Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2005:AS5732

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-02-2005
Datum publicatie
10-02-2005
Zaaknummer
1579/03 KG
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

De Stichting Begijnhof heeft het hof er daarom niet van overtuigd dat haar argumenten om de toegankelijkheid van het Begijnhof in te perken zwaarwegend genoeg zijn om de daaruit voortvloeiende aantasting van de belangen van de Engelse kerk te aanvaarden.

Het hof zal de primaire vordering van de Engelse kerk alsnog toewijzen, met dien verstande dat het hof ervan uitgaat dat de Engelse kerk met “vrije en ongestoorde toegang” bedoelt de toegang zoals deze heeft gegolden tot het toeristenseizoen 2003.

Wetsverwijzingen
Wegenwet
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 februari 2005

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM VIERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

de stichting STICHTING HET BEGIJNHOF,

gevestigd te Amsterdam,

APPELLANTE in het principaal appèl,

GEÏNTIMEERDE in het incidenteel appèl,

procureur: mr. P.J. Sandberg,

t e g e n

1. het rechtspersoonlijkheid bezittende kerkgenootschap

ENGLISH REFORMED CHURCH, gevestigd te Amsterdam,

2. de stichting STICHTING ALLE-DAG-KERK AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

GEÏNTIMEERDEN in het principaal appèl,

APPELLANTEN in het incidenteel appèl,

procureur voor 1. mr. J.M. Bakx-van den Anker,

voor 2. mr. B.J.H. Crans.

1. Het geding in hoger beroep

1.1 Partijen worden hierna de Stichting Begijnhof en Engelse kerk respectievelijk Alle-Dag-Kerk genoemd.

1.2 Bij exploot van 12 september 2003 is de Stichting Begijnhof in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank te Amsterdam van 28 augustus 2003, in kort geding onder nummer KG 03/1544 gewezen tussen de Engelse kerk als eiseres, de Alle-Dag-Kerk als gevoegde partij aan de zijde van de Engelse kerk en de Stichting Begijnhof als gedaagde.

1.3. Bij memorie van grieven heeft de Stichting Begijnhof tegen het vonnis waarvan beroep vijf grieven aangevoerd en geconcludeerd, dat het hof bij arrest uitvoerbaar bij voorraad het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en de vorderingen van de Engelse Kerk en de Alle-Dag-Kerk zal afwijzen, met veroordeling van hen in de proceskosten van de beide instanties.

1.4 De Engelse kerk en de Alle-Dag-Kerk hebben de grieven ieder afzonderlijk bij memorie van antwoord bestreden alsmede een bewijsaanbod gedaan en geconcludeerd, dat het hof het hoger beroep van de Stichting Begijnhof zal verwerpen. Van hun kant heeft elk van hen eveneens hoger beroep ingesteld onder aanvoering van vijf door de Engelse Kerk geformuleerde grieven die de Alle-Dag-Kerk alle heeft onderschreven. Hun conclusies strekken tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en integrale toewijzing van hun vorderingen, met veroordeling van de Stichting Begijnhof in de proceskosten van de beide instanties.

1.5 Vervolgens hebben de Stichting Begijnhof en de Engelse kerk ter terechtzitting van het hof van 6 augustus 2004 hun standpunten nader doen toelichten aan de hand van nadien overgelegde pleitnotities, de Stichting Begijnhof door haar procureur en de Engelse kerk door mr. N.O. Vogelaar, advocaat te Haarlem. Bij die gelegenheid zijn door hen nog producties in het geding gebracht. Ook zijn er nog inlichtingen verschaft.

Aan het slot van de pleidooien hebben deze partijen zich voorgenomen om te proberen het geschil in der minne op te lossen. Daartoe is hun tot begin januari 2005 gelegenheid gegeven.

Het is partijen niet gelukt de kwestie onderling te regelen.

1.6 Ten slotte hebben partijen aan het hof gevraagd om arrest te wijzen.

2. De grieven

Voor de inhoud van de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven en de memorie van grieven in het incidenteel appèl van de Engelse kerk waarachter de Alle-Dag-Kerk zich geschaard heeft.

3. Feiten

De voorzieningenrechter heeft in overweging nummer 1 onder a tot en met d de in dit geding vaststaande feiten vermeld. Hieromtrent bestaat geen geschil zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.

