tot, kort gezegd, het verbieden van “Paradepaarden” op de auteursrechtelijke grondslag toegewezen. Bij arrest van 14 februari 2002 heeft dit hof – oordelend dat weliswaar van een auteursrecht geen sprake was, maar dat Orange Factory wel onrechtmatig had gehandeld jegens Creative Concepts - het verbod bekrachtigd.

Onder Orange Factory is in 2005 beslag gelegd tot een bedrag van € 5 miljoen; voor de onderbouwing van de vordering wordt in het beslagrekest verwezen naar het zojuist genoemde arrest van dit hof. Het beslag heeft geen doel getroffen. Er is tot dusver niet opnieuw beslag gelegd en/of een bodemprocedure aanhangig gemaakt.

4.2. In dit geding vordert Huisman, kort gezegd, een bevel aan Sanoma om in Nieuwe Revu een rectificatie te plaatsen op straffe van een dwangsom, alsmede hoofdelijke veroordeling van Sanoma c.s. tot betaling van € 20.000,- als voorschot op vergoeding van door Huisman geleden immateriële schade. Huisman stelt daartoe dat de publicatie in Nieuwe Revu jegens hem onrechtmatig is, aangezien deze een ontoelaatbare schending oplevert van zijn eer, goede naam en reputatie. De voorzieningenrechter heeft de vordering tot rectificatie toegewezen op de in het dictum van het bestreden vonnis omschreven wijze. Sanoma c.s. zijn hoofdelijk veroordeeld om als voorschot op de door Huisman geleden immateriële schade een bedrag van € 10.000,- te voldoen.

4.3. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen komen Sanoma c.s. op in hoger beroep.

4.4. In het bestreden vonnis (onder 6) worden de volgende in de publicatie van Nieuwe Revu geuite, althans gesuggereerde beschuldigingen aan het adres van Huisman opgesomd, welke opsomming de voorzieningenrechter vervolgens als leidraad bij zijn overwegingen heeft gebezigd:

a) het min of meer dwingen door Huisman van Creative Concepts om met het programma “Hemel op paarden” te verhuizen van SBS6 naar RTL4;

b) het te gronde richten van het bedrijf van [X] (destijds indirect aandeelhoudster van Creative Concepts) en haar echtgenoot [Y];

c) diefstal van het programma-format met betrekking tot “Hemel op paarden”;

d) het de hand hebben in bedreigingen van [X] en [Y];

e) de suggestie dat ook Huisman een claim van € 5 miljoen boven het hoofd hangt.

4.5. Ook het hof zal deze opsomming hierna tot uitgangspunt van zijn beschouwingen nemen.

4.6. Als het centrale thema in de publicatie kan worden aangemerkt de (onrechtmatige) overname van het programma-format die aan de productie van “Paradijs op paarden”/”Paradepaarden” ten grondslag lag. Het hof zal daarom deze in de publicatie mede aan het adres van Huisman geuite beschuldiging als eerste bespreken.

4.7. In zijn reeds genoemde arrest van 14 februari 2002 heeft het hof overwogen dat voldoende aannemelijk is dat Orange Factory met de voorbereiding van haar programma over paarden is gestart voordat de samenwerking met Creative Concepts was beëindigd en ook buiten medeweten van Creative Concepts, laat staan haar instemming. Voorts, aldus het hof in dat arrest, is voorshands voldoende aannemelijk dat Creative Concepts als gevolg van dit optreden van Orange Factory in grote financiële problemen is gekomen, of, als zij deze al had, nog dieper in de problemen is geraakt, mede als gevolg van het achterwege laten van enige vorm van financiële tegemoetkoming door Orange Factory. Onder meer op grond hiervan, alsmede gelet op de treffende gelijkenis tussen de beide programma’s, heeft het hof voorshands geoordeeld dat sprake is geweest van onrechtmatig handelen aan de zijde van Orange Factory. Het hof heeft vervolgens het gebod van de president aan Orange Factory tot het onmiddellijk staken van het (laten) produceren en/of uitzenden van “Paradepaarden” bekrachtigd.

