Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2005:AU0353

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-04-2005
Datum publicatie
05-08-2005
Zaaknummer
23-003892-03
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5976
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8963
Na terugverwijzing door: ECLI:NL:HR:2003:AI0023
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte bevond zich op 24 maart 2001 in café "Cristal", toen daar één van de aanwezigen werd neergeschoten door het latere slachtoffer. Aanwezigen hebben [slachtoffer] vervolgens zodanig mishandeld dat hij daarbij het bewustzijn heeft verloren. Verdachte heeft hierna een aantal malen welbewust van dichtbij op [slachtoffer] geschoten. Dat [slachtoffer] deze daad heeft overleefd, is een omstandigheid die geenszins aan verdachte te danken is. Veroordeling tot 8 jaar gevangenisstraf.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 289
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer:

rolnummer: 23-003892-03

datum uitspraak: 14 april 2005

TEGENSPRAAK

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen - na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 16 september 2003 - op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 21 november 2001 in de strafzaak onder parketnummer 09-925711-01 van het openbaar ministerie tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1970],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[woonplaats], [adres],

en aldaar feitelijk verblijvende.

Procesgang

De rechtbank te 's-Gravenhage heeft de verdachte op 21 november 2001 ter zake van poging tot moord veroordeeld. De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft in hoger beroep bij arrest van 4 oktober 2002 het vonnis vernietigd en, opnieuw recht doende, verdachte veroordeeld. De verdachte heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 16 september 2003 het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigd, en de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam verwezen teneinde, met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad, deze in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 7 november 2001 en, na verwijzing, op de terechtzitting van dit hof van 25 maart 2004 en 31 maart 2005.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van die dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd.

Bewezengeachte

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 24 maart 2001 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg met een vuurwapen meermalen heeft geschoten op het lichaam van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezengeachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen

1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 31 maart 2005. Deze verklaring houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik was op 24 maart 2001 in café "Cristal" aan de Herenstraat te 's-Gravenhage. Ik had een vuurwapen bij mij.

2. Een fotokopie conform origineel van een proces-verbaal met nummer PL 1512/2001/15266 - 39 van 24 maart 2001, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1]. Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 24 maart 2001 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [getuige 1]:

Op 24 maart 2001 bevond ik mij in de Herenstraat te 's-Gravenhage. Ik zag dat een Antilliaanse jongen in elkaar werd geslagen. Vervolgens zag ik dat de menigte uit elkaar ging. Hierdoor kon ik de man op de grond zien liggen. Vervolgens zag ik vanuit café "Cristal" een Antilliaanse man komen lopen. Ik zag dat deze man naar de overkant van de straat liep. Voorbij de man op de grond aangekomen zag ik dat de man zich omdraaide. Vervolgens zag ik dat deze man met zijn hand een pistool uit zijn binnenzak pakte, dit pistool op de man op de grond richtte en vervolgens schoot. Door de schoten zag ik de man op de grond drie maal bewegen (schokkende bewegingen). Vervolgens zag ik dat de man alsof er niets aan de hand was het pistool weer in zijn binnenzak stopte, zich omdraaide en rustig weer verder liep in de richting van het Plein.

Ik heb ook een man zien lopen met een wond aan zijn hand. Hij liep te huilen.

3. Een fotokopie conform origineel van een proces-verbaal met nummer PL 1512/2001/15266 - 53 van 26 maart 2001, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3]. Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 26 maart 2001 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige 2]:

Op 24 maart 2001 bevond ik mij in de Herenstraat te 's-Gravenhage. Ik zag dat een man een vuurwapen uit zijn jas pakte. Ik zag dat de man met het vuurwapen gericht op de man voor hem schoot. Ik denk dat er schoten de man geraakt hebben, ik zag ze in het lichaam verdwijnen. De man die zojuist geschoten had liep weg in de richting van het Plein. Op dat moment zag ik een mij redelijk bekende man staan die ik ken als [betrokkene]" (het hof begrijpt telkens: [betrokkene]). Ik liep naar hem toe en vroeg wat er aan de hand was. [betrokkene] reageerde niet, waarop ik hem even door elkaar schudde, hij was echt in een soort schok (het hof begrijpt: shock). Ik vroeg wederom wat er was gebeurd en ik hoorde dat hij zei: "Ik ben geraakt". Ik zag dat [betrokkene] bloed aan zijn hand had.