4. Beoordeling

4.1 Het gaat in dit geding om de volgende kwestie.

4.1.1 Het Begijnhof is gelegen in het hart van het centrum van Amsterdam, in de hoek tussen het Spui en de Nieuwezijds Voorburgwal.

Het is toegankelijk via, voor zover thans van belang, twee poorten, de ene vanaf het Spui (Spuipoort) en de ander vanaf de Begijnensteeg (Begijnenpoort). De Begijnenpoort heeft een – afsluitbare – binnenpoort en een buitenpoort.

Het Begijnhof stamt uit de late Middeleeuwen.

Van oudsher wordt er gewoond, er zijn ruim 100 woningen. Bovendien zijn er twee kerken. De Engelse kerk is sedert 1607 eigenaar van het vrijstaande kerkgebouw dat zich binnen de bebouwing van het Begijnhof bevindt. De Engelse kerk houdt diensten in het gebouw. Ook stelt zij het gebouw tegen betaling ter beschikking van anderen, onder meer voor concerten en huwelijkssluitingen. De Alle-Dag-Kerk houdt al tientallen jaren diensten in het gebouw van de Engelse kerk. Verder is er een katholieke kerk in het Begijnhof.

4.1.2 Het Begijnhof heeft vanwege zijn monumentale karakter en atmosfeer een belangrijke en unieke toeristische functie. Het aantal bezoekers dat in het bijzonder in het zomerseizoen het hof aandoet, is groot.

4.1.3 De Stichting Begijnhof is eigenaar van het Begijnhof en belast met de instandhouding ervan. De Stichting is bezorgd over de grote aantallen toeristen die het Begijnhof bezoeken. Zij vreest dat het hof uiteindelijk te veel te lijden zal hebben van de druk die daarvan uitgaat.

De Stichting Begijnhof heeft gemeend die ontwikkeling te moeten keren door de openingstijden van het hof te beperken. Zij heeft die openingstijden met ingang van het jaar 2003 voor het toeristenseizoen vastgesteld op ’s morgens van 07.00 tot 11.00 uur, op zondagen te verlengen tot 13.00 uur. Inmiddels heeft zij de openingstijden verruimd tot elke dag van 07.00 tot 13.00 uur. De Spuipoort kan tijdens de sluitings-tijden wel van binnenuit worden geopend.

Het toeristenseizoen loopt vanaf de eerste week voor Pasen tot en met de eerste zondag in september.

4.1.4 De Engelse kerk en de Alle-Dag-Kerk worden door die openingstijden beperkt in hun gebruik van de kerk. Hun kerkgebouw is niet ontoegankelijk geworden door de maatregel. De kerk kan nog betreden worden via een ingang aan de oostzijde die uitkomt in de Begijnenpoort tussen de eerdergenoemde binnen- en buitenpoort, welke ingang bereikbaar blijft, ook als de binnenpoort naar het Begijnhof gesloten is.

4.1.5 De gemeente Amsterdam althans het Stadsdeel Amsterdam-Centrum heeft zich op het standpunt gesteld dat van afsluiting van het Begijnhof geen sprake kan zijn, omdat het openbaar gebied is. Zij acht zich blijkens een op 14 februari 2002 uitgegeven persbericht verantwoordelijk voor het onderhoud van die openbare ruimte en voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid in het Begijnhof.

De Stichting Begijnhof is niet tevreden over de wijze waarop de gemeente althans het stadsdeel zich van die taak gekweten heeft. Mede daarom koos zij voor beperktere toegankelijkheid van het Begijnhof.

4.1.6 De kwestie van de toegankelijkheid van het Begijnhof is onderworpen geweest aan het oordeel van de bestuursrechter. Het besluit van het dagelijks bestuur van het Stadsdeel Amsterdam-Centrum van de gemeente Amsterdam van 25 april 2003 inhoudende de last aan de Stichting Begijnhof om, kort gezegd, de toegankelijkheid op voldoende niveau te waarborgen, is op 8 december 2004 vernietigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling overwoog daartoe dat de voetpaden die lopen over het be- en omsloten terrein van het Begijnhof niet aan de openbaarheid zijn prijsgegeven en dus niet openbaar geworden zijn als bedoeld in de Wegenwet.

4.1.7 Door de bewoners van het Begijnhof wordt verschillend gedacht over de beperking van de toegankelijkheid van het hof.

