Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2004:AO2664

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-01-2004
Datum publicatie
29-01-2004
Zaaknummer
465/2003 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een kandidaat-notaris verricht werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van een notaris. Dit sluit niet uit dat een kandidaat-notaris zelfstandig een zaak in behandeling heeft, waarbij zo nodig overleg tussen de kandidaat-notaris en de notaris plaatsvindt.

De notaris heeft een alleszins redelijk standpunt ingenomen door de gebeurtenis te kwalificeren als "Interne Versteigerung".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Bij vervroeging.

Beslissing van 29 januari 2004 in de zaak onder rekestnummer 465/2003 NOT van:

[K],

wonende te [woonplaats],

APPELLANT

t e g e n

[N],

notaris te [plaats],

GEÏNTIMEERDE

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Door appellant, verder te noemen klager, is bij een op 6 mei 2003 ter griffie ingekomen verzoekschrift - met bijlagen - tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en de kandidaat-notarissen te Breda, verder te noemen de kamer, van 28 april 2003, waarbij de klacht van klager ongegrond is verklaard.

1.2. Klager heeft de gronden van zijn verzoekschrift aangevuld met een aanvullend verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 27 mei 2003.

1.3. Op 28 augustus 2003 is namens geïntimeerde, hierna te noemen de notaris, een verweerschrift met bijlagen ingediend.

1.4. Klager heeft bij brief met bijlagen, ingekomen op 5 september 2003, gereageerd op het verweerschrift van de notaris.

1.5. Bij brief ingekomen op 19 november 2003 heeft klager laten weten dat hij geen gebruik zal maken van zijn recht om zijn standpunt ter zitting van het hof nader toe te lichten.

1.6. Van de zijde van de notaris is op 4 december 2003 een advies bij het hof ingekomen van het T.M.C. Asser Instituut. De reactie van klager hierop is vervat in een brief ingekomen op 5 december 2003.

1.7. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 11 december 2003. De notaris is verschenen en heeft het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en van de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

3.1. Het hof gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

3.2. Klager is samen met zijn drie zusters en twee broers mede-eigenaar (ieder voor 1/6 deel) van een chalet met bijbehorende percelen, gelegen te [plaats] in [land]. Zij hebben die eigendom verworven uit de nalatenschap van wijlen hun vader, overleden op 27 juli 1982.

3.3. Op vordering van klagers broer [D] heeft het [gerecht], [provincie] te [land] bij beslissing van 21 mei 2002 als volgt bepaald:

"1. Das Miteigentum an der Parzellen Nr. 147 und 148, Plan 17, auf dem Gebiete der Gemeinde [plaats] is durch eine interne Versteigerung unter der Miteigentümern innert einer Frist von 3 Monaten ab rechtskraft des Urteils aufzulösen."

In deze [land] procedure heeft klager als enige van de deelgenoten verweer gevoerd.

3.4. De notaris, aan wie door genoemde [D] de opdracht was verstrekt aan de "Interne Versteigerung" uitvoering te geven, heeft de overige deelgenoten, waaronder klager, bij brief van 20 september 2002 als volgt bericht:

"Op verzoek van uw broer [D] zal door mij, mits met instemming van alle deelgenoten, een zogenaamde "Interne Versteigerung" worden gehouden van de "hut" in [land].

De "Interne Versteigerung" is een gevolg van een uitspraak van het [gerecht] te [provincie] [land]. Onder "Interne Versteigerung" wordt door mij verstaan een niet-openbare verkoop bij opbod tussen de deelgenoten. Deze verkoop bij opbod heeft alleen zin wanneer alle deelgenoten vooraf zullen instemmen met de wijze van opbieding en vooraf onvoorwaardelijk zullen instemmen met de "gunning" of toewijzing aan de hoogstbiedende deelgenoot.

Gelet op de gestelde termijnen nodig ik u uit om op 3 oktober aanstaande om 15.00 uur op mijn kantoor aanwezig te zijn om aan de verkoop bij opbod deel te nemen.

In verband daarmee verzoek ik u om vóór 27 september aanstaande schriftelijk te bevestigen dat u met deze wijze van "Interne Versteigerung" akkoord gaat.

Indien u niet in persoon aanwezig wilt zijn kan een schriftelijke volmacht worden afgegeven aan een van de andere deelgenoten. De volmacht zal dan moeten worden gelegaliseerd door een notaris in uw woonplaats."

3.5. Klager heeft als reactie hierop de notaris bij brief van 24 september 2002 bericht dat hij noch in persoon, noch door middel van een gemachtigde zal deelnemen aan de "Interne Versteigerung", waarbij hij voor de reden daarvoor heeft verwezen naar door hem bijgevoegde kopieën van tussen hem en zijn [land] advocaat gevoerde correspondentie. Klager heeft daarbij voorts de notaris medegedeeld dat de voor de "Interne Versteigerung" vastgestelde termijn van drie maanden, naar het hem voorkomt, is verstreken.

3.6. De ten kantore van de notaris werkzame kandidaat-notaris [K-N] heeft de ontvangst van klagers brief bij brief van 26 september 2002 bevestigd, waarbij zij onder meer heeft medegedeeld dat de andere deelgenoten op de hoogte waren gebracht van zijn besluit en dat aan hen een kopie van klagers brief en van de daarbij gevoegde brief van 21 juni 2002 was verzonden.

3.7. Op vrijdag 27 september 2002 heeft de notaris telefonisch contact opgenomen met klager. In zijn brief van 6 oktober 2002 verwoordt klager dit gesprek als volgt:

"In antwoord op Uw daarop volgende vraag of ik mij wilde binden aan het resultaat van het tegen elkaar opbieden van mijn zusters en broers en of daarmee de mede-eigendom zou kunnen worden opgeheven, antwoordde ik U dat zulks voortvloeide uit mijn eerder genoemde brieven, waarop U mij als antwoord te kennen gaf dat U zulks alleen vroeg om interpretatieproblemen in de toekomst te voorkomen en dat U een en ander mij nog schriftelijk zou bevestigen. Op een desbetreffende vraag van mij antwoordde U dat U enkele reacties van de familie op Uw brief binnen had."

