Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2005:AU4043

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-10-2005
Datum publicatie
11-10-2005
Zaaknummer
1115/2005 OK
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De Ondernemingskamer heeft op vrijdag 7 oktober 2005 uitspraak gedaan in het door de Centrale Ondernemingsraad (COR) jegens AVEBE U.A. aangespannen geding. De Ondernemingskamer heeft bepaald dat AVEBE U.A. niet in redelijkheid tot het besluit van 21 juni 2005 tot inrichting van de zogenaamde Functionele Organisatie heeft kunnen komen. De Ondernemingskamer verplicht AVEBE U.A. dat besluit in te trekken en de gevolgen daarvan ongedaan te maken.

Wetsverwijzingen
Wet op de ondernemingsraden
Wet op de ondernemingsraden 24
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2005, 190
ROR 2005, 31
SR 2006, 8 met annotatie van L.C.J. Sprengers
JIN 2005/430
JAR 2005/250
JAR 2005/248 met annotatie van Mr. R.M. Beltzer
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING van 7 oktober 2005 in de zaak met rekestnummer 1115/2005 OK van

DE CENTRALE ONDERNEMINGSRAAD VAN AVEBE U.A.,

gevestigd te Veendam,

VERZOEKER,

advocaat en procureur: MR. P.L.J. BOSCH,

t e g e n

de coöperatieve vereniging

AVEBE U.A.,

gevestigd te Veendam,

VERWEERSTER,

advocaat en procureur: MR. J.M. VAN SLOOTEN.

1. Het verloop van het geding

1.1 Verzoeker, hierna de COR te noemen, heeft bij op 21 juli 2005 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemings-kamer verzocht - zakelijk weergegeven - bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,

1) te verklaren dat verweerster bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot het besluit van 21 juni 2005 tot invoering van de Functionele Organisatie;

2) verweerster de verplichting op te leggen om dat besluit in te trekken en de gevolgen daarvan ongedaan te maken;

3) verweerster te verbieden uitvoering te geven aan meerbedoeld besluit;

4) het onder 3) verzochte verbod ook bij wijze van voorlopige voorziening uit te spreken.

1.2 Verweerster, hierna ook AVEBE te noemen, heeft bij op 23 september 2005 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van de COR af te wijzen.

1.3 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 29 september 2005, alwaar de advocaten de standpunten van partijen nader hebben toegelicht, beiden aan de hand van - aan de Ondernemingskamer overgelegde - pleitnotities.

2. De vaststaande feiten

2.1 AVEBE oefent een onderneming uit op het gebied van productie en verkoop van zetmeel en zetmeelderivaten. AVEBE heeft naast Nederlandse ook buitenlandse vestigingen. AVEBE is opgedeeld in vier operational companies (door partijen ook wel OpCo's genoemd), te weten Food, Paper, Specialties en Starch (Zetmeel).

2.2 Iedere OpCo heeft een ondernemingsraad. De COR behandelt zaken die alle OpCo's betreffen. Bij AVEBE zijn op dit moment circa 1340 medewerkers werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst.

2.3 Vanaf 1998 is bij AVEBE sprake geweest van verschillende reorganisaties. In 1998 is het zogenaamde Growth and Development Plan vastgesteld en ingevoerd. Onderdeel van dat plan was de introductie van een divisiestructuur (de divisies Food en Non-Food) en centrale afdelingen Services en R&D. In 2002 volgde de zogenaamde operatie Zero Base. De operatie voorzag in de opheffing van de divisiestructuur alsmede van de centrale afdelingen Services en R&D. Daarvoor in de plaats werden (vier) OpCo's ingesteld, drie markt- en één productie-OpCo. Daarnaast was sprake van een hoofdkantoororganisatie. De activiteiten van voornoemde afdelingen werden deels bij de OpCo's ondergebracht. Zero Base betekende een reductie van het totale aantal arbeidsplaatsen met 350. In dat kader is destijds met de vakbonden het sociaal plan "AVEBE 2002-2005" (verder ook het Sociaal Plan 2002-2005 te noemen) afgesloten. Kern van dat plan (dat gold tot 1 augustus 2005) was een herplaatsingsgarantie van drie jaar voor medewerkers van wie de arbeidsplaats was komen te vervallen. Na afloop van die termijn konden de medewerkers die dan nog niet hadden kunnen worden herplaatst of vrijwillig ontslag hadden genomen, worden ontslagen (met een vergoeding gelijk aan de zogenaamde kantonrechtersformule).