In de algemene bepalingen die deel uitmaken van de huurovereenkomsten die zij aangaande hun woonruimte sloten met de Stichting Begijnhof staat een regeling van de toegankelijkheid. In 1998 luidde deze:

12.9 De hoofdtoegang tot het Begijnhof bevindt zich aan de Spuizijde. Deze poort is opengesteld van ’s morgens circa half zeven tot ongeveer zes uur ’s avonds. Om zes uur gaat de deur dicht, echter niet op slot. Door de beveiligingsdienst zal de poort om 11 uur ’s avonds worden gesloten. Voor het gebruik op andere tijden is voor deze poort een sleutel verkrijgbaar. De poortdeur dient buiten de openingstijden weer deugdelijk te worden afgesloten. De andere toegangsmogelijkheid tot het hof, de zogenaamde Kalverstraatpoort (hof: Begijnenpoort), is elke dag van ’s morgens circa acht uur tot ongeveer vijf uur ’s middags opengesteld.

Een aantal bewoners heeft een procedure bij de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam aanhangig gemaakt teneinde bij wege van voorlopige voorziening de verruiming van de sluitingstijden ongedaan te maken. De op grond van hun huurovereenkomsten verlangde voorziening is door de kantonrechter bij vonnis van 26 mei 2004 geweigerd.

4.1.8 In de oude situatie ondervond noch de Engelse kerk noch de Alle-Dag-Kerk hinder van de beperkte toegankelijkheid van het hof. De te houden kerkdiensten konden alle zonder problemen doorgang vinden, ook de huwelijkssluitingen en begrafenisdiensten die ’s middags plaatshadden. Hetzelfde gold voor de concerten, zowel ’s middags als ’s avonds.

4.1.9 De Stichting Begijnhof, de Engelse kerk en de Alle-Dag-Kerk hebben de gerezen toegankelijkheidsproblematiek niet onderling kunnen oplossen. De Engelse kerk heeft zich tot de voorzieningenrechter gewend, de inleidende dagvaarding dateert van 1 augustus 2003.

De Alle-Dag-Kerk heeft zich in de procedure aan haar zijde geschaard.

4.2 De voorzieningenrechter heeft in zijn vonnis waarvan beroep de door de Engelse Kerk ondersteund door de Alle-Dag-Kerk gevorderde voorzieningen gedeeltelijk getroffen.

De Stichting Begijnhof werd veroordeeld om naar eigen keuze de Spuipoort of de (binnenpoort van de) Begijnenpoort open te stellen voor bezoekers van de Engelse kerk vanaf een half uur voor aanvang tot een kwartier na aanvang van alle officiële en van tevoren aan de Stichting Begijnhof bekendgemaakte diensten (reguliere diensten, huwelijken en begrafenisdiensten), op straffe van een dwangsom.

Verder werd zij veroordeeld om één van de poorten op woensdagen open te stellen tot 12.45 uur ten behoeve van de dienst van de Alle-Dag-Kerk, op straffe van een dwangsom.

Voor het overige werden de gevorderde voorzieningen, kortweg: een vrije en ongestoorde toegang tot de hoofdingang van de kerk, althans een bevel tot verlening van een noodweg tussen de hoofdingang en de Spuipoort op iedere werkdag van 07.00 tot 22.30 uur en de afgifte van een sleutel, afgewezen.

De voorzieningenrechter overwoog dat de kerken voldoende spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen.

Als uitgangspunt koos hij dat de omstreden paden niet openbaar zijn. Vervolgens heeft hij onderzocht, in hoever de gevorderde voorzieningen op het burgerlijk recht konden worden gegrond. Voor het bestaan van een erfdienstbaarheid zag hij onvoldoende aanknopings-punt. Wel nam hij een recht op noodweg aan. Zijns inziens kan de ingang aan de oostzijde redelijker-wijze niet als noodweg voldoen, zodat als zodanig slechts de route naar de ingang onder de klokkentoren resteerde. Dit recht op een noodweg heeft zijns inziens alleen te gelden voor het reguliere gebruik van de kerk in het toeristenseizoen en niet voor concerten en orgellessen. Daaraan verbond hij de conclusie dat een van de poorten van het Begijnhof voor kerkdiensten vaker open moet dan door de Stichting Begijnhof bepaald, als nader in zijn vonnis aangegeven.

4.3 De partijen zijn opgekomen tegen dit vonnis. Zij vechten de verschillende stappen in de redenering van de voorzieningenrechter vanuit verschillende invalshoeken aan. De Stichting Begijnhof wil beperkter toegankelijkheid, de Engelse kerk ruimere, daarin ondersteund door de Alle-Dag-Kerk.