3.8. De kandidaat-notaris bevestigt het telefoongesprek, per brief van 3 oktober 2002, als volgt:

"Op vrijdag j.l. hebt u met notaris [N] afgesproken dat de "Interne Versteigerung" zou kunnen plaatsvinden mits u de verzekering kreeg dat de termijn daartoe niet zou zijn verstreken."

3.9. Bij brief van 1 oktober 2002 heeft genoemde kandidaat-notaris klager bericht dat de heer [H] heeft bevestigd dat de termijn voor de "Interne Versteigerung" op 6 oktober 2002 zou aflopen, dat dit betekende dat de voorgenomen verkoop bij opbod tussen de deelgenoten op 3 oktober 2002 om 15.00 uur door kon gaan en dat [D1] en [D] en [D2] hebben laten weten daarbij aanwezig te zullen zijn.

Aan klager is daarbij voorts verzocht per ommegaande te willen bevestigen, zoals hij op 27 september 2002 telefonisch had toegezegd, dat hij onvoorwaardelijk akkoord zou gaan met de wijze van opbieding en gunning.

3.10. Bij brief van 3 oktober 2002 heeft de kandidaat-notaris klager nog als volgt bericht:

"Op vrijdag jl. hebt u met notaris [N] afgesproken dat de "Interne Versteigerung" zou kunnen plaatsvinden mits u de verzekering kreeg dat de termijn daartoe niet zou zijn verstreken. Die verzekering hebben wij u verschaft middels een brief van 1 oktober jl. De voorgestelde "Interne Versteigerung" zal derhalve hedenmiddag doorgang vinden, aangezien ook de andere deelgenoten er mee instemmen.

U bent in de gelegenheid gesteld om persoonlijk danwel bij volmacht aan de bieding deel te nemen.

Deze brief zal ik u bij aangetekend schrijven alsmede per gewone post doen toekomen."

3.11. Op 3 oktober 2002 heeft ten overstaan van de notaris een gebeurtenis plaatsgevonden die door de notaris wordt gekwalificeerd als "Interne Versteigerung" terwijl klager dit betwist. Hierbij zijn verschenen de deelgenoten [D1] en [D] en laatstgenoemde heeft het hoogste bod ad € 91.000,-- op het betreffende registergoed uitgebracht. Niemand van de overige deelgenoten heeft gebruik gemaakt om te verschijnen (en te bieden) bij volmacht. Van deze bieding is door de notaris een proces-verbaal opgemaakt.

3.12. Tussen de hoogste bieder [D] en zijn zuster [D3] is vervolgens op 7 oktober 2002 overeengekomen dat 1/6 deel van het registergoed aan haar zal worden afgestaan.

3.13. Aan klager en de andere deelgenoten is vervolgens ter ondertekening een volmacht gezonden, waarbij de kandidaat-notaris en ieder van de medewerkers verbonden aan het kantoor van de notaris worden gemachtigd voor en namens hen aan [D] en [D3] ingevolge eerdergenoemde gebeurtenis, door de notaris gekwalificeerd als "Interne Versteigerung", en bedoelde tussen hen gesloten overeenkomst toe te delen en in eigendom over te dragen respectievelijk 5/6 en 1/6 deel van het registergoed en daartoe de nodige akten en stukken te doen opmaken.

Klager heeft geweigerd die volmacht te ondertekenen, zich daarbij op het standpunt stellende dat geen sprake is geweest van een "Interne Versteigerung" tussen de deelgenoten.

3.14. Tussen klager en de notaris, als ook de kandidaat-notaris, heeft vervolgens een briefwisseling plaatsgevonden, waarin zij hun standpunten hebben uiteengezet. Van dit briefwisseling maakt deel uit een brief van 14 oktober 2002 van de kandidaat-notaris waarin zij andermaal klager verzoekt genoemde volmacht te ondertekenen en te retourneren en daarbij heeft medegedeeld dat bij gebreke daarvan er met de ter beschikking staande rechtsmiddelen zal worden gereageerd.

4. Het standpunt van klager

4.1. Klager verwijt de notaris in de eerste plaats dat deze zich zeer afhankelijk opstelt ten opzichte van zijn kandidaat-notaris [K-N], hierna: de kandidaat-notaris. De notaris heeft toegezegd het telefoongesprek tussen hem en klager van 27 september 2002 te zullen bevestigen. Dit heeft hij echter overgelaten aan de kandidaat-notaris, terwijl hij als notaris dit telefoongesprek zelf heeft gevoerd en hij dus de enige was die dit kon en behoorde te bevestigen. Pas toen klager de hulp van de kamer heeft ingeroepen bleek de notaris bereid zelf de aan hem gerichte brieven van klager te beantwoorden. Voordien liet de notaris dit over aan de kandidaat-notaris, hoewel klager hem had verzocht de brieven zelf te willen beantwoorden. Ook heeft de kandidaat-notaris een volstrekt tegenstrijdige mening over het begrip "Interne Versteigerung" gegeven, welke mening vervolgens door de notaris wordt bevestigd. Tenslotte heeft de notaris toegelaten dat de kandidaat-notaris bij brief van 14 oktober 2002 klager heeft willen dwingen - onder bedreiging met rechtsmiddelen -een stuk te ondertekenen ten aanzien waarvan ook de notaris erkent dat dit innerlijk tegenstrijdig is.

4.2. In de tweede plaats verwijt klager de notaris dat hij bewust een verkeerde voorstelling van zaken geeft met betrekking tot de zogenaamde "Interne Versteigerung". Klager is van mening dat slechts sprake kan zijn van een "Interne Versteigerung" tussen de deelgenoten, wanneer hieraan alle deelgenoten, hetzij in persoon, hetzij bij daartoe verstrekte schriftelijke volmacht hebben deelgenomen. Hij verwijst naar de hetgeen de notaris in zijn brief van 20 september 2002 schrijft:

Onder "Interne Versteigerung" wordt door mij verstaan een niet-openbare verkoop bij opbod tussen de deelgenoten. Deze verkoop bij opbod heeft alleen zin wanneer alle deelgenoten vooraf zullen instemmen met de wijze van opbieding en vooraf onvoorwaardelijk zullen instemmen met de "gunning" of toewijzing aan de hoogstbiedende deelgenoot.