2.4 Bij brief van 12 maart 2004 is de COR advies gevraagd over het voorgenomen besluit tot uitvoering van maatregelen onder de naam Apple Tree. De achtergrond van dit voornemen lag in de constatering dat de Zero Base-operatie onvoldoende soelaas bood vanwege het relatief geringe aantal medewerkers dat vertrokken was of herplaatst had kunnen worden, terwijl voorts de financieel-economische situatie was verslechterd. In de bewuste adviesaanvraag staat dat "het overcompleet in Nederland" op dat moment 280 functies betrof (in het kader van Zero Base waren 137 herplaatsingen gerealiseerd en hadden tien medewerkers AVEBE verlaten), dat daarvan minimaal 230 full time equivalents onder het Sociaal Plan 2002-2005 gebracht zouden moeten worden, dat de consequenties daarvan voor AVEBE niet te dragen zouden zijn en dat wijzigingen in genoemd sociaal plan daarom nodig waren. Toen die wijzigingen niet mogelijk bleken, heeft AVEBE oud-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid W. Vermeend aangezocht om als bemiddelaar op te treden. Op zijn instigatie zijn AVEBE en de vakbonden vervolgens een ouderenregeling overeengekomen die erin voorzag (kort gezegd) dat oudere werknemers - de Ondernemingskamer begrijpt dat het om werknemers van 56 jaar en ouder gaat -, na verkrijging van door het CWI daartoe te verlenen ontslagvergunning, zouden worden ontslagen en zouden worden aangevuld op hun inkomen of uitkering tot 80% van hun laatst verdiende loon. Voor bedoelde ouderenregeling (hierna de ouderenregeling te noemen) kwamen op dat moment circa 325 werknemers in aanmerking.

2.5 Na totstandkoming van de ouderenregeling heeft AVEBE op 13 oktober 2004, onder intrekking van de adviesaanvraag van 12 maart 2004, een nieuwe adviesaanvraag (genaamd Apple Tree) aan de COR doen toekomen. Daarin wordt gesteld dat, gemeten naar de toestand van 12 maart 2004, 282 arbeidsplaatsen dienden te verdwijnen en wordt gesproken van een "overcompleet" van "thans 269 medewerkers". In het conceptadvies dat de COR met AVEBE heeft besproken (en dat later - naar de Ondernemingskamer begrijpt: ongewijzigd - bij brief van 11 november, als definitief advies is uitgebracht) staat onder meer:

1.2 De voorgenomen besluiten.

In uw adviesaanvraag spreekt u van een vermindering van 282 arbeidsplaatsen. Deze arbeidsplaatsen zouden vervallen op basis van Apple Tree en de Zero base reorganisatie.

Wij hebben, in tegenstelling tot wat u schrijft, nooit een sluitende onderbouwing van dit aantal gezien. In de door u genoemde sheets wordt een veel geringer aantal arbeidsplaatsen vermeld dan 282. (...)

Uit ons eigen onderzoek is gebleken dat het inmiddels om een veel groter aantal arbeidsplaatsen gaat.

Op basis van Apple Tree en Zero base zouden, volgens u, 282 arbeidsplaatsen moeten verdwijnen. Teruggerekend naar de peildatum 1 februari 2004 zijn dat er 290. De directies van de OPCO's hebben, deze zomer, aan dit aantal van 290 nog eens 66 functies toegevoegd. Daarnaast heeft Avebe in Nederland thans 58 vacatures, waarvan wordt betwijfeld of ze nog opgevuld moeten worden. In totaal verdwijnen er dan 414 arbeidsplaatsen bij Avebe. (...)

Bijlage II bij dit advies bevat een overzicht van deze 414 arbeidsplaatsen. Elk van die 414 arbeidsplaatsen zal onderdeel uitmaken van adviesaanvragen die ingediend worden bij de Ondernemingsraden van de OPCO's. Deze zullen een oordeel vellen over de vraag of de voorgestelde reductie mogelijk is en of er een werkbare organisatie overblijft.

en voorts:

1.3 Uitputtende lijst van functies.

Er doen in de organisatie diverse geruchten de ronde over een volgende reorganisatie. We hebben met u afgesproken (zie Bijlage I), dat zolang de huidige reorganisatie, waar wij thans over adviseren loopt, er geen nieuwe reorganisaties gestart zullen worden. Dat wil zeggen dat uitsluitend de arbeidsplaatsen zoals benoemd in Bijlage 2 ter discussie zullen staan. (…).

2.6 Bij brief van 9 november 2004 heeft AVEBE onder meer als volgt op het concept advies van de COR gereageerd:

Wij delen de mening niet dat de aantallen te schrappen arbeidsplaatsen 414 bedraagt. Er zitten in deze telling tal van dubbeltellingen. De "414" is het kader waarbinnen aan de OR-en nader advies zal worden gevraagd conform art. 25 lid 1 WOR, met betrekking tot Apple Tree/Zero Base (…), zo dit nog niet is geschied.

(..) (punt 1.2).

Ons (de Ondernemingskamer begrijpt: Uw) uitgangspunt is dat de huidige regeling niet verstoord mag worden door andere omvangrijke wijzigingen in de organisatie. Wij delen deze mening.

Ter zelfder tijd is het niet zo dat wij ons willen vastleggen af te zien van advies- en instemmingsverzoeken conform de WOR.

Hoe wij in aldus voorkomende gevallen de mogelijke sociale consequenties zullen opvangen is alsdan onderwerp van nader overleg (punt 1.3)

(...)

Wij zouden met u de volgende afspraken willen maken.

1. (…)

2. Nieuwe voorgenomen besluiten zullen pas in behandeling worden genomen, nadat daar over met de COR consensus is bereikt zowel de COR als AVEBE zullen daarbij in redelijkheid en billijkheid handelen.