4.4 De Alle-Dag-Kerk heeft geen afzonderlijk eigen belang meer bij de bespreking van de grieven van de Engelse kerk. Omdat de openingstijden verruimd zijn tot 13.00 uur, ook op woensdagen, is haar probleem opgelost.

4.5 Voor het overige zal het hof de grieven gedeeltelijk gezamenlijk bespreken, omdat zij zich daartoe lenen.

4.6 De eerste grief van de Stichting Begijnhof bestrijdt het belang en het spoedeisend belang van de Engelse kerk en de Alle-Dag-Kerk bij het kort geding.

De grief faalt.

Terecht heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat het feit dat de kerken het effect van de beperkter openstelling even hebben aangezien en dat zij langdurig hebben geprobeerd om zelf een oplossing te bereiken, er niet aan in de weg staat aan hun kant belang en ook spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen aan te nemen. Dat geldt voor de Engelse Kerk ook nog in hoger beroep. Het toeristenseizoen van 2003 is voorbij en inmiddels ook dat van 2004, maar dat betekent geenszins dat de kerk geen behoefte meer heeft aan de gevorderde voorziening.

Naar bij gelegenheid van de pleidooien in hoger beroep gebleken is, zal de Stichting Begijnhof in 2005 geen wijziging brengen in haar beleid, zodat de problemen ook in dit jaar zich wederom zullen voordoen.

Daarmee is het belang van de kerk gegeven.

Ook het spoedeisend belang is duidelijk gelet op de consequenties van de beperkter toegankelijkheid voor de kerk, die zich reeds medio maart a.s. zullen voordoen, omdat Pasen dit jaar vroeg valt.

4.7 Het hof zal thans de grieven van de Stichting Begijnhof en van de Engelse kerk bespreken die op grond van het burgerlijk recht, in het bijzonder ook het burenrecht, ingang willen doen vinden dat de toegankelijkheid van het Begijnhof in het vonnis waarvan beroep niet goed geregeld is. Bij de bespreking van deze grieven dient het volgende voorop te staan.

Inmiddels is duidelijk dat, anders dan wellicht velen gemeend hebben, de paden van het Begijnhof niet openbaar zijn als bedoeld in de Wegenwet. Dat betekent dat het de eigenaar, de Stichting Begijnhof, in beginsel vrijstaat een regeling te treffen voor de toegankelijkheid van het gebied. Bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid daarvan kan er echter niet aan worden voorbijgezien dat de Engelse Kerk en de eigenaar van het Begijnhof sedert eeuwen op elkaar aangewezen zijn en dat het Begijnhof sedert tientallen jaren (zo niet nog langer) zodanig toegankelijk was dat de Engelse kerk zonder enig probleem haar kerkgebouw kon exploiteren.

Daarmee heeft en had de Stichting Begijnhof zonder meer rekening te houden.

Het is het hof niet duidelijk kunnen worden, ook niet desgevraagd bij gelegenheid van de pleidooien in hoger beroep, in welke feitelijke situatie de Stichting Begijnhof nu precies wijziging gebracht heeft. De Stichting Begijnhof lijkt ervan uit te gaan dat het Begijnhof dagelijks om 17.00 uur gesloten was. Dat valt echter niet in overeenstemming te brengen met de stelling van de Engelse kerk dat zij met haar avondconcerten tot 2003 geen problemen ondervond, welke stelling onbestreden is gebleven. Ook klopt hetgeen de Stichting Begijnhof aangaande het verleden schetst niet goed met de regeling die in elk geval tot voor kort was opgenomen in de overeenkomsten met haar huurders waarin staat dat de Spuipoort weliswaar om 17.00 uur dicht ging maar pas om 11.00 uur ’s avonds werd afgesloten. In zover gaat de tweede grief in het incidentele appèl op. Een en ander maakt het voor het hof moeilijk te beoordelen hoe ingrijpend de thans omstreden maatregelen nu eigenlijk zijn.

4.8 De stellingen van de Engelse kerk zijn ontoereikend om aan te nemen dat door verjaring en/of bestemming voor haar ten laste van de Stichting Begijnhof een erfdienstbaarheid van overpad is ontstaan.

