Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2004:AR6515

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-11-2004
Datum publicatie
01-12-2004
Zaaknummer
03/02369
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2008:BD6823, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verontreinigingsheffing. Begrip bedrijfsruimte.

Het in een openbaar park gelegen festivalterrein waar gedurende een aantal opeenvolgende weekenden een gratis toegankelijk festival wordt gehouden is geen bedrijfsruimte.

Wetsverwijzingen
Wet verontreiniging oppervlaktewateren 17
Wet verontreiniging oppervlaktewateren 23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Milieurecht Totaal 2004/1192
FED 2004/730
V-N 2005/12.2.7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Vijfde Enkelvoudige Belastingkamer

UITSPRAAK

op het beroep van Stichting X te Z, belanghebbende,

tegen

drie uitspraken van de heffingsambtenaar van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, verweerder.

1. Loop van het geding

Van belanghebbende is op 22 mei 2003 ter griffie een beroepschrift ingekomen. Het beroep is gericht tegen drie uitspraken van verweerder, alle gedagtekend 13 mei 2003, betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslagen verontreinigingsheffing voor de jaren 2000 en 2001 en de daarbij opgelegde boetes, alsmede de aan belanghebbende opgelegde voorlopige aanslag verontreinigingsheffing voor het jaar 2003. Bij de bestreden uitspraken heeft verweerder de bezwaarschriften ongegrond verklaard.

Het beroep strekt tot vernietiging, dan wel herziening van de (voorlopige) aanslagen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en concludeert tot ongegrond verklaring van het beroep.

Ter zitting van 15 januari 2004 is namens belanghebbende Q verschenen en namens verweerder mr. R. Aan het slot van het onderzoek ter zitting heeft verweerder toegezegd nog op de zaak betreffende stukken te zullen inbrengen. Dat heeft hij gedaan bij zijn brief van 11 maart 2004 met bijlagen. De griffier heeft een kopie van die stukken op 16 maart 2004 aan belanghebbende gezonden. Daarop heeft belanghebbende bij brief van 3 mei 2004 aan de griffier gereageerd. De griffier heeft een kopie van laatstgenoemde brief op 10 mei 2004 aan verweerder gezonden. In zijn brief van 18 mei 2004 heeft belanghebbende de griffier medegedeeld prijs te stellen op een nieuw onderzoek ter zitting. In zijn brief van 19 mei 2004 heeft verweerder de griffier onder meer medegedeeld dat zijn conclusie blijft dat de aanslagen en de boetes dienen te worden gehandhaafd en dat hij instemt met het achterwege laten van een nieuw onderzoek ter zitting.

Ter zitting van 17 juni 2004 zijn namens belanghebbende verschenen Q, tot bijstand vergezeld van (...). Namens verweerder is mr. S verschenen. Ter zitting heeft de griffier belanghebbende een kopie van de voornoemde brief van 19 mei 2004 overhandigd. Belanghebbende heeft de brief gelezen en heeft erop kunnen reageren.

Het Hof heeft mondeling uitspraak gedaan op 1 juli 2004. Het proces-verbaal van deze mondelinge uitspraak is op 1 juli 2004 aan partijen verzonden. Ter griffie is op 15 juli 2004 van verweerder het verzoek ontvangen om de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke uitspraak. Het ter zake verschuldigde griffierecht (€ 204,50) is tijdig voldaan.

2. De verordening

2.1. De Verordening verontreinigingsheffing Amstel, Gooi en Vecht 1997 voor het jaar 2000 luidt, voor zover in casu van belang, als volgt:

"ARTIKEL 2

In deze verordening wordt verstaan onder:

(...)

h) bedrijfsruimte: een naar zijn aard en inrichting als afzonderlijk geheel te beschouwen terrein of ruimte, niet zijnde een woonruimte; (...)

ARTIKEL 4

1. Aan de heffing is onderworpen degene die als gebruiker van een woon- of bedrijfsruimte stoffen direct of indirect brengt in een oppervlaktewater of op een zuiveringstechnisch werk; (…)

ARTIKEL 7

1. Degene die het gebruik heeft van een bedrijfsruimte is heffingsplichtig voor het daaruit geloosde afvalwater. (…)"

2.2. De Verordening voor het jaar 2001 luidt, voor zover in casu van belang, als volgt:

"ARTIKEL 2

In deze verordening wordt verstaan onder:

(...)

g) bedrijfsruimte: een naar zijn aard en inrichting als afzonderlijk geheel te beschouwen terrein of ruimte, niet zijnde een woonruimte; (...)

