Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2003:AR0759

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-08-2003
Datum publicatie
15-09-2004
Zaaknummer
02/06092
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aan belastingplichtigen moet een redelijke tijd worden gelaten om de parkeerapparatuur in werking te stellen en het parkeerkaartje in de auto te leggen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 20
Gemeentewet 234
Gemeentewet 225
Gemeentewet 225
Gemeentewet 234
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2004/1265
FutD 2004-1713
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Veertiende Enkelvoudige Belastingkamer

PROCES -VERBAAL

van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,

tegen

de uitspraak van het hoofd van de afdeling Gebieds- en Beheerszaken van de gemeente Muiden, verweerder, gedagtekend 11 oktober 2002, betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting, aanslagnummer 001841.

Het beroep is behandeld op de zitting van 15 augustus 2003.

Beslissing

Het Hof:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de bestreden uitspraak;

- vernietigt de naheffingsaanslag;

- gelast de gemeente Muiden het betaalde griffierecht ad € 29 aan belanghebbende te vergoeden.

Gronden

1. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag parkeerbelasting ten bedrage van € 42,30 opgelegd wegens het parkeren van zijn auto (grijze Mercedes Benz met kenteken YF – 43 – TR) op het a-plein te Muiden op 6 augustus 2002 om 17.15 uur, zonder dat de daarvoor verschuldigde parkeerbelasting was betaald. Verweerder heeft het tijdig ingediende bezwaarschrift van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag ongegrond verklaard.

2. In zijn beroepschrift voert belanghebbende aan dat op 6 augustus 2002 bij aankomst op het a-plein de daar aanwezige parkeermeter defect bleek te zijn. Dit was vermeld op een bord naast de parkeermeter. Op dat bord werd voor het betalen van parkeergeld verwezen naar een andere parkeermeter, met vermelding van de naam van de straat waar deze zich bevond. Belanghebbende stelt dat hij de andere meter heeft gezocht, maar deze, omdat hij onbekend is in Muiden, niet heeft gevonden. Bij terugkomst op het a-plein na circa 8 minuten vond hij de naheffingsaanslag onder de ruitenwisser van zijn auto.

3. Verweerder stelt dat belanghebbende een onderzoeksplicht heeft en dat het niet functioneren van de parkeerautomaat geen reden is om niet te betalen. Op bordjes stond duidelijk aangegeven waar belanghebbende kon betalen. Volgens verweerder had belanghebbende de auto niet mogen achterlaten zonder te betalen, doch deze in zijn zoektocht naar de andere parkeermeter moeten meenemen.

4. Verweerder heeft het relaas van belanghebbende over de gebeurtenissen niet weersproken. Hij stelt slechts dat belanghebbende anders had moeten handelen. Het Hof kan verweerder daarin niet volgen. Om aan zijn verplichting tot het betalen van belasting te voldoen moet de belastingplichtige een redelijke tijd worden gelaten om de parkeerapparatuur in werking te stellen en het kaartje in de auto te leggen. In casu kan de tijd die belanghebbende heeft besteed om de aangegeven parkeermeter te zoeken als zodanig worden aangemerkt. Dat de tijd die belanghebbende hieraan heeft besteed wellicht langer is dan gebruikelijk, is voor risico van verweerder, nu hij een situatie heeft doen ontstaan waarin een belastingplichtige als belanghebbende, onbekend in Muiden, er kennelijk niet in is geslaagd de aangegeven parkeermeter te vinden. Bij het opleggen van de naheffingsaanslag had daarmee rekening moeten worden gehouden. Daarbij kan een tijdsbestek van 8 minuten ook niet onredelijk lang worden genoemd. De opvatting van verweerder dat belanghebbende in de onderhavige omstandigheden bij zijn zoektocht naar de aangewezen meter de auto had moeten meenemen is onjuist. Nu niet gesteld is dat belanghebbende in de gestelde tijd iets anders heeft gedaan dan (vruchteloze) pogingen ondernemen de verschuldigde belasting te voldoen, moet de naheffingsaanslag worden vernietigd.

5. Omtrent kosten van belanghebbende die kunnen delen in een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht is in deze zaak niets gesteld of gebleken. Een dergelijke veroordeling blijft daarom achterwege.

De uitspraak is gedaan op 29 augustus 2003 door mr. Van Loon, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Van der Voort Maarschalk-Vencken als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal door het lid van de belastingkamer en de griffier ondertekend.

Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van het proces-verbaal in geanonimiseerde vorm.

Vervanging

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is een griffierecht verschuldigd. Na het verzoek tot vervanging ontvangt U van de griffier een nota griffierecht.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.