Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2004:AR4419

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-10-2004
Datum publicatie
22-10-2004
Zaaknummer
04/3484 DK
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekster, optredend als douane-expediteur voor een importeur van LCD monitoren, vraagt om een voorlopige voorziening (8:81 Awb) ter voorkoming van verschil in tariefstoepassing op LCD monitoren. De voorzieningenrechter acht op zichzelf beschouwd omzetderving en de kans op verlies van cliënten bij verzoekster aanwezig. Daarmee is naar het oordeel van de voorzieningenrechter nog niet aan het vereiste van onverwijlde spoed in de zin van artikel 8:81 Awb voldaan. De voorzieningrechter overweegt dat zich bij verzoekster geen situatie voordoet die vergt dat, gelet op de betrokken belangen, met onverwijlde spoed een voorlopige voorziening wordt getroffen, en wijst het verzoek af.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:81
Algemene wet bestuursrecht 8:52
Algemene wet inzake rijksbelastingen 22a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2004-1979
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Voorzieningenrechter

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht

Zaak nr. 04/3484 DK

de dato 20 oktober 2004

1. Procedure

1.1. Op 1 september 2004 is een verzoekschrift ingekomen van mr. A en mr. B van C, Advocaten, Belastingadviseurs, Notariaat, te Z, ingediend namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid D B.V. (hierna: D), verzoekster.

De voorzieningenrechter van de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam (hierna: de voorzieningenrechter) wordt verzocht op de voet van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) een voorlopige voorziening te treffen in verband met het voornemen van het hoofd van het douanedistrict te Rotterdam (hierna: verweerder) van 23 augustus 2004, om de bezwaren van verzoekster tegen de in de uitnodigingen tot betaling van 11 juni 2004, nummers ....1249, ....1250 en ....1251, vermelde bedragen aan douanerechten, groot onderscheidenlijk € 48.188,56, € 38.790,64 en € 49.120,40, af te wijzen.

1.2. De gemachtigde heeft een griffierecht voldaan van € 273. De inspecteur heeft op 10 september 2004 zijn reactie op het verzoek ingediend.

1.3. Op 6 september en 7 oktober 2004 heeft verzoekster nadere stukken ingediend als bedoeld in artikel 8:83 jo. 8:58 van de Awb.

1.4. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden tijdens de zitting van 11 oktober 2004. Daar zijn verschenen namens verzoekster mr. A, gemachtigde, tot bijstand vergezeld van mr. B, mr. E en F. Namens verweerder zijn verschenen mr. P. Veringmeier, tot bijstand vergezeld van mr. G, H, I en J. Beide partijen hebben een pleitnota overgelegd en voorgelezen. Partijen hebben de gelegenheid gehad zich uit te laten over de bij de pleitnota van de wederpartij gevoegde bijlagen. De voorzieningenrechter rekent de pleitnota’s alsmede vermelde bijlagen tot de stukken van het geding.

Tijdens de zitting heeft de inspecteur een monster van de ingevoerde partij Liquid Crystal Display monitoren (hierna: LCD monitoren) met een Digital Visual Interface aansluiting (hierna: DVI-aansluiting) getoond en voorts de beeldweergave van de onderhavige LCD monitor getoond door deze met een verbindingskabel via de DVI-aansluiting aan een DVD-speler met een

DVI-aansluiting te koppelen en daarop een DVD-schijf af te spelen.

2. De vaststaande feiten

2.1. Op 3 juni 2004 heeft verzoekster, douane-expediteur, in opdracht van K bij de douaneambtenaren te Rotterdam, aangiftepunt Maasvlakte, onder de nummers ....1249, ....1250 en ....1251 een drietal aangiften voor het vrije verkeer gedaan van goederen omschreven als “LCD monitoren”. Bij iedere aangifte is een factuur van L te Taiwan aan K overgelegd, waarop de goederen zijn omschreven als “19”LCD MONITOR” of “17”LCD MONITOR”. De goederen zijn van oorsprong uit Taiwan en de Volksrepubliek China en zijn aangegeven onder post 8471 60 90 van het Gemeenschappelijk douanetarief (hierna: GDT). Het tarief bij deze post bedraagt 0% aan douanerechten.

2.2. In het kader van de verificatie van de aangiften heeft de douane de goederen fysiek gecontroleerd. De bevindingen van de controle luiden – voorzover hier van belang – als volgt:

“(...) VAK 31, 33 - - 2, 10 NIET CONFORM. GECORRIGEERD, GEVOLG FIN POS 38.790, 64. DFB 2004.0157.00299 BEKEURING AANGEZEGD.”

