Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2004:AP1781

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-05-2004
Datum publicatie
23-06-2004
Zaaknummer
03/04708
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Verwijzing na Hoge Raad
Inhoudsindicatie

Gelet op de twee getoonde, originele betaalbewijzen en de verklaringen van drie getuigen, acht het Hof aannemelijk dat belanghebbende wel de verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan, ondanks het feit dat twee parkeercontroleurs geen betaalbewijs hebben gezien.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:33, geldigheid: 2004-05-27
Algemene wet bestuursrecht 8:46, geldigheid: 2004-05-27
Algemene wet inzake rijksbelastingen 20, geldigheid: 2004-05-27
Gemeentewet 225, geldigheid: 2004-05-27
Gemeentewet 234, geldigheid: 2004-05-27
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2004-1175
Belastingblad 2004/1003

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Vijfde Meervoudige Belastingkamer

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak - na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 5 december 2003 (nummer 39.133, BNB 2004/88) - in het beroep van X te Z, belanghebbende,

tegen

een uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Leiden, gedagtekend 22 december 2000, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.

Het Hof heeft het beroep behandeld op de zitting van 13 mei 2004.

Beslissing

Het Hof

- verklaart het beroep gegrond,

- vernietigt de uitspraak en de naheffingsaanslag,

- gelast de gemeente Leiden het griffierecht ad € 24,96 (f 55) aan belanghebbende te vergoeden en

- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 12, te betalen door de gemeente Leiden.

Gronden

1. Belanghebbende heeft op 8 december 2000 de op zijn naam staande Chrysler Voyager met het kenteken AA-AA-00 geparkeerd op de Garenmarkt in Leiden. Hij heeft nabij deze locatie gegeten met een aantal personen. Tot 20.00 uur gold voor die locatie de verplichting tot het voldoen van parkeerbelasting.

Rond 19.17 uur is een naheffingsaanslag opgelegd omdat twee parkeercontroleurs in de auto geen betaalbewijs hadden aangetroffen.

2. De heffingsambtenaar heeft ter zitting een ongedateerde verklaring overgelegd van parkeercontroleur A waarbij deze verklaart met zijn collega B te hebben geconstateerd dat op het moment van controle geen geldig kaartje zichtbaar was in de genoemde auto.

3. Belanghebbende heeft verklaard dat hij de verschuldigde parkeerbelasting had voldaan, dat hij over een geldig betaalbewijs beschikte en dat dit op het dashboard lag op een plek met gedeeltelijk schaduw, veroorzaakt door de sterke straatverlichting.

Belanghebbende heeft van een drietal met name genoemde personen gelijkluidende verklaringen overgelegd waarin deze verklaren dat er een naheffingsaanslag onder de ruitenwisser zat, dat een geldig betaalbewijs op het dashboard lag en dat dit bewijs niet geheel zichtbaar was in verband met de schaduwwerking.

Belanghebbendes gemachtigde heeft ter zitting een origineel betaalbewijs getoond waaruit blijkt dat f 2,50 was voldaan voor een periode die zou verstrijken op 8 december 2000 om 19.36 uur. Voorts heeft hij ter zitting een origineel betaalbewijs getoond, gekocht bij dezelfde automaat op de Garenmarkt, waaruit blijkt dat f 2,- (verschuldigd voor een parkeerduur van 30 minuten) was voldaan voor een periode die zou verstrijken op 8 december 2000 om 20.03 uur.

4. Nu belanghebbendes gemachtigde een origineel betaalbewijs dat betrekking had op de periode waarin het tijdstip van controle viel ter zitting heeft getoond, hij ook een betaalbewijs heeft getoond dat betrekking had op de periode die daarop aansloot en hij een drietal verklaringen heeft overgelegd, waarvan de inhoud het Hof plausibel voorkomt, acht het Hof het aannemelijk dat belanghebbende de verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan.

Gelet op het voorgaande kan buiten bespreking blijven over welk betaalbewijs de drie personen hun uitspraak hebben gedaan. Hetzelfde geldt voor de stelling van belanghebbende dat het niet in de rede ligt dat hij niet betaald zou hebben omdat hij op 27 oktober 2000 voor parkeren op dezelfde locatie een naheffingsaanslag had opgelegd gekregen.

Het beroep is dan ook gegrond.

5. Nu het Hof het beroep gegrond verklaart, heeft belanghebbende recht op een vergoeding voor proceskosten. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) en de verklaring van zijn gemachtigde ter zitting, komt hiervoor in aanmerking een bedrag van € 12, zijnde de (geschatte) reiskosten per openbaar vervoer tussen P en Amsterdam. Gesteld noch gebleken is dat belanghebbende andere in het Besluit vermelde voor vergoeding in aanmerking komende kosten heeft gemaakt.

De uitspraak is gedaan op 27 mei 2004 door mrs. Boersma, Goes en Van de Merwe, in tegenwoordigheid van mr. Thijssen als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, door de voorzitter en de griffier ondertekend.

Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van het proces-verbaal in geanonimiseerde vorm.

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is een griffierecht verschuldigd. Na het verzoek tot vervanging ontvangt U van de griffier een nota griffierecht.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.