Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2005:AT3535

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-03-2005
Datum publicatie
11-04-2005
Zaaknummer
639/04 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tijdens een veiling heeft de notaris op juiste wijze zijn werkzaamheden uitgeoefend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Bij vervroeging

Beslissing van 31 maart 2005 in de zaak onder rekestnummer 639/04 NOT van:

[appellant],

APPELLANT,

wonende te [woonplaats],

t e g e n

[geïntimeerde],

oud-notaris te [plaats],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Namens appellant, verder te noemen klager, is bij een op 26 mei 2004 ter griffie ingekomen verzoekschrift hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden, verder te noemen de kamer, van 13 mei 2004 waarbij de doorklager ingediende klacht tegen geïntimeerde, verder te noemen de oud-notaris, ongegrond is verklaard.

1.2.Van de zijde van de oud-notaris is op 8 juni 2004 een verweerschrift - met één bijlage - ter griffie ingekomen.

1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 24 februari 2005. Verschenen zijn klager en de oud-notaris. Zij hebben het woord gevoerd, klager aan de hand van een pleitnotitie

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie alsmede van de hiervoor genoemde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in haar beslissing van 13 mei 2004 heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4. Het standpunt van klager

4.1. Klager verwijt de oud-notaris dat deze hem onvolledig en onjuist heeft voorgelicht en wellicht misleid.

4.2. Voorts verwijt klager de oud-notaris dat hij hem op de veiling onvoldoende mogelijkheden en duidelijkheid heeft geboden om uit de impasse te geraken.

4.3. Tevens wordt de oud-notaris verweten dat hij op de veiling geweigerd heeft om een getuige te horen inzake de financiële gegoedheid van klager.

4.4. Bovendien verwijt klager de oud-notaris dat hij – zonder motivering – geen gebruik heeft gemaakt van de door klager aangeboden garantstelling.

4.5. Ook wordt de oud-notaris verweten dat hij weigert om vragen te beantwoorden met betrekking tot het geschil.

4.6. Ten slotte verwijt klager de oud-notaris dat deze zelfs na inschakeling van de KNB weigert vragen te beantwoorden en te reageren op de klachten.

5. Het standpunt van de oud-notaris

5.1. De oud-notaris heeft de stellingen van klager betwist en verweert zich als volgt. De oud-notaris heeft betoogd dat klager in de problemen is geraakt omdat hij zijn financiële gegoedheid niet heeft aan kunnen tonen. De oud-notaris heeft er in dat verband opgewezen dat in het veilingbiljet werd gevraagd deze informatie op de veiling te verschaffen. Vlak voor de veiling heeft de oud-notaris klager op deze voorwaarde gewezen en hem gezegd te zorgen voor een bankgarantie. De veilingoproeper heeft tijdens de veiling deze vereisten herhaald.

5.2. De oud-notaris heeft klager ruimschoots in de gelegenheid gesteld zijn financiële gegoedheid anderszins aan te tonen. Hij heeft daartoe tijdens de veiling de bankrelatie van klager telefonisch benaderd.

5.3. De oud-notaris is niet ingegaan op de opmerking van klager, dat twee strijkgeldschrijvers garant voor hem wilden staan, aangezien de tweede ronde van de veiling was begonnen. Omdat het eerste bod van klager niet was aangenomen mocht klager niet meer meebieden in deze ronde.

5.4. De oud-notaris heeft ten slotte betoogd dat hij zijn standpunt voldoende

kenbaar heeft gemaakt aan klager. Een nader gesprek leek hem verder overbodig.

6. De beoordeling

6.1. Het onderzoek in hoger beroep heeft naar het oordeel van het hof niet geleid tot vaststelling van andere feiten dan wel andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt.

6.2. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.3. Het vorenoverwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. N.A.M. Schipper, A.L.G.A. Stille en P.J.N. van Os en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 31 maart 2005.

KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN TE LEEUWARDEN

Reg.nr.: KvT 03/2004

UITSPRAAK

van de Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden, hierna te noemen de Kamer, in de zaak van:

[klager], wonende te [woonplaats],

klager,

tegen

[notaris],

notaris te [plaats],

hierna te noemen: de notaris.

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij brief van 14 februari 2004 heeft klager een klacht ingediend tegen de notaris. De notaris heeft schriftelijk verweer gevoerd bij brief van 1 maart 2004. De mondelinge behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op 13 april 2004 ter openbare vergadering van de voltallige Kamer. Klager en de notaris zijn verschenen.

2. DE FEITEN

2.1 Op 1 oktober 2003 is de notaris -bij afslag- overgegaan tot de publieke verkoop van een woning te [plaats] en een perceel grond aan de [naam]. Op deze veiling zijn de Algemene Veilingvoorwaarden Registergoed 1993, alsmede de Bijzondere Veilingvoorwaarden van toepassing.

2.2 Klager heeft op de veiling een bod uitgebracht van € 99.500,00. Op dat moment bleek hij echter niet te kunnen beschikken over een schriftelijk bewijsstuk betreffende zijn financiële gegoedheid.

2.3 Op de veiling is klager door de notaris alsnog in de gelegenheid gesteld zijn financiële gegoedheid aan te tonen. Hiertoe heeft de notaris contact opgenomen met de directeur van de Rabobank te [woonplaats]. De directeur was echter niet bereid een garantie af te geven.

2.4 Aangezien klager naar het oordeel van de notaris er niet in slaagde bewijs te verschaffen van zijn financiële gegoedheid is de notaris overgegaan tot heropening van de veiling, hetgeen heeft geresulteerd in de verkoop van de woning en het perceel grond aan een andere bieder.