4.8. Voorop staat dat een verwijt aan Orange Factory, als producent van het programma “Paradepaarden”, van overname van het programma-format met betrekking tot “Hemel op paarden” voldoende steun vindt in het arrest van 14 februari 2002. Dat het hof, anders dan de president die een gemeenschappelijk auteursrecht van Creative Concepts en Huisman had aangenomen, heeft geoordeeld dat dit format niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt, brengt daarin geen verandering. Lezing van het arrest kan echter tot geen andere conclusie leiden dan dat het hof zich in zijn arrest uit 2002 uitsluitend heeft uitgesproken over het handelen van (voor zover hier van belang) Orange Factory en niet over enig handelen van Huisman, die immers in dat geding geen procespartij was. Waar in de publicatie is vermeld of gesuggereerd dat óók Huisman in dat geding procespartij was (“Direct nadat Huisman c.s. in hoger beroep gaan”, “Uiteindelijk is het laatste woord aan het Amsterdams gerechtshof. Huisman en Orange Factory, door de rechtbank consequent vereenzelvigd, houden bij hoog en laag vol dat”, “Het arrest valt vernietigend uit voor Orange Factory en Huisman. (…)Het hof denkt eerder dat Huisman c.s. diens financiële problemen hebben veroorzaakt”) is dat dan ook feitelijk onjuist en in zoverre onzorgvuldig, nu in de publicatie wordt geciteerd uit het arrest, waardoor minstgenomen de suggestie wordt gewekt dat de schrijver van het artikel zich op zorgvuldige wijze rekenschap heeft gegeven van de inhoud van deze rechterlijke uitspraak.

4.9. Met het zojuist overwogene is evenwel nog niet gegeven dat de publicatie op dit punt de grenzen van de in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid overschrijdt en daarmee onrechtmatig is. Volgens Sanoma c.s. bestond in 2001, rond de beëindiging van de samenwerking tussen Creative Concepts en Huisman en de beoogde uitzending van de serie “Paradepaarden” een nauwe betrokkenheid van Huisman bij Orange Factory en “Paradepaarden”. Zij wijzen er op dat dit voor de president aanleiding is geweest om in het vonnis van 7 september 2001 in het kader van de aan hem ter beoordeling voorgelegde auteursrechtelijke vraag tot uitgangspunt te nemen dat “gelet op de betrokkenheid van Huisman c.s. bij de beide programma’s en de relatie van Huisman met Orange Factory, het handelen van Orange Factory vereenzelvigd kan worden met dat van Huisman”. Huisman heeft in het onderhavige geding zodanige nauwe betrokkenheid betwist. In het voetspoor van deze betwisting heeft de voorzieningenrechter in het thans bestreden vonnis overwogen dat niet is gebleken van een andere betrokkenheid van Huisman bij het programma en Orange Factory dan een persoonlijke. Huisman was, aldus het bestreden vonnis, bevriend met [Z] en hij was trots dat zijn dochter en schoonzoon het programma zouden gaan presenteren. Dat hij zijn dochter en schoonzoon tips gaf en hij zijn stallen en het paard ‘Snuitje’ voor het programma ter beschikking heeft gesteld, past binnen die persoonlijke betrokkenheid en maakt hem niet zakelijk met Orange Factory verbonden, aldus nog steeds de voorzieningenrechter.

4.10. Inmiddels heeft een voorlopig getuigenverhoor tussen partijen plaatsgehad. Mede als resultaat van dat voorlopig getuigenverhoor kan thans voorshands van de volgende feiten en omstandigheden worden uitgegaan:

(i) [B], destijds programmaleider bij RTL4, heeft tegenover [A] verklaard dat Huisman bij de directie (het hof begrijpt: van RTL4) is geweest “om zijn excuses aan te bieden dat hij met het format ging fietsen naar SBS toe”.

