Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2003:AQ1744

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-02-2003
Datum publicatie
15-07-2004
Zaaknummer
01/90050
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uit de overgelegde technische omschrijvingen met onder andere maten en gewichten, en uit de overige documentatie, waaronder foto’s van het ingevoerde voertuig, komt de Douanekamer tot het oordeel dat dit voertuig voldoet aan de bewoordingen “hoofdzakelijk ontworpen voor personenvervoer” van post 8703 van het GDT. Het voertuig heeft een vaste en degelijke inrichting voor het vervoer van vijf personen; de open laadruimte van de auto is niet zo groot en in functioneel opzicht bepalend dat zou moeten worden geoordeeld dat het personenvervoer aan het goederenvervoer ondergeschikt is. Het onderhavige voertuig moet met toepassing van indelingsregel 1 en 6 worden ingedeeld onder post 8703 33 19 van het GDT.

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 22a, geldigheid: 2003-02-04
Douanewet 1, geldigheid: 2003-02-04
Douanewet 5, geldigheid: 2003-02-04
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Douanekamer

Uitspraak

In de zaak 01/90050 DK (0050/2001 TC)

de dato 4 februari 2003

1. De procedure

1.1. Op 7 februari 2001 is bij de Tariefcommissie te Amsterdam een beroepschrift ingekomen, ingediend door drs. A en mr. B (C Belastingadviseurs) te Z als gemachtigden van D B.V. te Y, belanghebbende. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van het hoofd van het Douanedistrict E (hierna: de inspecteur) van 19 januari 2001, kenmerk ……, waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen de uitnodiging tot betaling van 28 september 2000 behorende bij het aangiftenummer …… voor een bedrag aan douanerechten, groot ? 7.192,90, werd afgewezen.

1.2. Van belanghebbende is door de secretaris van de Tariefcommissie een griffierecht van ? 450,-- geheven. Op 27 juni 2001 heeft de inspecteur een verweerschrift ingediend.

1.3. Op grond van artikel XI van de Wet van 14 september 2001, Stb. 419, is met ingang van 1 januari 2002 de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam in de plaats getreden van de Tariefcommissie.

1.4. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden tijdens de zitting van de Douanekamer van 14 januari 2003, gehouden te Amsterdam. Aldaar zijn verschenen voornoemde gemachtigden tot bijstand vergezeld van F en G alsmede mr. H en I namens de inspecteur. Beide partijen hebben een pleitnota overgelegd en voorgelezen. Bij de pleitnota van de inspecteur is een bijlage gevoegd waarvan de gemachtigde kennis heeft kunnen nemen. De inhoud van beide pleitnota’s alsmede van de bijlage geldt als hier opgenomen.

2. De vaststaande feiten

2.1. Op 28 september 2000 heeft belanghebbende een aangifte ten invoer gedaan voor een voertuig merk ISUZU, van oorsprong uit Japan. Als goederenomschrijving vermeldt de aangifte:

“1(EEN) PERSONENAUTO, NIEUW, TYPE; ISUZU 4 DOOR WAGON, 2000, CHASSISNUMMER; (…) TERREIN, 4 DEURS, 4 CILINDERS, 2800 CC MOTERNUMMER; (…)”

Het motorvoertuig werd aangegeven onder post 8703 33 19 van het Gemeenschappelijk douanetarief (GDT). Ten tijde van de invoer gold voor deze post een douanerecht van 10% van de douanewaarde welke waarde ? 32.695,-- bedroeg.

2.2. Na verificatie is het voertuig, in afwijking van de aangifte, ingedeeld onder postonderverdeling 8704 21 31 van het GDT, voor welke post een douanerecht van 22% van de douanewaarde van toepassing was. Aan belanghebbende is vervolgens de onder 1.1. vermelde uitnodiging tot betaling uitgereikt voor een bedrag van ? 7.192,90.

2.3. Belanghebbende heeft een technische specificatie en folders met uitgebreid fotomateriaal overgelegd van de ingevoerde ISUZU, zijnde een zogeheten pick-up. Daaruit blijkt dat het een voertuig betreft met dieselmotor, een dubbele cabine met vier portieren elk voorzien van een zijruit, een achterruit en een open stalen laadbak. In het interieur bevinden zich twee voorstoelen en een achterbank met hoofdsteunen met drie zitplaatsen ieder voorzien van een veiligheidsgordel. De totale lengte van het voertuig is 4980 mm en de hoogte (maximaal) van het passagiersgedeelte 1710 mm; de maten van de laadbak zijn 1530 mm x 1505 mm. Het eigen gewicht bedraagt 1645 kg en het maximale gewicht bedraagt 2650 kg. Het maximum laadvermogen bedraagt derhalve 1005 kg. De tankinhoud is 63 liter.

