Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2005:AU4206

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-10-2005
Datum publicatie
14-10-2005
Zaaknummer
21-005526-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof constateert dat in deze zaak de afdruk van de microfiche, houdende de naam van verdachte als houder van een bankrekening, cruciaal is. Omstreden is of inderdaad dit microfiche gegevens van rekeningshouders bij de bank bevat. Nu is gebleken dat inderdaad een aantal van die beweerde rekeninghouders hebben bevestigd dat ze zo’n bankrekening bezaten, is dat wel hoogst waarschijnlijk.

Niettemin kan het hof de afdruk van deze microfiche niet aanmerken als in deze zaak beslissend nu de betrokken bank de authenticiteit niet heeft bevestigd en evenmin uit andere bewijsmiddelen een voldoende bevestiging wordt verkregen van verdachtes gerechtigdheid tot een (zwarte) rekening bij deze bank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2006/14.12 met annotatie van Redactie
FutD 2005-2001
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-005526-04

Uitspraak d.d.: 12 oktober 2005

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Amsterdam

zitting houdende te

Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Utrecht van 8 september 2004 in de strafzaak tegen

[verdachte]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 28 september 2005 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen nu het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

(zie voor de inhoud van de dagvaarding bijlage II)

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof constateert dat in deze zaak de afdruk van de microfiche, houdende de naam van verdachte als houder van een bankrekening, cruciaal is. Omstreden is of inderdaad dit microfiche gegevens van rekeningshouders bij de [naam bankinstelling] bevat. Nu is gebleken dat inderdaad een aantal van die beweerde rekeninghouders hebben bevestigd dat ze zo’n bankrekening bezaten, is dat wel hoogst waarschijnlijk.

Niettemin kan het hof de afdruk van deze microfiche niet aanmerken als in deze zaak beslissend nu de betrokken bank de authenticiteit niet heeft bevestigd en evenmin uit andere bewijsmiddelen een voldoende bevestiging wordt verkregen van verdachtes gerechtigdheid tot een (zwarte) rekening bij deze bank.

Naast de afdruk van de microfiche, die naar het oordeel van het hof geen voldoende grondslag biedt om te komen tot een bewezenverklaring voor verdachtes rekeninghouderschap, zijn er geen verdere irrelevante bewijsmiddelen voorhanden.

Het hof is van oordeel dat met name niet als bewijs kan gelden de door de rechtbank als leugenachtig aangemerkte ontkenning van rekeninghouderschap door verdachte. Dat een verklaring kennelijk leugenachtig is en is afgelegd om de waarheid te bemantelen zal zijn grondslag moeten vinden in een of meer andere bewijsmiddelen. Onaanvaardbaar is de redenering: “Er is een lijst met rekeninghouders; u staat op die lijst; u ontkent dat u zo’n rekening heeft; uw ontkenning is in strijd met de waarheid en dus leugenachtig; die leugenachtige verklaring maakt het bewijs sluitend”.

Slechts indien de verdachte bijzonderheden zou hebben gegeven of bijvoorbeeld een alibi zou hebben verstrekt, en de onwaarheid daarvan zou uit concludente bewijsmiddelen – derhalve buiten de microfiche om – voortvloeien, zou sprake zijn van een kennelijk leugenachtige verklaring die bij de bewijsvoering kan worden gebruikt.

Nu toewijzing van het subsidiair ter terechtzitting in hoger beroep door de advocaat-generaal gedane verzoek tot het horen van de getuigen [getuige-1], [getuige-2] en [getuige-3] omtrent de wijze waarop de identificatie tot stand is gekomen niet kan leiden tot een ander oordeel dan hiervoor is aangegeven, dient dit verzoek te worden afgewezen.

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Wijst af het verzoek van de advocaat-generaal tot het horen van de getuigen [getuige-1], [getuige-2] en [getuige-3].

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr J.M.J. Denie, voorzitter,

mrs Y.A.J.M. van Kuijck en J.B.H. Röben, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr R.G.A. Beaujean, griffier,

en op 12 oktober 2005 ter openbare terechtzitting uitgesproken.