De douane heeft op basis van deze bevindingen de goederen ingedeeld in post 8528 21 90 van het GDT, waarvoor een tarief aan douanerechten van 14% geldt, en vervolgens de sub 1.1. vermelde uitnodigingen tot betaling aan verzoekster uitgereikt. De goederen zijn op 11 juni 2004 vrijgegeven.

2.3. Op 25 juni 2004 heeft verzoekster een drietal bezwaarschriften ingediend tegen de de sub 1.1. vermelde uitnodigingen tot betaling. Afschriften van de drie bezwaarschriften zijn bij het verzoekschrift overgelegd.

2.4. Bij brief van 23 augustus 2004, kenmerk 04/379/5023 t/m 5025, heeft de inspecteur verzoekster geïnformeerd over zijn voornemen de sub 2.3. vermelde bezwaren af te wijzen, die – voorzover hier van belang – als volgt luidt:

“(...)

Samenvatting van de eventuele afwijzing

Gezien verordening (EG) Nr.754/2004 van de Commissie van 21 april 2004, is indeling onder 8471 60 uitgesloten omdat het beeldscherm niet van een soort is dat hoofdzakelijk of uitsluitend in een systeem voor automatische gegevensverwerking wordt gebruikt. Er is naar mijn mening terecht gecorrigeerd naar goederencode 8528 21 90.

(...).”.

2.5. Verordening (EG) nr. 754/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (PB EU 2004, nr. L 118) luidt, voorzover hier van belang, als volgt:

zie het voormelde nummer van het Publicatieblad van de EU.

2.6. Tot de gedingstukken behoort een afschrift van een persbericht van het Bundesverband Informationswirtschaft, Telekommunikation und neue Medien e.V. (hierna: BITKOM) van 24 augustus 2004, dat – voorzover hier van belang – als volgt luidt:

“(...)

Computer-Monitore dürfen günstig bleiben: das Bundesfinanzministerium hat vorläufig einen neuen Einfuhrzoll für Fachbildschirme gestoppt. (...). Die verantwortliche Zolltechnische Prüf- und Lehranstalt München hatte auf Wunsch der EU-Kommission den Importeuren von Computer-Monitoren in den vergangenen Tagen mitgeteilt, dass die bisherige Zollbefreiung für Flachbildschirme entfalle. Damit hätten die Importeure 14 Prozent Einfuhrzoll zahlen müssen. Betroffen wären alle LCD-Monitore gewesen, die einen digitalen Signaleingang (DVI-Schnittstelle) besitzen. (...).

Der Widerruf des Finanzministeriums ist jedoch nur vorläufig. Entscheidend is das abschliessende Urteil der EU-Kommission. Sie hatte im Frühjahr zunächst Plasmabildschirme mit DVI-Schnittstelle als zollpflichtig klassifiziert, da mit diesen überwiegend Filme und Videos betrachtet werden. Inzwischen vertritt sie diese Haltung auch bei LCD-Monitoren mit DVI-Anschluss: diese seien ebenfalls Unterhaltungselektronik (UE) – und damit grundsätzlich zollpflichtig. Eind endgültiges, rechtverbindliches Urteil steht noch aus.

(...).”.

2.7. Op 31 augustus 2004 heeft M te Hamburg (Duitsland) in opdracht van K bij de douaneambtenaren van het Hauptzollamt Hamburg, onder het nummer .....44605 een aangifte voor het vrije verkeer gedaan voor goederen omschreven als “17”LCD Monitor (...) white-blue, with speaker and web-cam”. Bij de aangifte is een factuur van L te Taiwan aan K overgelegd, waarop de goederen zijn omschreven als “17”LCD MONITOR”. De goederen zijn van oorsprong uit Taiwan en zijn aangegeven onder post 8471 60 90 van het GDT. De Duitse douaneautoriteiten hebben de aangifte aanvaard en de goederen vrijgegeven. Op de goederen is het tarief van 0% aan douanerechten toegepast.

2.8. Tot de gedingstukken hoort een “Report of conclusions of the 346th meeting” van de “Mechanical/Miscellaneous Sector” van het Customs Code Committee, Tariff and Statistical Nomenclature Section (hierna: Comité Mechanica) van 15 juli 2004, nummer TAXUD/B/3/D 9597, dat – voorzover hier van belang – als volgt luidt:

“(...)

3.16. LCD monitors (...)

Facts:

(...)

Presence of a DVI connector is not evidence of solely or principal use in ADP systems.

(...)

Need to ensure uniform treatment of economic operators and avoid distortion of trade (thus creating unfair competition amongst different companies) and to respect our ITA tariff commitments.