De notaris stelt, aldus klager, dat het tegen elkaar opbieden door de twee broers van klager op het kantoor van de notaris op 3 oktober 2002, zonder hiertoe van de overige deelgenoten een volmacht te hebben ontvangen, een "Interne Versteigerung" is. Klager is het hier niet mee eens. Hij vraagt zich voorts af waarom de notaris geen afschrift van de akte, opgemaakt van de "Interne Versteigerung", aan ieder van de deelgenoten toegezonden heeft, zoals bij eigendomsverkrijgingen gebruikelijk is. In plaats daarvan verzoekt de notaris de deelgenoten een akte van volmacht voor scheiding en deling en eigendomsoverdracht te ondertekenen die achteraf is opgemaakt. In deze akte staat dat op 3 oktober 2002 een "Interne Versteigerung" heeft plaatsgevonden. Indien dit het geval was, dan zou toch met het afschrift van eerdergenoemde akte eigendomsoverdracht bewerkstelligd kunnen worden.

5. Het standpunt van de notaris

5.1. De notaris betwist dat hij zich afhankelijk heeft opgesteld van de kandidaat-notaris. Volgens artikel 1 Wet op het Notarisambt (hierna WNA) verricht een kandidaat-notaris zijn werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van de notaris. Dit sluit niet uit dat een kandidaat-notaris zelfstandig een zaak in behandeling heeft, waarbij zo nodig overleg plaatsvindt met de notaris. Dit overleg resulteert dan in een kantoorstandpunt waar zowel de notaris als de kandidaat-notaris zich aan te houden hebben. Het uitdragen van dit standpunt betekent niet dat de notaris zich afhankelijk opstelt ten opzichte van de kandidaat-notaris.

De notaris heeft de kandidaat-notaris zowel via interne e-mail als mondeling op de hoogte gesteld van het telefoongesprek met klager van 27 september 2002. De notaris heeft de verdere afhandeling aan de kandidaat-notaris, als behandelaar, overgelaten.

5.2. Wat betreft de dreiging met rechtsmiddelen in de brief van 14 oktober 2002, stelt de notaris dat dit betrekking had op een door de klager te ondertekenen volmacht. Hiermee is bedoeld te zeggen dat de andere deelgenoten hebben aangegeven het er niet bij te laten zitten en met de ter beschikking staande rechtsmiddelen te zullen reageren.

5.3. Ook ontkent de notaris dat de kandidaat-notaris een aan zijn mening tegenstrijdige mening over het begrip "Interne Versteigerung" heeft gegeven. Met de zinsnede "niet-openbare verkoop bij opbod tussen de deelgenoten" is bedoeld te zeggen dat alleen de deelgenoten en geen derden aan de bieding kunnen deelnemen. Aan alle deelgenoten is vooraf instemming gevraagd en verkregen, met uitzondering van klager. Voorts is geen volmacht gevraagd tot het houden van een "Interne Versteigerung" nu de opdracht tot het houden hiervan bevolen was door het [gerecht] te [land]. Over deze zienswijze waren de notaris en de kandidaat-notaris het eens.

5.4. De "Interne Versteigerung" heeft, volgens de notaris, alleen tussen de twee broers van klager plaatsgevonden omdat de overige deelgenoten te kennen hadden gegeven niet te zullen deelnemen. Op de brief van 20 september 2002, waarin aan de deelgenoten het voorstel werd gedaan om de "Interne Versteigerung" te houden, heeft klager schriftelijk gereageerd bij brief van 24 september 2002. Hierin deed hij de mededeling dat de termijn tot het houden van een "Interne Versteigerung" zou zijn verlopen. Later, op 27 september 2002, heeft klager de notaris telefonisch medegedeeld dat hij instemde mits de termijn niet zou zijn verlopen. Dit blijkt ook uit een brief die klager aan zijn advocaat heeft geschreven. Aan klager is vervolgens uitsluitsel gegeven dat de termijn nog niet verlopen was. Tevens is hem medegedeeld dat van alle deelgenoten schriftelijke instemming verkregen was. Klager stelde zich op het standpunt dat er geen "Interne Versteigerung" zou kunnen plaatsvinden omdat niet van alle deelgenoten een volmacht aanwezig was. Zoals eerder gesteld was een volmacht ook niet nodig.

5.5. Het proces-verbaal is direct na het bieden opgesteld en ondertekend door de personen die aan de bieding hebben deelgenomen, de twee getuigen en de notaris. In deze akte waren niet alle deelgenoten partij, zodat het, volgens de notaris, niet voor de hand ligt dat zij daar allen een afschrift van ontvangen. Deze akte is ook niet bestemd om de zakenrechtelijke levering aan de hoogste bieder te bewerkstelligen. Daartoe zou in ieder geval een akte van gunning moeten worden opgemaakt. Het proces-verbaal is in het repertorium ingeschreven en geregistreerd.

5.6. Tot slot vraagt de notaris zich af wat het belang is van klager. De rechter in [land] heeft een "Interne Versteigerung" gelast. Tegen deze uitspraak heeft klager geen hoger beroep ingesteld. Voor, maar ook na 23 oktober 2002 heeft klager steeds gesteld niet te zullen deelnemen aan een "Interne Versteigerung", omdat hij niet tegen zijn broers en zussen wilde opbieden. Klager heeft aan de notaris medegedeeld dat de "Interne Versteigerung" zou kunnen plaatsvinden indien de termijn niet was verstreken. Ook uit het kortgeding vonnis van 8 april 2003 blijkt uit punt 3.1.4. dat klager het resultaat van de bijeenkomst van 3 oktober 2002 wenst te respecteren.

6. De beoordeling

6.1. Met betrekking tot het eerste onderdeel van de klacht oordeelt het hof dat de kamer terecht heeft vastgesteld dat een kandidaat-notaris, blijkens artikel 1 Wet op het Notarisambt (hierna: WNA), werkzaamheden verricht onder verantwoordelijkheid van de notaris en dat dit niet uitsluit dat een kandidaat-notaris zelfstandig een zaak in behandeling heeft, waarbij zo nodig overleg tussen de kandidaat-notaris en de notaris plaatsvindt. Gezien de gevoerde correspondentie in deze zaak is het hof van oordeel dat de kandidaat-notaris in deze zaak als behandelaar kan worden aangemerkt.