(…)

Tenslotte zij nog opgemerkt dat vanwege de aard van de regeling de relatie vertrekkende medewerkers en vervallen arbeidsplaatsen onder Apple Tree/ Zero Base is verdwenen.

Bij e-mail van 12 november 2004 heeft AVEBE te kennen gegeven dat haar brief van 9 november 2004 gezien diende te worden als het "juridische besluit" met betrekking tot de adviesaanvraag Apple Tree.

2.7 Op 26 november 2004 heeft AVEBE bij het CWI ontslagvergunningen aangevraagd voor circa 150 oudere werknemers. Een belangrijk deel daarvan is, begin 2005, geweigerd. Eind maart 2005 heeft AVEBE, na overleg met het CWI, opnieuw voor een groot aantal oudere werknemers ontslagvergunningen aangevraagd. Ook die zijn goeddeels geweigerd.

2.8 Bij op 5 november 2004 gedateerde, maar eerst op 26 november 2004 door de COR ontvangen brief heeft AVEBE een adviesaanvraag "samenvoeging OpCo's Paper en Specialties" bij de COR ingediend. In de aanvraag staat dat met name op managementniveaus functies zullen verdwijnen. Er wordt gesproken over een veertigtal arbeidsplaatsen.

2.9 De COR heeft op de in 2.8 genoemde adviesaanvraag gereageerd met de klacht dat deze in strijd was met de op 9 november 2004 gemaakte afspraak (gedoeld werd op de in het hiervoor in 2.6 gegeven citaat onder 2 geformuleerde afspraak ("Nieuwe voorgenomen besluiten (..)"). In de overlegvergadering van 10 december 2004 heeft de COR dat standpunt herhaald en nader toegelicht. Volgens de bestuurder (Krijne) sloot de adviesaanvraag aan bij de klacht dat er "te veel management is". Krijne meldde dat alleen ingegrepen zou worden op het aantal managementfuncties. Tussen AVEBE en de COR is vervolgens een aantal afspraken gemaakt die door Krijne zijn vastgelegd in een email van 10 december 2004. Die email (met kop "Subject Adviesaanvraag integratie Paper en Specialties") bevat onder meer de volgende inhoud:

Naar aanleiding van onze vergadering vandaag wil ik graag het volgende bevestigen, dan wel aanvullen.

1. Deze adviesaanvraag wordt als zodanig ingetrokken. Het stuk heeft de status van verschaffen van informatie aan de COR.

2. Tussen nu en 1 april vindt informeel overleg plaats over de integratie van Specialties en Paper met als oogmerk om voor die datum tot overeenstemming te komen. E.e.a. zal mede worden bekeken in het licht van de uitvoering van het Apple Tree project.

3. In principe wordt de adviesaanvraag ingediend per 1 april 2005. Ik zou ernaar willen streven om adviesaanvraag, advies en besluit zoveel mogelijk voor die tijd klaar te hebben. Ik wil hiertoe graag nadere afspraken maken. Ik denk aan het instellen van een kleine werkgroep, die dit kan voorbereiden.

2.10 Naar aanleiding van het verzoek van de COR, gedaan tijdens de in 2.9 genoemde overlegvergadering, om betrokken te worden bij het project Attack (in de hiervoor in 2.6 genoemde brief van 6 november 2004 was over het bestaan van een project met die naam gerept) is over dat project - "de strategieontwikkeling voor de middellange termijn" - in de overlegvergadering van 14 januari 2005 gesproken. Blijkens de notulen van de vergadering is aan het slot ervan besloten het besprokene eerst te laten bezinken en er tijdens een volgend overleg op terug te komen.

2.11 Begin februari 2005 is de voorzitter van de COR meegedeeld dat de besluitvorming over de voorgenomen samenvoeging van de OpCo's Paper en Specialties was uitgesteld in verband met nieuwe inzichten vanuit het project Attack. De werkgroep als bedoeld aan het slot van 2.9 is als gevolg daarvan nimmer aan de slag gegaan.

2.12 In een email van 11 april 2005 heeft AVEBE een adviesaanvraag "voor de functionele organisatie" bij de COR aangekondigd. Bij email van 13 april 2005 heeft de COR, onder verwijzing naar de (hiervoor in 2.6 genoemde) brief van 9 november 2004, AVEBE verzocht de afspraak gestand te doen om vooraf aan het voorleggen (aan de COR) van het voorgenomen besluit "met ons te evalueren in hoeverre onze gezamenlijke uitgangspunt "dat de huidige regeling niet verstoord mag worden door andere omvangrijke wijzigingen in de organisatie" overeind blijft". Bij email van diezelfde dag heeft AVEBE de COR geschreven de adviesaanvraag te zullen indienen. Als argumentatie wordt gegeven: "In alle redelijkheid mag van de Directie van AVEBE verwacht worden dat, gelet op de financiële situatie, er maatregelen moeten worden genomen. De aan u uit te reiken adviesaanvraag zal dat bewijzen". In een email van 14 april aan AVEBE heeft de COR onder meer geschreven: "In onze beleving gaat het om consensus te bereiken over het in behandeling nemen van de nieuwe reorganisatie. De overtuiging die u hebt zou ook de COR moeten hebben, pas dan is er sprake van gezamenlijke consensus. De COR neemt een billijke en redelijke houding aan bij het vaststellen van haar oordeel die uitgaat van ons gezamenlijke standpunt dat de huidige regeling niet verstoord mag worden door andere omvangrijke wijzigingen in de organisatie".

