Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2005:AT0187

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-02-2005
Datum publicatie
14-03-2005
Zaaknummer
03/1120 DK
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In het geding is de tariefindeling van sinaasappelsap, waarbij partijen verdeeld zijn over de vraag of er al dan niet sprake is van bevroren sinaasappelsap in de zin van het GDT. Het Hof overweegt dat de temperatuur in beginsel niet als beslissend criterium voor de indeling van bevroren sinaasappelsap en sinaasappelsapconcentraat kan worden gebruikt, maar dat het overgaan in de vaste vorm wel als objectief kenmerk of eigenschap kan worden gehanteerd. Het beroep is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Douanekamer

Uitspraak

in de zaak nr. 03/1120 DK

de dato 10 februari 2005

1. De procedure

1.1. Op 21 februari 2003 is bij de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam (hierna: de Douanekamer) een beroep-schrift ingekomen van de besloten vennootschap met beperkte aansprake-lijk-heid A B.V. te X, belanghebbende.

Het beroep is gericht tegen de uitspraak op het bezwaarschrift van de inspecteur van de Belasting-dienst/-Douane Zuid (hierna: de inspecteur), gedagtekend 28 januari 2003, met het kenmerk ..., waarbij het bezwaar van belanghebbende, gedagtekend 9 december 2002 tegen de uitnodiging tot betaling van 28 november 2002, kenmerk 0000 werd afgewezen.

1.2. Van belanghebbende is door de secretaris een griffierecht van € 218 geheven. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden tijdens de zitting van de Douanekamer op 7 december 2004. Het beroep is gelijktijdig behandeld met de zaak nr. 03/01369. Namens belanghebbende is verschenen mr. B, tot bijstand vergezeld van V, bedrijfsleider van belanghebbende en J assistent juridische zaken bij belanghebbende. Namens de inspecteur is verschenen drs. C en mr. T. Belanghebbende heeft een pleitnota overgelegd en voor-ge-lezen. De Douanekamer rekent deze pleit-nota tot de gedingstukken.

2. De feiten

2.1. Belanghebbende heeft op 27 november 2002 een aangifte voor de douaneregeling brengen in het vrije verkeer gedaan onder nummer 0000. Deze aangifte heeft betrekking op 136 vaten sinaasappelsap met een brutogewicht van 26792 kg en nettogewicht van 24480 kg. In de aangifte heeft belanghebbende voor deze goederen de goederencode 2009 12 00 van het Gemeenschappelijk douanetarief (hierna: GDT) opgegeven en deze omschreven als “sinaasappel sap met een temperatuur van (minus) –12 graden Celsius met een brixgehalte van 11,58, zijnde niet bevroren”; ter zake is een tarief van 12,2% van toepassing.

2.2. In het kader van de verificatie van de aangifte heeft de douane de goederen op 27 november fysiek gecontroleerd en één vat geopend. Hiervan werd vastgesteld dat het aangegeven product tot in de kern hard was. Belanghebbende heeft verklaard akkoord te gaan met het aantal in de controle betrokken vaten en de wijze waarop de goederen zijn onderzocht. De inspecteur heeft de goederencode naar aanleiding van deze bevinding gewijzigd in 2009 11 99 van het GDT, met de goederenomschrijving: “bevroren sinaasappel sap met een temperatuur van (minus) –12 graden Celsius, met een brixgehalte van 11,58 bevroren”. Ter zake is een tarief van 15,2% van toepassing. De inspecteur heeft aan belanghebbende op 28 november een uitnodiging tot betaling van € 1495,98 aan douanerechten uitgereikt.

2.3. Bij brief van 9 december 2002 heeft belanghebbende daartegen bezwaar gemaakt. Belanghebbende heeft daarbij aangevoerd dat nu de structuur van de goederen niet is gewijzigd niet kan worden gesproken van bevroren sinaasappelsap.