(ii) Gedurende enige tijd (in/omstreeks mei 2001) heeft het voornemen bestaan om de ‘rechten’ op “Hemel op paarden” in te brengen in een nieuw op te richten vennootschap (‘4voetbv’). In een brief d.d. 9 mei 2001 van ‘Rutac’ is vermeld dat het aandelenpakket als volgt is verdeeld: 30,2% Huisman, 30% Rutac Holding, 30% [Z](s), 4,9% S&R Holding, 4,9% gereserveerd voor personeel. Dit voornemen is overigens niet uitgevoerd.

(iii) Huisman is actief feitelijk betrokken geweest bij de productie van “Hemel op paarden” en “Paradijs op paarden”/”Paradepaarden”: gebruik is gemaakt van zijn stallen en zijn paard; hij heeft deelneming van zijn dochter en schoonzoon als presentatoren gestimuleerd; de ‘pilotaflevering’ van “Paradijs op paarden”/”Paradepaarden” heeft hij gezien; hij heeft geadviseerd.

(iv) Er bestond in 2001 een concreet plan dat Huisman na verloop van tijd zou gaan participeren in Orange Factory. In een brief van Rabobank aan [Z] d.d. 1 juni 2001 is de (beoogde) structuur van ‘Orange Factory B.V. i.o.’ vermeld. Huisman staat daarin, via zijn vennootschappen, vermeld als 10% aandeelhouder. Als rekeninghouder staat – naast een aantal andere personen – vermeld een vennootschap van Huisman (“ten deze handelend als enige oprichters van de besloten vennootschap Orange Factory B.V. i.o. alsmede voor zichzelf”). Als bijlage bij de brief is gevoegd een mede door Huisman ondertekende “Overeenkomst Rabobank Rekening-Courant”, gevolgd door een kopie van diens paspoort. Bij de stukken bevindt zich voorts een door Huisman ondertekend formulier ten behoeve van het Ministerie van Justitie, waarin wordt verklaard dat een vennootschap van Huisman is betrokken bij de op te richten vennootschap ‘Orange Factory BV’ als aandeelhouder.

(v) Huisman heeft destijds de kosten van rechtsbijstand voor het hoger beroep van het kortgedingvonnis van 7 september 2001 ten bedrage van f 100.000,- voorgeschoten. Huisman heeft verklaard dat, omdat hij de kosten voorschoot, hij ook heeft beslist dat het hoger beroep zou worden behandeld door een advocaat van Nauta Dutilh.

4.11. Tegen de achtergrond van de hiervoor kort aangeduide feiten en omstandigheden kan de stellingname van Huisman dat hij met het programma geen andere betrokkenheid had dan, kort gezegd, een persoonlijke wegens de deelname van zijn dochter en schoonzoon aan het programma en dat hij met Orange Factory “zakelijk niets van doen had” geen stand houden. Het is alleszins aannemelijk geworden dat Huisman, afgezien van zijn feitelijke betrokkenheid bij het programma en zijn reeds bestaande financiële betrokkenheid bij Orange Factory, via een of meer van zijn vennootschappen aandeelhouder van Orange Factory zou zijn geworden bij welslagen van het programma. In dit verband is veelzeggend dat de financieel/zakelijk adviseur van Huisman, [...], blijkens een door deze aan Huisman geschreven brief d.d. 4 maart 2002, kennelijk in de veronderstelling verkeerde dat Huisman reeds aandeelhouder was (“Wellicht dat de waarde van het aandelenpakket in Orange Factory B.V. nog iets goed kan maken” en “Naast jouw deelneming in Orange Factory B.V. zijn er volgens jou nog meer gelden achtergebleven (…) in Orange Factory B.V.”). De omstandigheid dat het voornemen van Huisman om aandeelhouder te worden, en daarmee nog sterker zakelijk en financieel met Orange Factory verbonden te worden, uiteindelijk niet is gerealiseerd is hier zonder belang. Hier gaat het immers om de vraag in hoeverre Huisman in 2001, toen de (beoogde) productie van “Paradijs op paarden”/”Paradepaarden” (nog) aan de orde was, daarbij betrokken was.