2.5 Klager stelt door de genoemde gang van zaken schade te hebben geleden. De schade bedraagt het verschil tussen het door eiser uitgebrachte bod en de prijs waarvoor de woning nu wordt aangeboden door de huidige eigenaar. Voor deze schade stelt hij de notaris aansprakelijk.

3. DE KLACHT

In het schrijven van 14 februari 2004 formuleert klager zes klachten. Kort samengevat gaat het om de volgende punten:

1. De notaris heeft mij onvolledig en onjuist voorgelicht en mogelijk misleid.

2. De notaris heeft ter veiling onvoldoende mogelijkheden en duidelijkheid geboden om uit de impasse te geraken. Hij heeft niet gehandeld conform art. 10 van de Bijzondere Veilingvoorwaarden.

3. De notaris weigert ter veiling een getuige te horen over de financiële gegoedheid van klager.

4. De notaris heeft ongemotiveerd geen gebruik gemaakt van de geboden garantstelling.

5. De notaris weigert vragen te beantwoorden met betrekking tot dit geschil.

6. Zelfs na inschakeling van de KNB weigert de notaris vragen te beantwoorden en op de klachten te reageren.

4. HET STANDPUNT VAN DE NOTARIS

De notaris geeft aan dat het probleem gelegen is in het feit dat klager zijn financiële gegoedheid niet kon aantonen ten tijde van het uitbrengen van het bod. De notaris verwijst naar het veilingbiljet, waarin is aangegeven dat de bieder wordt gevraagd om die informatie te verschaffen, die nodig is om te kunnen nagaan of aan de financiële verplichtingen kan worden voldaan. De notaris stelt dat zowel hijzelf, als de oproeper heeft aangegeven dat een schriftelijke bankverklaring vereist was. Eiser is, toen bleek dat een dergelijke verklaring ontbrak, ruimschoots in de gelegenheid gesteld om zijn financiële gegoedheid anderszins aan te tonen. Hij is hierin naar de mening van de notaris niet geslaagd. Vervolgens is de notaris tot herveiling overgegaan. De notaris stelt dat het als een feit van algemene bekendheid mag worden beschouwd dat men zich als hoogste bieder bij een veiling dient te legitimeren en de financiële gegoedheid moet kunnen aantonen door het overleggen van een bankverklaring.

5. DE BEOORDELING DOOR DE KAMER

5.1 De Kamer ziet zich gesteld voor de vraag of de notaris in het onderhavige geval heeft gehandeld in strijd met de verplichtingen van art. 17 Wet op het notarisambt (Wna), dan wel op andere wijze tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld.

5.2 De Kamer merkt in de eerste plaats op dat de notaris -gelet op de van toepassing zijnde voorwaarden- klager mocht verzoeken een bewijs aangaande zijn financiële gegoedheid te tonen. In art. 14 Algemene Veilingvoorwaarden is immers opgenomen dat bieder en koper verplicht zijn al die informatie aan de notaris te verschaffen die nodig is om te kunnen nagaan of aan de financiële verplichtingen ingevolge de veiling kan worden voldaan. Voorts hebben zowel de notaris als de oproeper voorafgaand aan de veiling mededeling gedaan van de noodzaak een bewijs van financiële gegoedheid te tonen. Het feit dat klager stelt deze mededeling gelet op het rumoer in de zaal en zijn eigen zenuwen niet te hebben gehoord doet hieraan niet af. In dit verband acht de Kamer voorts van belang dat de door de notaris gehanteerde veilingsvoorwaarden -in deze regio- zeer gebruikelijk zijn.

5.3 De Kamer merkt voorts op dat klager door de notaris in voldoende mate in de gelegenheid is gesteld om na het uitbrengen van zijn bod alsnog zijn financiële gegoedheid aan te tonen. De notaris heeft naar het oordeel van de Kamer -na het uitblijven van een (afdoende) bewijs van de financiële gegoedheid van klager- terecht kunnen overgaan tot het heropenen van de veiling.

5.4 De Kamer kan klager niet volgen in het standpunt dat de notaris ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van de geboden garantstelling. Los van de vraag of klager reeds voor dan wel na de heropening van de veiling heeft verzocht zijn bod -gelet op de mogelijke garantstelling- te accepteren, is de Kamer van oordeel dat de notaris het bod van klager terecht heeft kunnen weigeren, nu hij zijn financiële gegoedheid niet heeft kunnen aantonen. Voorts merkt de Kamer in dit verband op dat de overname van een bod door een ander niet tot de mogelijkheden behoort. In deze situatie had één van de daar aanwezige handelaren -in de tweede ronde- in opdracht van klager zelf een bod kunnen uitbrengen. Klager heeft van deze mogelijkheid echter geen gebruik gemaakt.

5.5 Het vorenstaande overziend is de Kamer van oordeel dat de notaris in het onderhavige geval op de juiste wijze zijn werkzaamheden heeft uitgeoefend. Van enig tuchtrechtelijk laakbaar handelen is de Kamer niet gebleken. De klacht dient dan ook ongegrond verklaard te worden.

5.6 Gelet op het vorenstaande wordt als volgt beslist.

6. DE BESLISSING

De Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Leeuwarden:

- verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is genomen te Leeuwarden door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzitter, mrs. J.C.G. Leijten, R.A. Rispens, J.G. de Beer en H.Ph. Breuker, leden, bijgestaan door mr. R.J. van der Veen, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2004.

De beslissing is verzonden op 13 mei 2004

Binnen dertig dagen na de dag van verzending van de aangetekende brief waarin van bovenstaande beslissing wordt kennisgegeven, kan hoger beroep tegen deze beslissing worden ingesteld. Dit dient te geschieden door middel van een verzoekschrift bij de griffie van het Gerechtshof te Amsterdam, Prinsengracht 436, correspondentieadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.