Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2003:AN8702

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-11-2003
Datum publicatie
10-12-2003
Zaaknummer
02/05370
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor objecten die deel uitmaken van een recreatiepark zijn waardebeschikkingen genomen. Bij uitspraken op bezwaar is de afbakening tussen die objecten gewijzigd en zijn bij elk object percelen toegevoegd en verwijderd. Een dergelijke wijziging van de objectafbakening is in bezwaar of beroep niet mogelijk. De beschikkingen en de uitspraken worden vernietigd.

Wetsverwijzingen
Wet waardering onroerende zaken 16
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2004/421
FutD 2003-2330
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Vierde Meervoudige Belastingkamer

PROCES-VERBAAL VAN DE MONDELINGE UITSPRAAK

op het beroep van B.V.-X te Bennebroek, belanghebbende,

tegen

de uitspraken van het hoofd van de sector Financiën van de gemeente Bennebroek, verweer-der, gedagtekend 19 juli 2002, betreffende een aantal waardebeschikkingen voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004.

Het beroep is behandeld ter zitting van 7 november 2003.

Beslissing

Het Hof

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak van verweerder;

- vernietigt de waardebeschikkingen voor de onroerende zaken a-plein 2 DI, a-plein 2 GO en a-plein 2 RE;

- verklaart belanghebbende niet-ontvankelijk in het beroep voor zover dit betrekking heeft op de waardevaststelling van de onroerende zaak a-plein 2 SK;

- verstaat dat verweerder alsnog uitspraak doet op het bezwaar betreffende de onroeren-de zaak a-plein 2 SK;

- veroordeelt verweerder tot vergoeding aan belanghebbende van € 966 aan proceskos-ten en wijst de gemeente Bennebroek aan als de rechtspersoon die dit bedrag aan be-langhebbende dient te voldoen;

- gelast verweerder het betaalde griffierecht ad € 218 aan belanghebbende te vergoeden.

Ambtshalve bevonden gronden

1.1. Met dagtekening 28 februari 2001 zijn ten name van belanghebbende - op één biljet ver-melde - waardebeschikkingen voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004 vastgesteld voor de onroerende zaken

- a-plein 4,

- a-plein 2 DI,

- a-plein 2 GO,

- a-plein 2 RE en

- a-plein 2 SK.

Belanghebbende heeft tegen deze waardebeschikkingen, met uitzondering van de onroerende zaak a-plein 4, een bezwaarschrift ingediend.

1.2. Bij de bestreden uitspraken heeft verweerder de bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard en de totale waarde verminderd. Verweerder heeft daarbij de mededeling gedaan dat de totale waarde zal worden verdeeld over de volgende WOZ-objecten:

- b-laan

- a-plein 2 go

- a-plein 2 di

- a-plein 2 re

- a-plein 2 ge.

2. Ter zitting is namens verweerder verklaard dat het object b-laan een nieuw object betreft dat niet behoorde tot een of meer van de onroerende zaken die op het beschikkingsbiljet waren vermeld. Nu dit object niet op het bestreden beschikkingsbiljet is vermeld, behoort dit object niet tot het onderhavige geschil, zulks nog afgezien van de vraag of er een beschikking voor is vastgesteld.

3. Namens verweerder is ter zitting medegedeeld dat de onroerende zaak a-plein 2 SK nog wel bestaat en niet is vervat in de objecten zoals genoemd onder 1.2. In samenhang met de bestre-den uitspraken maakt het Hof daaruit op dat verweerder geen uitspraak heeft gedaan over de bezwaren gericht tegen de beschikking betreffende a-plein 2 SK. Verweerder zal daarop alsnog uitspraak moeten doen. Het beroep is voor zover het deze onroerende zaak betreft, niet-ontvankelijk.

4. Gelet op het onder 1.1., 2 en 3 overwogene blijft het geschil beperkt tot de op het beschik-kingsbiljet als a-plein 2 DI, a-plein 2 GO en a-plein 2 RE aangeduide onroerende zaken.

5. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting verklaard dat voor wat betreft de onder 4. genoemde onroerende zaken bij de uitspraken op bezwaar een geheel nieuwe objectafbake-ning is gehanteerd. Daarbij zijn ten aanzien van elk van de onroerende zaken vermeld op het beschikkingsbiljet, in de objectafbakening na bezwaar zowel eigendommen niet meer tot het object gerekend als eigendommen alsnog tot het object gerekend. Nu bij de objectafbakening van elk van de onroerende zaken is uitgegaan van een onjuiste objectafbakening in die zin dat ten onrechte verschillende objecten zijn onderscheiden voor elk waarvan een waardebeschik-king is gegeven, terwijl voor de toepassing van artikel 16 van de Wet WOZ moest worden uitgegaan van objecten die deels bestonden uit eigendommen die bij de vaststelling van de waardebeschikkingen niet tot de onroerende zaak waren gerekend, kan de onjuiste objectafba-kening niet in bezwaar of beroep worden aangepast (Hoge Raad 9 mei 2003, nr. 35 987, Be-lastingblad 2003, blz. 617). Gelet hierop zal het Hof de op het beschikkingsbiljet vermelde waardebeschikkingen vernietigen. Hierbij zij opgemerkt dat verweerder de mogelijkheid heeft voor de nieuw afgebakende objecten nieuwe waardebeschikkingen vast te stellen.

Proceskosten

Nu belanghebbende in het gelijk is gesteld, acht het Hof termen aanwezig verweerder te ver-oordelen in de proceskosten op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt het bedrag van de proces-kosten gesteld op € 966,- (A.1 en 3. = 2 punten; C. factor 1,5; € 322 per punt).

De uitspraak is vastgesteld op 21 november 2003 door mrs. Onnes, Steenbergen en Kruimel, in tegenwoordigheid van mr. Brands als griffier. De beslissing is op die datum in het openbaar uitgesproken.

Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van deze uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Vervanging

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is een griffierecht verschuldigd. Na het verzoek tot vervanging ontvangt U van de griffier een nota griffierecht.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onder-werpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.