4.12. Het voorgaande overziende oordeelt het hof de betrokkenheid van Huisman bij dit programma en bij Orange Factory in de relevante periode voorshands zodanig nauw, dat het de beschrijving van die betrokkenheid in de publicatie - hoe zeer ook onzorgvuldig in de hiervoor onder 4.8 beschreven zin –, alles afwegende, niet als onrechtmatig jegens Huisman waardeert. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de strekking van de publicatie kennelijk niet is om de juridische positie van Huisman aan de kaak te stellen, maar veeleer om de maatschappelijke realiteit bloot te leggen dat een programmamaker die regelmatig collega’s van het stelen van zijn formats beschuldigde ook zelf niet vrijuit gaat als gevolg van zijn betrokkenheid bij een ‘inbreukmakend’ programma en bij de producent van dat programma. In het licht hiervan moet de eerder beschreven onzorgvuldigheid in de publicatie als van ondergeschikte betekenis worden aangemerkt.

4.13. De conclusie luidt dat naar het voorlopig oordeel van het hof de aantijging “Henny Steelman” uiteindelijk voldoende steun vindt in het feitenmateriaal. In het midden kan daarom blijven of deze aantijging ten tijde van de publicatie voldoende grond vond in het (toen) beschikbare materiaal. Grief V slaagt.

4.14. Overeenkomstig de vordering van Huisman heeft de voorzieningenrechter Sanoma veroordeeld om in de rectificatie te vermelden dat in de publicatie is gesuggereerd dat Huisman “een bedrijf te gronde zou hebben gericht”. Huisman doelt hierbij, naar het hof begrijpt, op de volgende passage in de publicatie:

“Het hof denkt eerder dat Huisman c.s. diens financiële problemen hebben veroorzaakt door achter zijn rug om een nieuw programma te beginnen, en ‘acht het aannemelijk’ dat zij hebben getracht daarvan te profiteren. [Y]’s beschuldigingen dat Orange Factory en Huisman hebben geprobeerd hem zwart te maken en in een faillissement te drukken zijn immers ‘geheel niet weersproken.’ Het hof: ‘Juist waar die beschuldigingen wel nader zijn toegelicht en met stukken onderbouwd had dat toch in de rede gelegen.’”

4.15. In het verlengde van de eerder besproken beschuldiging van het stelen van het programma-format, geldt ook met betrekking tot deze aantijging dat het, voor zover gericht tegen Orange Factory, vrijwel woordelijk steun vindt in het arrest van het hof van 14 februari 2002. Het is waar dat Huisman op zichzelf wel aannemelijk heeft gemaakt dat – zoals de voorzieningenrechter onder 9 ook heeft aangenomen – de financiële situatie van Creative Concepts reeds vóór mei 2001 (toen de laatste aflevering van “Hemel op paarden” werd uitgezonden) weinig rooskleurig was, maar dat neemt niet weg dat het hof in zijn arrest van 14 februari 2002 ook aannemelijk heeft geacht dat “Creative Concepts nog dieper in de problemen is geraakt, mede als gevolg van het achterwege laten van enige vorm van financiële tegemoetkoming door Orange Factory”. De vraag of de publicatie jegens Huisman onrechtmatig is doordat Huisman hier op één lijn wordt gesteld met Orange Factory – waarmee derhalve wordt beweerd dat Huisman mede debet is aan de financiële problemen van Creative Concepts -, beantwoordt het hof op overeenkomstige gronden als hiervoor onder 4.10 t/m 4.12 uiteengezet ontkennend. Ook grief IV slaagt.

