Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2005:AS8296

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-02-2005
Datum publicatie
28-02-2005
Zaaknummer
1538/04 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klaagster kan niet worden ontvangen in haar hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 10 februari 2005 in de zaak onder rekestnummer 1538/2002 NOT van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

APPELLANTE,

t e g e n

MR. [geïntimeerde],

notaris te [plaats],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Door appellante, verder te noemen klaagster, is bij een op 2 oktober 2002 ter griffie ingekomen verzoekschrift hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Breda, verder te noemen de kamer, van 30 september 2002.

1.2. Bij die beslissing heeft de kamer ongegrond verklaard het verzet van klaagster tegen de beslissing van de (plaatsvervangend) voorzitter van de kamer van 22 juli 2002, waarin de (plaatsvervangend) voorzitter de klacht van klaagster als kennelijk ongegrond heeft afgewezen.

1.3. Van de zijde van klaagster is een aanzienlijke hoeveelheid producties ter griffie van het hof ingekomen.

1.4. Van de zijde van de notaris zijn op 10 september en 9 november 2004 een tweetal brieven ter griffie van het hof ingekomen.

1.5. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 9 december 2004. Verschenen zijn klaagster en de notaris. Zij hebben het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde en bedoelde stukken.

3. De ontvankelijkheid van het hoger beroep

3.1. In het algemeen staat – op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 1 Wet op het notarisambt, verder te noemen WNA - tegen een beslissing van de kamer op een klacht het rechtsmiddel hoger beroep bij dit hof open. Artikel 99 leden 2, 6 en 10 bepalen echter, verkort weergegeven en voor zover hier van belang, dat de (plaatsvervangend) voorzitter kennelijk niet ontvankelijke en kennelijk ongegronde klachten alsmede klachten die naar zijn oordeel van onvoldoende gewicht zijn, kan afwijzen, dat tegen een dergelijke beslissing verzet kan worden gedaan bij de kamer en dat tegen de beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is geen rechtsmiddel openstaat.

3.2. Op grond van het voorgaande is het hoger beroep niet ontvankelijk.

3.3. Het vorenoverwogene leidt tot de navolgende beslissing.

4. De beslissing

Het hof:

- verklaart klaagster niet ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 30 september 2002.

Deze beslissing is gegeven door mrs. N.A.M. Schipper, A.L.G.A. Stille en P.J.N. van Os en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 10 februari 2005.