Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2004:AO7818

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-04-2004
Datum publicatie
19-04-2004
Zaaknummer
813/03 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Akte houdende aandelen-emissie besloten vennootschap. Het hof verwerpt het beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 8 april 2004 in de zaak onder rekestnummer 813/2003 NOT

1.[naam] B.V.,

gevestigd te [plaats],

2. [klager],

wonende te [woonplaats]

APPELLANTEN,

advocaat : Prof. Mr. H. Loonstein,

t e g e n

1. MR. [naam],

notaris te [plaats],

2. MR. [naam]

notaris te [plaats], destijds kandidaat-notaris te [plaats],

GEÏNTIMEERDEN,

advocaat: Mr. E.M. Soerjatin.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Door appellanten, verder te noemen klagers, is bij een op 7 augustus 2003 ter griffie ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en de kandidaat-notarissen te Amsterdam, verder te noemen de kamer, van 8 juli 2003, waarbij de klacht van klagers ongegrond is verklaard.

1.2. Op 12 december 2003 is ter griffie van het hof een aanvullend beroepschrift ingekomen.

1.3. Op 4 februari 2004 is namens geïntimeerden, verder tezamen te noemen de notarissen, een verweerschrift ingediend ter griffie van het hof.

1.4. Op 11 februari 2004 is namens klagers een aantal stukken ingediend ter griffie van het hof.

1.5. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 12 februari 2004. Klagers en de notarissen zijn verschenen, alsmede hun advocaten. Allen hebben het woord gevoerd, de advocaten aan de hand van pleitnotities.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en van de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in haar beslissing van 8 juli 2003 heeft vastgesteld, onder aanpassing van het gestelde onder 2. Uitgangspunt, sub a., waar dient te worden gelezen dat [naam] de persoonlijke houdstervennootschap van [naam] is en dat zij 42,1 % van de aandelen in [naam] B.V. houdt.

Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten verder geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof daarvan uitgaat.

4. Het standpunt van klagers

4.1. Klagers verwijten de notaris sub 2, hierna: de kandidaat-notaris, een gebrek aan communicatie. Op maandag 21 januari 2002 zouden de advocaat van klagers en de kandidaat-notaris elkaar ontmoeten op het kantoor van de kandidaat-notaris. Deze heeft toen éénzijdig besloten, zonder voorafgaand overleg met de advocaat van klagers, dat ook de advocaat van de wederpartij, hierna: mr. [naam], bij dat gesprek aanwezig zou zijn. De aankondiging van die aanwezigheid is slechts op de voice-mail van de advocaat van klagers ingesproken.

4.2. Ook heeft de kandidaat-notaris op 23 januari 2002 de akte houdende de aandelen-emissie gepasseerd, terwijl de advocaat van klagers vóór het afgesproken tijdstip op 22 januari 2002 een fax had gestuurd dat er sprake was van een onvoorziene omstandigheid en dat nog geen inhoudelijke reactie mogelijk was. Nadien heeft de advocaat van klagers nog twee faxberichten naar de kandidaat-notaris gestuurd. Via andere wegen heeft de advocaat van klagers vervolgens moeten vernemen dat een aandelen-emissie had plaatsgevonden. De kandidaat-notaris kende de bezwaren van klagers en had hen omtrent het toch verlijden van de akte behoren in te lichten en overleg behoren te voeren.

4.3. Klagers stellen zich op het standpunt dat de notarissen hun ministerie hadden moeten weigeren. Eerder hebben twee andere notariskantoren geweigerd hun diensten te verlenen. Bovendien is een kantoorgenoot van de notarissen, mr. [naam], advocaat van [naam] B.V. De advocaat van klagers stelt de kandidaat-notaris hierop te hebben gewezen, door middel van verscheidene uitlatingen gedaan op en vóór 21 januari 2002, en in het bijzonder in zijn brief van 16 januari 2002.

