Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2005:AU0853

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-04-2005
Datum publicatie
30-08-2005
Zaaknummer
23-002565-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft, samen met zijn mededaders, in een kort tijdsbestek drie gewelddadige overvallen gepleegd. Deze overvallen hebben plaats gevonden in belwinkels, waarbij de daders zich soms voordeden als klanten. Tijdens de overvallen zijn telkens de in de winkels aanwezige personen met een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp bedreigd. Veroordeling tot 5 jaar gevangenisstraf.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 282
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 317
Wetboek van Strafrecht 416
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer:

rolnummer: 23-002565-04

datum uitspraak: 28 april 2005

TEGENSPRAAK

VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 5 juli 2004 in de strafzaak onder parketnummer 13-125192-03 van het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1984],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is, blijkens mededeling van de raadsman op de terechtzitting, niet gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep opgenomen beslissing ten aanzien van het onder 1 en 3 tenlastegelegde.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 21 juni 2004 en op de terechtzittingen in hoger beroep van 1 en 15 maart 2005 en 14 april 2005.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, overeenkomstig de op de terechtzitting in eerste aanleg van 21 juni 2004 op vordering van de officier van justitie toegestane wijziging tenlastelegging.

Van die dagvaarding en vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt - voor zover in hoger beroep nog aan de orde - hier overgenomen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest het hof deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - zal worden vernietigd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewezengeachte

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 subsidiair, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

- ten aanzien van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde -

hij in de periode van 7 september 2003 tot en met 6 oktober 2003 te Amsterdam een kentekenbewijs (nummer [kenteken], deel I en II) heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

- ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde -

hij op 25 september 2003 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld

- [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van telefoonkaarten en een geldbedrag, toebehorende aan winkelbedrijf Comback Telecom (Johan Huizingalaan 174B) en

- [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon (van het merk Nokia, type 6210), toebehorende aan die [slachtoffer 2]

en

hij op 25 september 2003 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen telefoonkaarten, toebehorende aan winkelbedrijf Comback Telecom (Johan Huizingalaan 174B), welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren,

welke bedreiging met geweld bij bovengenoemde afpersing en diefstal hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk dreigend

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "Geef me alles wat je hebt" en

- een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] heeft/hebben voorgehouden en dat vuurwapen, althans dat voorwerp, op die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "Stil, als je gaat schreeuwen dan ga ik je schieten" en "Als je de deur niet open doet dan schiet ik je" en "Niet achter ons aan lopen, anders ga ik schieten" en

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Kom eruit, wat heb je";

- ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde -

hij op 3 oktober 2003 te Amsterdam, in een winkel gelegen aan de Nieuwezijds Armsteeg nr. 6, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s),

- een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend en dreigend voorwerp aan die [slachtoffer 3] getoond en voorgehouden en gehouden in de richting van die [slachtoffer 3] en

- tegen die [slachtoffer 3] gezegd: "Maak die deur open, anders maak ik je dood" en

- die [slachtoffer 3] bij diens kleding vastgepakt en meegesleurd en

- die [slachtoffer 3] met een pistool, in elk geval een hard voorwerp, in de nek geslagen en

- die [slachtoffer 3] in een telefooncel en in een kassahok gebracht en vervolgens de deur van het kassahok op slot gedaan;

- ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde -

hij op 3 oktober 2003 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

- telefoons en een geldbedrag van ongeveer 800 euro en opwaardeerkaarten en beltegoedkaarten en

- een ketting en een mobiele telefoon van het merk Ericsson R600,

toebehorende aan winkelbedrijf Lucky Budget (gevestigd Nieuwezijds Armsteeg nr. 6) en/of aan [benadeelde 1] en/of [slachtoffer 3], welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] (werkzaam in voornoemde winkel), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren,

en

hij op 3 oktober 2003 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 3] (werkzaam en aanwezig in winkelbedrijf Lucky Budget, gevestigd Nieuwezijds Armsteeg nr. 6) heeft gedwongen tot de afgifte van een herenhorloge en een gouden ring, toebehorende aan die [slachtoffer 3],

welk geweld en welke bedreiging met geweld bij bovengenoemde diefstal en afpersing hierin bestonden dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk gewelddadig en dreigend