6.2. Betreffende het telefoongesprek van 27 september 2002, dat de notaris met klager heeft gevoerd, heeft de notaris gesteld dat hij zowel via interne e-mail als mondeling de kandidaat-notaris op de hoogte heeft gesteld van het telefoongesprek met klager, waarna de kandidaat-notaris vervolgens het relevante deel van het telefoongesprek heeft bevestigd en de verdere afhandeling als behandelaar op zich heeft genomen. Het komt het hof voor dat dit een normale gang van zaken is op een notariskantoor waaruit geenszins blijkt dat de notaris zich afhankelijk opstelt van zijn kandidaat-notaris.

Ook uit de overige, door de kandidaat-notaris als behandelaar gevoerde correspondentie, blijkt, naar oordeel van het hof, niet dat de notaris zich afhankelijk heeft opgesteld van de kandidaat-notaris.

6.3. Dat de kandidaat-notaris in de brief van 8 oktober 2002 een mening tegenstrijdig aan die van de notaris over het begrip "Interne Versteigerung" heeft gegeven is het hof niet gebleken. Evenals de kamer beschouwt het hof deze brief als een verduidelijking en een nadere uitleg van de inhoud van de brief van de notaris van 20 september 2002.

6.4. Tenslotte verwijt klager de notaris, in het kader van het eerste klachtonderdeel, dat hij heeft gedreigd met rechtsmiddelen indien klager de aan hem toegezonden volmacht niet zou ondertekenen. De notaris heeft aangevoerd dat hiermee is bedoeld te zeggen dat de andere deelgenoten hebben aangegeven het er niet bij te laten zitten en dat zij met de ter beschikking staande rechtsmiddelen zullen reageren. De kamer heeft geoordeeld dat het zorgvuldiger was geweest als in de brief was vermeld dat dit een standpunt betrof van de overige deelgenoten, zodat het voor klager duidelijk was dat deze mededeling namens hen was gedaan. De kamer voegt hieraan tot dat deze onzorgvuldigheid niet van die mate is dat hierop een gegrondheid van het klachtonderdeel kan worden gebaseerd. Het hof deelt dit oordeel van de kamer.

Het eerste onderdeel van de klacht is ongegrond.

6.5. Terzake van het tweede klachtonderdeel dat zich richt op de kwalificatie door de notaris van de gebeurtenis op 3 oktober 2002 als "Interne Versteigerung" overweegt het hof als volgt.

Het komt het hof voor dat de notaris een alleszins redelijk standpunt heeft ingenomen en reeds daarom wordt dit onderdeel van de klacht ongegrond verklaard. Dit oordeel baseert het hof op het volgende. De "Interne Versteigerung" was bij [land] rechterlijke beslissing bevolen. De notaris heeft op verzoek van één van de deelgenoten uitvoering gegeven aan dit bevel, nadat hij bij een [land] collega had geïnformeerd over de afloop van de termijn voor de "Interne Versteigerung". Klager had de notaris laten weten dat wat hem betreft de "Interne Versteigerung" kon plaatsvinden mits de daartoe gestelde termijn niet zou zijn verstreken en alle deelgenoten zouden instemmen. Van alle deelgenoten heeft de notaris bericht ontvangen over hun instemming en aan- dan wel afwezigheid bij de "Interne Versteigerung". De notaris heeft aangegeven dat een volmacht alleen nodig was als men niet aanwezig kon zijn maar wel wilde deelnemen aan de "Interne Versteigerung". Klager heeft bij brief van 26 september 2002 gesteld noch in persoon noch door middel van een gemachtigde te willen deelnemen aan de "Interne Versteigerung".

De notaris heeft voorts aangevoerd dat het proces-verbaal van de "Interne Versteigerung" direct na het bieden is opgesteld en ondertekend door de deelnemers, twee getuigen en de notaris. Het hof heeft geen reden aan de juistheid van deze mededeling te twijfelen, dan wel dit punt nader te onderzoeken. Het komt het hof voorts niet als onredelijk voor dat alleen de deelnemers een afschrift van dit proces-verbaal ontvangen, nu goederenrechtelijke levering vervolgens nog moet worden bewerkstelligd. Gezien deze omstandigheden oordeelt het hof dat het tweede onderdeel van de klacht ongegrond is.

6.6. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend, buiten beschouwing blijven.

6.7. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- Verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. Schipper, Stille en Van Os, en in het openbaar uitgesproken op donderdag 29 januari 2004.

KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN DE KANDIDAAT-NOTARISSEN TE BREDA

Beslissing op

de op 29 oktober 2002 door tussenkomst van de kamer van toezicht te 's-Hertogenbosch ingekomen klacht van [K], wonende te [woonplaats], tegen notaris [N], gevestigd te [plaats].

1. Het verloop van de procedure.

Bij beslissing van de president van het gerechtshof te Amsterdam van 24 oktober 2002 is op de voet van artikel 93, derde lid van de Wet op het notarisambt de kamer van toezicht te Breda belast met de behandeling van de klacht.

Klager en de notaris hebben, na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, hun standpunten schriftelijk uitgewisseld.

De mondelinge behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op 19 maart 2002, ter gelegenheid waarvan de notaris, in persoon is verschenen, vergezeld van zijn kandidaat-notaris [K-N].

Klager, hoewel daartoe opgeroepen, is -onder opgave van redenen- niet verschenen.

2. De inhoud van de klacht.

Na verzochte precisering van zijn klacht, door klager verstrekt bij brief van 22 november 2002, wordt de notaris het volgende verweten:

- de notaris heeft zich ten aanzien van de hierna te noemen kwestie zeer afhankelijk opgesteld ten opzichte van zijn kandidaat-notaris mevr. [K-N]. De notaris ontbrak daarbij de voor een notaris, als eerstverantwoordelijke, ook naar zijn cliënten toe, noodzakelijke onafhankelijkheid;

- de notaris heeft met betrekking tot de hierna nader aan te duiden "Interne Versteigerung" bewust een verkeerde voorstelling van zaken gegeven.