4.4. Ook hebben de notarissen hun onderzoeksplicht geschonden. De advocaat van klagers heeft de kandidaat-notaris erop gewezen dat het besluitenlijstje niet weergeeft hetgeen op de desbetreffende aandeelhoudersvergadering van 16 oktober 2001 is besloten. Verwijzend naar een uitspraak van dit hof heeft genoemde advocaat aangetoond dat het besluitenlijstje niet klopt. De notaris zou dit onderzoeken en verslag hiervan doen. Ook heeft de kandidaat-notaris nagelaten uit te zoeken of ook niet-aandeelhouders is aangeboden om mee te doen met de aandelenemissie en of het klopte dat niet alle aandeelhouders bij de eerste ronde zijn uitgenodigd.

4.5. Voorts stellen klagers dat [naam] B.V. niet heeft mogen inschrijven op de tweede emissieronde en dat de kandidaat-notaris hier had moeten optreden. In plaats daarvan heeft de kandidaat-notaris zich laten leiden door de informatie van mr. [naam]. De kandidaat-notaris heeft zich onvoldoende onafhankelijk opgesteld.

4.6. Tot slot menen klagers dat [naam] B.V. zich heeft schuldig gemaakt aan één of meer strafbare feiten, en dat de notarissen hierbij hand- en spandiensten hebben verleend en dus hieraan medeplichtig zijn. Zo is het eerdergenoemde besluitenlijstje valselijk opgemaakt, aangezien het niet weergeeft wat op de desbetreffende aandeelhoudersvergadering is besloten.

5. Het standpunt van de notarissen

5.1. De notarissen stellen ten aanzien van alle onderdelen van de klacht dat deze niet concreet worden onderbouwd of toegelicht en daarom reeds ongegrond zijn.

5.2. Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel stellen de notarissen dat de advocaat van klagers wel van tevoren op de hoogte is gesteld van de komst van mr. [naam] naar het gesprek van 21 januari 2002. Voorafgaand aan die bespreking heeft de advocaat van klagers desgevraagd bevestigd dat hij het bericht op de voice-mail heeft gehoord en dat hij geen bezwaar had tegen de aanwezigheid van mr. [naam].

5.3. De notarissen stellen voorts dat klagers het ten onrechte doen voorkomen of instemming van de zijde van klagers vereist was om tot het passeren van de akte over te gaan. Op het moment dat het gesprek van 21 januari 2002 plaatsvond was de emissieovereenkomst met klagers reeds ontbonden. Deze ontbinding is niet door klagers betwist. Uit zorgvuldigheidsoverwegingen is klagers meermalen de mogelijkheid geboden om hun bezwaren naar voren te brengen. Het voorstel dat de kandidaat-notaris deed tijdens dit gesprek werd door mr. [naam] uitdrukkelijk van een voorbehoud voorzien. Bovendien geldt dat klagers ervan doordrongen waren dat haast geboden was. De eerste termijn was door klagers niet gebruikt. Ook de tweede termijn, door klagers zelf gesteld, is niet benut. Tenslotte hebben de notarissen zich er bij mr. [naam] van vergewist dat tot het passeren kon worden overgegaan.

5.4. Wat betreft het verlenen van ministerie door de notarissen stellen zij dat het in zijn algemeenheid zo is dat een notaris zelf beslist of er een gegronde reden is om zijn ministerie te weigeren. Aan de notarissen is in het onderhavige geval niet van een dergelijke gegronde reden gebleken. Er is met het passeren van de akte geen wettelijk of ander voorschrift overtreden. Het enkele feit dat de notarissen aan hetzelfde kantoor zijn verbonden als mr. [naam] is geen reden om niet aan hun ministerieplicht te voldoen. Daarnaast was de akte in overeenstemming met de beschikking van de Ondernemingskamer van dit hof van 15 november 2001. Dat twee andere kantoren eerder hun ministerie hebben geweigerd was de notarissen bekend. De reden voor die weigering was de juridische complexiteit van de zaak. Tot slot hebben klagers nooit bezwaar gemaakt tegen het passeren van de akte door de notarissen, ook niet bij brief van 16 januari 2002. Pas na het passeren van de akte, bij brief van 28 januari 2002, is het bezwaar voor het eerst naar voren gebracht.