3. Het geschil

Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag of de onderhavige goederen moeten worden ingedeeld in post 2009 12 00 van het GDT, hetgeen belanghebbende voorstaat, dan wel onder post 2009 11 99 van het GDT, hetgeen de inspecteur bepleit.

De in geschil zijnde tariefposten in het GDT en de daarop betrekking hebbende passages van de aantekeningen en toelichtingen luiden in het onderhavige tijdvak, voor zover hier van belang, als volgt:

Post 2009 1199

“2009 Ongegiste vruchtensappen (druivenmost daaronder begrepen) en ongegiste groentesappen, zonder

toegevoegde alcohol, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen:

- sinaasappelsap:

2009 11 -- bevroren

(…)

--- met een dichtheid van niet meer dan 1,33 g/cm3 bij 20ºC:

(…)

2009 11 99 ---- ander

2009 12 00 -- niet bevroren, met een Brix-waarde van niet meer dan 20

Aanvullende toelichting GS op onderverdeling 2009 11

“Onder bevroren sinaasappelsap bedoeld bij onderverdeling 2009 11 wordt eveneens verstaan, geconcentreerd sinaasappelsap dat, hoewel bevroren en bewaard bij een temperatuur van ongeveer -18?C, niet tot in de kern bevroren is.”

Nationale toelichting op de onderverdeling 2009 11

“Sap tot in de kern bevroren wordt ongeacht de temperatuur ingedeeld onder deze onderverdeling. In de aanvullende toelichting GS op onderverdeling 2009 11 wordt niet tot in de kern bevroren sap dat een temperatuur heeft van tenminste ongeveer –18C voor de toepassing van deze onderverdeling, gelijkgesteld met “bevroren” sap. In dit verband moet de term “ongeveer -18C” zodanig worden uitgelegd dat een temperatuur gelijk aan of lager dan -17,5?C daaronder moet worden begrepen.”

GS-Toelichting op hoofdstuk 8

Tweede alinea, laatste volzin: “Onder “bevroren” wordt verstaan dat een product is afgekoeld tot onder het vriespunt totdat het door en door is bevroren”.

4. Het standpunt van belanghebbende

4.1. Belanghebbende is van mening dat de nationale toelichting uitleg geeft aan de term “bevroren” en deze uitleg leidt er toe dat sinaasappelsapconcentraat met een temperatuur van -12º C niet als bevroren wordt aangemerkt. Belanghebbende is van mening dat sinaasappelsap van -12º C derhalve ook als niet-bevroren moet worden aangemerkt.

4.2. Voorts acht belanghebbende een tweetal van het Hof van Justitie in deze van belang. Het betreft het arrest van 15 juni 1976, zaak no. 120/75, (Riemer) waarbij het ging om de vraag of ontdooide bosbessen tarieftechnisch als verse bosbessen of als bevroren bosbessen dienden te worden ingedeeld en het arrest van 28 april 1999, zaak C-405/97, (Mövenpick) waarbij het ging om de vraag of ontdooide walnoten als vers of als bevroren dienden te worden ingedeeld. In beide arresten was volgens belanghebbende de al dan niet optredende verandering in structuur door bevriezing bepalend voor de beslissing van het Hof. Op basis van deze jurisprudentie meent belanghebbende dat kenmerkend voor bevriezen is, de onomkeerbare wijziging in de structuur van een product. Een product is derhalve volgens de aangever alleen aan te merken als bevroren, indien het product is afgekoeld en dit afkoelen heeft geleid tot een wijziging van de structuur die niet meer ongedaan kan worden gemaakt door het brengen van het product op de temperatuur waaronder het verse product wordt ingevoerd.

4.3. In navolging van het Hof van Justitie is belanghebbende van mening dat sinaasappelsap slechts dan als bevroren zou moeten worden aangemerkt indien door het afkoelen de structuur onomkeerbaar zou wijzigen. Dat is niet het geval. Eenmaal boven de 0º C is sinaasappelsap dat een temperatuur heeft gehad van - 12º C niet te onderscheden van vers sap dat nooit een temperatuur beneden 0º C heeft gehad. In dit opzicht komt sinaasappelsap dus overeen met de walnoten, onderwerp van ’s Hofs arrestnummer C-405/97.

