Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2005:AU8403

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-12-2005
Datum publicatie
21-12-2005
Zaaknummer
21-003495-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gezien de vele veroordelingen moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte zich in de toekomst opnieuw schuldig zal maken aan het plegen van misdrijven; oplegging maatregel ISD.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-003495-05

Uitspraak d.d.: 20 december 2005

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Amsterdam

zitting houdende te

Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Utrecht van 30 juni 2005 in de strafzaak tegen

[VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] op 1977,

zonder bekende woonplaats hier te lande,

thans verblijvende in [Penitentiaire Inrichting].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 december 2005 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw recht doen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

(zie voor de inhoud van de dagvaarding bijlage II)

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(zie voor de inhoud van de bewezenverklaring bijlage III)

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ter terechtzitting heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD) zal opleggen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van het hiervoor bewezenverklaarde misdrijf. Naar wettelijke omschrijving kan bij veroordeling tot dat misdrijf een maximum gevangenisstraf voor de duur van zes jaren worden opgelegd, zodat ingevolge het bepaalde in artikel 67, eerste lid en onder a van het Wetboek van Strafvordering voorlopige hechtenis is toegelaten.

Het hof heeft voorts gelet op het Uittreksel Justitiële Documentatie van 17 november 2005, verdachte betreffende. Uit dit overzicht blijkt dat verdachte sinds 1994 met politie en justitie in aanraking is gekomen. In de laatste vijf jaren is verdachte niet minder dan zes maal tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld, terwijl die straffen ten uitvoer zijn gelegd vóór het plegen van het onderhavige feit. Het hof heeft in dat verband met name gelet op de navolgende onherroepelijke veroordelingen:

- het vonnis van de politierechter in de rechtbank Utrecht van 18 november 2004, waarbij verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 97 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- het vonnis van de politierechter in de rechtbank Utrecht van 2 juni 2003, waarbij verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken;

- het vonnis van de politierechter in de rechtbank Utrecht van 27 februari 2001, waarbij verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken.

In het dossier bevindt zich een rapportage van de Reclassering, Centrum Maliebaan, van 2 december 2005. Uit dit rapport blijkt dat verdachte geen medewerking wil verlenen aan de totstandkoming van een rapportage. Dit gebrek aan medewerking komt eveneens terug in een gespreksaantekening van 23 mei 2005, opgemaakt door [naam reclasseringswerker], reclasseringswerker. Beide geschriften zijn totstandgekomen naar aanleiding van het onderzoek naar de wenselijkheid of noodzakelijkheid van oplegging van de ISD-maatregel.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij niet weet waarom een gedragskundig onderzoek van hem nodig zou zijn. Op vragen van het hof of verdachte niettemin bereid is medewerking te verlenen aan een gedragskundig onderzoek, heeft verdachte zich beroepen op zijn zwijgrecht. In dat licht, mede gelet op de hiervoor genoemde gespreksaantekening en rapportage, blijkt dat verdachte weigert medewerking te verlenen aan het onderzoek.

Gezien de vele veroordelingen moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte zich in de toekomst opnieuw schuldig zal maken aan het plegen van misdrijven. Het bewezenverklaarde feit betreft een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.

Bij de oplegging van de ISD-maatregel dient enerzijds afgewogen te worden het belang van de maatschappij om beveiligd te worden tegen de aantasting van personen of goederen door deze misdrijven en anderzijds het -onder meer- in artikel 5 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden neergelegde recht op persoonlijke vrijheid.

Het hof is zich bewust van de zwaarte van de onderhavige maatregel, maar alles afwegende dient het belang van de maatschappij om tegen verdachtes handelen beschermd te worden te prevaleren. Dat maatschappelijk belang kan niet anders in voldoende mate worden beschermd dan door oplegging van de ISD-maatregel. De algemene veiligheid van goederen en teneinde de maatschappij zoveel mogelijk te vrijwaren van verdachtes criminele recidive, eist de oplegging van die maatregel. Het hof zal verdachte dan ook de ISD-maatregel opleggen, voor de maximale duur.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 38m, 38n, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Legt verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, voor de duur van twee jaren.

Aldus gewezen door

mr C.G. Nunnikhoven, voorzitter,

mr R.C. van Houten en mr H.W. Koksma, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr H.G. Kuipers, griffier,

en op 20 december 2005 ter openbare terechtzitting uitgesproken.