5.5. Voor de notarissen was er geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de echtheid van het door klagers genoemde besluitenlijstje. Het genoemde stuk is voorts niet bedoeld om weer te geven wat er tijdens een vergadering is besproken, doch geeft alleen weer wat is besloten. Verder bleek uit het dossier dat alle aandeelhouders zijn aangeschreven en dat er geen aandelen aan niet-aandeelhouders zijn aangeboden.

5.6. Met betrekking tot het niet aanschrijven van [naam] B.V. in het kader van de tweede emissieronde stellen de notarissen in de eerste plaats dat er nooit een tweede emissieronde is geweest. Daarbij geldt dat [naam] B.V. daar hoe dan ook niet voor in aanmerking was gekomen omdat zij in haar brief van 10 december 2001 had aangegeven slechts beperkt van haar voorkeursrecht gebruik te willen maken. Het niet ten volle gebruik maken van haar voorkeursrecht bracht voor [naam] B.V. met zich mee dat zij niet meer in aanmerking kwam voor de tweede emissieronde. Dit is in overeenstemming met voornoemde beschikking van de Ondernemingskamer van 15 november 2001.

5.7. De beschuldiging aan het adres van de notarissen dat zij medeplichtig zijn aan strafbare feiten mist iedere grond.

6. De beoordeling

6.1. Het onderzoek in hoger beroep heeft naar het oordeel van het hof niet geleid tot vaststelling van andere feiten - met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 3. is overwogen - dan wel beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt.

6.2. Het hof voegt aan de overwegingen van de kamer met betrekking tot het ten onrechte verlenen van ministerie nog toe van oordeel te zijn dat, anders dan de advocaat van klagers stelt, uit diens brief van 16 januari 2002 geenszins blijkt dat er bezwaren bestonden bij klagers ten aanzien van de dienstverlening door de notarissen.

6.3. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend, buiten beschouwing blijven.

6.4. Het hier vooroverwogene leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. Schipper, Stille en Van Os, en in het openbaar uitgesproken op donderdag 8 april 2004.

KAMER VAN TOEZICHT OVER NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN TE AMSTERDAM

BESCHIKKING van 8 juli 2003 in de klachtzaak nummer K 19/02 van:

1. de besloten vennootschap [naam] B.V.,

gevestigd te [plaats],

2. [naam],

wonende te [woonplaats],

klagers,

raadsman: prof. mr. H. Loonstein,

tegen:

1. mr. [naam],

notaris te [plaats],

3. mr. [naam],

notaris (per 19 juli 2002 te [plaats])

beklaagden.

1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij brief van 6 maart 2002 hebben [naam] B.V. en [naam] - verder gezamenlijk aan te duiden als klagers - een klacht ingediend tegen mr. [naam] en mr. [naam], hierna ook gezamenlijk aan te duiden als de notarissen of beklaagden. Mr. [naam] zal voorts afzonderlijk ook aangeduid worden als de notaris.

De notarissen hebben verweer gevoerd.

Klagers en de notarissen hebben vervolgens gerepliceerd en gedupliceerd.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 mei 2003, waarbij [klager] en mr. [naam] aanwezig waren, bijgestaan door hun raadslieden.

2. UITGANGSPUNT

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden.

a. [naam] B.V. is de persoonlijke houdstervennootschap van [naam] en houdt ruim 19% van de aandelen in [naam] B.V. [naam] B.V., sinds 9 april 2002 in staat van faillissement, hield zich bezig met het ontwikkelen en exploiteren van software voor managementmodellen. [naam] was tot 16 oktober 2001 enig bestuurder van [naam] B.V.

b. Notaris [naam] is als notaris verbonden aan [naam] Advocaten en Notarissen te [plaats]. Mr. [naam] was ten tijde van de gedragingen waarop onderhavige klacht betrekking heeft onder verantwoordelijkheid van mr. [naam] aldaar werkzaam als kandidaat-notaris.