Uiteraard brengt de feitelijke situatie mee dat de Stichting Begijnhof als eigenaar van het Begijnhof en de Engelse kerk als eigenaar van haar kerk in een bijzondere rechtsverhouding tot elkander zijn geraakt. Dat geldt te meer omdat deze situatie al eeuwen bestaat. Nu de veelvuldig gebruikte deur onder de klokkentoren uitkomt op grond die in eigendom toebehoort aan de Stichting Begijnhof, moet er

- afgezien van de burenrechtelijke consequenties -ernstig rekening mee gehouden worden dat de Engelse kerk zich ook in zakenrechtelijke zin gerechtigd heeft geacht om gebruik te maken van de weg naar de Spuipoort over de grond van de Stichting Begijnhof en dat zij dusdoende – ondanks het ontbreken van een notariële vestigingsakte – aangemerkt kan worden als bezitter van dat recht. Voorshands kan echter niet worden uitgesloten dat zij dit recht van overpad ontleent aan de toestemming van de Stichting Begijnhof. Omdat de Engelse kerk sedert eeuwen eigenaar is van de kerk met ondergrond is het extra moeilijk om te achterhalen of haar rechten van verbintenisrechtelijke dan wel zakenrechtelijke oorsprong zijn. Dit kort geding leent zich niet voor verder onderzoek in deze kwestie. Het hof kan dan ook voorshands niet aanvaarden dat de Engelse kerk op zodanige erfdienstbaarheid recht kan doen gelden. De vierde grief in het incidenteel appèl heeft geen succes.

4.9 In elk geval moet worden aangenomen dat de Stichting Begijnhof jarenlang ingestemd heeft met het gebruik van het omstreden pad over haar grond door de Engelse kerk. Het moge zo zijn dat er lang geleden onenigheid bestaan heeft over het gebruik van de deur onder de klokkentoren en dat de Stichting Begijnhof althans haar rechtsvoorganger(s) gepoogd hebben de Engelse kerk slechts van haar oostelijke deur gebruik te laten maken, in het meer recente verleden is daarvan niet gebleken.

Dat betekent dat van de Stichting Begijnhof mag worden verlangd dat zij zich bij de door haar voorgenomen inperking van het gebruik door de Engelse kerk rekenschap geeft van de belangen van die kerk. Slechts zwaarwegende argumenten zijn in deze specifieke omstandigheden toereikend om een dergelijke beperking te rechtvaardigen.

4.10 De door de Stichting Begijnhof gekozen maatregelen zijn getroffen, omdat, naar zij op 2 april 2003 schrijft, de overlast van de achthonderdduizend toeristen die het hof jaarlijks in een beperkte periode bezoeken voor de meeste van de ongeveer 100 bewoners tot onaanvaardbaar veel overlast aanleiding geeft. Aanvankelijk was het gelukt om door het sluiten van één van de drie toegangen en het aanstellen van een – door de gemeente bekostigde – toezichthouder de overlast binnen de perken te houden. Door het wegvallen van het toezicht nam de overlast weer onaanvaardbare proporties aan en was zij genoodzaakt andere maatregelen te treffen, aldus het bestuur van de Stichting Begijnhof.

Omdat zij het onjuist acht zelf toezicht te bekostigen, is gekozen voor beperking van de openingstijden.

Waaruit de overlast bestaat wordt door de Stichting Begijnhof in haar brief niet toegelicht. Ook in deze procedure heeft zij dat niet althans niet afdoende gedaan. Het hof moet het er dus voor houden dat het grote aantal toeristen op zichzelf reeds overlast meebrengt.

Dat het Begijnhof jaarlijks in het toeristenseizoen wordt bezocht door achthonderdduizend toeristen (later door de Stichting Begijnhof teruggebracht tot tweehonderdduizend toeristen) wordt in dit geding gemotiveerd betwist. In 1999 zou een telling zijn gehouden waaruit zou blijken dat in het toeristen-seizoen op doordeweekse dagen gemiddeld 231 toeristen het Begijnhof aandoen. Zelfs als in aanmerking wordt genomen dat de bezoekersaantallen sedert 1999 gestegen zijn kan in dit geding niet goed worden vastgesteld of en zo ja met welke overlast de Stichting Begijnhof te kampen had. Het hof wil aannemen dat grote aantallen toeristen de Stichting Begijnhof zorgen baren en aanleiding geven tot beschermende maatregelen. Hetgeen in deze procedure vaststelbaar is, geeft vooralsnog niet veel aanknopingspunt voor de overtuiging dat zo drastisch moest worden ingegrepen als de Stichting Begijnhof gedaan heeft.