4.16. In de door de voorzieningenrechter bevolen rectificatie is voorts opgenomen dat in de publicatie is geschreven dat Huisman “nu een claim van € 5 miljoen boven het hoofd hangt”.

4.17. In de publicatie zelf valt, voor zover hier van belang, te lezen dat er voor 5 miljoen beslag is gelegd op Orange Factory (in de inleiding), dat het bedrijf dat de claim van [X] en [Y] heeft overgenomen “vorige week voor 5 miljoen euro beslag (heeft) gelegd bij Orange Factory” en dat een medewerker van dat bedrijf heeft meegedeeld dat het de schade gaat verhalen “op de betrokkenen” (slot van de publicatie). Mede in aanmerking genomen dat in de publicatie tot uitdrukking komt dat Orange Factory het bedrijf is van [Z], aangeduid als de ‘personal assistent’ van Huisman, leest het hof daarin niet de bewering of de suggestie dat Huisman zélf een claim van € 5 miljoen boven het hoofd hangt. Het hof merkt ten overvloede op dat in de in het petitum van de inleidende dagvaarding voorgestelde tekst van de rectificatie een bewering van deze strekking ook ontbreekt. Grief VII, waarin ligt besloten dat in de publicatie niet méér naar voren komt dan in de grief onder (i) t/m (iii) is verwoord, is daarom gegrond.

4.18. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat in de publicatie de suggestie wordt gewekt dat Huisman achter de bedreigingen zat waarvan [Y] en [X] slachtoffer zijn geworden. Tegen dit onderdeel van het bestreden vonnis is grief VI gericht.

4.19. Het hof stelt voorop dat, indien in de publicatie inderdaad zodanige suggestie zou zijn gewekt, de publicatie op dit punt zonder meer onrechtmatig zou zijn nu voor een dergelijke beschuldiging – zoals de voorzieningenrechter heeft overwogen – geen enkele aanwijzing bestaat. Anders dan de voorzieningenrechter leest het hof in de publicatie echter niet méér dan de optekening van een aantal mededelingen die aan de journalist zijn gedaan, gevolgd door de reactie van Huisman, die niets van deze acties zegt af te weten. Onder deze omstandigheden is van de beweerde onrechtmatigheid voor zover het Sanoma c.s. betreft op dit punt geen sprake, zodat de grief slaagt.

4.20. Ter bespreking resteert het geschil tussen partijen of, zoals in de publicatie wordt beweerd, Huisman Creative Concepts min of meer heeft gedwongen om met het programma “Hemel op paarden” te verhuizen van SBS6 naar RTL4.

4.21. De desbetreffende bewering maakt geen onderdeel uit van de door de voorzieningenrechter bevolen rectificatie, terwijl het hof deze bewering (zou deze onjuist zijn, zoals Huisman betoogt) voorshands niet van dien aard oordeelt dat deze een vordering tot (een voorschot op) vergoeding van immateriële schade kan dragen. Dit betekent dat dit geschilpunt voor de beslissing van de zaak zonder belang is. Het hof zal het debat tussen partijen hierover daarom verder onbesproken laten.

5. Slotsom en kosten

De slotsom luidt dat de grieven IV t/m VII slagen. Bij afzonderlijke bespreking van de overige grieven bestaat onvoldoende belang. Het bestreden vonnis moet worden vernietigd, de vordering van Huisman moet alsnog worden afgewezen en Huisman zal in de kosten van beide instanties worden veroordeeld.

6. Beslissing

Het hof

vernietigt het bestreden vonnis;

opnieuw rechtdoende:

wijst de vordering van Huisman af;

veroordeelt Huisman in de proceskosten, aan de zijde van Sanoma c.s. tot aan deze uitspraak begroot op € 1.060,- voor de eerste aanleg en op € 3.044,93 voor het hoger beroep;

bepaalt dat over deze bedragen wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van 14 dagen na de datum van dit arrest;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. N. van Lingen, R.J.F. Thiessen en E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2006.