4.4. Ter zitting heeft belanghebbende, zakelijk weergeven, nog het volgende aan haar stellingen toegevoegd.

Desgevraagd geeft belanghebbende als haar mening dat post 2009 11 van bevroren sinaasappelsap weliswaar bestaat, maar dat daar geen producten onder vallen, omdat de structuur van sinaasappelsap door bevriezen gevolgd door ontdooien niet wijzigt.

5. Het standpunt van de inspecteur

5.1. De inspecteur stelt dat de onderhavige goederen bevroren zijn, omdat de goederen een temperatuur hadden van -12?C en omdat de goederen “hard” waren. De inspecteur is van mening dat het begrip “bevroren” moet worden afgeleid uit het woordenboek. In het “Prisma” Nederlands woordenboek is bij de term “bevriezen” onder meer vermeld: “Door bevriezen hard worden”. In Van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal, twaalfde druk, zijn bij de term “bevriezen” meerdere betekenissen vermeld. Als eerste “van de vloeibare tot de vaste vorm overgaan door verlaging van de gewone temperatuur: het water is bevroren; melk laten bevriezen”. Onder “bevroren” wordt als eerste vermeld “door vorst vast geworden.....” De inspecteur hanteert op basis van de betekenis in de woordenboeken en de GS-toelichting op hoofdstuk 8, toegesneden op sinaasappelsap, voor de beoordeling van het al dan niet bevroren zijn van sinaasappelsap de volgende regel: Als sinaasappelsap “hard” is en het een temperatuur heeft lager dan die waarbij water begint te bevriezen is het bevroren.

5.2. Ter zitting heeft de inspecteur, zakelijk weergeven, nog het volgende aan zijn stellingen toegevoegd.

De inspecteur persisteert bij hetgeen hij in zijn verweerschrift heeft opgemerkt.

6. De rechtsoverwegingen

6.1. Tussen partijen is de reikwijdte van post 2009 19 99 van het GDT in geschil. Met betrekking tot de verwijzing van belanghebbende naar het arrest van het Hof van Justitie van 15 juni 1976, zaak 120.75 geldt dat dit arrest betrekking heeft op de uitleg van post 08.08 van het GDT inzake “verse bessen”. Het Hof van Justitie oordeelde dat de term “verse bessen” in post 08.08 van het GDT aldus moet worden uitgelegd dat hij geen bessen omvat die - al is het maar voor korte tijd en uitsluitend voor transportdoeleinden - zijn bevroren en die op het beslissende tijdstip weer geheel of gedeeltelijk zijn ontdooid. De Douanekamer is van oordeel dat evenbedoeld arrest voor de onderhavige zaak geen belang heeft gelet op de omstandigheid dat deze zaak de indeling van een “niet-bevroren” product betreft en de uitleg van het begrip “vers” en niet van het begrip “bevroren”.

6.2. Met betrekking tot de verwijzing van belanghebbende naar het arrest van het Hof van Justitie van 28 april 1999, zaak C-405/97 is de Douanekamer eveneens van oordeel dat deze verwijzing belanghebbende niet kan baten. Evenbedoeld arrest betreft gedroogde walnoten die na bij een temperatuur van -24º C te zijn opgeslagen na ontdooiing zijn ingevoerd. Het Hof van Justitie overweegt dat de gedroogde walnoten geen water bevatten dat kan uitvriezen en dat de noten door het opvoeren van de temperatuur geen veranderingen vertonen die kenmerkend zijn voor invriezing. De noten moeten derhalve worden ingedeeld onder post 0802 inzake andere noten, vers of gedroogd. De Douanekamer is van oordeel dat dit arrest voor de onderhavige zaak niet relevant is omdat ook dit arrest de indeling van een “niet-bevroren” product betreft en de uitleg van het begrip “vers of gedroogd” en niet van het begrip “bevroren”.