(...)

Conclusions:

(...)

For the finished monitors the DVI argument has failed. No other “killer” arguments (as for the CRT – dot pitch) available for distinguishing between different types of monitors.

(...)

Committee agrees that, unless an importer can demonstrate that a monitor is only to be used with an ADP machine (heading 8471) or to be used as an indicator panel (heading 8531), it has to be classfied in heading 8528.

Industry, represented by EICTA, has despite great efforts been unable to suggest unambiguous criteria for distinguishing between different types of monitors.

(...).”.

3. Het verzoek

De voorzieningenrechter wordt verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat:

- primair, in afwachting van besluitvorming binnen de EG, het onderhavige goed moet worden ingedeeld in post 8471 60 90 van het GDT;

- subsidiair, de inspecteur binnen veertien dagen bericht dat alle lidstaten hetzelfde standpunt innemen omtrent de indeling van het onderhavige goederen, of dat hij, bij het uitblijven van een dergelijk bericht, dezelfde indeling volgt als de Duitse douaneautoriteiten;

- meer subsidiair, enige andere voorziening wordt getroffen die tot een oplossing kan leiden.

4. Standpunt van verzoekster

4.1. Verzoekster voert namens K de LCD monitoren in. Het betreft computermonitoren met een LCD-beeldscherm van 15, 17 of 19 inch, voorzien van een DVI-aansluting. Jarenlang worden dergelijke monitoren al ingedeeld in post 8471 van het GDT. Dit gebeurt op basis van de ITA-overeenkomst, waarin is bepaald dat voor computer gerelateerde producten een tarief van 0% aan douanerechten wordt geheven. Sinds enige tijd stelt de douane zich op het standpunt dat alle LCD monitoren, voorzien van een DVI-aansluiting, moeten worden ingedeeld in post 8528 21 90 van het GDT, zodat een tarief van 14% aan douanerechten geldt.

4.2. Met een beroep op het arrest van het Hof van Justitie van 4 maart 2004, zaak C-130/02 (Krings GmbH), DR 2004/47*, past de inspecteur de sub 2.5. vermelde indelingsverordening ook toe op de onderhavige LCD monitoren en deelt hij deze in post 8528 van het GDT in. Verzoekster acht dit onjuist. De plasmaschermen vermeld in sub 2.5. aangehaalde indelingsverordening zijn wat betreft afmeting, prijs en bestemming niet vergelijkbaar met de onderhavige LCD monitoren. De Commissie heeft ook geen indelingsverordening vastgesteld voor LCD monitoren.

4.3. In tegenstelling tot de Nederlandse douaneautoriteiten, delen de Duitse douaneautoriteiten de onderhavige LCD monitoren nog steeds in post 8471 van het GDT in. Het sub 2.6. aangehaalde persbericht van BITKOM en de sub 2.7. vermelde invoeraangifte bevestigen dit.

4.4. De inspecteur stelt ten onrechte dat geen onderscheid kan worden gemaakt tussen de onderhavige computermonitoren enerzijds en televisie’s of videomonitoren anderzijds. De onderhavige K LCD monitor is in de winkel te koop voor ongeveer € 500 per stuk, terwijl een LCD televisie van K ruim € 2.500 per stuk kost. De technische samenstelling, de uitstraling, styling en het formaat beeldscherm van een computermonitor zijn geheel anders dan die van een televisie of een videomonitor. Zo beschikt een LCD computermonitor niet over een tunerbox en is het formaat beeldscherm van 15 tot en met 19 inch aanzienlijk kleiner dan dat van een LCD televisie.

4.5. Ter zitting heeft verzoekster – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard.

Verzoekster verzoekt niet om de indeling van de LCD monitoren als zodanig, maar om de inspecteur, en via hem de Nederlandse douaneautoriteiten, opdracht te geven te bewerkstelligen dat in de EG gelijke douanerechten over de LCD monitoren met een DVI-aansluiting worden geheven. K heeft de afgelopen maanden ongeveer 30 containers met LCD monitoren in Duitsland voor het vrije verkeer laten aangeven in post 8471 van het GDT tegen 0% douanerechten. Per container, die K niet door verzoekster in Nederland maar in Duitsland laat aangeven, derft verzoekster ruim € 1.000 aan omzet. Tot het einde van het jaar verwacht K nog 120 containers in te voeren zodat, bij een aanhoudende heffing in Nederland van 14% douanerechten, K deze ook in Duitsland zal laten invoeren, waardoor verzoekster in totaal € 120.000 aan omzet derft. Dit bedraagt ongeveer 6% van haar jaaromzet en betekent derhalve een grote schade voor verzoekster. Op dit moment hangt ook het sluiten van een contract met een potentiële cliënt, die LCD monitoren wenst in te voeren, af van het tarief aan douanerechten. De onderhavige zaak leidt niet tot de ondergang van verzoekster, omdat zij ook andere activiteiten heeft. Gelet op de omzetderving en het mogelijke verlies van cliënten bij verzoekster is er spoedeisend belang.