2.13 Bij brief van 14 april 2005 heeft AVEBE de adviesaanvraag functionele organisatie bij de COR ingediend. In die brief wordt ook ingegaan op enkele in de email van de COR van 13 april 2005 genoemde onderwerpen (die de COR tijdens de door hem verzochte evaluatie aan bod wenste te laten komen). Blijkens de daarin gegeven samenvatting komt de adviesaanvraag in grote lijnen erop neer dat er - naar de Ondernemingskamer begrijpt: in plaats van de vier OpCo's - twee wereldwijd opererende divisies komen (een Supply Chain Division, waarin alle productdiensten, purchasing en logistieke diensten en daarbij behorende stafdiensten worden ondergebracht, en een Commercial Division, waarin alle commerciële activiteiten worden ondergebracht), ondersteund door een kleine hoofdkantoororganisatie. Als beweegredenen voor de organisatorische herschikking worden in de aanvraag genoemd dat door (zowel als gevolg van inflatie als autonoom) stijgende kosten sprake is van een continue druk op de resultaten, dat ondanks in de afgelopen jaren genomen maatregelen aan een verdergaande overallkostenreductie niet te ontkomen valt en dat deze kostenreductie alleen in voldoende mate wordt gerealiseerd "indien zij samenvalt met een organisatorische herschikking van de bedrijfsactiviteiten, waarvan het doel is sterk vereenvoudigde bedrijfsprocessen in te richten. Op deze wijze kunnen de meeste arbeidsplaatsen gereduceerd worden zonder dat de kernprocessen aangetast worden". Aangegeven wordt dat beoogd wordt de nieuwe organisatie met ingang van het nieuwe boekjaar (1 augustus 2005) te implementeren. Met de voorgestelde organisatieverandering zullen per 1 augustus 2005 186 arbeidsplaatsen vervallen, aldus de adviesaanvraag. De verwachting wordt uitgesproken dat het totale verlies aan arbeidsplaatsen "in de komende drie jaar substantieel hoger zal uitkomen". Gemeld wordt dat de eerder aangekondigde beleidsvoornemens in het kader van Zero Base en Apple Tree, onafhankelijk van de onderhavige adviesaanvraag, zullen worden uitgevoerd nadat de functionele organisatie gestalte heeft gekregen (en nadat de medezeggenschap hierover advies heeft kunnen uitbrengen).

2.14 Op 19 april 2005 heeft een overlegvergadering plaatsgevonden.

2.15 Op 25 mei 2005 heeft de COR advies uitgebracht. De COR adviseert (i) de adviesaanvraag in te trekken (ii) zo snel mogelijk met de vakorganisaties een sociaal plan af te sluiten (iii) met de COR het overleg te openen over het afronden van alle nog lopende reorganisaties en (iv) met de COR in overleg te treden over de problemen die volgens AVEBE voortvloeien uit de huidige structuur om te onderzoeken of deze op een andere manier ondervangen kunnen worden. Ter motivering van die adviezen voert de COR onder meer aan dat AVEBE zich niet aan de afspraken houdt die gemaakt zijn over het indienen van nieuwe adviesaanvragen. Behalve naar de afspraak genoemd in de (eerder genoemde) brief van 9 november 2004 wijst de COR in dat verband ook op de diverse kantinebijeenkomsten op 26 oktober 2004, waarin Krijne - aldus de COR – ten overstaan van het personeel expliciet heeft verklaard dat de reorganisatie die op dat moment werd voorgesteld eerst afgerond zou worden alvorens AVEBE eventueel met nieuwe reorganisatievoorstellen zou komen. Volgens de COR stapelt AVEBE de ene reorganisatie op de andere zonder er ook maar één af te maken. De resultaten van AVEBE bewegen zich op dat moment boven het in augustus 2004 vastgestelde jaarbudget, zodat - aldus de COR - niet gesproken kan worden van onvoorzien slechtere resultaten dan in november 2004 (toen de door de COR bedoelde toezegging werd gedaan). De COR is verder van mening dat de voorgestelde nieuwe structuur voor AVEBE geen goede is. Een andere klacht van de COR is dat in de adviesaanvraag de oude structuur niet (op eventueel falen) wordt geëvalueerd. Volgens de COR wordt in feite slechts één argument aangevoerd, dat van kostenreductie. Voorts wijst de COR erop - onder het noemen van een drietal voorbeelden - dat slechts een gering deel van de 186 arbeidsplaatsen (die volgens de adviesaanvraag - in ieder geval - als gevolg van de implementatie van de voorgestelde functionele organisatie komen te vervallen) is toe te schrijven aan het opheffen van de OpCo's. De rest behelst een generieke korting op personeel, welke korting - aldus de COR - voor een deel haar basis vindt in eerdere plannen. Een zodanige generieke korting kan ook in de OpCo-structuur plaatsvinden, zo voert de COR aan. In de motivering van de adviesaanvraag treft de COR geen nieuwe elementen aan. Met betrekking tot de gepresenteerde financiële cijfers merkt de COR op dat die niet aansluiten bij de geconsolideerde noch bij de enkelvoudige jaarrekening. In dat kader stelt de COR voor met AVEBE overleg te voeren over een verduidelijking van de financiële analyse.