6.3. Meer in het algemeen deelt de Douanekamer belanghebbendes standpunt niet dat post 2009 19 99 van het GDT zinledig is. Voor wat betreft de reikwijdte van de onderhavige post geldt dat voor de indeling wettelijk bepalend zijn de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU moet in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de posten van het gemeenschappelijke douanetarief en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven. Aangezien de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken geen nader uitsluitsel geven over het begrip “bevroren” als bedoeld onder postonderverdeling 2009 11 heeft de Douanekamer gekeken naar de natuurkundige betekenis ervan om de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan vast te stellen.

6.4. In natuurkundige zin betekent bevriezen het overgaan van de vloeibare fase van water in de vaste fase van water. Bij zuiver water treedt deze overgang onder atmosferische druk op bij 0º C . De aanwezigheid van kiemen (kristalfragmentjes) en verontreinigingen in het zuivere water zal de temperatuur waarbij bevriezing optreedt beïnvloeden. De Douanekamer concludeert hieruit dat van een objectief kenmerk en eigenschap van “bevroren” kan worden gesproken, wanneer water is overgegaan van de vloeibare vorm in de vaste vorm.

6.5. Sinaasappelsap bestaat uit zuiver water waarin verschillende stoffen van de sinaasappel aanwezig zijn. De temperatuur waarbij bevriezing plaatsvindt hangt af van de concentratie van laatstbedoelde stoffen. De Douanekamer concludeert hieruit dat de temperatuur in beginsel niet als het beslissende criterium voor de tariefindeling van bevroren sinaasappelsap of bevroren sinaasappelsapconcentraat kan worden gebruikt; het overgaan in de vaste vorm kan wel als objectief kenmerk of eigenschap van “bevroren” sinaasappelsap of bevroren sinaasappelconcentraat worden gehanteerd.

6.6. De Douanekamer ontleent steun voor haar uitleg aan de volgende toelichtingen:

- De GS-Toelichting op hoofdstuk 8 waarin onder de tweede alinea, laatste volzin met betrekking tot het begrip bevroren vermeld wordt: “ Onder “bevroren” wordt verstaan dat een product is afgekoeld tot onder het vriespunt totdat het door en door is bevroren”.

- Aanvullende toelichting GS op onderverdeling 2009 11:

Onder bevroren sinaasappelsap wordt eveneens verstaan, geconcentreerd sinaasappelsap dat, hoewel bevroren en bewaard bij een temperatuur van ongeveer -18C, niet tot in de kern bevroren is.

- Nationale toelichting op de onderverdeling 2009 11

Sap tot in de kern bevroren wordt ongeacht de temperatuur ingedeeld onder deze onderverdeling

Uit deze toelichtingen blijkt dat het er in de eerste plaats om gaat dat het sap “door en door” bevroren is, c.q. “tot in de kern” bevroren is. Alleen wanneer zelfs bij

-18C het sap nog niet is overgegaan in de vaste vorm wordt het bij wijze van fictie als bevroren aangemerkt.

6.7. De in geschil zijnde goederen betreffen sinaasappelsap, welk sap tot in de kern hard is. Gelet op het vorenoverwogene brengt dit mee dat de goederen moeten worden ingedeeld in post 2009 11 99 van het GDT. Het gelijk is derhalve aan de inspecteur. Het beroep moet ongegrond worden verklaard.

7. De proceskosten

De Douanekamer acht geen termen aanwezig voor een veroordeling tot vergoeding van proceskosten op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

8. De beslissing

De Douanekamer verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld 10 februari 2005 door mr. A. Bijlsma, voorzitter, mr. E.M. Vrouwenvelder en mr. A.J. Roke, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch, griffier. De beslissing is op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken.

De griffier: De voorzitter:

Beroep in cassatie

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a) de naam en het adres van de indiener;

b) een dagtekening;

c) de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.