Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2003:AN9326

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-07-2003
Datum publicatie
14-10-2004
Zaaknummer
23-002398-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de invoer van cocaïne. In dit geval betrof het de zeer grote hoeveelheid van bijna 12 kilogram cocaïne die met medewerking van verdachte Nederland is binnengebracht. Verdachte heeft meegewerkt aan de uitvoering van een plan, waardoor een koerier, komende met een vlucht uit Paramaribo met drugs Nederland binnen kon komen.

48 maanden gevangenisstraf.

Wetsverwijzingen
Opiumwet 2, geldigheid: 2003-07-07
Opiumwet 10, geldigheid: 2003-07-07
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

arrestnummer

rolnummer 23-002398-02

datum uitspraak 7 juli 2003

tegenspraak

VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Haarlem van 11 juni 2002 in de strafzaak onder parketnummer 15/030479-02 van het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1968,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres Kikkenstein 165 te (1104 AG) Amsterdam-Zuidoost,

thans gedetineerd in de P.I. "Pollart" te Roermond.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 28 mei 2002 en in hoger beroep van 23 juni 2003.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, overeenkomstig de op de terechtzitting in eerste aanleg van 28 mei 2002 op vordering van de officier van justitie toegestane wijziging tenlastelegging. Van die dagvaarding en vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, verbetert het hof deze. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de eerste rechter.

Bewijslevering

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij in of omstreeks de periode van 14 tot en met 15 februari 2002 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 11.955,8 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij die wet behorende lijst I, immers heeft verdachte opzettelijk

- telefonisch contact gehad met een mededader, te weten met [mededader], over de datum en het tijdstip van aankomst op de luchthaven Schiphol van de persoon die de cocaïne vervoerde en vervolgens

- zich naar de luchthaven Schiphol begeven en vervolgens

- meermalen telefonisch contact gehad op de luchthaven Schiphol met mededaders, te weten [mededader] en [mededader].

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het primair bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De rechtbank heeft de verdachte voor het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vierenvijftig maanden, met aftrek van de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, en heeft een Nokia telefoontoestel verbeurd verklaard.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot diezelfde straffen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de invoer van cocaïne. In dit geval betrof het de zeer grote hoeveelheid van bijna 12 kilogram cocaïne die met medewerking van verdachte Nederland is binnengebracht. Verdachte heeft meegewerkt aan de uitvoering van een plan, waardoor een koerier, komende met een vlucht uit Paramaribo met drugs Nederland binnen kon komen. De rol van verdachte heeft hierin bestaan dat hij contact heeft gehad met mededader [mededader], die - evenals verdachte - als schoonmaker op Schiphol werkzaam was, omtrent de aankomst van drugskoerier [mededader] op Schiphol. Verdachte en zijn mededader [mededader] zouden de cocaïne van koerier [mededader] aannemen en buiten Schiphol brengen. Verdachte is op de dag van aankomst van de koerier naar Schiphol gegaan en heeft daar telefonisch contact gehad met mededader [mededader], die ook op Schiphol was, en met de inmiddels aangekomen koerier [mededader], die inderdaad een koffer met cocaïne bij zich bleek te hebben. Verdachte heeft misbruik gemaakt van zijn positie als werknemer op Schiphol door met zijn werknemerspas douaneposten te omzeilen met als doel een grote hoeveelheid cocaïne op eenvoudige wijze Nederland binnen te kunnen brengen. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof en de handel en verspreiding ervan is bezwarend voor de samenleving, onder meer vanwege de met de verkrijging daarvan gepaard gaande door verslaafden gepleegde misdrijven. Op grond van de processtukken en het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van het hof aannemelijk geworden dat verdachte een initiërende en organiserende rol heeft vervuld bij het bewezen verklaarde.

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde handelen rechtvaardigt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanmerkelijke duur.

Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de rol van verdachte bij voornoemde delicten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de proceshouding van .

verdachte en met een de verdachte betreffend uittreksel Justitieel Documentatieregister van 22 april 2003, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Het hof ziet in het gegeven dat de voorlopige hechtenis van de verdachte krachtens de Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers voor een periode van ongeveer zestien maanden in het Detentiecentrum te Roermond ten uitvoer is gelegd, noch in hetgeen door en namens verdachte is aangevoerd met betrekking tot de detentieomstandigheden van de verdachte, aanleiding om ten aanzien van de straftoemeting tot een ander oordeel te komen.

Het inbeslaggenomen voorwerp, te weten: een telefoontoestel, kl: blauw, Nokia 3310 350101205863683, die aan verdachte toebehoort, dient te worden verbeurdverklaard en is daarvoor vatbaar aangezien het primair bewezenverklaarde met betrekking tot dat voorwerp is begaan of voorbereid.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 (oud) en 10 (oud) van de Opiumwet.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewijslevering omschreven.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van ACHTENVEERTIG (48) MAANDEN.

Beveelt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in deze zaak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Verklaart verbeurd het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1 stk telefoontoestel, kl: blauw, NOKIA 3310 350101205863683.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- 10 stk notitie en memo.

Dit arrest is gewezen door de derde meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Splinter-van Kan, Van Haeringen en Van Schaardenburg-Louwe Kooijmans, in tegenwoordigheid van mr. Meerbeek als griffier en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 7 juli 2003.

Mr. Van Haeringen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.