2.16 Naar aanleiding van het advies van de COR heeft overleg tussen partijen plaatsgevonden. In een brief van 8 juni 2005 heeft de COR een aantal vragen met betrekking tot de relatie tussen de reorganisatie Apple Tree en de op dat moment voorliggende adviesaanvraag aan AVEBE voorgelegd. Uit het verzoekschrift (paragraaf 40) begrijpt de Ondernemingskamer dat die vragen in een op 10 juni 2005 gehouden overlegvergadering zijn beantwoord.

2.17 Bij brief van 21 juni 2005 heeft de COR een aanvullend advies uitgebracht. De COR schrijft daarin dat hij, op verzoek van AVEBE, het eerdere advies van 25 mei 2005 heeft heroverwogen, maar - vrij weergegeven - niet tot andere inzichten is gekomen. Volgens de COR blijkt uit de nadien door AVEBE aan hem verstrekte informatie (onder meer) dat geen advies is gevraagd aan de ondernemingsraden van de OpCo's over de arbeidsplaatsen die "tot op heden zijn geschrapt" (de Ondernemingskamer begrijpt dat de COR hier doelt op de "414", genoemd in meergenoemde brief van 9 november 2004). Volgens de COR blijkt uit de overgelegde cijfers voorts dat - hoewel die adviesaanvragen zijn ingetrokken - begonnen is met de samenvoeging van twee OpCo's alsook met de reorganisatie van de afdeling HRM. Ook heeft AVEBE, zo constateert de COR, inmiddels toegegeven dat in de 186 arbeidsplaatsen die volgens de adviesaanvraag als gevolg van de voorgestelde functionele organisatie komen te vervallen 48 arbeidsplaatsen zitten "uit Apple Tree". De beide reorganisaties lopen dus door elkaar heen, aldus de COR. Voorts is het volgens de COR zo dat in het aantal van 186, arbeidsplaatsen zitten die niet toe te schrijven zijn aan de voorgestelde reorganisatie, maar die zien op de mogelijke (komende) beslissing te stoppen met het produceren van producten voor de textielindustrie. Met betrekking tot de financiële cijfers merkt de COR op dat met hetgeen AVEBE in dat verband heeft opgemerkt de door de COR geconstateerde problemen met de (in 2.15 genoemde) aansluiting niet zijn opgelost. Geconstateerd wordt dat AVEBE niet is ingegaan op de in het advies van 25 mei 2005 gedane suggestie om gezamenlijk over de cijfers te praten.

2.18 AVEBE heeft bij brief van 21 juni 2005 de COR bericht dat zijn adviezen haar geen reden heeft gegeven terug te komen op het voorgenomen besluit. In de brief gaat AVEBE in op de door de COR in zijn advies en nadere advies aangedragen argumenten.

3. De gronden van de beslissing

3.1 De COR heeft gesteld dat het besluit van 21 juni 2005 (verder het besluit te noemen) kennelijk onredelijk is - waarmee, naar de Ondernemingskamer begrijpt, wordt gedoeld op de toets van artikel 26 lid 5 tweede volzin Wet op de ondernemingsraden (WOR) - zowel vanwege de wijze waarop het besluit tot stand is gekomen als naar de inhoud daarvan. Meer concreet heeft de COR na te noemen bezwaren aangevoerd:

1) AVEBE is zonder goede gronden de op 9 november 2004 gemaakte afspraak niet nagekomen door zonder voorafgaand overleg met de COR de Functionele Organisatie als voorgenomen besluit ter advisering voor te leggen;

2) AVEBE heeft in strijd met de gemaakte afspraken nagelaten de COR te betrekken bij de verdere ontwikkeling van Attack;

3) AVEBE heeft in strijd met artikel 24 WOR nagelaten de COR tijdig te informeren over de beleidsvoornemens die zij in voorbereiding had met betrekking tot de Functionele Organisatie en heeft nagelaten met de COR afspraken te maken wanneer en op welke wijze de COR in de besluitvorming wordt betrokken;

4) AVEBE had de COR dienen te informeren over het standpunt van het CWI bij mail van 1 oktober 2004 en de risico's en gevolgen van een afwijzing van ontslagvergunningen, waardoor zowel de belangen van de betrokken medewerkers als die van de COR wezenlijk geschaad zijn;

5) Gezien de inhoud van het bericht van het CWI van 1 oktober 2004 had AVEBE in alle redelijkheid tijdens de kantinebijeenkomsten van 26 oktober 2004 en ook nadien niet de verwachtingen mogen wekken die AVEBE gewekt heeft met betrekking tot ouderenregeling, doorstroming jongere werknemers en geen gedwongen ontslagen;

6) AVEBE heeft, zonder voorafgaand overleg met de COR en zonder overleg met de bonden, eenzijdig de werking van het Sociaal Plan 2002-2005 opgeschort;