Dat over de noodzaak van de getroffen maatregelen verschillend kan worden gedacht, blijkt ook uit de omstandigheid dat de bewoners van het Begijnhof daarover ernstig van mening verschillen.

In hoever de meerderheid van de bewoners voor de inperking van de toegankelijkheid is kan gelet op het debat van partijen in dit geding niet worden vastgesteld. In zover gaat de derde grief in het incidenteel appèl op.

4.11 De Stichting Begijnhof heeft het hof er daarom niet van overtuigd dat haar argumenten om de toegankelijkheid van het Begijnhof in te perken zwaarwegend genoeg zijn om de daaruit voortvloeiende aantasting van de belangen van de Engelse kerk te aanvaarden.

Daarover zou nog anders kunnen worden gedacht als de oostelijke ingang van de kerk een redelijk alternatief zou opleveren. Het hof is het geheel met de voorzieningenrechter eens dat dit niet het geval is. Het hof wil aannemen dat de kerk via de oostelijke ingang redelijkerwijs betreden kan worden, maar dat neemt niet weg dat dit voor de Engelse kerk bezwaarlijk is. Niet alleen heeft zij de inrichting van haar kerkgebouw daarop niet afgestemd, ook is van betekenis dat de ingang onder de klokkentoren typisch bedoeld is als hoofdingang. Dat de ingangen ooit anders gebruikt zijn, doet daaraan thans niet af. Ook is vooralsnog onvoldoende gebleken dat van de Engelse kerk mag worden verlangd dat zij de inrichting van haar kerkgebouw aanpast, opdat de Stichting Begijnhof haar beweerde overlastprobleem in het Begijnhof kan oplossen.

4.12 Slotsom van deze overwegingen is dat de Stichting Begijnhof in de omstandigheden van dit geval onvoldoende rekening gehouden heeft met de belangen van de Engelse kerk en dat de Engelse kerk daartegen terecht een voorziening verlangt. Of de Engelse Kerk aanspraak kan maken op een noodweg als door haar gesteld behoeft verder niet te worden beslist.

4.13 Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven. Dit kort geding leent zich verder niet voor bewijslevering.

Het hof zal dit vonnis vernietigen en de primaire vordering van de Engelse kerk voor de toekomst alsnog toewijzen, met dien verstande dat het hof ervan uitgaat dat de Engelse kerk met “vrije en ongestoorde toegang” bedoelt de toegang zoals deze heeft gegolden tot het toeristenseizoen 2003.

Voor zover met de principale grieven aan de orde gesteld is dat de Engelse kerk met het vonnis waarvan beroep meer verkreeg dan haar ooit toekwam, slagen zij dus en leiden zij tot de geclausuleerde toewijzing zoals hierboven besproken.

4.14 De grieven behoeven voor het overige geen afzonderlijke bespreking meer. In het principaal appèl zullen de proceskosten worden gecompenseerd, omdat partijen over en weer in het ongelijk gesteld zijn. De Stichting Begijnhof zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van de eerste aanleg en die van het incidenteel appèl gevallen aan de zijde van De Engelse Kerk en de Alle-Dag-Kerk. De kosten in het incidentele appèl zullen voor de Alle-Dag-Kerk worden begroot op nihil, omdat deze samenvallen met die van het principale appèl.

5. Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en, opnieuw rechtdoende:

beveelt de Stichting Begijnhof om de Engelse kerk met ingang van 20 maart 2005 de vrije en ongestoorde toegang tot de hoofdingang van het kerkgebouw te verlenen zoals deze heeft gegolden tot het toeristenseizoen 2003, een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 2000,- voor elke dag of gedeelte daarvan waarbij zij in gebreke blijft;

veroordeelt de Stichting Begijnhof in het incidenteel appèl in de proceskosten van dit geding en begroot die kosten aan de zijde van de Engelse kerk tot de dag van deze uitspraak op € 1.102,16 voor de eerste aanleg en € 1.341,- voor het hoger beroep en aan de zijde van de Alle-Dag-Kerk op € 1.021,- voor de eerste aanleg en nihil voor het hoger beroep;

compenseert de proceskosten van het principaal appèl;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.B.C.M. van der Reep, W.J.J. Los en M.P. van Achterberg en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2005.