- een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend en dreigend voorwerp aan die [slachtoffer 3] heeft/hebben getoond en voorgehouden en gehouden in de richting van die [slachtoffer 3] en

- tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd: "Maak die deur open, anders maak ik je dood" en

- die [slachtoffer 3] bij diens kleding heeft/hebben vastgepakt en meegesleurd en

- die [slachtoffer 3] met een pistool, in elk geval een hard voorwerp, in de nek heeft/hebben geslagen en

- die [slachtoffer 3] in een kassahok heeft/hebben opgesloten en

- de kleding van die [slachtoffer 3] heeft/hebben afgetast en doorzocht;

- ten aanzien van het onder 7 tenlastegelegde -

hij op 24 september 2003 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een belwinkel, genaamd Brother Centre, gevestigd Ceintuurbaan nr. 31, heeft weggenomen een portemonnee (inhoudende onder meer ongeveer 35 euro) en een doos (inhoudende onder meer telefoonkaarten) en zakjes met euromunten en drie telefoons, toebehorende aan anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] (werkzaam en aanwezig in voornoemde winkel), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), opzettelijk gewelddadig en dreigend

- een pistool, in elk geval een vuurwapen of een daarop gelijkend en dreigend voorwerp heeft/hebben getoond en doorgeladen en aan die [slachtoffer 4] voorgehouden en gehouden in de richting van het hoofd van die [slachtoffer 4] en

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd: "Gooi dat mes weg en ga op de grond zitten" en "Je belt niemand en je beweegt niet" en

- die [slachtoffer 4] met kracht heeft/hebben vastgepakt en naar achteren heeft/hebben getrokken en geduwd en

- met een hard voorwerp op het hoofd van die [slachtoffer 4] heeft/hebben geslagen en

- de kleding van die [slachtoffer 4] heeft/hebben afgetast en doorzocht.

Hetgeen onder 2 subsidiair, 4, 5, 6 en 7 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezengeachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Overweging ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde

In regel 12 van het onder 7 tenlastegelegde ontbreken de woorden "... diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld..."

Het hof heeft de tekst ingelezen als in de bewezenverklaring vermeld, door de tekst van bedoeld artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht letterlijk te volgen. Nu verdachte noch zijn raadsman consequenties heeft verbonden aan het ontbreken van een deel van de tekst in de tenlastelegging en het verdachte, zoals tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, duidelijk is geweest wat met de tenlastelegging bedoeld was en verdachte derhalve begreep waartegen hij zich moest verdedigen en zich ook heeft verdedigd, is verdachte door het inlezen van het weggevallen stuk tekst niet in de verdediging geschaad.

Bespreking van verweren

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde aangevoerd dat verdachtes betrokkenheid bij dit feit niet kan worden aangetoond nu getuige [slachtoffer 2] ter terechtzitting in hoger beroep zijn cliënt niet als één van de daders heeft herkend.

Het hof overweegt hieromtrent dat het enkele feit dat de getuige [slachtoffer 2] verdachte niet herkent als één van de daders van de overval, niet per definitie inhoudt dat verdachte niet betrokken is geweest bij het onder 4 tenlastegelegde. Het hof is van oordeel dat er voldoende andere bewijsmiddelen zijn die verdachtes betrokkenheid bij dit feit aantonen.

De raadsman heeft gesteld dat in het onder 5 tenlastegelegde feit geen sprake is van geweest van vrijheidsberoving als bedoeld in artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de eerste vier tenlastegelegde feitelijke handelingen betrekking hebben op het gepleegde geweld met het oog op de beroving en dat slechts de vijfde feitelijke handeling ziet op een mogelijke vrijheidsberoving.

Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat geen sprake kan zijn van wederrechtelijke vrijheidsberoving omdat de aangever over een reservesleutel beschikte en hij zich dus snel kon bevrijden.