7) De onderneming wordt zonder goede gronden wederom met een reorganisatie geconfronteerd terwijl de voorafgaande reorganisatie nog niet is uitgevoerd en er geen goede redenen zijn om de uitvoering van Apple Tree voorlopig terzijde te schuiven;

8) Als een van de hoofdmotieven voor het besluit wordt opgegeven het niet kunnen realiseren van voorgaande reorganisaties, als gevolg van de financiële consequenties van het Sociaal Plan 2002-2005, terwijl de werking van dat plan eindigt op hetzelfde tijdstip als waarop het besluit tot uitvoering komt; in alle redelijkheid kan het Sociaal Plan 2002-2005 dus geen blokkade zijn voor de verdere uitvoering van de gemaakte afspraken in het kader van Apple Tree en de "414";

9) De overige motieven en argumenten voor het besluit zijn precies hetzelfde als de motieven en argumenten die in 2002 ten grondslag lagen aan het (tegenovergestelde) besluit tot invoering van de OpCo's; AVEBE heeft onvoldoende aannemelijk weten te maken waarom de Functionele Organisatie de gestelde doelen wel zal kunnen realiseren;

10) Op grond van het besluit komen arbeidsplaatsen (52 van de 186) te vervallen die niet toe te rekenen zijn aan de invoering van de Functionele Organisatie; het besluit ontbeert in dat opzicht een deugdelijke grondslag en preludeert op besluiten die nog moeten worden genomen onderscheidenlijk waar nog advies over gevraagd moet worden;

11) Onduidelijk is hoeveel functies er uiteindelijk komen te vervallen en hoe zich dat verhoudt tot de 414 van Apple Tree.

3.2 De Ondernemingskamer stelt, met AVEBE, vast dat de hiervoor onder 4), 5) en 6) genoemde bezwaren hoe dan ook niet kunnen leiden tot de conclusie dat AVEBE - kort gezegd - het besluit niet had mogen nemen. Wat betreft het zesde bezwaar geldt dat de implementatiedatum van het besluit 1 augustus 2005 is, waarmee de relevantie van dat bezwaar tegen het besluit - wat daarvan verder zij - wegvalt. De in de bezwaren 4) en 5) door de COR aangesneden kwestie (of AVEBE mogelijk onterecht verwachtingen heeft gewekt ten aanzien van het slagen van de ouderenregeling) is in het kader van de onderhavige procedure evenmin relevant. De COR lijkt te suggereren dat hij destijds door AVEBE terzake op het verkeerde been is gezet en vervolgens, ten behoeve van de CWI-procedure, een positief advies heeft gegeven over de Apple Tree adviesaanvraag. Het destijds door AVEBE genomen besluit met betrekking tot die adviesaanvraag is hier echter niet aan de orde. De juistheid van de bezwaren 4) en 5) kan mitsdien in het midden blijven.

3.3 De bezwaren 1) tot en met 3) lenen zich voor gezamenlijke behandeling. De Ondernemingskamer overweegt dienaangaande als volgt.

3.4 Wat betreft de uitleg van de in de brief van AVEBE van 9 november 2004 opgenomen, hiervoor in 2.6 aan het slot geciteerde afspraak ("Nieuwe voorgenomen besluiten zullen pas in behandeling worden genomen, nadat daar over met de COR consensus is bereikt (...)"), is de Ondernemingskamer van oordeel dat de door AVEBE voorgestane uitleg uiterst onaannemelijk is en die van de COR, daarentegen, uiterst aannemelijk. Reeds het feit dat in de bewuste brief van 9 november 2004 staat dat de "414" het kader is waarbinnen aan de ondernemingsraden nader advies zal worden gevraagd (cursivering Ondernemingskamer) conform artikel 25 lid 1 WOR met betrekking tot Apple Tree-Zero Base, doet het uiterst onwaarschijnlijk zijn dat, zoals AVEBE betoogt, partijen destijds hebben afgesproken of bedoeld hebben af te spreken dat in verband met de ouderenregeling voorshands geen uitvoering zou worden gegeven aan Apple Tree (en dat vorenbedoelde afspraak enkel zag op "geen nadere adviesaanvragen in het kader van Apple Tree"). In de brief staat immers juist het tegenovergestelde: aan de ondernemingsraden zal nader advies worden gevraagd met betrekking tot de uitvoering van Apple Tree (en Zero Base). Daar komt bij dat in bedoelde afspraak de beperking, zoals door AVEBE bepleit, op geen enkele wijze is verwoord. Ten slotte is duidelijk dat in de brief van 9 november 2004 wordt gereageerd op het hiervoor in 2.5 gedeeltelijk geciteerde concept advies van de COR op de Apple Tree adviesaanvraag. In de brief van 9 november 2004 wordt immers steeds gerefereerd aan de in dat concept genoemde punten (waarbij het hier met name om punt 1.3 gaat). Wanneer hetgeen staat onder 1.3 in het conceptadvies wordt gelezen in samenhang met de reactie die in de brief van 9 november 2004 op dat punt wordt gegeven en tegen die achtergrond de tekst van de zojuist vermelde afspraak wordt beschouwd, kan niet tot een andere conclusie worden gekomen dan dat de COR er (in ieder geval) op heeft mogen vertrouwen dat hij met AVEBE had afgesproken dat de afspraak zag op alle adviesaanvragen die nadien bij de COR zouden worden ingediend op een moment dat de uitvoering van Zero Base en Apple Tree nog niet was afgerond. Bij dit alles komt bovendien nog dat, zoals AVEBE zelf - onder meer in het besluit op pagina 3 bovenaan- heeft gesteld, de contacten met het CWI ten tijde van het schrijven van de brief van 9 november 2004 "zeer hoopvol" waren en dat volgens AVEBE eerst in januari 2005 (en niet reeds met de brief van 10 oktober 2004) duidelijk werd dat het met de ouderenregeling "de verkeerde kant uitging". Daarvan uitgaande, is - nog afgezien van de uitdrukkelijke mededeling dat de ondernemingsraden nader advies zal worden gevraagd met betrekking tot Apple Tree-Zero Base - niet goed begrijpelijk dat onderscheidenlijk waarom niettemin al in november 2004 zou zijn besloten de verdere uitvoering van Apple Tree - in verband met de toepassing van het Sociaal Plan 2002-2005 ( in de situatie dat de ouderenregeling niet zou kunnen "zorgen" voor vervangende functies) - in afwachting van de uitkomst van de CWI-procedures op te schorten. Daardoor zou immers (kostbaar) tijdverlies met de voortgang van het terugbrengen van arbeidsplaatsen optreden