3. De feiten.

Voor zover uit de tussen partijen gevoerde schriftelijke debatten en de daarbij overgelegde stukken, alsmede ter gelegenheid van de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, moet worden uitgegaan van de volgende tussen hen vaststaande feiten:

3.1.Klager is samen met zijn 3 zusters en 2 broers mede-eigenaar (ieder voor 1/6 deel) van een chalet met bijhorende percelen, gelegen te [plaats] in [land]. Zij hebben die eigendom verworven uit de nalatenschap van wijlen hun vader, overleden op 27 juli 1982.

3.2.Op vordering van klagers broer [D] heeft het[gerecht], [provincie] te [land] bij beslissing van 21 mei 2002 bepaald dat de mede-eigendom (de onverdeeldheid) van genoemd registergoed dient te worden opgeheven door middel van een zgh. Interne Versteigerung onder de mede-eigenaren, zulks binnen een termijn van 3 maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de beslissing.

3.3 In deze [land] procedure heeft klager als enige verweer gevoerd, terwijl zijn overige mede in die procedure betrokken broer en zusters in de hiervoor genoemde vordering hebben bewilligd.

3.4.De notaris, aan wie door genoemde [D] de opdracht was verstrekt aan de Interne Versteigerung uitvoering te geven, heeft de overige deelgenoten, waaronder klager, bij brief van 20 september 2002 als volgt bericht :

"Op verzoek van uw[D] zal door mij, mits met instemming van alle deelgenoten, een zogenaamde "Interne Versteigerung" worden gehouden van de "hut" in[L].

De "Interne Versteigerung" is een gevolg van een uitspraak van het [gerecht] te[provincie] [land].

Onder "Interne Versteigerung" wordt door mij verstaan een niet-openbare verkoop bij opbod tussen de deelgenoten.

Deze verkoop bij opbod heeft alleen zin wanneer alle deelgenoten vooraf zullen instemmen met de wijze van opbieding en vooraf onvoorwaardelijk zullen instemmen met de "gunning" of toewijzing aan de hoogstbiedende deelgenoot.

Gelet op de gestelde termijnen nodig ik u uit om op 3 oktober aanstaande om 15.00 uur op mijn kantoor aanwezig te zijn om aan de verkoop bij opbod deel te nemen.

In verband daarmee verzoek ik u om vóór 27 september aanstaande schriftelijk te bevestigen dat u met deze wijze van "Interne Versteigerung" akkoord gaat.

Indien u niet in persoon aanwezig wilt zijn kan een schriftelijke volmacht worden afgegeven aan een van de andere deelgenoten. De volmacht zal dan moeten worden gelegaliseerd door een notaris in uw woonplaats.".

3.5.Klager heeft als reactie hierop de notaris bij brief van 24 september 2002 bericht dat hij in persoon, noch door middel van een gemachtigde zal deelnemen aan de Interne Versteigerung, waarbij hij voor de reden daarvoor heeft verwezen naar door hem bijgevoegde kopieën van tussen hem en zijn [land] advocaat gevoerde correspondentie. Klager heeft daarbij voorts de notaris meegedeeld dat de voor de Interne Versteigerung vastgestelde termijn van 3 maanden zou zijn verstreken.

3.6. De ten kantore van de notaris werkzame kandidaat-notaris [K-N] heeft de ontvangst van klagers brief bij brief van 26 september 2002 bevestigd, waarbij zij o.m. heeft meegedeeld dat de andere deelgenoten op de hoogte waren gebracht van zijn besluit en dat aan hen een kopie van klagers brief en van de daarbij gevoegde brief van 21 juni 2002 was verzonden.

3.7. Op 27 september 2002 heeft op initiatief van de notaris tussen hem en klager een telefonisch gesprek plaatsgevonden, waarbij klager zich op het standpunt heeft gesteld dat het doorgaan van de bieding afhankelijk zou zijn van het al dan niet verstreken zijn van de daaraan verbonden termijn.

3.8. Bij brief van 1 oktober 2002 heeft genoemde kandidaat-notaris klager bericht dat de heer [H] heeft bevestigd dat de termijn voor de Interne Versteigerung op 6 oktober 2002 zou aflopen, dat dit betekende dat de voorgenomen verkoop bij opbod tussen de deelgenoten op 3 oktober 2002 om 15.00 uur door kon gaan en dat [D1] en [D] en [D2] hebben laten weten daarbij aanwezig te zullen zijn.

Aan klager is daarbij voorts verzocht per ommegaande te willen bevestigen, zoals hij op 27 september 2002 telefonisch had toegezegd, dat hij onvoorwaardelijk akkoord zou gaan met de wijze van opbieding en gunning.

3.9. Bij brief van 3 oktober 2002 heeft de kandidaat-notaris klager nog als volgt bericht :

"Op vrijdag jl. hebt u met notaris [N] afgesproken dat de "Interne Versteigerung" zou kunnen plaatsvinden mits u de verzekering kreeg dat de termijn daartoe niet zou zijn verstreken.

Die verzekering hebben wij u verschaft middels een brief van 1 oktober jl.

De voorgestelde "Interne Versteigerung" zal derhalve hedenmiddag doorgang vinden, aangezien ook de andere deelgenoten er mee instemmen.

U bent in de gelegenheid gesteld om persoonlijk danwel bij volmacht aan de bieding deel te nemen.

Deze brief zal ik u bij aangetekend schrijven alsmede per gewone post doen toekomen."

3.10. Op 3 oktober heeft ten overstaan van de notaris de Interne Versteigerung plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen de deelgenoten [D1] en [D] en waarbij laatstgenoemde het hoogste bod ad € 91.000,-- op het betreffende registergoed heeft uitgebracht. Niemand van de overige deelgenoten heeft daarbij gebruik gemaakt om te verschijnen (en te bieden) bij volmacht. Van deze bieding is door de notaris een proces-verbaal opgemaakt.

3.11 Tussen de hoogste bieder [D] en zijn zuster [D3] is vervolgens op 7 oktober 2002 overeengekomen dat 1/6 deel van het registergoed aan haar zal worden afgestaan.