4. Een proces-verbaal van de terechtzitting van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 september 2002. Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergeven, als de ter terechtzitting afgelegde verklaring van de getuige [getuige 3]:

Op 24 maart 2001 was ik in café "Cristal" in de Herenstraat te 's-Gravenhage. Op een gegeven moment ben ik naar buiten gegaan. Ik zag [slachtoffer] (het hof begrijpt telkens: [slachtoffer]) aan de overkant van de Herenstraat op de grond liggen. Hij werd heel lang geschopt. [slachtoffer] lag op de grond en bewoog niet meer. [verdachte] kwam naar buiten. [verdachte] heeft niet meegedaan aan het aftuigen van [slachtoffer]. [verdachte] liep aan mijn kant van de straat naar rechts en stak toen de straat over. Toen hij aan de overkant van de straat was, liep hij een stukje terug en haalde hij een pistool tevoorschijn. Hij schoot vervolgens van enkele meters afstand een aantal malen op [slachtoffer]. Daarna liep [verdachte] weg in de richting van het Plein. [verdachte] schoot met gestrekte arm op [slachtoffer]. [slachtoffer] lag op dat moment op de grond. Ik heb [betrokkene] (het hof begrijpt: [betrokkene]) niet gezien ten tijde van het schieten.

5. Een proces-verbaal met nummer PL 1512/2001/16152 - 85 van 10 mei 2001, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5]. Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één van hen):

De verwondingen van [slachtoffer] bestaan uit:

- 1 maal kogel in de knie;

- 2 maal kogel laag in de buik;

- 1 maal schotwond in linkerbil.

Nadere bewijsoverweging

Ten aanzien van het bewijs overweegt het hof als volgt.

Door de verdediging is ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat niet verdachte [slachtoffer] heeft beschoten, maar dat zulks zou zijn gedaan door de broer van de man die kort tevoren door die [slachtoffer] is neergeschoten. Ook in het rapport van de CIE gedateerd 6 juni 2001 wordt melding gemaakt van het feit dat [betrokkene], ook wel "[alias]" genaamd, de man is die op [slachtoffer] heeft geschoten, terwijl eveneens de getuige [getuige 4] als getuige in hoger beroep op 31 maart 2005 heeft verklaard dat eerder genoemde [betrokkene] de schutter is geweest. Die verklaring is ook daarom geloofwaardig volgens de verdediging, omdat die [betrokkene] een motief had om op [slachtoffer] te schieten. Het is aannemelijk dat [betrokkene] door de beschieting van zijn broer in een zodanig heftige gemoedsbeweging is geraakt, dat hij in een reactie daarop [slachtoffer], de belager van zijn broer, heeft beschoten.

Anders dan de raadsman van verdachte is het hof van oordeel dat niet [betrokkene] op 24 maart 2001 te 's-Gravenhage schoten heeft gelost op [slachtoffer], maar dat zulks door verdachte is gedaan. Ook de verdediging heeft kennelijk als vaststaand aangenomen, dat op 24 maart 2001 [betrokkene 2] in café "Cristal" aan de Herenstraat te 's-Gravenhage door [slachtoffer] is neergeschoten. Daarbij is [betrokkene], de broer van het slachtoffer, in zijn hand geraakt.

Het hof heeft bij de beoordeling van het voorhanden bewijs ten aanzien van het schietincident waarvan [slachtoffer] het slachtoffer is geworden, als uitgangspunt genomen de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2], van wie aannemelijk is dat zij niet van meet af aan aanwezig zijn geweest bij de gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in en rond het café "Cristal" kort voor het beschieten van [slachtoffer]. Verder is van die getuigen niet aannemelijk geworden, dat zij toen tot de kleine directe kring rond verdachte, [betrokkene] en/of [slachtoffer] voornoemd behoorden.

Op grond van hun verklaringen staat naar het oordeel van het hof het volgende vast.

