Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2005:AU0781

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-07-2005
Datum publicatie
10-08-2005
Zaaknummer
04/04554
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende werkt in 2002 een aantal maanden in Azerbeidjzan en in de VAE. Tussendoor verblijft hij in Nederland. Daar werkt hij niet. Belanghebbende heeft voor zijn buitenlandse inkomsten volledig recht op voorkoming van dubbele belasting. Het Hof stelt het aantal premiedagen voor de premie volksverzekeringen vast op nihil.

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 38, geldigheid: 2005-07-06
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2005-1576

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Vierde Enkelvoudige Belastingkamer

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,

tegen

een uitspraak van de inspecteur van de Belastingdienst te P, de inspecteur, betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2002.

Het Hof heeft het beroep behandeld ter zitting van 22 juni 2005 te Hoorn.

Beslissing

Het Hof:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € XXXXX met vermindering ter voorkoming van dubbele belastingheffing voor het gehele aldus berekende bedrag aan inkomstenbelasting, een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € XXXXX en een premie-inkomen van nihil;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot het beloop van € 644 en wijst de Staat aan dit bedrag aan belanghebbende te voldoen; en

- gelast de Staat het gestorte griffierecht ad € 37 aan belanghebbende te vergoeden.

Gronden

1. Belanghebbende is ingezetene van Nederland. Sinds begin jaren negentig van de vorige eeuw is hij buiten Nederland voor buitenlandse ondernemingen werkzaam in de olie-industrie. Tot de stukken van het geding behoort een verklaring van A, Senior Accountant bij B Ltd. te Bakoe (Azerbeidzjan). Deze verklaart dat belanghebbende van december 2000 tot april 2002 voor B Ltd. werkte en dat alle belastingen over de betreffende periode door B Ltd. zijn betaald. Na terugkeer uit Bakoe verbleef belanghebbende tot 8 augustus 2002 bij zijn gezin in Z. Hij vertrok op die datum naar Dubai (Verenigde Arabische Emiraten), alwaar hij in ieder geval tot en met 31 december 2002 heeft gewerkt voor C. Het van C ontvangen bruto-salaris was in 2002 gelijk aan € XXXXX.

2. Belanghebbende heeft in zijn aangifte over het onderhavige jaar uitsluitend melding gemaakt van buitenlandse inkomsten uit tegenwoordige dienstbetrekking ad € XXXXX, van inkomsten uit de eigen woning tot een bedrag van € XXXXX negatief en van voordeel uit sparen en beleggen ad € XXXXX. De inspecteur heeft de belastbare inkomens uit werk en woning respectievelijk sparen en beleggen conform de aangifte vastgesteld op € XXXXX en € XXXXX. Hij heeft bij de berekening van de verschuldigde inkomstenbelasting geen vermindering ter voorkoming van dubbele belastingheffing toegepast. De premie volksverzekeringen is geheven naar het maximale premie-inkomen van € 27.847.

3. Tussen partijen is niet langer in geschil dat belanghebbende recht heeft op een vermindering ter voorkoming van dubbele belastingheffing voor het inkomen dat hij bij C heeft genoten. Gelet op de werkzaamheden voor C zijn zij voorts eenparig van mening dat de verschuldigde premie volksverzekeringen ten hoogste kan worden berekend naar 218 premiedagen.

4. Het Hof is met de inspecteur van oordeel dat belanghebbende in onvoldoende mate heeft voldaan aan de door de inspecteur gedane verzoeken om informatie. Dit brengt mee dat het Hof het beroep ongegrond dient te verklaren, tenzij belanghebbende overtuigend aantoont dat en in hoeverre de uitspraak op bezwaar onjuist is.

5. Nederland heeft met Azerbeidzjan geen verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing gesloten. Voor dergelijke gevallen is in artikel 38, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen het volgende bepaald:

1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van dubbele belasting in gevallen waarin daaromtrent niet op andere wijze is voorzien, regelen worden gesteld ten einde gehele of gedeeltelijke vrijstelling of vermindering van belasting te verlenen, indien en voor zover het voorwerp van de belasting is onderworpen aan een belasting die vanwege een ander land van het Koninkrijk, een andere Mogendheid of een volkenrechtelijke organisatie wordt geheven.

6. Artikel 9 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (hierna: BvdB 2001) bepaalt onder meer het volgende:

1. Het buitenlandse inkomen uit werk en woning uit een andere Mogendheid bestaat uit het gezamenlijke bedrag van hetgeen de belastingplichtige als bestanddeel van het inkomen uit werk en woning uit die Mogendheid geniet als:

a. (…)

b. belastbaar loon ter zake van het binnen het gebied van de andere Mogendheid in privaatrechtelijke dienstbetrekking verrichten of hebben verricht van arbeid;

(…)

4. Het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde loon wordt bij arbeid die korter dan dertig dagen aaneengesloten binnen het gebied van de andere Mogendheid is verricht, alleen beschouwd te zijn onderworpen aan een belasting naar het inkomen die vanwege die Mogendheid wordt geheven indien blijkt dat ter zake hiervan aan die Mogendheid belasting is betaald.

