Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2003:AI5629

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-05-2003
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
344/03
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De bezitter van een auto is -bij het uitlenen daarvan- mede verantwoordelijk voor de daaruit voortvloeiende boetes.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST van 9 mei 2003 in de zaak met

rekestnummer 344/03 van:

Z,

wonende ,

APPELLANT,

procureur: mr. A. Caddeo

Het geding in hoger beroep

Appellant is bij per fax op 2 april 2003 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 25 maart 2003 met rekestnummer 00000/ FT-RK 02.0000, waarbij de rechtbank het verzoek tot van toepassing verklaring van de schuldsaneringsregeling heeft afgewezen.

1.2 Het hoger beroep is behandeld ter terechtzitting van 2 mei 2003. Bij deze zitting is appellant verschenen bijgestaan door mr.A.Caddeo voornoemd.

2. De gronden van de beslissing

2.1 De rechtbank heeft geoordeeld dat appellant ten aanzien van het ontstaan van de schuld à

€ 10.352,75 aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) niet te goeder trouw is geweest, en dat de hoogte van deze schuld, gegeven de overige schulden en het recente tijdstip van ontstaan, van dien aard is dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 tweede lid onder b van de Faillissementswet dient te worden afgewezen.

2.2 In hoger beroep is het navolgende gebleken.

De totale schuldenlast van Z bedraagt

€ 16.441,84. Een aanzienlijk deel daarvan, ruim

€ 10.000,- betreft een schuld aan het CJIB.

Ten aanzien van de andere grotere schulden heeft Z verklaard dat de schuld van € 2.806,29 aan de ABN Amrobank in het verleden was ontstaan doordat anderen zijn bankrekening hadden geplunderd toen hij enkele jaren op Curaçao woonde, dat de schuld van

€ 1.573,56 aan D--- Autoverhuur, de huur voor een op zijn naam door een oom gehuurde auto betrof en dat de schuld van € 712,18 aan U--- Verzekeringen, verband hield met de autoverzekering voor de auto’s die hij eerder wel in bezit had. Er ligt beslag op Z’s uitkering ter hoogte van € 50,-. Dit betreft een schuld aan de Sociale Dienst, omdat - toen Z enkele jaren geleden naar Curaçao was vertrokken - zijn uitkering 2 tot 3 maanden is blijven doorlopen en anderen zich meester zouden hebben gemaakt van dat geld. Een schuld van € 438,67 aan de Sociale Dienst in Amsterdam betreft leenbijstand voor de aanschaf van meubels en vloerbedekking; deze schuld wordt met ruim € 44,- per maand afbetaald.

Ten aanzien van de schuld aan het CJIB heeft Z ter zitting verklaard dat er door hemzelf bijna nooit boetes zijn opgelopen, maar dat zijn stiefzoon tot februari 2000 veelvuldig gebruik heeft gemaakt van een op zijn naam staande auto en daarmee veel (snelheids)overtredingen heeft begaan, waarvoor hij de boetes nooit betaalde. Deze stiefzoon woont nu op Curaçao en deze wil niets betalen. Daarna zijn boetes veroorzaakt door familieleden die op bezoek in Nederland waren en die dan altijd gebruik maakten van Z’s auto. Z beschouwt dit als een normale verplichting van fatsoen tegenover familie, want “zo is zijn cultuur nu eenmaal”. Als de boetes voor de overtredingen na twee of drie maanden binnenkwamen, was de familie allang weer terug naar Curaçao en betaling door deze familie bleef uit. Z verklaart sinds vorig jaar geen auto meer te hebben. Voorzover er daarna wel boetes zijn ontstaan is dat niet aan hem te wijten, maar aan wie dan wel heeft Z desgevraagd niet duidelijk kunnen maken. Hij heeft nooit bezwaar aangetekend tegen het opleggen van de boetes. Wel deelde hij mee enige malen te zijn gegijzeld ter zake van de openstaande en oplopende boetes.

Z is alleenstaand. Hij leeft van een uitkering van de Sociale Dienst en heeft huursubsidie. Als gevolg van een schotwond in de onderarm heeft hij een functiebeperking in de rechterhand en kan hij niet werken. Vroeger was hij croupier in het casino van X, daar liep hij ook de schotwond op. Z heeft een Mulo opleiding en bezit enkele handels-diploma’s.

2.3. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de schuld aan het CJIB te kwader trouw is ontstaan en in beginsel in de weg staat aan toelating van Z tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Het betreft in deze zaak een groot aantal boetes die zijn ontstaan gedurende een reeks van jaren. Het hof ziet daarom in de stelling dat Z niet zelf de boetes zou hebben veroorzaakt, geen reden om over de aard van die schuld anders te denken. Met zijn stelling gaat Z er immers aan voorbij dat hij als bezitter van een auto – die hij kennelijk veelvuldig aan anderen ter beschikking placht te stellen - medeverantwoordelijkheid draagt voor de verkeersveiligheid, en gezien het grote aantal boetes voor gevaarlijk rijgedrag, zoals snelheidsovertredingen en door rood licht rijden, dient dit zwaar te wegen.

Gezien de voorgeschiedenis van deze zaak bestaat er bij het hof tevens een gegronde vrees dat Z tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling zijn daaruit voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen. In dit verband wijst het hof op het feit dat Z, niettegenstaande zijn slechte ervaringen met het uitlenen van auto’s en het huren van auto’s ten behoeve van familie, daarmee jarenlang is doorgegaan. Zelfs het feit dat hij voor de niet betaalde boetes werd gegijzeld heeft niet eerder tot gedragsverandering geleid, hetgeen het hof in dit verband veelzeggend acht.

2.4 Derhalve dient de beslissing van het hof te worden bekrachtigd.

3. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de uitspraak waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Dijk, Bockwinkel en Van Manen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof van 9 mei 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.

Van dit arrest kan gedurende acht dagen na die van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld door middel van een verzoekschrift in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.