c. Tussen [naam] en [naam] enerzijds en de overige aandeelhouders van [naam] B.V. anderzijds ontstond onenigheid over de financiering van het bedrijf, dat in de loop van 2001 in ernstige financiele moeilijkheden raakte en niet meer aanmerking kwam voor bancair krediet.

d. Op 24 september 2001 heeft de raad van commissarissen van [naam] B.V. [naam] geschorst als bestuurder en [naam] aangesteld als ontstentenispersoon.

e. [naam] heeft zich op 11 oktober 2001 tot de Ondernemingskamer gewend en bij wege van voorlopige voorziening verzocht om het besluit tot schorsing van [naam] als bestuurder en het besluit tot het bijeenroepen van een algemene vergadering van aandeelhouders op 16 oktober 2001 ongedaan te maken. Bij beschikking van 16 oktober 2001 heeft de Ondernemingskamer de verzoeken afgewezen.

f. Op 16 oktober 2001 heeft de aandeelhoudersvergadering besloten [naam] als bestuurder te ontslaan en [naam] te benoemen als bestuurder van [naam] B.V. Deze besluiten zijn vastgelegd in de van de vergadering opgestelde (concept) notulen en de door het bestuur en namens de raad van commissarissen ondertekende besluitenlijst.

g. Op 22 oktober 2001 heeft [naam] B.V. zich tot de Ondernemingskamer gewend met het verzoek om onmiddellijke voorzieningen te treffen teneinde additionele financiering door de aandeelhouders mogelijk te maken. Bij beschikking van 15 november 2001 heeft de Ondernemingskamer als volgt beslist:

"(…) dat het bestuur van [naam] B.V., zonder dat een daartoe strekkend besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders noodzakelijk is en in zoverre met terzijdestelling van Shareholders Agreement, bevoegd is - onder goedkeuring van de raad van commissarissen - tot uitgifte van gewone aandelen in het kapitaal van de vennootschap, tot een maximum van NLG 4.000.000,00 tegen een koers van NLG 2,68 per gewoon aandeel, waarbij een voorkeursrecht toekomt aan ieder aandeelhouder naar evenredigheid van het gezamenlijke bedrag van zijn aandelen.

(...) dat indien en voor zover een aandeelhouder niet binnen twee weken nadat een emissiebesluit als voormeld is genomen en schriftelijk aan de aandeelhouders is medegedeeld voormeld voorkeursrecht niet uitoefent, iedere andere aandeelhouder bovendien naar evenredigheid - deze vastgesteld met terzijdestelling van het bedrag van de door de aandeelhouder die niet aan de emissie deelneemt gehouden aandelen - van het gezamenlijke bedrag van zijn aandelen zijn voorkeursrecht als voormeld kan uitoefenen ter zake van de uitgegeven aandelen met betrekking tot welke de eerstgenoemde aandeelhouder van zijn voorkeursrecht geen gebruik maakt."

h. Overeenkomstig deze beschikking heeft [naam] besloten tot een aandelenemissie tot maximaal NLG 4.000.000,=. Bij brief van 27 november 2001 heeft hij [naam] hiervan op de hoogte gesteld.

i. Op 3 december 2001 heeft [naam] zich nogmaals tot de Ondernemingskamer gewend, met onder meer het verzoek om het emissiebesluit ongedaan te maken. Bij beschikking van 11 december 2001 heeft de Ondernemingskamer het verzoek afgewezen.

j. Bij brief van 12 december 2001 heeft [naam] te kennen gegeven gedeeltelijk van haar voorkeursrecht gebruik te willen maken.

k. Op 12 december 2001 is door [naam] aan de notaris verzocht om in het kader van de emissie de akte van uitgifte aandelen op te stellen.

l. Op 10 januari 2002 heeft de notaris een concept-akte en een volmacht verstuurd aan de aandeelhouders die te kennen hadden gegeven mee te willen doen en hun verzocht de volmacht te ondertekenen en te retourneren en geld te storten op zijn derdenrekening in verband met de storting op de aandelen. In de brief werd vermeld dat de uitgifte pas onaantastbaar zou zijn, indien en zodra de beschikking van de Ondernemingskamer (als bedoeld in 1.g) onherroepelijk zou zijn.