7. In artikel 12 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, Stb. 1998, 746, is onder meer het volgende bepaald:

1. Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die in Nederland woont en die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie maanden uitsluitend buiten Nederland arbeid verricht, tenzij die arbeid uitsluitend wordt verricht uit hoofde van een dienstbetrekking met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever.

2. Voor de vaststelling van de periode van drie maanden, bedoeld in het eerste lid, worden perioden gedurende welke de arbeid buiten Nederland tijdelijk wordt onderbroken:

a. wegens ziekte, gebreken, zwangerschap, bevalling of werkloosheid;

of

b. wegens verlof, staking of uitsluiting; beschouwd als perioden waarin uitsluitend buiten Nederland arbeid wordt verricht, tenzij tijdens deze perioden arbeid in Nederland wordt verricht.

8. De inspecteur heeft ter zitting verklaard niet langer te willen bestrijden dat belanghebbende van 1 januari 2002 tot 1 april 2002, derhalve gedurende de eerste drie maanden van 2002, in Bakoe verbleef en ook uitsluitend daar werkte. Anders dan de inspecteur meent, is het Hof van oordeel dat belanghebbende heeft doen blijken dat hij in die periode uit zijn werkzaamheden voor B Ltd. een bedrag van € XXXXX aan belastbaar loon heeft genoten. Het Hof acht voorts overtuigend aangetoond dat belanghebbende gedurende zijn verblijf in Nederland geen arbeid heeft verricht. In dit verband bestaat er ook geen enkel aanknopingspunt voor het tegendeel.

9. Het Hof begrijpt het Azerbeidzjaanse belastingrecht aldus dat het loon ad € XXXXX onderworpen is geweest aan een belasting naar het inkomen. De omstandigheid dat belanghebbende geen bescheiden heeft overgelegd waaruit blijkt of en zo ja welk bedrag aan Azerbeidzjaanse inkomstenbelasting is betaald c.q. afgedragen, doet hier niet aan af. Artikel 9, vierde lid, van het BvdB 2001 is in casu immers niet van toepassing.

10. Uit het vorenoverwogene volgt dat zowel het inkomen uit de Azerbeidzjaanse periode als dat uit de periode in de Verenigde Arabische Emiraten voor voorkoming van dubbele belastingheffing in aanmerking komt. Dit brengt mee dat belanghebbende per saldo geen inkomstenbelasting hoeft te betalen over zijn – overigens positieve – belastbare inkomen uit werk en woning.

11. Het Hof overweegt omtrent de heffing van premie volksverzekeringen als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende in Nederland woonde, dat hij gedurende de eerste drie maanden van 2002 in Azerbeidzjan verbleef en dat hij gedurende die hele periode uitsluitend aldaar arbeid heeft verricht. Voorts staat vast dat B Ltd. niet in Nederland is gevestigd. Dit een en ander laat geen andere gevolgtrekking toe dan dat belanghebbende gedurende de eerste drie maanden van 2002 niet premieplichtig was voor de premie volksverzekeringen.

12. Belanghebbende heeft onweersproken gesteld dat hij Azerbeidzjan heeft verlaten omdat hij zich daar niet meer veilig voelde. Daarnaast heeft hij ter zitting onweersproken verklaard dat de terugkeer naar Nederland slechts was bedoeld om tot rust te komen in de aanloop naar een nieuwe dienstbetrekking in de olie-industrie buiten Nederland. Het Hof leidt daaruit af dat de periode dat belanghebbende in Nederland verbleef het karakter had van een periode van werkloosheid tussen het vervullen van twee dienstbetrekkingen in het buitenland.

13. Uit al het vorenoverwogene volgt dat belanghebbende gedurende twee perioden in 2002 buiten Nederland werkzaam is geweest en dat hij in de tussenliggende verlofperiode niet in Nederland werkzaam is geweest. Alsdan is belanghebbende in 2002 niet in Nederland premieplichtig geweest voor de volksverzekeringen.

14. Het Hof acht termen aanwezig voor een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Gelet op het Besluit proceskosten bestuursrecht worden de kosten van de door de gemachtigde beroepsmatig verleende rechtsbijstand begroot op € 644, te weten € 322 x 2 (voor proceshandelingen) x 1 (voor het gewicht van de zaak).

De uitspraak is gedaan op 6 juli 2005 door mr. D.B. Bijl, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van drs. E.T.N.P. Plat als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door het lid van de belastingkamer en de griffier is ondertekend.

Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van het proces-verbaal in geanonimiseerde vorm.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht.

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.