3.12 Aan klager en de andere deelgenoten is vervolgens ter ondertekening een volmacht gezonden, waarbij de kandidaat-notaris en ieder van de medewerkers verbonden aan het kantoor van de notaris worden gemachtigd voor en namens hen aan [D] en [D3] ingevolge de Interne Versteigerung en bedoelde tussen hen gesloten overeenkomst toe te delen en in eigendom over te dragen resp. 5/6 en 1/6 deel van het registergoed en daartoe de nodige akten en stukken te doen opmaken.

3.13 Klager heeft geweigerd die volmacht te ondertekenen zich daarbij op het standpunt stellende dat geen sprake is geweest van een Interne Versteigerung tussen de deelgenoten.

3.14 Tussen klager en de notaris, alsook de kandidaat-notaris heeft vervolgens een briefwisseling plaatsgevonden, waarin zij hun standpunten hebben uiteengezet; van die briefwisseling maakt deel uit een brief van 14 oktober 2002 van de kandidaat-notaris, waarin zij andermaal klager verzoekt genoemde volmacht te ondertekenen en te retourneren en daarbij heeft meegedeeld dat bij gebreke daarvan er met de ter beschikking staande rechtsmiddelen zal worden gereageerd.

4.Het standpunt van klager.

Klager baseert zijn eerste klachtonderdeel op de volgende argumenten:

a. in het tussen hem en de notaris op 27 september 2002 gevoerde telefoongesprek heeft deze toegezegd dit schriftelijk te bevestigen; niettemin heeft de notaris dit overgelaten aan zijn kandidaat-notaris, terwijl hij als notaris dit telefoongesprek zelf heeft gevoerd en hij dus de enige was die dit kon en ook behoorde te bevestigen;

b. de kandidaat-notaris geeft (in haar correspondentie) een mening over een Interne Versteigerung, die volstrekt tegenstrijdig is met hetgeen de notaris in zijn brief van 20 september 2002 heeft vermeld en welke mening vervolgens door de notaris wordt bevestigd;

c. eerst na het indienen van de klacht bleek de notaris bereid klager te antwoorden op zijn aan hem gerichte brieven; voordien liet hij dit over aan de kandidaat-notaris, ondanks klagers verzoek diens brieven zelf te willen beantwoorden;

d. de notaris heeft toegelaten en later er ook mee ingestemd dat de kandidaat-notaris in haar brief van 14 oktober 2002 klager onder bedreiging van rechtsmiddelen heeft willen dwingen een stuk te ondertekenen, ten aanzien waarvan ook de notaris erkent dat dit innerlijk tegenstrijdig is.

Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel neemt klager in de kern genomen het standpunt in dat slechts sprake kan zijn van een Interne Versteigerung tussen de deelgenoten, wanneer hieraan alle deelgenoten, hetzij in persoon, hetzij bij daartoe verstrekte schriftelijke volmacht hebben deelgenomen, terwijl daarnaast vooraf dient te blijken van instemming van die deelgenoten met de Interne Versteigerung.

Volgens klager moet dit ook worden afgeleid uit de brief van de notaris van 20 september 2002.

Een tegenovergestelde opvatting zou volgens klager tot het vreemde resultaat kunnen leiden dat wanneer slechts één deelgenoot aan de Interne Versteigerung wil deelnemen, deze die Versteigerung daarmee (geheel alleen) zou kunnen bewerkstelligen.

Een "Interne Versteigerung" waaraan de deelgenoten niet willen deelnemen is naar de mening van klager een "contradictio in terminis".

Naar de opvatting van klager heeft de notaris dan ook bewust in strijd met dit vereiste het opbieden op 3 oktober 2002 van uitsluitend 2 deelgenoten beschouwd als een Interne Versteigerung tussen alle deelgenoten en daarmee een verkeerde voorstelling van zaken gegeven.

Indien het opbieden van slechts 2 deelgenoten als een Interne Versteigerung zou moeten worden aangemerkt, aldus klager, dan had het in de rede gelegen dat de notaris een afschrift van de daarvan opgemaakte akte aan de overige deelgenoten had gezonden, zoals bij eigendomsverkrijging gebruikelijk is.

In plaats daarvan heeft de notaris achteraf een akte van volmacht ten behoeve van eigendomsverkrijging en scheiding en deling opgemaakt en ter ondertekening toegezonden, waarin is vermeld een daarmee tegenstrijdige verklaring, inhoudende dat op 3 oktober een Interne Versteigerung heeft plaatsgevonden.

Bij klager bestaat op grond hiervan de indruk dat de akte van 3 oktober 2002 eerst achteraf door de notaris is opgemaakt. Klager heeft de kamer op grond daarvan verzocht na te willen gaan of de akte in het repertorium van de notaris is ingeschreven en of deze is geregistreerd.

Verder stelt klager dat door de notaris niet is aangetoond dat de aan de Interne Versteigerung door het [land] [gerecht] verbonden termijn op het tijdstip waarop de Versteigerung heeft plaatsgevonden, nog niet was verstreken.

5. Het standpunt van de notaris.

Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel stelt de notaris zich op het standpunt dat een kandidaat-notaris weliswaar ingevolge art. 1 Wet op het notarisambt onder verantwoordelijkheid van de notaris werkzaamheden verricht, doch dat dit geenszins uitsluit dat een kandidaat-notaris zelfstandig een zaak in behandeling neemt, waarbij zo nodig tussen hem en de notaris intern overleg plaatsvindt.

De notaris betwist de door klager aangevoerde argumenten en voert aan dat in de onderhavige kwestie tussen hem en de kandidaat-notaris overleg heeft plaatsgevonden, hetgeen heeft geresulteerd in een kantoorstandpunt. Het uitdragen van dit standpunt door zijn kandidaat-notaris betekent volgens de notaris niet dat hij zich daarmee afhankelijk ten opzichte van haar heeft opgesteld.