m. Bij fax van 16 januari 2002 heeft [naam] [naam] gesommeerd om uiterlijk om 17.00 uur de volgende dag aan haar stortingsplicht te voldoen.

n. Bij brief van 16 januari 2002 heeft [naam] via haar raadsman mr. Loonstein gesteld dat niet tot het verlijden van de akte kon worden overgegaan,[naam] niet rechtsgeldig was benoemd tot directeur en omdat in strijd met de uitspraak van de Ondernemingskamer was gehandeld vanwege het feit dat niet alle aandeelhouders in de gelegenheid waren gesteld om in te schrijven op de emissie, terwijl niet-aandeelhouders die gelegenheid wel was geboden.

o. Bij fax van 17 januari 2002 heeft de notaris aan mr. Loonstein geschreven dat de brief van 16 januari 2002 was doorgestuurd aan de advocaat van [naam], mr. [naam], en dat het de bedoeling was om op 18 januari 2002 de akte uitgifte aandelen te passeren.

p. Bij fax van eveneens 17 januari 2002 heeft mr. [naam] de emissieovereenkomst met [naam] ontbonden, omdat niet tijdig aan de stortingsplicht was voldaan.

q. Op 18 januari 2002 hebben de notaris en mr. Loonstein afgesproken dat de laatste op 21 januari 2002 ten kantore van de notaris zijn brief van 16 januari 2002 zou komen toelichten. Het passeren van de akte zou worden uitgesteld tot na het gesprek.

Dit gesprek heeft inderdaad op 21 januari 2002 plaatsgevonden. Aanwezig waren de notaris, mr. Loonstein en mr. [naam].

r. Bij fax van 22 januari 2002 heeft mr. Loonstein laten weten dat hij [naam] wegens familieomstandigheden nog niet had kunnen spreken, maar dat hij uiterlijk de volgende dag rond het middaguur zou reageren.

s. Op 23 januari 2002 omstreeks 15.00 uur is de akte gepasseerd.

t. Bij brief van 24 januari 2002 heeft de notaris mr. Loonstein van de emissie op de hoogte gesteld.

u. Bij brief van 28 januari 2002 aan de notaris heeft mr. Loonstein de bezwaren van klagers tegen de gang van zaken uiteengezet.

v. De notaris heeft hier bij brief van 15 februari 2002 op gereageerd.

w. Inmiddels heeft de beschikking van de Ondernemingskamer van 15 november 2001 kracht van gewijsde gekregen.

3. DE KLACHT

Conform de indeling van beklaagden, waartegen klagers zich niet hebben verzet, valt de klacht in de volgende onderdelen uiteen:

1. Gebrek aan communicatie.

2. Passeren akte zonder overleg met klagers.

3. Ten onrechte verlenen ministerie.

4. Onvoldoende onderzoek.

5. Verwijt ten aanzien inschrijving tweede ronde.

6. Strafbare feiten.

Ad 1. Gebrek aan communicatie. Mr. [naam] heeft verzuimd om met de raadsman van [naam] te bespreken dat mr. [naam] ook bij het overleg van 21 januari 2002 aanwezig zou zijn.

Ad 2. Passeren akte zonder overleg met klagers. Volgens klagers is op 21 januari 2002 afgesproken dat hun raadsman, mr. Loonstein, op 22 januari 2002 rond 16.00 uur zou laten weten of zij hun verzet tegen de emissie onder bepaalde voorwaarden zouden staken. Mr. Loonstein heeft vóór dat tijdstip laten weten dat hij zijn cliënten wegens familieomstandigheden niet kon spreken. Niettemin heeft mr. [naam] de akte reeds omstreeks 15.00 uur verleden, zonder telefonisch of anderszins contact op te nemen. Volgens klagers is dit gedrag in strijd met dat van een behoorlijk (kandidaat-)notaris. Het was niet aan de notaris om te beoordelen of de emissie-overeenkomst (rechtsgeldig) was ontbonden. Mr. [naam] was in detail op de hoogte van de bezwaren van klagers tegen de emissie. Daarom had het op zijn weg gelegen klagers omtrent het plotselinge verlijden in te lichten.

