Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2005:AT1694

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-03-2005
Datum publicatie
23-03-2005
Zaaknummer
03/03165
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting terzake van de Amerikaanse effecten van een inwoner van Nederland.

Wetsverwijzingen
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap 12
Wet inkomstenbelasting 2001 5.3
Wet inkomstenbelasting 2001 5.2
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika met betrekking tot belastingen van inkomsten en bepaalde andere belastingen, Washington, 29-04-1948 10
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika met betrekking tot belastingen van inkomsten en bepaalde andere belastingen, Washington, 29-04-1948 23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2005/35.7 met annotatie van Redactie
Vp-bulletin 2005, 22 met annotatie van Redactie
FutD 2005-0617
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Tweede Meervoudige Belastingkamer

UITSPRAAK

op het beroep van X te Z, belanghebbende,

tegen

een uitspraak van de Inspecteur van de Belastingdienst te P, de inspecteur.

1. Loop van het geding

1.1. Van belanghebbende is ter griffie een beroepschrift ontvangen op 10 augustus 2004, ingediend door A te Q als haar gemachtigde. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van de inspecteur, gedagtekend 7 juli 2004, betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2002.

1.2. De aanslag is berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 69.803 en uit sparen en beleggen van € 14.252, zonder aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Bij de aanslag is belanghebbende € 127 aan heffingsrente in rekening gebracht. Na bezwaar is de aanslag bij de bestreden uitspraak gehandhaafd.

1.3. Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak van de inspecteur en tot het verlenen van een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.

1.4. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend, waarin hij concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

1.5. Ter zitting van 31 januari 2005 zijn verschenen voornoemde gemachtigde, tot bijstand vergezeld van B, alsmede namens de inspecteur C. Gemachtigde heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd. De pleitnota wordt tot de gedingstukken gerekend.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

Belanghebbende, geboren in 1950, is werkzaam en woonachtig in Nederland en heeft de Amerikaanse nationaliteit. Zij heeft over het jaar 2002 aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen gedaan van een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 69.803 en van een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 14.252. In haar aangifte heeft belanghebbende verzocht om aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor haar Amerikaanse effecten, waarvan de waarde op 1 januari 2002 € 412.823 bedraagt en op 31 december 2002 € 302.810. De inspecteur heeft de gevraagde voorkoming van dubbele belasting niet verleend.

3. Geschil

Tussen partijen is in geschil of de inspecteur terecht geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting heeft verleend.

4. Standpunten van partijen

4.1. Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken.

4.2. Ter zitting is namens belanghebbende - kort samengevat - nog het volgende toegevoegd:

Het Verdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten van Amerika wijst het heffingsrecht over de opbrengst die wordt verkregen met de vervreemding van aandelen toe aan Nederland. Desondanks heft Amerika over vermogenswinsten op aandelen van Amerikaanse staatsburgers, zodat bij realisatie van de vermogenswinsten sprake is van dubbele heffing. Ik weet dat het niet eenvoudig is, maar ik stel het mij zo voor dat de Amerikaanse belasting over de vermogenswinst wordt toegerekend aan de verschillende jaren en dat de uitkomst daarvan met de Nederlandse belasting wordt verrekend. Ik kan u niet een concreet bedrag noemen. In Amerika is het wel mogelijk om een tax-credit te ontvangen voor de buitenlandse belasting op effecten, maar die is in de tijd beperkt. Als de vermogenswinst pas over een aantal jaren wordt gerealiseerd, heb je geen verrekeningsmogelijkheid meer.

4.3. Ter zitting is de inspecteur bij zijn stellingen gebleven.

5. Beoordeling van het geschil

5.1. Ter bepaling van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting stelt belanghebbende zich op het standpunt dat de vermogenswinst op haar effecten in de Verenigde Staten van Amerika belast is volgens het realisatiebeginsel en dat mitsdien sprake is van een belasting van het voordeel uit dit vermogen. Ter voorkoming van dubbele belasting zouden deze effecten derhalve niet zonder meer mogen worden betrokken in de Nederlandse vermogensrendementsheffing. Uit het beroepschrift leidt het Hof af dat het in casu uitsluitend aandelen betreft en geen (rente genererende) obligaties.

5.2. Ingevolge het bepaalde in artikel 10 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen van 18 december 1992 (hierna: het Verdrag) mogen dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van Amerika aan een inwoner van Nederland, in Nederland worden belast. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5 van de Wet inkomstenbelasting 2001, worden in Nederland dividenden – voor zover niet tot ondernemingsvermogen, werkzaamheidsvermogen of een aanmerkelijk belang behorens – als zodanig niet belast doch wordt het inkomen forfaitair bepaald op basis van de waarde van de aandelen. Dientengevolge is van belang artikel 23 van het Verdrag dat bepaalt dat de bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een van de Staten, van waaruit ook afkomstig, die niet in de voorgaande artikelen van het Verdrag zijn behandeld, slechts in die Staat belastbaar zijn.

Nu vaststaat dat belanghebbende inwoner is van Nederland, heeft de inspecteur de inkomsten uit de Amerikaanse effecten op grond van bovengenoemde bepalingen terecht in de rendementsgrondslag van artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 betrokken en daarvoor terecht geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend. De omstandigheid dat belanghebbende bij een eventuele realisatie in de toekomst in Amerika over de ‘capital gains’ in de heffing wordt betrokken, wat daarvan ook zij, doet aan dit oordeel niet af.

5.3. Van de wijze waarop de inspecteur de in Nederland verschuldigde belasting heeft berekend kan ook niet worden geoordeeld dat hij daarmee in strijd heeft gehandeld met het verbod tot discriminatie, zoals onder meer is neergelegd in artikel 12 van het EG-Verdrag. Belanghebbende wordt als inwoner van Nederland met de Amerikaanse nationaliteit immers op dezelfde wijze voor zijn Amerikaanse effecten in de heffing betrokken als inwoners van Nederland die niet over de Amerikaanse nationaliteit beschikken. Dat de inspecteur in strijd heeft gehandeld met enig andere verdragsrechtelijke bepaling heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt.

5.4 Gezien het hiervoor overwogene is het gelijk aan de inspecteur.

6. Proceskosten

Nu belanghebbende in het ongelijk wordt gesteld en zich overigens geen bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan, acht het Hof geen termen aanwezig voor een veroordeling van een van de partijen in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

7. Beslissing

Het Hof verklaart het beroep ongegrond.

De uitspraak is gedaan op 14 maart 2005 door mrs. D.B. Bijl, voorzitter, A.F.M. Beukers-van Dooren en J.W. Zwemmer, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.M.E. Jonk als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.

Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting terzake van de Amerikaanse effecten van een inwoner van Nederland.