In tegenstelling tot het besluit van het Comité Mechanica van juli 2004, heeft M in opdracht van K de afgelopen weken zes containers met LCD monitoren voor het vrije verkeer aangegeven bij het Hauptzollamt Hamburg tegen een tarief van 0% aan douanerechten. Alle LCD monitoren die in Duitsland worden ingevoerd beschikken over een DVI-aansluiting. Ook in Ierland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en België zijn de LCD monitoren met een DVI-aansluiting ingevoerd onder post 8471 tegen het nultarief. Verzoekster beschikt niet over de desbetreffende aangiften.

Op de onderhavige LCD monitoren van 17 inch kan televisie worden gekeken, maar dat is niet afhankelijk van een DVI-aansluiting. Ook op een LCD monitor met een analoge aansluiting kan met behulp van een tunerbox televisie worden gekeken. De in bijlage 5 bij het verweerschrift bedoelde LCD monitor bevat een analoge aansluiting en bij deze monitor wordt een tunerbox meegeleverd.

5. Het standpunt van verweerder

5.1. Voor het treffen een voorlopige voorziening moet zijn voldaan aan de connexiteitseis en dient sprake te zijn van onverwijlde spoed. Verzoekster heeft bezwaren tegen de onderhavige uitnodigingen tot betaling ingediend, zodat aan het eerste vereiste is voldaan. In casu ontbreekt echter het spoedeisend belang nu verzoekster de uitnodigingen tot betaling heeft voldaan, en overige argumenten voor een spoedeisend belang niet zijn aangevoerd.

5.2. Het onderhavige goed is een LCD-monitor, die op een DVD-speler, een spelcomputer, een tunerbox of een automatische gegevensverwerkende machine kan worden aangesloten en dient om beelden zichtbaar te maken.

In het verleden zijn LCD-monitoren en plasmaschermen ingedeeld in post 8471 van het GDT. Met de vooruitgang van de techniek zijn deze schermen uitgerust met een veelheid aan gebruiksmogelijkheden, waaronder een zogeheten

DVI-aansluiting. De gebruiksdoeleinden van dergelijke schermen zijn daardoor groter geworden dan alleen het gebruik als uitvoereenheid van een automatische gegevensverwerkende machine. De toestellen kunnen derhalve niet meer voor post 8471 van het GDT kwalificeren en zijn terecht in post 8528 van het GDT ingedeeld.

5.3. Verzoeksters stelling dat de Duitse douaneautoriteiten een LCD monitor met een DVI-aansluiting in post 8471 van het GDT indelen is onjuist. Al op 24 januari 2003 hebben de Duitse douaneautoriteiten LCD monitoren met een DVI-aansluiting ingedeeld in post 8528 van het GDT en het Finanzgericht München heeft in haar uitspraak van 21 januari 2004, nr. 3 K 2631/03, deze indeling bevestigd. De Duitse noch de Nederlandse douaneautoriteiten zijn gebonden aan uitspraken of opinies van BITKOM.

5.4. K biedt op internet een gecombineerde 17 inch LCD monitor/TV aan voor € 599, terwijl een LCD-monitor van K € 545 kost. Het verschil tussen een LCD-monitor annex DVD-scherm en een LCD-monitor annex TV is derhalve slechts € 50, en niet het door verzoekster gestelde bedrag van € 2.000.

5.5. Het onderhavige goed is niet vergeleken met het plasmascherm vermeld in de sub 2.5. aangehaalde indelingsverordening. Geconstateerd is dat de criteria die de Commissie gebruikt voor de indeling van plasmaschermen ook van toepassing zijn op de onderhavige LCD-monitoren. Nu de toestellen beschikken over een DVI-aansluiting zijn zij in staat andere signalen weer te geven dan alleen die van een automatische gegevensverwerkende machine, waardoor indeling onder post 8471 van het GDT is uitgesloten.

5.6. Bij een juiste indeling kan van schade toebrengen aan verzoekster geen sprake zijn. Het primaire verzoek van verzoekster moet worden afgewezen. Nu de inspecteur geen enkele bevoegdheid heeft om aan de Commissie opdrachten te geven, dient ook het subsidiaire verzoek te worden afgewezen. Het meer subsidiaire verzoek is niet gefundeerd op juridische argumenten, zodat dit eveneens moet worden afgewezen.

