Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2005:AT9356

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-07-2005
Datum publicatie
14-07-2005
Zaaknummer
1138-04 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De notaris is niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Artikel 107 Wet op het notarisambt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 7 juli 2005 in de zaak onder rekestnummer 1138/2004 NOT van:

[appellant],

notaris te [plaats],

APPELLANT,

t e g e n

[geintimeerde],

wonende te [plaats],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Door appellant, verder te noemen de notaris, is bij een op 28 mei 2004 ter griffie ingekomen verzoekschrift hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Rotterdam, verder te noemen de kamer, van 25 maart 2004, verzonden op 26 maart 2004, waarbij de door geïntimeerde, hierna te noemen klager, ingediende klacht gegrond is verklaard zonder oplegging van een maatregel.

1.2. De zaak is – gelijktijdig met de zaak met rekestnummer 449/2004 - behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 10 februari 2005. Verschenen zijn klager en de notaris. Zij hebben beiden het woord gevoerd.

2. De ontvankelijkheid van het hoger beroep

2.1. De notaris heeft de beslissing van de kamer van 25 maart 2004 ontvangen als bijlage bij een brief van de secretaris van de kamer, gedagtekend op 26 maart 2004. De tekst in de aanbiedingsbrief luidt :

“U kunt, ingevolge artikel 107 van de Wet op het notarisambt, binnen dertig dagen na dagtekening van deze aanbiedingsbrief, bij verzoekschrift van deze beslissing in hoger beroep komen bij het Gerechtshof te Amsterdam (Kamer 17a, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam).”

Het verzoekschrift van de notaris waarin hij te kennen geeft zich niet met de uitspraak van de kamer te kunnen verenigen, is op 28 mei 2004 bij het hof ingekomen.

2.2. Nu de notaris ingevolge artikel 107 van de Wet op het notarisambt binnen dertig dagen na de dag van verzending van voornoemde brief in hoger beroep kon komen en het verzoekschrift eerst na afloop van deze termijn ter griffie is ontvangen, is het beroep niet tijdig ingesteld.

2.3. Het vorenoverwogene leidt tot de slotsom dat de notaris in zijn hoger beroep niet kan worden ontvangen. Dit leidt tot de volgende beslissing.

3. De beslissing

Het hof:

- verklaart de notaris niet ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 25 maart 2004.

Deze beslissing is gegeven door mrs. N.A.M. Schipper, A.L.G.A. Stille en P.J.N. van Os en in het openbaar uitgesproken op donderdag 7 juli 2005.

Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-notarissen te Rotterdam

Reg.nr. 22/03

Beslissing op een klacht als bedoeld in artikel 99 van de Wet op het notarisambt (1999) van:

[W]

wonende te [plaats],

klager,

- tegen -

mr. [X],

notaris te [plaats].

1. Verloop van de procedure

1.1

De Kamer heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- klaagschrift d.d. 12 november 2003, op 21 november 2003 doorgezonden door de KNB; en

- verweerschrift met bijlage d.d. 25 november 2003 van de notaris.

1.2

De mondelinge behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden tijdens de vergadering van de Kamer op 19 februari 2004, waarbij alleen klager is verschenen. De notaris heeft een bericht van verhindering gezonden. Klager heeft zijn standpunt nader toegelicht.

2. Inhoud van de klacht

2.1

In het najaar van 2002 heeft klager de notaris verzocht om een koper te vinden voor de aandelen van zijn besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] B.V.. Klager heeft daarbij kenbaar gemaakt dat het voor hem van groot belang was dat deze verkoop voor 31 december 2002 zou zijn geëffectueerd.