3.5 Ten overvloede merkt de Ondernemingskamer in dit verband nog op dat de COR uitdrukkelijk heeft gesteld dat de bestuurder (Krijne) ook tijdens de zogenaamde kantinebijeenkomsten van 26 oktober 2004 heeft verklaard dat de reorganisatie die op dat moment werd voorgesteld (Apple Tree) eerst zou worden afgerond alvorens AVEBE eventueel met nieuwe reorganisatievoorstellen zou komen. Dit is door AVEBE niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist.

3.6 Hetgeen AVEBE in dit verband overigens nog te berde heeft gebracht is onvoldoende om in vorenstaand oordeel wijziging te brengen. De Ondernemingskamer verwerpt mitsdien de door AVEBE voorgestane (hiervoor onder 3.4 nader aangeduide) beperkte lezing van meerbedoelde afspraak. Er zij overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden op grond waarvan AVEBE in redelijkheid niet (langer) aan de gemaakte afspraak gehouden zou kunnen worden of dat die afspraak "dat er binnen de Appletreeperiode geen andere reorganisatie zou komen" zich niet ook uitstrekt tot de reorganisatie waarom het in deze zaak gaat.

3.7 De Ondernemingskamer stelt vast dat AVEBE voorafgaand aan het indienen van onderhavige adviesaanvraag geen overleg als in de afspraak omschreven met de COR heeft gevoerd. Voorzover AVEBE meent dat het overleg dat zij met de COR gevoerd heeft in het kader van de adviesaanvraag "samenvoeging OpCo's Paper en Specialties" kan doorgaan voor een zodanig overleg, volgt de Ondernemingskamer haar daarin niet. Het gaat hier duidelijk om twee verschillende adviesaanvragen, niet alleen qua inhoud als zodanig maar ook wat betreft de mate van verstrekkendheid. Zo hield de samenvoeging van genoemde twee OpCo's, naar AVEBE destijds heeft verklaard, in dat alleen werd ingegrepen op managementniveau. Dat (slechts) daarvan - waarbij de Ondernemingskamer ook nog wel wil uitgaan van "nagenoeg alleen" - sprake zou zijn bij de onderhavige aangelegenheid is gesteld noch gebleken en komt de Ondernemingskamer, gelet op het aantal arbeidsplaatsen dat volgens AVEBE met de ingreep is gemoeid (186), ook onwaarschijnlijk voor. Overigens is ook door de COR gesteld en door AVEBE niet of onvoldoende weersproken dat onder de 186 arbeidsplaatsen vele vallen die zich bevinden op uitvoerend niveau. Dat partijen op 10 december 2004 hebben afgesproken dat de adviesaanvraag met betrekking tot de (toen) voorgenomen samenvoeging van eerdergenoemde twee OpCo's per 1 april 2005 zou worden ingediend, mist om diezelfde reden betekenis voor de kwestie waar het in deze procedure om gaat. Voorzover AVEBE nog heeft aangevoerd dat de besluitvorming ter zake van de functionele organisatie is voortgevloeid uit het project Attack en dat de COR bij dat project betrokken is geweest, geldt allereerst dat daarmee de afspraak niet van de baan is. Daar komt bij dat de COR heeft gesteld - en AVEBE niet heeft weersproken - dat hij slechts tijdens de overlegvergadering van 10 januari 2005 over het project Attack is geïnformeerd, dat het toen slechts om strategieontwikkeling (en niet om inrichting van de organisatie) ging en dat, ondanks de aan het eind van de bewuste vergadering daarover gemaakte (in 2.10 vermelde) afspraak, het onderwerp tijdens een volgend overleg nooit meer aan de orde is geweest.