Verder betwist de notaris dat dit standpunt strijdig zou zijn met zijn brief aan klager van 20 september 2002. In die brief wordt volgens de notaris immers met de daarin vermelde zinsnede "niet-openbare verkoop bij opbod tussen de deelgenoten" bedoeld dat alleen de deelgenoten en geen derden aan de bieding kunnen deelnemen. Daarbij is instemming vooraf gevraagd aan de deelgenoten over de wijze van opbieding en gunning, die door alle deelgenoten met uitzondering van klager is gegeven, aldus de notaris.

Instemming van de deelgenoten voor het houden van de Interne Versteigerung was niet vereist, nu deze was bevolen bij [land]rechterlijke beslissing.

Bij die brief is, naar de notaris verder aanvoert, anders dan klager veronderstelt niet gevraagd om een volmacht van de deelgenoten tot het houden van de Interne Versteigerung, omdat deze niet noodzakelijk was.

Ten aanzien van het met klager op 27 september 2002 gevoerde telefoongesprek voert de notaris aan dat dit gesprek heeft plaatsgevonden tijdens de afwezigheid van de kandidaat-notariaat, dat hij haar daarvan zowel per interne e-mail als mondeling op de hoogte heeft gesteld en dat hij de verdere afhandeling aan de kandidaat-notaris als behandelaar van de zaak heeft overgelaten.

Wat betreft de mededeling aan klager van de kandidaat-notaris in haar brief van 14 oktober 2002 dat bij gebreke van ondertekening van de volmacht er met de ter beschikking staande rechtsmiddelen zal worden gereageerd, stelt de notaris dat daarmee is bedoeld te zeggen dat de andere deelgenoten hebben aangegeven dat zij het er niet bij laten zitten; e.e.a. is volgens de notaris geenszins een dreigement aan het adres van klager.

Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel voert de notaris het volgende aan:

- bij brief van 20 september 2002 is aan de deelgenoten een voorstel gedaan om de door het [gerecht] in [land] bevolen Interne Versteigerung op het kantoor van de notaris te houden;

- daarbij is aangegeven dat de Interne Versteigerung werd gezien als een niet-openbare verkoop bij opbod tussen (geen anderen dan) de deelgenoten;

- daarnaast is omtrent deze (ziens)wijze van opbieden en de daarna te volgen gunning vooraf instemming van de deelgenoten gevraagd en is voorts melding gemaakt dat men een volmacht aan een van de andere deelgenoten kan afgeven, indien men niet in persoon aanwezig wil zijn en toch aan de bieding wil deelnemen; anders dan klager dan ook stelt is een volmacht tot het houden van de Interne Versteigerung niet gevraagd en ook niet nodig nu de opdracht tot het houden daarvan is bevolen door het [gerecht] in [land];

- klager heeft hierop bij brief van 24 september 2002 gereageerd en ten aanzien van de verzochte instemming voor de Interne Versteigerung o.m. verwezen naar een bijgevoegde kopie van een brief aan zijn advocaat, waaruit mocht worden afgeleid dat klager met de Interne Versteigerung zou instemmen;

- daarnaast heeft klager op 27 september 2002 telefonisch meegedeeld dat hij instemde met de Interne Versteigerung, mits de termijn daartoe niet verstreken zou zijn; dit was ook overeenkomstig hetgeen hij in genoemde brief aan zijn advocaat had geschreven;

- aan klager is zowel per brief op 1 oktober 2002 als telefonisch op 3 oktober 2002 uitsluitsel gegeven dat bedoelde termijn niet was verstreken en bovendien een vervaltermijn betrof;

Aangezien daarnaast de overige deelgenoten hebben te kennen gegeven in te stemmen met het houden van de Interne Versteigerung op zijn kantoor en daarbij, met uitzondering van [D1] en [D], noch in persoon noch bij volmacht aanwezig te zullen zijn, meent de notaris dat de Interne Versteigerung op rechtsgeldige grond op 3 oktober 2002 heeft kunnen plaatsvinden in aanwezigheid uitsluitend van genoemde [D1] en [D] en dat hij hierover aan klager geen verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven.

De notaris voert verder aan dat hij direct na de bieding het proces-verbaal heeft opgesteld, hetgeen is ondertekend door de degenen die aan de Interne Versteigerung hebben deelgenomen, door de twee getuigen en door hemzelf, waarna inschrijving en registratie in het repertorium heeft plaatsgevonden en wel op 10 oktober 2002 onder nummer 4816.

Omdat in die akte niet alle deelgenoten partij waren, lag het volgens de notaris in de rede dat uitsluitend de daarbij betrokken partijen een afschrift daarvan hebben ontvangen.

Aangezien de betreffende akte niet bestemd was om de zakenrechtelijke levering aan de hoogste bieder te bewerkstelligen, is een volmacht opgemaakt en o.m. aan klager toegezonden, krachtens welke een akte van gunning kan worden opgemaakt, aldus de notaris.

Deze akte van gunning dient volgens de notaris op verzoek van de hoogste bieder [D] tevens in te houden een verdeling, zodat hij samen met zijn zuster [D3] eigenaar van het chalet zal worden. Omdat de zakenrechtelijke levering in [land] dient plaats te vinden, zal met een [land] collega of het [land] [gerecht] nog moeten worden besproken op welke wijze dit zal moeten plaatsvinden, aldus de notaris.

6. De beoordeling en de gronden daarvoor.

Ten aanzien van klachtonderdeel 1.

Ter zake van dit klachtonderdeel stelt de notaris naar het oordeel van de kamer zich terecht op het standpunt dat ofschoon een notaris in beginsel de verantwoordelijkheid draagt van de resultaten van een onder hem werkzame kandidaat-notaris, hieraan niet in de weg staat dat die kandidaat-notaris in opdracht van de notaris zelfstandig als behandelaar van een zaak werkzaamheden verricht en als zodanig naar buiten toe optreedt.

In de gegeven situatie was hiervan ook ten aanzien van de kandidaat-notaris [K-N] sprake. In de door met klager gevoerde correspondentie heeft zij zich naar hem toe ook als behandelaar van de kwestie gepresenteerd.