2.2

Klager verwijt de notaris dat deze hem toezeggingen heeft gedaan welke hij vervolgens niet is nagekomen. Zo heeft de notaris klager in het najaar van 2002 medegedeeld dat hij een koper had gevonden en dat betaling van de overeengekomen prijs spoedig zou worden overgemaakt, maar dat dit, ondanks diverse toezeggingen, nimmer is gebeurd. Klager stelt voorts dat toen hijzelf een geïnteresseerde had gevonden, hij de notaris heeft verzocht de stukken aan hem te retourneren, maar dat de notaris dit heeft geweigerd en hem te kennen gaf dat hij de aandelen reeds had verkocht. Bij brief van 11 november 2003 heeft de notaris klager bericht dat de potentiële koper de aandelen uiteindelijk niet heeft afgenomen. Klager heeft daardoor schade geleden.

3. Verweer van de notaris

De notaris betwist de verwijten van klager. De notaris stelt dat hij geen partij was bij de transactie, dat hij slechts op verzoek van klager heeft getracht de aandelen te verkopen, dat hij een potentiële koper had gevonden en de benodigde stukken heeft opgesteld, maar dat deze koper ondanks diverse toezeggingen uiteindelijk nimmer heeft betaald. De notaris stelt dat dit hem niet valt aan te rekenen en dat klager de koper aansprakelijk dient te stellen voor de geleden schade. Bovendien stelt de notaris zelf schade te hebben geleden nu ook zijn kosten niet zijn vergoed. De notaris stelt voorts dat klager hem pas in het najaar van 2003 heeft verzocht om retournering van het aandelenregister en de statuten van de B.V., welke hij per ommegaande heeft toegezonden.

4. De beoordeling

4.1

Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 98 van de WNA. Een notaris is aan tuchtrecht-spraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

4.2

De notaris heeft een koper gezocht, wiens identiteit hij, blijkens de stukken, overigens niet aan klager kenbaar heeft gemaakt. Hij heeft een leveringsakte opgesteld en jegens klager de indruk gewekt dat de koper op korte termijn zou betalen. Hoewel het de notaris niet aangerekend kan worden dat de koper uiteindelijk nimmer heeft betaald, acht de Kamer het wel onzorgvuldig dat de notaris deze potentiële koper geen schriftelijke betalingstermijn heeft gesteld, aangezien klager er blijkbaar groot belang bij had dat een en ander voor 31 december 2002 geëffectueerd zou zijn. Nu hij dit heeft nagelaten en klager keer op keer heeft medegedeeld dat betaling zou volgen, heeft hij klager in de waan gelaten dat de verkoop daadwerkelijk doorgegaan was, cq doorgang zou vinden en daarmee een mogelijke verkoop aan andere belangstellenden verhinderd.

4.3

Ten aanzien van het verwijt van klager inzake de retournering van het aandelenregister en de statuten, oordeelt de Kamer als volgt. Klager schrijft in zijn brief van 23 september 2003 aan de notaris dat hij herhaaldelijk om deze stukken heeft verzocht, maar nimmer heeft ontvangen, zodat hij deze uiteindelijk zelf begin september 2003 bij het notariskantoor heeft opgehaald. In zijn antwoord op deze brief d.d. 11 november 2003 gaat de notaris hier niet op in. In zijn verweerschrift d.d. 25 november 2003 schrijft de notaris dat klager hem dit pas onlangs heeft verzocht. Klager heeft ter zitting echter onweersproken gesteld reeds in het najaar 2002 daarom te hebben verzocht.

4.4

De Kamer acht de klacht op beide onderdelen gegrond. De Kamer acht het handelen van de notaris echter niet dermate onzorgvuldig dat dit het opleggen van een maatregel rechtvaardigt.

5. De beslissing

De Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-notarissen te Rotterdam,

- verklaart de klacht op beide onderdelen gegrond, zonder oplegging van maatregel.

Deze beslissing is gegeven op 25 maart 2004 door mrs. J.P.G. Poell, A.G. Scheele-Mülder, B. van der Meide, J.H.J. Preller en F. Hoppel, in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. L.S. Lepelaar.

Uitgesproken ter openbare vergadering.

De secretaris, De plaatsvervangend voorzitter,

L.S. Lepelaar J.P.G. Poell

Deze beslissing is verzonden op:

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.