Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2003:AO3652

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-11-2003
Datum publicatie
14-10-2004
Zaaknummer
23-001823-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof acht bewezen dat verdachte samen met een ander hoeveelheden MDMA heeft bereid, MDMA aanwezig heeft gehad en vuurwapens en munitie voorhanden heeft gehad.

Verdachte is veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf.

Wetsverwijzingen
Opiumwet 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer

rolnummer 23-001823-03

datum uitspraak 27 november 2003

tegenspraak

Verkort arrest van het Gerechtshof te Amsterdam

gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van rechtbank Haarlem van 24 april 2003 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15/097700-02 (zaak A) en 15/097701-03 (zaak B)

tegen

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

alias [naam], geboren te [plaats] op [datum] 1970,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de P.I. Midden Holland, Huis van Bewaring Haarlem, Harmenjansweg 4, 2031 XC Haarlem.

Beperkt appel

Het hoger beroep van de verdachte is blijkens mededeling van zijn raadsman ter terechtzitting niet gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep genomen beslissingen ten aanzien van het in zaak A onder 1 en 5 ten laste gelegde, zodat deze beslissingen niet meer aan hoger beroep zijn onderworpen..

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 10 april 2003 en in hoger beroep van 13 november 2003.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover thans nog aan de orde, tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaardingen in zaak A onder 2 en 3, zoals nader omschreven op de terechtzitting van 20 februari 2003, en in zaak B. Van de dagvaardingen en de vordering nadere omschrijving zijn kopieën in dit arrest gevoegd. De inhoud daarvan wordt hier overgenomen.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis van de eerste rechter, voor zover thans aan het oordeel van het hof onderworpen, vernietigen omdat het zich daarmee niet verenigt.

Het bewezen geachte

Bespreking van een gevoerd verweer

De raadsman heeft -kort gezegd- aangevoerd dat de doorzoeking op het verblijfsadres van verdachte, [adres] te Amsterdam, onrechtmatig is geweest en dat de vruchten van deze doorzoeking van het bewijs dienen te worden uitgesloten. Hij heeft daartoe aangevoerd dat tijdens de aanhouding van de verdachte in de Volkswagen Golf een girosouche op naam van ene [naam], wonende op bovengenoemd adres, is aangetroffen, maar dat het aantreffen daarvan jegens verdachte niet oplevert een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit op grond waarvan doorzoeking op gemeld adres mocht plaatsvinden.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit het proces-verbaal Algemeen Relaas van Onderzoek van 8 november 2001, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren L. Faber en H. van der Veen (p. 4 - 28), blijkt, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, dat:

- het proces-verbaal van het Korps Landelijke Politiediensten met nummer 2002 CB004790269 van 5 augustus 2002 informatie bevat over de onderschepping van een aantal vanuit Nederland verzonden postpakketten waarin onder meer enkele duizenden XTC-tabletten waren verstopt;

- naar aanleiding van die informatie nader onderzoek is gedaan waaruit bleek dat de vermoedelijke afzender van de onderschepte verdovende middelen [betrokkene] is geweest;

- [betrokkene] een bedrijfspand aan de Grote Hout- of Koninginnweg 271 te Velsen-Noord heeft;

- op 28 augustus 2002 onder leiding en in aanwezigheid van de officier van justitie werd overgegaan tot doorzoeking van dit bedrijfspand;

- bij de doorzoeking op de bovenverdieping een productieplaats voor het vervaardigen van XTC-pillen was ingericht en een grote hoeveelheid XTC-pillen, materiaal bevattende MDMA, base en caffeïne, lactose en vuurwapens werden aangetroffen;

- dat meerdere huurders en personeel van het bedrijfsverzamelgebouw waar het bedrijfspand van [betrokkene] deel van uitmaakte verklaarden dat er sprake was van een grijzeVolkswagen Golf, type V-5, waarin "Russen" reden, dat deze auto naar binnen werd gereden waarna de deur van binnenuit werd gesloten, dat deze auto de dag daarvoor nog bij de bedrijfsruimte was gezien;

- op 28 augustus 2002 door opsporingsambtenaren werd gezien dat een grijze VW Golf, type V5, het terrein van het bedrijfspand opreed, dat de bestuurder in eerste instantie in de richting van de genoemde bedrijfsunit reed, maar op het laatste moment zijn route wijzigde en het terrein verliet;

- deze auto door middel van een onopvallend dienstvoertuig werd gevolgd, de auto zonder noodzaak twee auto's inhaalde waardoor de indruk ontstond dat de bestuurder in de gaten had dat hij gevolgd werd maar de inzittenden van de Volkswagen uiteindelijk werden aangehouden;

- in de auto van de verdachte in de middenconsole een sleutelbos werd aangetroffen waarbij een van de sleutels bleek te passen op het slot van de toegangsdeur van de bedrijfsunit in Velsen-Noord; dat tevens een tas met levensmiddelen, een bundel van 20 biljetten van ( 50,-- en een reçu van een acceptgiro betreffende de huur van een woning bij een woningbedrijf in Amsterdam werden aangetroffen en dat in de auto aanwijzingen werden gevonden met betrekking tot hun mogelijke verblijfplaats [adres] te Amsterdam.

- op vordering van de officier van justitie door de rechter-commissaris machtiging tot doorzoeking op voormeld adres is verleend.

Op grond van bovenvermelde feiten en omstandigheden, in onderling(e) verband en samenhang beschouwd, kan niet worden gezegd dat verbalisanten voornoemd niet hebben kunnen oordelen dat er jegens verdachte een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit bestond, in het bijzonder overtreding van de Opiumwet. Nu artikel 110 van het Wetboek van Strafvordering voorts bepaalt dat de rechter-commissaris ter inbeslagneming elke plaats kan doorzoeken, is de doorzoeking van de woning [adres] te Amsterdam, welke doorzoeking plaatsvond onder leiding en in aanwezigheid van een rechter-commissaris, rechtmatig. Het verweer wordt verworpen.

