Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2005:AT7513

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-06-2005
Datum publicatie
16-06-2005
Zaaknummer
21-004028-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn mededaders hebben een gewapende overval hebben gepleegd in een supermarkt te Veldhoven, waar op dat moment enkele medewerkers werkzaam waren. Bij de gewapende overval zijn de slachtoffers bedreigd met een vuurwapen en vastgebonden met tie-rips om een aanzienlijk geldbedrag buit te kunnen maken. Veroordeling tot 3 jaar en 6 maanden gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-004028-04

Uitspraak d.d.: 10 juni 2005

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Amsterdam

zitting houdende te

Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Utrecht van 28 juni 2004 in de strafzaak tegen

[VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] in 1983,

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in [penitentiaire inrichting].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 3 maart 2005, 27 mei 2005 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen nu het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw recht doen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

(zie voor de inhoud van de dagvaarding bijlage IIa en voor de inhoud van de nadere omschrijving van de tenlastelegging bijlage IIb)

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting, anders dan de advocaat-generaal, niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen, dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof overweegt hieromtrent in het bijzonder het volgende.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting betoogd dat verdachte betrokken is geweest bij de gewapende overval op de supermarkt [benadeelde 1] te Utrecht, gepleegd op 18 oktober 2003. Verdachtes betrokkenheid zou met name blijken uit de printlijsten van de mobiele telefoon van medeverdachte [1], waaruit de advocaat-generaal concludeert dat [1] en verdachte meerdere malen telefonisch contact hebben gehad vlak voor de overval, zodat verdachtes betrokkenheid daaruit blijkt.

Ter terechtzitting van het hof van 27 mei 2005 zijn een aantal getuige-deskundigen gehoord met betrekking tot de printlijsten van de mobiele telefoon van [1]. Uit de printlijst van de provider Vodafone, betrekking hebbend op het nummer [xxxxxxxxxx], blijkt dat om respectievelijk 6:06:36 uur en 6:13:32 uur een contact heeft plaatsgevonden met het telefoonnummer van verdachte. Dat contact heeft drie seconden geduurd. Uit het verhandelde ter terechtzitting is het hof gebleken dat het werkelijk contact kan bestaan uit contact met de gebelde, of uit een doorschakeling naar de voicemailbox of een ander nummer. Over de weergegeven drie seconden kan worden geconcludeerd dat het gaat om een verbindingstijd van drie seconden met de telefoon van de gebelde of met de voicemailbox.

Op de printlijst staat onder de kop doorschakeling een mobiel telefoonnummer. Door de getuige-deskundige Ho is ter terechtzitting verklaard dat dit mobiele nummer ook een voicemailboxnummer kan zijn.

Het hof acht het op grond van bovenstaande niet onaannemelijk dat de beller (medeverdachte 1) contact heeft gekregen met de voicemailbox van verdachte en dat er, mede gelet op de duur van het contact, geen gesprek heeft plaatsgevonden tussen de beller en verdachte. Uit de bewijsmiddelen kan derhalve niet worden afgeleid dat verdachte vlak voor de overval veelvuldig telefonisch contact heeft gehad met één of meerdere medeverdachten, terwijl op grond van de overige bewijsmiddelen onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte betrokken is geweest bij de gewapende overval op de [benadeelde 1] te Utrecht op 8 oktober 2003, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij op 17 december 2003 te Veldhoven, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 17.529,00 Euro en 338 telefoonkaarten (opwaardeerkaarten) en 31 spaarkaarten (ter waarde van ongeveer 852,50 Euro) en een bos sleutels en een tas (inhoudende een rijbewijs en een paspoort en een kentekenbewijs en een portemonnee), toebehorende aan de [benadeelde 1 en/of 2], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/ of zijn mededaders

- gemaskerd met een bivakmuts voornoemd winkelpand is/zijn binnengegaan en

- een vuurwapen, heeft/hebben getoond aan en gericht en gericht gehouden op voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] en

- voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7 en [slachtoffer 8] heeft/hebben gedwongen op de grond te gaan liggen/zitten en

- de polsen van voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] met zogenoemde tie-rips aan elkaar vast heeft/hebben gebonden en

- (aldus) die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen de kluis te openen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden- dat verdachte en zijn mededaders in de vroege ochtend van 17 december 2003 een gewapende overval hebben gepleegd in een supermarkt te Veldhoven, waar op dat moment enkele medewerkers werkzaam waren. Om herkenning te voorkomen droegen zij daarbij bivakmutsen. Bij de gewapende overval zijn de slachtoffers bedreigd met een vuurwapen en vastgebonden met tie-rips om een aanzienlijk geldbedrag buit te kunnen maken.

Het bewezenverklaarde feit houdt een ingrijpende aantasting in van de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Op grond van algemene ervaringsregels kan worden aangenomen dat de slachtoffers ten gevolge van deze voor hen schokkende gebeurtenis nog langdurig angstgevoelens en psychische klachten zullen ondervinden. Daarbij komt dat misdrijven als de onderhavige gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij oproepen, in het bijzonder bij winkelpersoneel.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte blijkens een recent uittreksel uit het justitieel documentatieregister al vele malen met justitie in aanraking is gekomen en dat hij twee keer eerder tot aanzienlijke vrijheidsstraffen is veroordeeld voor vermogensdelicten met geweld of bedreiging met geweld. Die ervaring heeft verdachte er kennelijk niet toe heeft gebracht zijn levensstijl te veranderen. Verdachte heeft zich in zijn handelen uitsluitend laten leiden door eigen geldelijk gewin en daarbij geen enkel acht geslagen op of compassie gehad met zijn slachtoffers. Het hof rekent dit verdachte zwaar aan.

Ter terechtzitting heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof, in navolging van de rechtbank, beide tenlastegelegde feiten bewezen zal verklaren en daarvoor een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van vijf jaren. Het hof zal, zoals hiervoor overwogen, verdachte vrijspreken van het hem onder 2 tenlastegelegde. Ofschoon dat behoort door te werken in de op te leggen straf, acht het hof het bewezenverklaarde handelen niettemin van zodanige ernst, dat hiervoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is. Het hof heeft in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen reden gezien tot een ander oordeel hieromtrent te komen.

De vordering van de benadeelde partij [1]

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 3.988,10 ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De vordering is naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding, mede nu verdachte van het hem onder 2 tenlastegelegde wordt vrijgesproken. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering van de benadeelde partij [2]

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 2.200 ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De vordering van de benadeelde partij [3]

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 2.200 ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De vordering van de benadeelde partij [4]

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van EUR 2.200 ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen, dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren en 6 (zes) maanden.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

de aan [benadeelde partij 1] toegebrachte schade

Verklaart de benadeelde partij, [1], in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

de aan [benadeelde partij 2] toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [2], te betalen een bedrag van EUR 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro) met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [2], een bedrag te betalen van EUR 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 44 (vierenveertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

de aan [benadeelde partij 3] toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [3], te betalen een bedrag van EUR 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro) met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [3], een bedrag te betalen van EUR 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 44 (vierenveertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

de aan [benadeelde partij 4] toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [4], te betalen een bedrag van EUR 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro) met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [4], een bedrag te betalen van EUR 2.200,00 (tweeduizend tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 44 (vierenveertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr Boekhorst Carrillo, voorzitter,

mrs Luikinga en Gillissen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr Kuipers, griffier,

en op 10 juni 2005 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr Gillissen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.