Ad 3. Ten onrechte verlenen ministerie. Gelet op het feit dat twee eerder benaderde notarissen niet wilden meewerken aan het verlijden van de akte, hadden beklaagden op hun hoede moeten zijn. Dit klemt temeer nu de advocaat van [naam], mr. [naam], een kantoorgenoot was van beklaagden. Gelet op de tegengestelde belangen en de schijn van partijdigheid had dit voorkomen moeten worden.

Ad 4. Onvoldoende onderzoek. Klagers verwijten mr. [naam] dat hij ondanks toezeggingen niet heeft onderzocht of de besluitenlijst van de vergadering van 16 oktober 2001 klopte (met name ten aanzien van de schorsing van [naam] als directeur en de benoeming van [naam] in zijn plaats), of er ook aan niet-aandeelhouders is aangeboden om mee te doen aan de aandelenemissie en of alle aandeelhouders daadwerkelijk zijn uitgenodigd voor de eerste ronde van de emissie.

Ad 5. Verwijt ten aanzien inschrijving tweede ronde. Klagers verwijten mr. [naam] dat zij hiervoor niet benaderd zijn; hier lag een taak voor mr. [naam], aldus klagers.

Ad 6. Strafbare feiten. Klagers menen dat [naam] zich schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. Zo zou de besluitenlijst volgens klagers valselijk opgemaakt zijn.

4. VERWEER

Beklaagden hebben gemotiveerd verweer gevoerd. Voorzover van belang zal dit verweer hierna aan de orde komen.

5. BEOORDELING VAN DE KLACHT

5.1 Gebrek aan communicatie

Het verwijt van klagers dat de aanwezigheid van mr. [naam], de raadsman van [naam], op 21 januari 2002 een aanwijzing is dat de notaris onvoldoende met hen heeft gecommuniceerd is niet terecht. De aanwezigheid van mr. [naam] moet daarentegen juist beschouwd worden als gunstig voor de wederzijdse communicatie. Immers, op deze wijze konden beide partijen ten overstaan van de notaris direct hun argumenten uitwisselen en op elkaars standpunten reageren. De aankondiging door de notaris van de komst van mr. [naam] via de voicemail van de raadsman van klagers is bovendien voldoende. Van enige onregelmatigheid is op dit punt geen sprake.

5.2 Passeren akte zonder overleg met klagers

De notaris kon wel degelijk besluiten tot het passeren van de akte op 22 januari 2002. Door alle communicatie in de voorafgaande dagen was niet te verwachten dat zich nog nieuwe inzichten zouden openbaren. Partijen waren uitgepraat. Bovendien hebben klagers althans hun raadsman niet tijdig gereageerd, te weten op 22 januari 2002, en was de emissieovereenkomst met [naam] wegens non-betaling al ontbonden.

5.3 Ten onrechte verlenen ministerie

Het enkele feit dat een notaris en een advocaat aan hetzelfde kantoor zijn verbonden is niet voldoende om belangenverstrengeling aan te nemen. Een notaris mag wel een zaak behandelen waarbij een kantoorgenoot optreedt voor een van de partijen, indien alle betrokkenen met dit optreden instemmen. Deze toestemming behoeft niet uitdrukkelijk en schriftelijk te zijn verleend, maar kan ook blijken uit andere handelingen en gedragingen van betrokkenen.