Voorts heeft de raadsman gesteld dat verdachte geen uitvoeringshandelingen heeft gepleegd, noch betrokken was bij het maken van een plan tot wederrechtelijke vrijheidsberoving van het slachtoffer, en dat zijn opzet hier niet op was gericht.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof is van oordeel dat de handelingen zoals in de tenlastelegging vermeld in onderling verband en samenhang bezien hebben geleid tot de voltooiing van de wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Uit de verklaring van de aangever (pag. 908 van het dossier) blijkt onder meer dat hij door de daders is opgesloten, dat de sleutel is omgedraaid en dat hij is blijven zitten kennelijk omdat hij bang was. Onder die omstandigheden is sprake van wederrechtelijke vrijheidsberoving en het bezit van een reservesleutel doet daar niet aan af.

Het hof is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte zich heeft gedistantieerd van de wederrechtelijke vrijheidsberoving, zodat het verweer faalt.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 7 tenlastegelegde gesteld dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] gezien hun onbetrouwbaarheid niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat [medeverdachte 1] bij de politie, de rechter-commissaris, de rechtbank en ter terechtzitting in hoger beroep steeds afwisselend heeft verklaard dat hij het gebruikte wapen voor de overval van verdachte, dan wel van medeverdachte [medeverdachte 2] heeft gekregen.

Voorts heeft de raadsman gesteld dat verdachte slechts een diefstal wilde plegen en geen sprake was van een gemeenschappelijk plan en uitvoering betreffende diefstal met geweld.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit de verklaringen van [medeverdachte 1] blijkt de aanwezigheid en deelname van verdachte bij het plegen van de overval. Op dit punt heeft [medeverdachte 1] steeds helder en consistent verklaard, waardoor de verklaringen voor het bewijs kunnen worden gebezigd.

Gelet op de bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] en met name de verklaring van de aangever, blijkt niet dat verdachte zich heeft gedistantieerd van de overval en het daarbij gebruikte geweld. Voor zover de raadsman heeft betoogd dat uit de afdrukken van de beelden van de bewakingscamera het tegendeel blijkt, is het hof van oordeel dat dit niet op die afdrukken valt waar te nemen.

Strafbaarheid van het bewezengeachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezengeachte uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezengeachte levert op:

- ten aanzien van het onder 2 subsidiair bewezengeachte -

Opzetheling;

- ten aanzien van het onder 4 bewezengeachte -

Afpersing door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

en

diefstal, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

- ten aanzien van het onder 5 en 6 bewezengeachte -

De voortgezette handeling van:

het medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven

en

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing door twee of meer verenigde personen;

- ten aanzien van het onder 7 bewezengeachte -

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank te Amsterdam heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest, verbeurdverklaring van het in beslag genomen geld en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]/Comback Telecom tot een bedrag van 226 euro en 89 cent en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van 11.342 euro.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf(fen)/maatregel(en) als de rechter in eerste aanleg heeft opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft, samen met zijn mededaders, in een kort tijdsbestek drie gewelddadige overvallen gepleegd. Deze overvallen hebben plaats gevonden in belwinkels, waarbij de daders zich soms voordeden als klanten. Tijdens de overvallen zijn telkens de in de winkels aanwezige personen met een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp bedreigd. Op deze wijze is door de daders onder andere een grote hoeveelheid telefoons, beltegoedkaarten en geld buit gemaakt. Bij één van deze overvallen is een winkelmedewerker zelfs opgesloten in een kassahok, nadat hij reeds gedurende enige tijd onder bedreiging van een vuurwapen (of een daarop gelijkend voorwerp) in een telefooncel was gezet, waar bij werd gefouilleerd en werd gedwongen zijn sieraden af te geven.

Door de daders werd het gebruik van lichamelijk geweld niet geschuwd om slachtoffers te dwingen mee te werken. Door het handelen van verdachte en zijn mededaders hebben de slachtoffers niet alleen financiële schade opgelopen, maar ook veel angst ondervonden. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke geweldsmisdrijven nog lange tijd de nadelige psychische gevolgen hiervan kunnen ondervinden. Ook in het algemeen heeft verdachte het gevoel van veiligheid van winkeliers en klanten in het bijzonder en de samenleving als geheel ernstig verstoord.