Daarbij is niet gebleken dat zij daarbij standpunten heeft ingenomen tegenstrijdig met die van de notaris, zoals in diens brief van 20 september 2002 aan klager is verwoord. Deze door de kandidaat-notaris gevoerde correspondentie betreft naar het oordeel van de kamer een verduidelijking en een nadere uitleg van de inhoud van deze brief, welke ook noodzakelijk was gelet op de naar het oordeel van de kamer onduidelijke en ongelukkige formulering daarvan. Wat dit laatste betreft zal de kamer daarop ten aanzien van het tweede klachtonderdeel nader ingaan.

Ook de omstandigheid dat de notaris het met klager op 27 september 2002 gevoerde telefoongesprek niet zelf aan hem schriftelijk heeft bevestigd, maar dit heeft overgelaten aan de kandidaat-notaris, levert in het licht van het vorenstaande geen klachtwaardig handelen op.

Dit geldt evenzeer ten aanzien van de door klager gewraakte brief van de kandidaat-notaris van 14 oktober 2002 voor zover daarin aan hem werd meegedeeld dat bij gebreke van ondertekening van de aan klager toegezonden volmacht ter dienste staande rechtsmiddelen zouden worden aangewend.

Weliswaar ware het zorgvuldiger geweest wanneer daarbij was vermeld dat dit een standpunt betrof van de overige deelgenoten, zodat het voor klager duidelijk was dat die mededeling namens hen werd gedaan, doch die onzorgvuldigheid is niet van die mate dat hierop een gegrondheid van dit klachtonderdeel kan gebaseerd.

Geen van de door klager als hiervoor aangevoerde argumenten rechtvaardigt dan ook naar het oordeel van de kamer diens conclusie dat de notaris zich ten opzichte van zijn kandidaat-notaris afhankelijk heeft opgesteld en daarmee tekort is geschoten in de door hem in acht te nemen onafhankelijkheid.

Klachtonderdeel 1. is daarmee ongegrond.

Ten aanzien van klachtonderdeel 2 geldt naar het oordeel van de kamer het volgende.

De kamer stelt voorop dat dit onderdeel uitgaat van de onjuiste opvatting van klager dat slechts sprake kan zijn van een rechtsgeldige Interne Versteigerung (naar [land] recht), wanneer daaraan door alle betrokken deelgenoten in persoon ofwel bij volmacht wordt deelgenomen en zij vooraf voor die Interne Versteigerung hun instemming hebben verleend.

Wat betreft dit laatste staat vast dat de Interne Versteigerung bij [land] rechterlijke beslissing ter opheffing van de gemeenschappelijke eigendom was bevolen, aan welk bevel de notaris op verzoek van één van de deelgenoten uitvoering heeft gegeven. Een daarnaast noodzakelijke instemming van de deelgenoten met die Interne Versteigerung was dan ook niet vereist.

Evenmin is gebleken van een dwingendrechtelijke verplichting die met zich zou brengen dat in geval van een Interne Versteigerung tussen deelgenoten naar [land] recht alle deelgenoten daaraan, al dan niet in persoon, dienden deel te nemen.

Deze door klager aan die Interne Versteigerung gegeven uitleg is naar het oordeel van de kamer dan ook onjuist en staat bovendien haaks op zijn eigen ter zake daarvan ingenomen processuele houding waarbij hij er immers voor heeft gekozen niet zelf aan de Versteigerung deel te nemen.

Zoals hiervoor ten aanzien van het eerste klachtonderdeel is overwogen, dient naar het oordeel van de kamer wel te worden geconstateerd, dat deze door klager aan de Interne Versteigerung gegeven en als onjuist aan te merken uitleg mede in de hand is gewerkt door de onduidelijke en daarmee onzorgvuldige formulering van de brief van de notaris van 20 september 2002.

Gebleken is echter dat deze onzorgvuldigheid door de notaris cq. diens kandidaat-notaris in de nadien met klager gevoerde correspondentie en plaatsgehad hebbende contacten tijdig is hersteld. Aan klager is daarbij immers wel de vereiste duidelijkheid verstrekt, zodat van enig klachtwaardig handelen geen sprake kan zijn.

Die duidelijkheid betrof eveneens de door klager nog ter discussie gestelde termijn voor het houden van de Interne Versteigerung. Door of namens de notaris is aan klager op basis van ingewonnen informatie immers bericht dat die door het [land] gerecht vastgestelde termijn geen fatale termijn betrof, welk standpunt naar het oordeel van de kamer als juist moet worden aangemerkt, nu door het [gerecht] ter zake daarvan is overwogen: "Den Miteigentümern ist fúr die Durchführung der Versteigerung genügend Zeit zu lassen. Das Gericht erachtet eine Frist von 3 Monaten als angebracht.".

Dat klager desondanks onverkort is blijven volharden bij zijn aan de Interne Versteigerung gegeven uitleg, kan de notaris derhalve niet raken.

Verder is naar het oordeel van de kamer in voldoende mate gebleken dat de notaris op grond van de verkregen instemming van de overige deelgenoten en nadat hij aan klager de hem verlangde duidelijkheid had verstrekt over de door deze aan diens instemming verbonden voorwaarde dat de termijn van de Interne Versteigerung niet zou zijn verstreken, tot het houden van die Interne Versteigerung op zijn kantoor op 3 oktober 2002, mocht overgaan.

De kamer heeft geen reden om, zoals klager nog heeft aangevoerd, aan te nemen dat de notaris het proces-verbaal van de Interne Versteigerung eerst achteraf heeft opgemaakt. De notaris heeft dit gemotiveerd weersproken en er bestaat dan ook geen aanleiding voor de kamer dit nader te onderzoeken, zoals door klager nog is verzocht.

De door klager nog overige aangevoerde argumenten gaan alle uit van de door hem als hiervoor gegeven uitleg en rechtvaardigen derhalve geenszins zijn conclusie dat de notaris jegens hem klachtwaardig heeft gehandeld

Ook dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

7. Beslissing.

De kamer van toezicht

verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. M.M. Steenbeek, voorzitter, M. de Boer, H. Quispel, Th.G.M. de Kort en Th.H.M. Fikkers, allen leden, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2003 in tegenwoordigheid van A.C.L.M. de Jong, secretaris.

Voor eensluidend afschrift,

De secretaris van de kamer van toezicht

over de notarissen en kandidaat-notarissen

te Breda