3. Het geschil

Tussen partijen is in geschil of het onderhavige voertuig moet worden ingedeeld onder post 8703 33 19 van het GDT, zoals belanghebbende voorstaat, dan wel onder post 8704 21 31, zoals de inspecteur stelt.

Genoemde posten luiden als volgt:

Post 8703 33 19

“8703 Automobielen en andere motorvoertuigen hoofdzakelijk ontworpen voor personenvervoer (andere dan die bedoeld bij post 8702), motorvoertuigen van het type „station-wagon” of „break” en racewagens daaronder begrepen:

(…)

- andere voertuigen met een motor met zelfontsteking (diesel- of semi-dieselmotor):

(…)

8703 33 - - met een cilinderinhoud van meer dan 2 500 cm3:

- - - nieuwe:

(…)

8703 33 19 - - - - andere”.

Post 8704 21 31

“8704 Automobielen voor goederenvervoer:

(…)

- andere, met een motor met zelfontsteking (diesel- of semi-dieselmotor):

8704 21 - - met een maximaal toegelaten gewicht van niet meer dan 5 ton:

(…)

- - - andere:

- - - - met een cilinderinhoud van meer dan 2 500 cm3;

8704 21 31 - - - - - nieuwe”.

Partijen hebben in hun beschouwing betrokken de Aanvullende Toelichting IDR en de Nationale Toelichting op de posten 8703 en 8704. De teksten van genoemde toelichtingen luiden, voorzover van belang, als volgt:

Aanvullende toelichting IDR post 87.03 (Engelse tekst)

“The classification of certain motor vehicles in this heading is determined by certain features which indicate that the vehicles are principally designed for the transport of persons rather than for the transport of goods (heading 87.04). These features are especially helpful in determining the classification of motor vehicles which generally have a gross vehicle weight rating of less then 5 tonnes and which have a single enclosed interior space comprising an area for the driver and passengers and another area that may be used for the transport of both persons and goods. Included in this category of motor vehicles are those commonly known as “multipurpose” vehicles (e.g., van-type vehicles, sports utility vehicles, certain pick-up type vehicles). The following features are indicative of the design characteristics generally applicable to the vehicles which fall in this heading :

a) Presence of permanent seats with safety equipment (e.g., safety seat belts or anchor points and fittings for installing safety seat belts) for each person or the presence of permanent anchor points and fittings for installing seats and safety equipment in the rear area behind the area for the driver and front passengers; such seats may be fixed, fold-away, removable from anchor points or collapsible;

b) Presence of rear windows along the two side panels;

c) Presence of sliding, swing-out or lift-up door or doors, with windows, on the side panels or in the rear;

d) Absence of a permanent panel or barrier between the area for the driver and front passengers and the rear area that may be used for the transport of both persons and goods;

e) Presence of comfort features and interior finish and fittings throughout the vehicle interior that are associated with the passenger areas of vehicles (e.g., floor carpeting, ventilation, interior lighting, ashtrays).”

Aanvullende toelichting IDR post 87.04.

“The classification of certain motor vehicles in this heading is determined by certain features which indicate that the vehicles are designed for the transport of goods rather than for the transport of persons (heading 87.03). These features are especially helpful in determining the classification of motor vehicles, generally vehicles having a gross vehicle weight rating of less then 5 tonnes, which have either a separate closed rear area or an open rear platform normally used for the transport of goods, but may have rear bench-type seats that are without safety seat belts, anchor points or passenger amenities and that fold flat against the sides to permit full use of the rear platform for the transport of goods. Included in this category of motor vehicles are those commonly known as “multipurpose” vehicles (e.g., van-type vehicles, pick-up type vehicles and certain sports utility vehicles). The following features are indicative of the design characteristics generally applicable to the vehicles which fall in this heading :

a) Presence of bench-type seats without safety equipment (e.g., safety seat belts or anchor points and fittings for installing safety seat belts) or passenger amenities in the rear area behind the area for the driver and front passengers. Such seats are normally fold-away or collapsible to allow full use of the rear floor (van-type vehicles) or a separate platform (pick-up vehicles) for the transport of goods;