Verdachte heeft geen enkel moment stil gestaan bij het leed dat hij de slachtoffers heeft aangedaan en zich enkel laten leiden door een zucht naar financieel gewin.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan heling van een kentekenbewijs.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatiedienst van 5 november 2004, is verdachte reeds verschillende malen voor gewelds- en vermogensmisdrijven veroordeeld. Het hof heeft geconstateerd dat verdachte vlak voor het begaan van de bewezenverklaarde feiten was vrij gekomen uit detentie. Dat verdachte hierna kennelijk gewoon op de oude voet is doorgegaan, rekent het hof hem zwaar aan.

Het hof heeft kennis genomen van de navolgende rapportages die over verdachte zijn opgemaakt.

Uit het Pro-Justitia rapport van 7 februari 2004, opgemaakt door D. Breuker, gezondheids-zorgpsycholoog, blijkt, zakelijk weergegeven, dat bij verdachte weliswaar geen sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, maar dat er wel voldoende gedragscriteria zijn die duiden op de aanwezigheid van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Deze stoornis wordt gekenmerkt door een zwakke identiteit, een gestoorde gewetensfunctie en een gebrekkig frustratietolerantieniveau. De gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens was ook aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde en er bestaat zeker een relatie tussen deze gebrekkige ontwikkeling en de tenlastegelegde feiten.

Verdachte kan als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd. De kans op herhaling wordt aanzienlijk groot geacht. Op basis van de antisociale persoonlijkheidsstoornis, de justitiële voorgeschiedenis en het ontbreken van voldoende beschermingsfactoren zal verdachte zeker recidiveren indien hij zonder verdere behandeling wordt teruggeplaatst in zijn huidige omgeving. De psycholoog adviseert plaatsing in een begeleid wonen project en verplicht klinisch behandelingscontact in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel.

Het voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland, op 16 maart 2004 opgemaakt door J. van Hagen, sluit zich aan bij dit advies.

Het hof neemt de conclusie over van de gezondheidszorgpsycholoog, inhoudende dat de verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar is.

Het hof is echter met de rechtbank van oordeel dat, gelet op de zeer ernstige feiten en het strafrechtelijk verleden van verdachte, oplegging van een voorwaardelijk strafdeel een reeds gepasseerd station is en derhalve aan genoemde adviezen geen gevolg kan worden gegeven.

Naar het oordeel van het hof kan slechts een langdurige gevangenisstraf recht doen aan het door verdachte veroorzaakte leed en aan de behoefte van de samenleving om tegen het gedrag van verdachte te worden beschermd.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte te kampen heeft met zwaardere detentie-omstandigheden, veroorzaakt door bezuinigingsmaatregelen in de justitiële inrichtingen. Het hof is van oordeel dat als gevolg van deze maatregelen de detentie voor verdachte mogelijk wat zwaarder uit valt, maar vindt hierin geen aanleiding de straf te matigen. Het hof acht oplegging van een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden

Vordering van de benadeelde partij Comeback Telecom/[slachtoffer 1]

De benadeelde partij als bedoeld in artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering heeft zich overeenkomstig artikel 51b van dat Wetboek in het onderhavige strafproces gevoegd met een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade als gevolg van het aan verdachte onder 4 tenlastegelegde.

Een gedeelte van de vordering is in eerste aanleg toegewezen.

Het hof is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij van zo eenvoudige aard is, dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Vast is komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 4 bewezengeachte strafbare feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De vordering van de benadeelde partij zal dan ook tot na te melden bedrag worden toegewezen.

Het hof acht voorts termen aanwezig om, als extra waarborg voor betaling van (het toegewezen gedeelte van) de vordering van de benadeelde partij, de verdachte die naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht, de verplichting op te leggen tot betaling van EUR 226,89 aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij als bedoeld in artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering heeft zich overeenkomstig artikel 51b van dat Wetboek in het onderhavige strafproces gevoegd met een vordering tot vergoeding van door haar geleden schade als gevolg van het aan verdachte onder 6 tenlastegelegde.