Klagers hebben pas in een laat stadium bezwaar gemaakt tegen het feit dat de notarissen en mr. [naam] verbonden waren aan hetzelfde kantoor. Mr. [naam] trad reeds in de procedure bij de Ondernemingskamer in oktober 2001 op voor [naam]. Het had dan ook op de weg van klagers althans hun raadsman gelegen om bij eerste gelegenheid tegen het inschakelen van de notarissen te ageren, bijvoorbeeld in de brief van 16 januari 2002, waarin de bezwaren tegen de gang van zaken van de kant van klagers voor het eerst aan mr. [naam] uiteen werden gezet. Nu dat niet is gebeurd, kunnen klagers niet achteraf met vrucht klagen over belangenverstrengeling. De gewraakte emissie gebeurde bovendien ter uitvoering van de beschikking van het hof, dat de belangen van partijen immers al beoordeeld had.

5.4 Onvoldoende onderzoek

Klagers stellen dat de notaris heeft toegezegd dat hij zou onderzoeken of de besluitenlijst van 16 oktober 2001 wel rechtsgeldig was, of er ook aan niet-aandeelhouders was aangeboden om deel te nemen aan de aandelenemissie en of alle aandeelhouders daadwerkelijk zijn uitgenodigd voor de eerste ronde van de emissie, en dat zij ervan mochten uitgaan dat zij op de hoogte zouden worden gesteld van het resultaat van dat onderzoek. De notaris bestrijdt dit. Hij stelt slechts te hebben toegezegd dat hij zou kijken of alles klopte, maar niet dat hij de uitkomst van zijn eigen onderzoekingen in alle gevallen aan klagers zou laten weten. Volgens de notaris zou hij slechts contact opnemen als hij iets onoirbaars zou ontdekken, hetgeen zich naar zijn inzicht niet heeft voorgedaan.

Geoordeeld wordt dat de notaris door zijn taak aldus op te vatten niet onjuist of in strijd met enige gedragsregel heeft gehandeld. Het had op de weg van klagers als belanghebbenden gelegen om bij twijfel nader contact op te nemen met de notaris en te informeren wat de uitkomst van het onderzoek van de notaris was.

Het door klagers ter zitting overgelegde lijstje met een overzicht van de investeerders die al dan niet recht hadden op een uitnodiging om mee te doen aan de aandelenemissie is door hen indertijd niet aan de notaris ter beschikking gesteld. Niet is gebleken dat klagers de notaris op dit vlak specifieke aanmerkingen of vragen hebben voorgelegd. De notaris behoefde in de aanloop naar het verlijden van de akte aandelenemissie derhalve slechts de omstandigheden in aanmerking nemen zoals hij heeft gedaan. Ook achteraf is overigens geen sprake van geconstateerde onregelmatigheden bij het aanbieden van de aandelen. Voorzover er uit het door klagers overgelegde lijstje al enige incongruentie met het officiële aandelenregister valt te putten is deze materieel niet van enige betekenis.

5.5 Verwijt ten aanzien inschrijving tweede ronde

Nu de zogenaamde tweede ronde slechts bestemd was voor aandeelhouders die in eerste instantie voor het volle bedrag dat hen was toegekend hadden ingeschreven, speelde deze tweede ronde voor [naam] niet. [naam] heeft immers nimmer voor het volle bedrag ingetekend en bovendien uiteindelijk niet voldaan aan haar betalingsverplichting voor het deel waarvoor zij wel had ingeschreven.

5.6 Strafbare feiten

Nu het hier ongespecificeerde klachten betreft en er overigens niet is gebleken van strafbare feiten, zal op dit punt niet nader worden ingegaan.

5.7 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de klachten als ongegrond dienen te worden afgewezen.

BESLISSING

De kamer van toezicht:

- verklaart de klacht ongegrond zoals hiervoor overwogen.

Aldus gedaan op 8 juli 2003 door mr. R. Orobio de Castro, voorzitter, mr. S.G. Ellerbroek, mr. A.J.W.M. van Hengstum, mr. B. Korthals Altes en mr. S.J.J. Wiersema, leden in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. H.H. Sigler.

mr. H.H. Sigler, mr. R. Orobio de Castro,

secretaris. voorzitter.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam (Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam) binnen 30 dagen na de dag van verzending van de aangetekend verzond en kennisgeving.