b) Presence of a separate cabin for the driver and passengers and a separate open platform with side panels and a drop-down tailgate (pick-up vehicles);

c) Absence of rear windows along the two side panels; presence of sliding, swing-out or lift-up door or doors, without windows, on the side panels or in the rear for loading and unloading goods (van-type vehicles);

d) Presence of a permanent panel or barrier between the area for the driver and front passengers and the rear area;

e) Absence of comfort features and interior finish and fittings in the cargo bed area which are associated with the passenger areas of vehicles (e.g., floor carpeting, ventilation, interior lighting, ashtrays).”

Nationale Toelichting post 87.03

“Onderscheid tussen “automobielen hoofdzakelijk ontworpen voor personenvervoer” (post 87.03) en “automobielen voor goederenvervoer” (post 87.04) met betrekking tot zogenoemde “pick-up” voertuigen. “Pick-up” voertuigen zijn voorzien van of een “enkele” cabine (single cab), of een “dubbele cabine” (crew cab) en soms van een “anderhalve” cabine (extended cab). Zij zijn ingericht voor het vervoeren van personen en van goederen in afzonderlijke ruimten (cabine en laadbak). Ten aanzien van “pick-up” voertuigen moet van geval tot geval worden bekeken of de betreffende voertuigen moeten worden aangemerkt als zijnde een personenautomobiel (post 87.03), dan wel een automobiel voor goederenvervoer (post 87.04). Criteria die daarbij in acht moeten worden genomen zijn:

- gewichtsverhouding (capaciteit) tussen passagiersgedeelte en goederengedeelte;

- uitvoering interieur (beklede stoelen of banken, decoratieve zijpanelen);

- bevestigingpunten voor stoelen of banken en dergelijke voorzieningen.

Voor wat betreft het criterium gewichtsverhouding passagiers- en goederengedeelte wordt uitgegaan van het totale laadvermogen van het voertuig. Daarbij wordt voor de berekening van het passagiersgedeelte een gewicht van 70 kg per persoon aangehouden. In brochures worden met betrekking tot de capaciteit vaak verschillende termen gebruikt. (…)

Bij de berekening van de verhouding goederen/passagiers moet van het totale laadvermogen het gewicht van de chauffeur (70 kg) en het gewicht van een volle brandstoftank worden afgetrokken. Voor het passagiersgedeelte moet vervolgens het aantal passagiersplaatsen worden vermenigvuldigd met 70 kg. Het aantal kilogram dat overblijft is het (goederen)laadvermogen. Het aantal passagiersplaatsen wordt mede bepaald door de aanwezigheid van bevestigingspunten voor stoelen of banken aangebracht in de voor de passagiers bestemde ruimte in de cabine indien daar feitelijk geen stoelen of banken zijn geplaatst. Het aantal stoelen of banken dat kan worden geplaatst telt mee (70 kg per plaats) voor de bepaling van de verhouding passagiers/goederen. (…)

Voorgaand bedoelde “pick-ups” worden ingedeeld als automobiel voor goederenvervoer (post 87.04) als het goederengedeelte meer dan 50 % van het laadvermogen (is totale laadvermogen minus gewicht chauffeur en minus volle brandstoftank) bedraagt. Is het interieur in het voor de passagiers bestemde deel echter luxe uitgevoerd en vertegenwoordigt het goederengedeelte slechts een gering deel meer van het totale laadvermogen (tot 55 % van het totale laadvermogen), dan wordt het betreffende voertuig voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur toch aangemerkt als zijnde een automobiel voor personenvervoer (post 87.03). Vorenstaande regel geldt ook in het omgekeerde geval. Dit wil zeggen dat indien het passagiersgedeelte maximaal 55 % van het totale laadvermogen bedraagt maar het interieur in het voor de passagiers bestemde gedeelte is uiterst sober, dan dient het betreffende voertuig voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur te worden aangemerkt als zijnde een automobiel voor goederenvervoer (post 87.04).”

