Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2006:AU9895

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-01-2006
Datum publicatie
19-01-2006
Zaaknummer
avnr: 10365 - 12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Nu het hof voorshands van oordeel is dat verdachte, gezien de daarvoor geldende wettelijke criteria en hetgeen over hem bekend is, in aanmerking komt voor oplegging van de ISD-maatregel, rechtvaardigt het voornemen van de officier van justitie om oplegging van de ISD-maatregel te vorderen, gezien de door de wetgever gekozen systematiek rond deze maatregel, dat de duur van de voorlopige hechtenis na de gevorderde verlenging in geen verhouding staat tot de gemeenlijk op te leggen straffen bij vergelijkbare delicten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te Amsterdam

zitting houdende te

Arnhem

pkn: 16-604576-05

avnr: 10365 - 12

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door de officier van justitie in het arrondissement Utrecht in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1972],

verblijvende te [verblijfplaats], [adres].

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te Utrecht van 20 december 2005, houdende de afwijzing van de vordering tot verlenging van de geldigheidsduur van de gevangenhouding van verdachte.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal in raadkamer van heden.

Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 27 december 2005.

OVERWEGINGEN:

Bij beschikking van 10 november 2005 heeft de rechter-commissaris de bewaring bevolen in verband met een gerezen verdenking ter zake van kort gezegd de diefstal van een fiets. Op 17 november 2005 is een bevel gevangenhouding afgegeven voor een termijn van dertig dagen. Tijdens de behandeling van de daartoe strekkende vordering in raadkamer is door de officier van justitie aangegeven dat het openbaar ministerie voornemens is bij de behandeling van de zaak ter terechtzitting te vorderen dat verdachte zal worden geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD).

Op 20 december 2005 is door de raadkamer gevangenhouding van de rechtbank te Utrecht, onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering de vordering tot verlenging van de gevangenhouding afgewezen en is de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte bevolen.

Het hof kan zich met die beschikking niet verenigen. Weliswaar is het onmiskenbaar zo dat de duur van de voorlopige hechtenis na de gevorderde verlenging in geen verhouding zou staan tot de gemeenlijk op te leggen straffen bij vergelijkbare delicten en een vergelijkbare justitiƫle documentatie. Anderzijds is reeds bij een eerdere behandeling van de voorlopige hechtenis door de officier van justitie voormeld voornemen aangaande de ISD-maatregel kenbaar gemaakt. Voorshands is het hof van oordeel dat een dergelijk voornemen zich, gegeven de daarvoor geldende wettelijke criteria, goed verdraagt met de over verdachte bekend geworden informatie.

Voor toepassing van een dergelijke maatregel is in beginsel een schriftelijke rapportage als bedoeld in artikel 38 lid 4 van het wetboek van strafrecht vereist. Het onderzoek dat ten grondslag kan liggen aan een dergelijk advies en het concipiƫren van dat advies zal enige tijd vergen. Gedurende de daarmee gemoeid zijnde periode blijft dus de mogelijkheid open dat op grond van de inhoud van dat advies de officier van justitie niet zal besluiten tot het vorderen van de oplegging van de maatregel of de rechter de maatregel niet zal opleggen. Reeds hieruit blijkt dat een zekere spanning tussen de duur van de voorlopige hechtenis en de uiteindelijk op te leggen straf of maatregel bij feiten van een relatief geringe ernst inherent is aan de door de wetgever gekozen systematiek rond de ISD-maatregel.

De thans bestreden beschikking zou eerst begrijpelijk zijn als daarin was aangegeven dat en waarom verdachte zeker niet in aanmerking zou dienen te komen voor het aangekondigde ISD-traject. Daarover vermeldt de beschikking evenwel niets.

BESLISSING:

Het hof vernietigt de beschikking waarvan beroep, wijst alsnog de vordering tot verlenging van de gevangenhouding toe voor de duur van ZESTIG DAGEN.

Aldus gegeven op 18 januari 2006 door mrs A.G. Coumans, voorzitter, Y.A.J.M. van Kuijck en G.C. Gillissen, raadsheren, in tegenwoordigheid van F.Th. Smeenk, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.