Een gedeelte van de vordering is in eerste aanleg toegewezen.

Het hof is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard is, dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Deze kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Het hof zal de benadeelde partij daarin dan ook niet ontvankelijk verklaren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 47, 56, 57, 282, 312, 317 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover in hoger beroep aan de orde - en doet opnieuw recht.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewezengeachte omschreven.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 subsidiair, 4, 5, 6 en 7 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (VIJF) JAREN.

Beveelt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in deze zaak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Ten aanzien van de benadeelde partij Comeback Telecom/[slachtoffer 1]:

Wijst toe de vordering van de benadeelde partij en veroordeelt de verdachte om tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan Comeback Telecom/[slachtoffer 1], wonende te [woonplaats], een bedrag van EUR 226,89 (tweehonderdzesentwintig euro en negenentachtig cent), vermeerderd met de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Legt de verdachte voorts op de verplichting tot betaling aan de Staat van een som gelds, groot EUR 226,89 (tweehonderdzesentwintig euro en negenentachtig cent), zulks ten behoeve van Comeback Telecom/[slachtoffer 1] voornoemd.

Beveelt voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 (vier) dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor vermelde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat indien (en voor zover) verdachte heeft voldaan aan één van evenvermelde betalingsverplichtingen, de andere daarmee (in zoverre) komt te vervallen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde 1]:

Verklaart de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat deze benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedragen, te weten:

27. Geld Nederlands, 2 briefjes van 100 euro;

28. Geld Nederlands, 1 briefje van 20 euro;

29. Geld Nederlands, 1 briefje van 5;

30. Geld Nederlands, 1 briefje van 10 euro;

31. Geld Nederlands, 26 briefjes 50 euro.

Gelast de bewaring van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende, te weten:

19. 1.00 STK Niet te definieren goederen, Kl: roze, BEN/T-MOBILE;

20. 1.00 STK Niet te definieren goederen Kl: blauw, ALCATEL mobile, pincode [nummer];

21. 1.00 STK Niet te definieren goederen Kl: staal, NOKIA, zaktelefoon;

22. 1.00 STK Niet te definieren goederen, Kl: blauw, NOKIA telefoon;

23. 1.00 STK Niet te definieren goederen, Kl: zwart, NOKIA ACP-12E acculader;

24. 1.00 STK Niet te definieren goederen, BEN-TMOBILE opwaardeerkaart;

25. 1.00 STK Niet te definieren goederen, ABONNEMENT BEN-tmobile;

26. 1.00 STK Niet te definieren goederen, abonnement Ben-tmobile;

32. 2.00 STK Oorbel, 2 stuks oorbel, goud;

33. 1.00 STK Ring, gouden ring;

34. 1.00 STK Bankbescheiden, GIRO pas, t.n.v. [naam 1];

35. 3.00 STK Niet te definieren goederen, 3 stuks a4 papier met daarom afdruk foto's;

36. 1.00 STK Kleding Kl: zwart, jas;

37. 1.00 STK Niet te definieren goederen Kl: zilver, CARTIER horloge;

38. 1.00 STK Niet te definieren goederen, kentekenbewijs, BMW 525;

39. 1.00 STK Abonnement, t.n.v. [naam 2];

40. 1.00 STK Bon, reg.nr. 0535 Bon juwelier twv 1800 euro;

41. 1.00 STK Bon, reg.nr. 997847 huurcontract VW Lupo;

42. 1.00 STK Bon, schoenen 100 euro;

43. 1.00 STK Bon, VW-Golf [naam 1];

44. 1.00 STK Bon, pandbrief, 1997;

45. 1.00 STK Waardebon, tel.kaart, 3x20 euro;

46. 1.00 STK Telefoonkaart, Nederland, 1x20 euro;

47. 1.00 STK Telefoontoestel, NOKIA 6210;

48. 7.00 STK Bon, 6 pandbewijzen, 1 betalingsbewijs.

Dit arrest is gewezen door de 6e meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Heutink, Mijnsberge en Wildenburg, in tegenwoordigheid van mr. Berk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 april 2005.