4. Het standpunt van belanghebbende

4.1. De thans in geding zijnde auto is vrijwel identiek aan de Toyota Hilux. De Tariefcommissie heeft in haar uitspraak van 31 oktober 1996, nr. 13 325, (UTC 1996/64) geoordeeld dat de Toyota Hilux voldoet aan de bewoordingen “hoofdzakelijk ontworpen voor personenvervoer” van post 8703 van het GDT. Dit brengt mee dat ook voor de onderhavige ISUZU goederencode 8703 van toepassing is.

4.2. De inspecteur past de Nationale Toelichting bij post 8703 toe. In deze toelichting worden criteria gegeven, met name inzake gewichtsverhoudingen, ten einde te bepalen of een zogenoemd pick-up voertuig moet worden ingedeeld in post 8703 of 8704. Deze Nationale Toelichting bezit echter geen enkele rechtskracht.

4.3. Namens belanghebbende is daaraan ter zitting het volgende toegevoegd. De IDR heeft inmiddels, na het wisselen van de schriftelijke stukken, een verdergaand indelingsadvies op de posten 8703 en 8704 gepubliceerd. In dit verdergaande indelingsadvies bij post 8703 wordt opgemerkt dat tot de desbetreffende categorie van automobielen zogeheten multi-inzetbare voertuigen (waaronder bepaalde pick-ups) behoren. In de toelichting wordt een aantal kenmerken voor het “design” (ontwerpkarakteristiek) van personenauto’s gegeven. Het laadvermogen van multi-inzetbare voertuigen wordt in deze toelichting niet genoemd. Belanghebbende concludeert daaruit dat het laadvermogen niet van belang is bij de beoordeling of sprake is van een personenauto. In de verdergaande toelichting bij post 8704 wordt opgemerkt dat multi-inzetbare voertuigen (de inspecteur merkt terecht op dat hier abusievelijk in de pleitnota het voorbeeld van pick-ups is weggelaten) tot deze categorie behoren. Vervolgens wordt er een aantal kenmerken voor het “design” (ontwerpkarakteristiek) van deze categorie auto’s gegeven. Belanghebbende concludeert dat de onderhavige ISUZU voldoet aan de criteria van de IDR om te worden ingedeeld onder post 8703. De maten van de laadbak zijn niet in geschil. Er kan worden uitgegaan van de maten genoemd in de pleitnota en in de brochure. De Nationale Toelichting biedt volgens de inspecteur een objectief criterium om te beoordelen onder welke post de auto valt. Belanghebbende stelt dat dit niet rijmt met de verschillende berekeningen die de inspecteur in de pleitnota heeft gemaakt uitgaande van verschillende gewichten van passagiers. In geval het gelijk aan belanghebbende is moet de uitnodiging tot betaling worden verminderd tot ? 3.269,50 Bij de invoer is belanghebbende ervan uitgegaan dat de indeling van de ISUZU hetzelfde zou zijn als die van de Toyota Hilux. De douane heeft deze indeling vier jaar lang geaccepteerd. Het is niet zo dat de grenzen van de tariefpost worden opgezocht.

4.4. Belanghebbende concludeert tot vermindering van de uitnodiging tot betaling met ? 3.923,40 tot ? 3.269,50.

5. Het standpunt van de inspecteur

5.1. De inspecteur is van mening dat pick-up trucks in de eerste plaats zijn ontworpen en geconstrueerd voor het vervoer van goederen. Dat blijkt met name uit het laadvermogen.

5.2. De inspecteur onderschrijft de mening van belanghebbende dat de ISUZU gelijkenis vertoont met de Toyota Hilux, van welke auto de Tariefcommissie heeft geoordeeld dat deze onder post 8703 van het GDT valt, maar er bestaan ook aanzienlijke verschillen tussen beide auto’s. De afmetingen van de laadbak en met name het laadvermogen verschillen aanzienlijk.

5.3. De inspecteur verwijst vervolgens naar de Nationale Toelichting waarin een objectief meetbaar criterium is ontwikkeld om de hoofdfunctie van een vervoermiddel te kunnen vaststellen. Hierbij is aangesloten bij het laadvermogen van het voertuig. Het laadvermogen van de ISUZU voor vervoer van goederen verhoudt zich ten opzichte van het vervoer van passagiers als 67,9 staat tot 32,1. Hieruit concludeert de inspecteur dat de capaciteit voor het vervoer van goederen in die mate overheerst dat de hoofdfunctie van deze pick-up het vervoer van goederen is.

5.4. De inspecteur is met belanghebbende van mening dat noch belanghebbende noch de rechter op enigerlei wijze gebonden is aan de Nationale Toelichting.