Zeer kort na de beschieting van [betrokkene] in café "Cristal" is [slachtoffer] voornoemd buiten het café door een aantal personen ernstig mishandeld. Op enig moment nadat die mishandeling is gestopt, komt een man, die niet betrokken is geweest bij die mishandeling, uit voornoemd café, loopt in de richting van [slachtoffer] die inmiddels gewond op de grond ligt, passeert hem, komt terug, haalt een wapen tevoorschijn en schiet hiermee gericht op [slachtoffer]. Vervolgens bergt de schutter het wapen weer op en loopt weg in de richting van het Plein. Een van de getuigen verklaart dat die man handelde alsof er niets aan de hand was en dat hij zijn weg rustig vervolgde na het schietincident. Uit beide verklaringen is af te leiden dat de schutter een ander is geweest, dan degene die aan zijn hand gewond was en ter plaatse aanwezig is geweest en gebleven. Naar het oordeel van het hof staat vast dat laatstgenoemde [betrokkene] was.

De verklaring van de getuige [getuige 3] sluit op voornoemde punten nauw bij die verklaringen aan.

Strafbaarheid van het bewezengeachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezengeachte uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezengeachte levert op:

Poging tot moord.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

Zowel de rechtbank te 's-Gravenhage als vervolgens het hof te 's-Gravenhage, oordelend in hoger beroep, hebben de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van de tijd, door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van de tijd, door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte bevond zich op 24 maart 2001 in café "Cristal", toen daar één van de aanwezigen werd neergeschoten door het latere slachtoffer, [slachtoffer]. Aanwezigen hebben [slachtoffer] vervolgens zodanig mishandeld dat [slachtoffer] daarbij het bewustzijn heeft verloren. Verdachte heeft hierna een aantal malen welbewust van dichtbij op die [slachtoffer] geschoten. Dat [slachtoffer] deze daad heeft overleefd, is een omstandigheid die geenszins aan verdachte te danken is.

Deze levensbedreigende daad, die de rechtsorde ernstig schokt, heeft niet alleen gevolgen voor het slachtoffer, maar draagt ook bij aan de gevoelens van onveiligheid in de maatschappij, temeer nu het feit gepleegd is op de openbare weg, in een drukke uitgaansbuurt.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatiedienst van 28 februari 2005, is verdachte bovendien eerder onder meer ter zake van moord, voor welk feit hij tot kort voor het plegen van het onderhavige feit gedetineerd was, veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

De hierna als zodanig te melden inbeslaggenomen voorwerpen, die aan verdachte toebehoren en bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit zijn aangetroffen, dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, terwijl zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36b, 36d, 45, 63 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewezengeachte omschreven.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) jaren.

Beveelt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in deze zaak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Onttrekt aan het verkeer de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- Pistool

Merk: Smith & Wesson

Type: Springfield Mass

Kleur: Zwart

Materiaal: IJzer

Serienummer: 83636

Eigenaar: [verdachte].

- Patroonhouder + 15 patronen

Merk: Smith & Wesson

Type: Hs. & w.

Kleur: Zilverkleurig met zwarte onderzijde

Materiaal: Chroom

Eigenaar: [verdachte].

- Patroon in doosje pmc legerdoeleinden

Merk: Luger

Type: P8 9 mm

Kleur: Goudkleurig

Hoeveelheid: 5 stuks

Eigenaar: [verdachte].

-

Patroon in doosje pmc legerdoeleinden

Merk: Luger

Type: Pmc 9 mm

Kleur: Goudkleurig

Hoeveelheid: 4 stuks

Eigenaar: [verdachte].

- Patroon in doosje pmc legerdoeleinden

Merk: Luger

Type: Cbc 9 mm

Kleur: Goudkleurig

Hoeveelheid: 1 stuks

Eigenaar: [verdachte].

- Patroon onbekend in doosje pmc legerdoeleinden

Kleur: Goudkleurig

Hoeveelheid: 2 stuks

Eigenaar: [verdachte].

Dit arrest is gewezen door de 5e meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. De Vries, Van Atteveld en Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van mr. Bons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 april 2005.