ARTIKEL 4

1. Aan de heffing worden onderworpen:

a) terzake van het afvoeren van stoffen vanuit een bedrijfsruimte of een woonruimte: degene die het gebruik heeft van die ruimte; (…)"

2.3. De Verordening voor het jaar 2003 (die naar het Hof verstaat in dezen identiek is aan die van 2002) luidt, voor zover in casu van belang, als volgt:

"ARTIKEL 2

In deze verordening wordt verstaan onder:

(...)

g) bedrijfsruimte: een naar zijn aard en inrichting als afzonderlijk geheel te beschouwen terrein of ruimte, niet zijnde een woonruimte, een zuiveringstechnisch werk of een riolering; (...)

ARTIKEL 4

1. Aan de heffing worden onderworpen:

a) terzake van het afvoeren van stoffen vanuit een bedrijfsruimte of een woonruimte: degene die het gebruik heeft van die ruimte;"

3. Tussen partijen vaststaande feiten

3.1. Volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Z bestaan de activiteiten van belanghebbende uit “het organiseren van festivals in het bijzonder het a-festival”. Op 10 april 2003 is aan belanghebbende een evenementenvergunning verleend. Die vergunning luidt, voor zover in casu van belang, als volgt:

“De Burgemeester van Z;

(...)

Verleent aan: de Stichting X te Z;

Voor 6 opeenvolgende weekends, te weten de data:

zaterdag (...) en zondag (...) 2003;

(...)

zaterdag (...) en zondag (...) 2003;

Vergunning voor het organiseren van diverse activiteiten in het b-park (zie tekening) ten behoeve van het a-festival 2003, welke activiteiten o.a. bestaan uit:

- het houden van een voetbaltoernooi en overige sportactiviteiten;

- cultuur- en dansactiviteiten;

- barbecue en het anderszins (doen) bereiden en verkopen van etenswaren;

- het (doen) verkopen van alcoholvrije dranken

- het maken van levende en/of mechanische muziek (...)

in aanmerking nemende:

(...)

dat bovenbedoelde activiteiten plaatsvinden tussen 10.00 uur en 21.00 uur en alleen in het slotweekend (...) van 10.00 tot 22.00 uur;

(...)

De volgende voorschriften dienen daarbij in acht te worden genomen.

(...)

Heffing gelden

16. Het is de vergunninghouder niet toegestaan voor de toegang tot en het gebruik van het evenemententerrein gelden te heffen.

17. Ingeval een vrijwillige bijdrage aan de bezoekers wordt gevraagd dient de vrijwilligheid van de bijdrage bij alle toegangen duidelijk kenbaar te worden gemaakt.

(...)

Staat openbare ruimte

53. De vergunninghouder draagt er zorg voor dat de openbare weg en het openbaar groen ter plaatse en in de nabijheid van de activiteiten, waarvoor deze vergunning is verleend, vrij en schoon van afval/verontreiniging blijven en dat iedere dag na afloop aldaar aanwezige afval/verontreiniging wordt verwijderd.”

De in de vergunning aangeduide tekening behoort tot de stukken. Op de tekening is voorzien in de plaatsing van twee toiletvoorzieningen welke zijn aangesloten op de riolering.

3.2. Het a-festival vindt jaarlijks gedurende zes weekenden (zaterdag en zondag) in de zomer plaats. Het b-park te Z, waar het a-festival steeds plaatsvindt, is openbare ruimte, óók tijdens de festivaldagen. Het festivalterrein is niet afgesloten, niet tijdens het festival en evenmin tijdens de tussen de festivalweekends gelegen werkdagen. Het festivalterrein is voor iedereen vrij toegankelijk. Belanghebbende heft geen entreegeld van de mensen die het festival en/of het b-park bezoeken. Om op het festival te mogen “staan”, betalen de kraam- en standhouders een vergoeding aan belanghebbende.