3.8 AVEBE heeft zich ook nog op de "redelijkheid en billijkheid" beroepen, daarbij - naar de Ondernemingskamer begrijpt - doelend op de laatste zinsnede van de afspraak (zowel de COR als AVEBE zullen daarbij in redelijkheid en billijkheid handelen). Zij gaat er daarbij echter aan voorbij dat die zinsnede er op ziet dat zowel de COR als AVEBE tijdens en bij het te voeren overleg zich jegens elkaar met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid moeten gedragen. Anders gezegd, er zijn omstandigheden denkbaar dat de ene partij zich niet aan een door de andere partij voorgestane uitkomst van het debat (over het al of niet in behandeling nemen van een nieuw voorgenomen besluit) kan onttrekken. Nu echter in het geheel geen overleg heeft plaatsgevonden (ook niet toen de COR daar, na indiening van de adviesaanvraag, alsnog om vroeg), wordt aan bedoelde toets niet toegekomen, daargelaten of AVEBE ter staving van haar voormelde beroep - ook overigens - voldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd.

3.9 Dat de COR zich, zoals in het besluit wordt opgemerkt, op geen enkel moment vóór 25 mei 2005 op de afspraak heeft beroepen, is evident onjuist. De COR heeft zich daarop beroepen zodra hij kennis kreeg van onderhavige adviesaanvraag. De Ondernemingskamer verwijst naar de hiervoor in 2.12 weergegeven feiten. Ook tegen de (in de woorden van AVEBE) "indiening eerste versie van Attack" op 26 november 2004 heeft de COR, zoals volgt uit hetgeen hiervoor in 2.9 is weergegeven en dus anders dan AVEBE heeft opgemerkt, wel degelijk een beroep op de afspraak gedaan. Tegen die achtergrond acht de Ondernemingskamer het verder niet van belang of de COR dat bezwaar al of niet ook nog op andere momenten heeft gemaakt (bij voorbeeld op de in het besluit genoemde andere momenten, nog daargelaten dat de COR betwist dat de onderhavige adviesaanvraag méér is aangekondigd dan dat de woorden "functionele organisatie" in februari 2005 een keer door AVEBE zijn gebruikt).

3.10 Op grond van al het vorenstaande is de Ondernemingskamer van oordeel dat, reeds vanwege de wijze waarop het bestreden besluit tot stand is gekomen, geoordeeld moet worden dat AVEBE bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit had kunnen komen.

3.11 Dit betekent dat de Ondernemingskamer niet toekomt aan de overige door de COR aangevoerde bezwaren. In het midden latend of zulks (op zichzelf) voldoende grond zou zijn geweest voor het oordeel dat het om een (kort gezegd) kennelijk onredelijk besluit gaat, merkt de Ondernemingskamer in dit verband - ten overvloede - op dat het ook haar vooralsnog niet geheel duidelijk is waarom de (door beide partijen noodzakelijk geachte) inkrimping van arbeidsplaatsen niet ook, althans eerst, kan plaatsvinden door uitvoering van (kort gezegd) de "414" operatie. Die onduidelijkheid komt mede voort uit het feit dat de motivering van het besluit (in de adviesaanvraag) goeddeels bestaat uit de constatering "dat het goedkoper moet" en niet of nauwelijks uit een analyse van de wijze waarop de organisatie nu - met OpCo's - is ingericht (laat staan dat uiteengezet wordt waarom die huidige inrichting niet goed (meer) werkt). Als het met name zou gaan om het verminderen van het aantal managers, moet gezegd worden dat dit uit de toelichting op het (toen: voorgenomen) besluit noch uit het gepresenteerde cijfermateriaal op te maken valt. Ook overigens lijken er nog de nodige onduidelijkheden te bestaan, zoals met betrekking tot de vraag hoeveel arbeidsplaatsen nu precies vervallen en of dat vervallen het gevolg is van de beoogde nieuwe inrichting of van een zogenoemde generieke korting van de beslissing te stoppen met het produceren van producten voor de textielindustrie, en met betrekking tot de vraag bij hoeveel van die arbeidsplaatsen het gaat het om een " 414"-plaats. Voorzover aan het besluit ten grondslag is gelegd dat eerdere reorganisaties niet konden worden doorgezet vanwege het (dure) Sociaal Plan 2002-2005, is juist de constatering van de COR dat dit argument niet langer opgaat. Genoemd sociaal plan is immers niet meer van toepassing (en in zoverre staat nu dus niets in de weg aan het alsnog doorzetten van bedoelde reorganisaties).

3.12 Het hiervoor overwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing.

4. De beslissing

De Ondernemingskamer:

verklaart voor recht dat AVEBE U.A. bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het in deze zaak bestreden besluit van 21 juni 2005 had kunnen komen;

legt AVEBE U.A. de verplichting op dat besluit geheel in te trekken en de gevolgen daarvan ongedaan te maken;

verbiedt AVEBE U.A. uitvoering te geven aan dat besluit;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. Willems, voorzitter, mr. Goslings en mr. Mohr, raadsheren, prof. dr. Van Hoepen RA en drs. Nabbe, raden, in tegenwoordigheid van mr. Van Hassel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 7 oktober 2005.

coll.: