Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2004:AO2160

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-01-2004
Datum publicatie
22-01-2004
Zaaknummer
125/2003 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De notaris heeft bij het uitoefenen van zijn werkzaamheden met betrekking tot een telefonische overboeking - gelet op de omstandigheden van het geval - mogen vertrouwen op de betalingsinstructies.

De kamer van toezicht heeft de klacht afgewezen, het hof verwerpt het beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Beslissing van 22 januari 2004 in de zaak onder rekestnummer 125/2003 NOT van:

1. [K],

2. [K],

beiden gevestigd te [woonplaats],

3. [K],

wonende te [woonplaats],

APPELANTEN,

advocaat: mr. L.J.D. Smits,

t e g e n

[N],

notaris te [plaats],

GEƏNTIMEERDE,

advocaat: mr. W.F. Hendriksen.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Ter griffie van het hof alhier is op 16 januari 2003 ingekomen een geschrift - met bijlagen - namens appellanten, verder te noemen klagers, waarbij zij hoger beroep hebben ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Amsterdam, verder te noemen de kamer, van 19 december 2002, waarbij hun klacht tegen [N], appellant, verder te noemen de notaris, deels gegrond en deels ongegrond is verklaard, waarbij de maatregel van berisping aan de notaris werd opgelegd.

1.2. Namens de notaris is op 14 maart 2003 een verweerschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend.

1.3. Op 9 mei 2003 is namens klagers een reactie met producties inzake het verweer van de notaris ter griffie van het hof ingekomen.

1.4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 12 juni 2003. Verschenen zijn [K3], verder te noemen de curator, en de notaris, beiden bijgestaan door hun advocaten. Partijen hebben het woord gevoerd, de advocaat van de notaris aan de hand van een overgelegde en bij de stukken gevoegde pleitnotitie.

1.5. Na de mondelinge behandeling is op 4 juli 2003 ter griffie van het hof van de zijde van de notaris een verzoek om heropening van de behandeling ingekomen in verband met overlegging van het zogenaamde bron(code)document.

1.6. De advocaat van de curator heeft hierop gereageerd bij brief van 30 juli 2003, ingekomen ter griffie eveneens op 30 juli 2003.

1.7. Op 21 augustus 2003 is een brief van de advocaat van de notaris ter griffie ingekomen, met daarin vermeld de verhinderdata van de notaris en zijn raadsman.

1.8. De advocaat van de curator heeft op 25 september 2003 bij brief het hof verzocht kenbaar te maken hoe het verloop van de zaak vervolgens zal zijn.

1.9. Naar aanleiding van de inhoud van de eerder vermelde brieven heeft het hof de beslissing genomen om het onderzoek in de zaak te heropenen en heeft op 11 december 2003 de voortzetting van de behandeling plaats gevonden. Partijen hebben beiden wederom het woord gevoerd. De advocaat van de notaris aan de hand van een pleitnotitie.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie als mede van de hiervoor genoemde stukken.

3. De feiten

3.1. Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in haar beslissing hieromtrent heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat met inachtneming van het volgende.

3.2. [K2], verder te noemen [K2], is niet op 11 september 2002 in staat van faillissement verklaard, maar op 11 september 2001. De betaling van fl. 90.000,-- vond niet plaats op 1 oktober 2001, maar op 12 oktober 2001.

4. Het standpunt van klagers

4.1. Klagers verwijten de notaris het volgende. De notaris heeft - kort samengevat - onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij het uitoefenen van zijn werkzaamheden met betrekking tot de telefonische overboeking van fl. 935.216,37 op

rekeningnummer [R]t.n.v. [B], verder te noemen [B], bij de ABN Amrobank te [woonplaats] op 20 september 2001.

De notaris wist of behoorde te weten dat eerder genoemd bedrag toekwam aan [K1], verder te noemen [K1], de dochtermaatschappij van [K2]. Dit klemt te meer omdat de notaris wist dat [K1] in ernstige financiƫle moeilijkheden verkeerde en dat dit bedrag het enige actief was van [K1]. Ook heeft de notaris de transactie niet in de eigen boekhouding gecontroleerd.

4.2. Voorts wordt de notaris verweten dat hij op 11 oktober 2001 een bedrag van fl. 90.000,-- heeft over doen maken op eerder vermelde rekening wederom ten behoeve van [B], dit terwijl de notaris toen in het bezit was van het faxbericht van de curator van 5 oktober 2001, waarin hem verzocht werd het bedrag ad fl. 90.000,-- over te maken ten behoeve van [K1], naar keuze op een rekening ten name van de curator dan wel op een rekening ten name van de Stichting Derdengelden van het advocatenkantoor van de curator.

4.3. Bovendien wordt de notaris verweten dat hij niet heeft voldaan aan het verzoek van de curator, tevens vereffenaar van [K1], om nadere informatie te verschaffen en zich te verantwoorden met betrekking tot de door de notaris

opgevoerde extra kostenpost wegens advies van fl. 50.000,--.

4.4. Tenslotte wordt de notaris verweten dat hij heeft geweigerd klagers

schadeloos te stellen door de bedragen die met de twee betalingen gemoeid waren aan [K1] te vergoeden.

5. Het standpunt van de notaris .

5.1. De notaris betwist de stellingen van klagers en is van mening dat hem geen

verwijt kan worden gemaakt van onzorgvuldig handelen jegens klagers. De

notaris is van mening dat hij niet anders kon en mocht handelen dan in

overeenstemming met de door [B] gegeven instructies, aangezien deze als

directeur van [K1] tot het geven van die instructies bevoegd was. De notaris is niet op de hoogte van het feit dat het bovengenoemde bankrekeningnummer niet

op naam van [K1] was gesteld.

Voorafgaand aan de betalingen heeft de notaris de bevoegdheid van [B]

nagetrokken in het Handelsregister. Vervolgens heeft hij het bedrag ad fl. 935.216,37 doen over maken op de litigieuze rekening ten name van [K1]. De notaris ging er vanuit dat, nu de bank de opdracht niet had geretourneerd, de betalingen op de rekening ten name van [K1] overgemaakt waren.

5.2. Naar aanleiding van het faxbericht van de curator van 5 oktober 2001 heeft de

notaris nogmaals de bevoegdheid van [B] geverifieerd en bovendien [B] verzocht hem schriftelijk te bevestigen dat op vorenbedoelde rekening ten name

van [K1] werd betaald. Voorts heeft de notaris - alvorens het bedrag ad

fl.90.000,-- over te maken - bij de bank nagevraagd of de rekening op naam van

[K1] stond. Naar de mening van de notaris had het op de weg van de curator

gelegen de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [B] te beperken.

5.3. De notaris is de mening toegedaan dat hij geen verantwoording verschuldigd is aan de curator in het faillissement van de moedermaatschappij van [K1].

Bovendien heeft [B] de notaris toegezegd alle relevante informatie ter

beschikking van de curator te willen stellen. Voor het overige heeft de notaris de

curator alle informatie verstrekt.

In het bijzonder heeft hij afdoende geantwoord op de vragen met betrekking tot de

hoogte en totstandkoming van de in rekening gebrachte advieskosten. Dit blijkt

mede uit het feit dat de nota door [B] voor akkoord is ondertekend en dat de declaratie is voldaan. De notaris is niet in staat een specificatie te produceren van de door hem gewerkte uren aangezien deze computergestuurde gegevens niet

worden bewaard. De notaris heeft wel een overzicht verstrekt van de door hem

verrichtte werkzaamheden.

5.4. De notaris is van mening dat er geen aanleiding is om klagers schadeloos te

stellen, nu er in zijn visie geen sprake is van schending van enige tuchtrechtelijke norm dan wel dat hem civielrechtelijk onrechtmatig handelen kan worden

verweten.

5.5. Ter zitting heeft de notaris aangeboden ten aanzien van de tenaamstelling van de betalingsopdrachten een zogenaamd brondocument bij de bank op te vragen en aan de curator te verstrekken.

6. De beoordeling

6.1. Het hof is met de kamer van oordeel dat er achteraf niet is vast te stellen of er

omstandigheden waren op grond waarvan de notaris had moeten beseffen dat hij wat betreft de eerste betaling van fl. 935.213,37 niet op de betalingsinstructie van [B] had mogen vertrouwen.

Het hof voegt aan de motivering van kamer nog toe dat uit de later overgelegde stukken (waaronder het brondocument) en het verhandelde ter zitting van 11

december 2003 is gebleken dat de notaris zijn bankrelatie opdracht heeft gegeven de betaling van fl. 935.216,37 te verrichten op een bankrekening ten name van [K1].

De bank heeft - desgevraagd - bevestigd geen naam-nummercontrole te hebben

uitgevoerd. Voorts is gebleken dat ook al zou deze controle wel uitgevoerd zijn er

geen (kenbaar)contact met de notaris dienaangaande zou zijn geweest.

Voor het overige heeft het onderzoek in hoger beroep naar het oordeel van het hof

niet geleid tot de vaststelling van andere feiten dan wel beschouwingen en

gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof

zich verenigt.

6.2. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing

7. De beslissing

Het hof:

- verwerpt het beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. Schipper, Stille, Van Os en in het openbaar

uitgesproken op donderdag 22 januari 2004.

Indicatie inhoud

De notaris heeft bij het uitoefenen van zijn werkzaamheden met betrekking tot een telefonische overboeking - gelet op de omstandigheden van het geval -

mogen vertrouwen op de betalingsinstructies.

De kamer van toezicht heeft de klacht afgewezen, het hof verwerpt het beroep.