Op verzoek van belanghebbende is nabij het festivalterrein een waterput gerealiseerd. Het gemeentelijke waterleidingbedrijf plaatst kort voor de periode van zes weken in deze put op aanvraag van en op naam van belanghebbende een watermeter; kort na die periode wordt deze meter afgelezen en weer verwijderd. De verbruikte hoeveelheid water brengt het waterleidingbedrijf in rekening bij belanghebbende.

3.3. Op grond van de voor de betreffende jaren geldende verordeningen heeft verweerder aan belanghebbende de volgende (voorlopige) aanslagen verontreinigingsheffing, alle met dagtekening 28 februari 2003, opgelegd:

Jaar Betreft Soort aanslag Aanslagbedrag Verhoging

2000 Bedrijfsruimte Definitieve aanslag € 799,81 € 39,99

2001 Bedrijfsruimte Definitieve aanslag € 1.452,28 € 217,84

2003 Bedrijfsruimte Voorlopige aanslag € 790,20 -

4. Geschil

In geschil is of de onderhavige (voorlopige) aanslagen verontreinigingsheffing en boetes terecht zijn opgelegd.

5. Standpunten van partijen

4.1. Voor de standpunten van partijen en de motivering daarvan verwijst het Hof naar de stukken van het geding. Samengevat weergegeven komt het erop neer dat belanghebbendes primaire stelling is dat het terrein waarop het a-festival wordt gehouden geen bedrijfsruimte is. Verweerder heeft het standpunt ingenomen dat wel sprake is van een bedrijfsruimte.

4.2. Voor hetgeen partijen daaraan ter zitting hebben toegevoegd, verwijst het Hof naar de twee aan deze uitspraak gehechte processen-verbaal van het verhandelde ter zitting.

6. Beoordeling van het geschil

6.1. Belanghebbende heeft op basis van de evenementenvergunning 2003 (en naar het Hof verstaat is de gang van zaken in 2000 en 2001 vergelijkbaar) de mogelijkheid gekregen om gedurende zes opeenvolgende weekenden (zaterdag en zondag) in de zomer in het b-park te Z het a-festival te organiseren en zij heeft dit ook daadwerkelijk gedaan. Het b-park is een openbare ruimte. Gelet op het feit dat het festivalterrein voor iedereen te allen tijde gratis en zonder belemmeringen toegankelijk is - ook tijdens het festival - is het Hof van oordeel dat de vergunning noch het festival zelf, het b-park zijn openbare karakter heeft ontnomen en dat er geen moment is waarop belanghebbende zich te eigen behoeve van het festivalterrein kon bedienen. Het festivalterrein kwalificeert dan ook niet als een bedrijfsruimte als gedefinieerd onder 2.1, 2.2 en/of 2.3 omdat geen sprake is van een “als afzonderlijk geheel te beschouwen terrein”. De overige stellingen van belanghebbende kunnen onbesproken blijven.

6.2. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep gegrond. Het Hof zal de bestreden uitspraken, de aanslagen 2000 en 2001, de voorlopige aanslag 2003 en de beschikkingen waarbij verweerder belanghebbende de boetes voor de jaren 2000 en 2001 heeft opgelegd, vernietigen.

7. Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten van belanghebbende nu deze niet gesteld heeft dat er sprake is geweest van voor vergoeding in aanmerking komende kosten en deze ook niet anderszins aannemelijk zijn geworden.

8. Beslissing

Het Hof

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de drie bestreden uitspraken;

- vernietigt de aanslagen verontreinigingsheffing voor de jaren 2000 en 2001 alsmede de voorlopige aanslag verontreinigingsheffing voor het jaar 2003;

- vernietigt de twee boetebeschikkingen en

- gelast het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht het door belanghebbende betaalde griffierecht ad € 232 aan haar te vergoeden.

De uitspraak is vastgesteld op 18 november 2004 door mr. Boersma, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Van Schaik als griffier, ter vervanging van de voornoemde mondelinge uitspraak.

Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (zie voor het adres de begeleidende brief).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a) de naam en het adres van de indiener;

b) de dagtekening;

c) een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d) de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep is een griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.