5.7. Ter zitting heeft de inspecteur – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard.

Tariefgeschillen lenen zich niet voor een procedure via een verzoek tot voorlopige voorziening. Uit de advertentie overgelegd in bijlage 5 van het verweerschrift blijkt dat ook op LCD monitoren van 17 inch televisie wordt gekeken. Andere dan de sub 2.7. vermelde gegevens over één aangifte in Duitsland heeft verzoekster niet overgelegd, zodat wordt betwist dat in Duitsland of in andere lidstaten meer aangiften van LCD monitoren met een DVI-aansluiting tegen het tarief van 0% aan douanerechten zijn aanvaard. Uit het sub 2.8. aangehaalde rapport van het Comité Mechanica blijkt dat besloten is LCD monitoren met een DVI-aansluiting in te delen in post 8528 van het GDT. De lidstaten zijn gebonden aan deze beslissing. De heer N van de Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling (B/CCP), Nederlands vertegenwoordiger in het Comité Mechanica, heeft medegedeeld dat in de 350ste vergadering van het Comité Mechanica, Duitsland is gemaand de voormelde beslissing te volgen, zodat ook de Duitse douaneautoriteiten 14% douanerechten over de LCD monitoren met een DVI-aansluiting zullen heffen. Het rapport van de conclusies van de 350ste vergadering van het Comité Mechanica is nog niet gepubliceerd.

6. De rechtsoverwegingen

6.1. Ten principale ligt aan het geschil een ingewikkeld nomenclatuurvraagstuk ten grondslag; bij voorlopige voorziening kan daarover niet op evenwichtige wijze worden geoordeeld. Uit hetgeen belanghebbende ter zitting heeft verklaard volgt, dat zij niet zozeer een indeling van de onderhavige goederen als wel een maatregel ter voorkoming van verschil in tariefstoepassing wenselijk acht.

6.2. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, hangende de beslissing op een ingediend bewaar- of beroepschrift, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Uit hetgeen sub 2.3. is vermeld volgt, dat aan het zogenoemde vereiste van connexiteit is voldaan.

6.3. Verzoekster heeft ten betoge dat sprake is van onverwijlde spoed, aangevoerd dat het door de inspecteur ingenomen standpunt ten aanzien van de indeling van de onderhavige goederen leidt tot omzetderving en verlies van cliënten. Op grond van de overgelegde gedingstukken en gelet op hetgeen ter zitting door verzoekster is verklaard, acht de voorzieningenrechter op zichzelf beschouwd omzetderving en de kans op verlies van cliënten bij verzoekster aannemelijk. Daarmee is evenwel nog niet aan het vereiste van onverwijlde spoed voldaan. Onverwijlde spoed in de zin van artikel 8:81 van de Awb heeft immers in de regel betrekking op de onmogelijkheid om de eventuele gevolgen van de sub 1.1. vermelde uitnodigingen tot betaling te herstellen. Dit doet zich in het onderhavige geval niet voor. In dit verband acht de voorzieningenrechter van belang dat verzoekster ter zitting heeft verklaard dat de handelwijze van de inspecteur niet van dien aard is, dat daardoor voortzetting van haar bedrijfsuitoefening niet mogelijk zou zijn dan wel ernstig in gevaar zou worden gebracht. Ook anderszins doet zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter bij verzoekster geen situatie voor die vergt dat, gelet op de betrokken belangen, met onverwijlde spoed een voorlopige voorziening wordt getroffen.

Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat, gelet op de verklaring van de inspecteur ter zitting, niet valt uit te sluiten dat Duitsland zich zal conformeren aan het sub 2.8. vermelde indelingsbesluit van het Comité Mechanica inzake LCD monitoren.

6.4. Uit het vorenoverwogene volgt dat aan het vereiste van onverwijlde spoed in casu niet is voldaan, zodat de gevraagde voorzieningen moeten worden geweigerd.

6.5. Het ligt voor de hand dat de inspecteur met voortvarendheid uitspraak doet op de sub 2.3. vermelde bezwaarschriften, opdat een spoedige behandeling van het indelingsgeschil door de rechter mogelijk wordt, al dan niet met toepassing van artikel 8:52 van de Awb.

7. De proceskosten

De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

8. De beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Aldus vastgesteld op 20 oktober 2004 door mr. A. Bijlsma, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. drs. T.A.J.S. Hesselink, griffier. De beslissing is op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken.

De griffier: De voorzieningenrechter:

Tegen deze voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of beroep in cassatie open.