Naar het oordeel van het hof is wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in zaak A onder 2 en 3 en in zaak B is tenlastegelegd, met dien verstande dat:

Zaak A

onder 2

hij in de periode van 1 november 2001 tot en met 27 augustus 2002 te Velsen-Noord, in de gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met anderen meermalen telkens opzettelijk heeft bereid, bewerkt en verwerkt hoeveelheden van een materiaal, bevattende amfetamine en hoeveelheden van een materiaal, bevattende MDMA, zijnde amfetamine en MDMA middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

onder 3

hij op 28 augustus 2002 te Velsen-Noord, in de gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met anderen, in perceel Grote Hout- of Koninginneweg 271 aldaar opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 250 kilogram van een materiaal, bevattende MDMA en ongeveer 350.000 pillen of tabletten, bevattende MDMA en ruim 7,5 kilogram materiaal, bevattende amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen, vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

zaak B

hij op 28 augustus 2002 te Velsen-Noord, in de gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander drie wapens van categorie III, te weten:

- een pistool, merk Glock, model 30, kaliber .45 met twee patroonhouders en een zogenaamde snellader;

- een pistool, merk Glock, model 19, kaliber 9mm, met twee patroonhouders, waarvan een houder was voorzien van 15 patronen, kaliber 9mm;

- een pistool, merk Colt, model Combat, serie 80 MK IV, kaliber .45, voorzien van het serienummer CG03019E, en een patroonhouder met 8 patronen .45 en

- munitie van categorie III, te weten bovengenoemde scherpe patronen en een tray met 25 scherpe patronen .45 voorhanden heeft gehad.

Hetgeen in zaak A onder 2 en 3 en in zaak B meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De strafbaarheid van de feiten

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert de volgende misdrijven op:

zaak A

onder 2

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

onder 3

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

zaak B

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

De op te leggen straffen en maatregel

De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht en de inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen deels verbeurd verklaard en deels onttrokken aan het verkeer, een en ander zoals weergegeven in het vonnis waarvan beroep.

Tegen dit vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot dezelfde straffen en maatregel als de rechtbank heeft gedaan.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte is betrokken geweest bij de productie van enorme hoeveelheden van materialen die MDMA en amfetamine bevatten. Verdachte en zijn mededaders gingen daarbij met een grote mate van professionaliteit te werk, hetgeen mede is af te leiden uit de onder hen aangetroffen vuurwapens en grote hoeveelheid geld en gelet op het feit dat gebruik is gemaakt van valse personalia.

Voorts heeft verdachte met zijn mededaders voor verdere verspreiding geschikte hoeveelheden van materialen, bevattende amfetamine en MDMA, voorhanden gehad. MDMA en amfetamine zijn voor de gezondheid van gebruikers daarvan zeer schadelijke stoffen en het gebruik ervan is ook bezwarend voor de samenleving onder andere vanwege de daarmee gepaard gaande misdrijven.

Daarnaast hebben verdachte en zijn mededader pistolen en daarbij behorende munitie voorhanden gehad. Dit brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich.

Voor de bewezenverklaarde feiten komt slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in aanmerking.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister van 25 september 2003 is hij niet eerder in Nederland veroordeeld.

Het voorgaande in aanmerking nemend, acht het hof een vrijheidbenemende straf van na te noemen duur passend en geboden.

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- de voorwerpen, genummerd 043 t/m 083, vermeld op de "S.V.O-lijst";

- de voorwerpen, genummerd 01-02 t/m 01-09-007, vermeld op lijst D;

- de voorwerpen, genummerd 03-01-01 t/m 03-01-06, 03-01-08, 03-01-09, 01-01-01 t/m 05-01-01, 03-04-02 t/m 02-03 en 02-03-02 t/m 02-03-04, vermeld op lijst E,

dienen te worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien aannemelijk is dat die voorwerpen aan verdachte toebehoren en het in zaak A onder 2 en 3 bewezenverklaarde met betrekking tot die voorwerpen is begaan.

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- de voorwerpen, genummerd C 01-01-01 t/m C B4-12, vermeld op de "S.V.O-lijst";

- de voorwerpen, genummerd 001 t/m 004, vermeld op de "S.V.O-lijst",

dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien het in zaak A onder 2 en 3 bewezenverklaarde respectievelijk het in zaak B bewezenverklaarde met betrekking tot deze voorwerpen is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De hiervoor genoemde lijsten zijn aan het arrest gehecht.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 10 en 13a van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de in zaak A onder 2 en 3 en in zaak B tenlastegelegde feiten, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in zaak A onder 2 en 3 en in zaak B meer of anders is telastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van ZES JAREN.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Verklaart verbeurd:

- de voorwerpen, genummerd 043 t/m 083, vermeld op de "S.V.O-lijst";

- de voorwerpen, genummerd 01-02 t/m 01-09-007, vermeld op lijst D;

- de voorwerpen, genummerd 03-01-01 t/m 03-01-06, 03-01-08, 03-01-09, 01-01-01 t/m 05-01-01, 03-04-02 t/m 02-03 en 02-03-02 t/m 02-03-04, vermeld op lijst E.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- de voorwerpen, genummerd C 01-01-01 t/m C B4-12, vermeld op de "S.V.O-lijst";

- de voorwerpen, genummerd 001 t/m 004, vermeld op de "S.V.O-lijst".

Dit arrest is gewezen door de derde meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Hartsuiker, Kortenhorst en Van Schaardenburg-Louwe Kooijmans tegenwoordigheid van mr. Van Teylingen als griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 november 2003.