5.5. De inspecteur heeft daaraan ter zitting het volgende toegevoegd.

De IDR heeft in november 2001 een verdergaand indelingsadvies op de posten 8703 en 8704 geformuleerd. In de niet-officiële vertaling van dit advies, gepubliceerd in In- en Uitvoernieuws jaargang 2002, blz. 706 en 707, evenals in de vertaling in de pleitnota van belang-hebbende, is bij post 8704 bij de multi-inzetbare voertuigen abusievelijk de vermelding “pick-up” weggevallen. In de nieuwe IDR toelichting worden pick-ups zowel bij post 8703 als bij post 8704 genoemd. Bepaalde pick-ups kunnen gelet op de toelichting als personenauto worden aangemerkt. In EG verband zijn de onderhavige toelichtingen niet in de tarifering overgenomen. De inspecteur concludeert dat de uitleg van de post door de IDR niet in strijd is met de uitleg die hij voorstaat. Van belang in dit verband is nog dat de laadruimte is gescheiden van de passagiersruimte. De rekenmethode die is gehanteerd om de verhouding tussen het laadvermogen voor het vervoer van goederen en het laadvermogen voor het vervoer van passagiers te bepalen, is bedoeld om op objectieve wijze vast te stellen of een voertuig hoofdzakelijk geschikt moet worden geacht voor het vervoer van personen of van goederen. Ook ingeval in de berekening uitgegaan wordt van passagiers met een gemiddeld gewicht van 90 kg in plaats van 70 kg blijft het laadvermogen voor het vervoer van goederen groter (52,2% van het maximale laadvermogen) dan het laadvermogen voor het vervoer van passagiers. Ingeval het gelijk aan belanghebbende is moet de uitnodiging tot betaling worden verminderd tot ? 3.269,50.

5.6. De inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

6. De rechtsoverwegingen

6.1. Uit de overgelegde technische omschrijvingen met onder andere maten en gewichten, en uit de overige documentatie, waaronder foto’s van het ingevoerde voertuig, komt de Douanekamer tot het oordeel dat dit voertuig voldoet aan de bewoordingen “hoofdzakelijk ontworpen voor personenvervoer” van post 8703 van het GDT. Het voertuig heeft een vaste en degelijke inrichting voor het vervoer van vijf personen; de open laadruimte van de auto is niet zo groot en in functioneel opzicht bepalend dat zou moeten worden geoordeeld dat het personenvervoer aan het goederenvervoer ondergeschikt is. Hetgeen de inspecteur heeft gesteld inzake de verhouding tussen het laadvermogen voor passagiersvervoer en voor goederenvervoer kan, wat er ook zij van de berekeningswijze van deze verhouding, aan dit oordeel niet afdoen.

6.2. Uit het vorenstaande volgt dat het onderhavige voertuig met toepassing van indelingsregel 1 en 6 moet worden ingedeeld onder post 8703 33 19 van het GDT. Voor dat geval is tussen partijen niet in geschil dat de uitnodiging tot betaling moet worden verminderd met ? 3.923,40 tot ? 3.269,50.

7. De proceskosten

De Douanekamer acht termen aanwezig voor een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de Douanekamer het bedrag van deze kosten overeenkomstig het in de bijlage van het Besluit opgenomen tarief op: 2 (proceshandelingen: beroepschrift en verschijnen ter zitting) x 1,5 (wegingsfactor gewicht van de zaak) x € 322,-- ofwel € 966,--.

8. De beslissing

De Douanekamer:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak, waarvan beroep;

- vermindert de uitnodiging tot betaling tot € 1.483,63 (? 3.269,50);

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een beloop van € 966,-- en wijst de Staat der Nederlanden aan dit bedrag aan belanghebbende te voldoen;

- gelast de Staat der Nederlanden aan belanghebbende het door haar gestorte griffierecht ad € 204,20 (ƒ 450) te vergoeden.

Aldus vastgesteld op 4 februari 2003 door mr. A. Bijlsma, voorzitter, mr. J.J.A.M. Kennis en mr. E.M. Vrouwenvelder, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.

De griffier: De voorzitter:

Beroep in cassatie

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (zie voor het adres de begeleidende brief).

2. Bij dit beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a) de naam en het adres van de indiener;

b) de dagtekening;

c) de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep is een griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.