Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2003:AH8558

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-06-2003
Datum publicatie
24-06-2003
Zaaknummer
24-001023-02
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2002:AE3364
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn mededader hebben een gewelddadige overval gepleegd op een pand van Geldnet, waarbij een aanzienlijke hoeveelheid geld is buitgemaakt. Deze overval is zorgvuldig, op professionele wijze voorbereid en op een even brute als kille en berekenende wijze uitgevoerd door met een shovel naar binnen te rijden en in het pand een ware ravage aan te richten. In een mum van tijd hebben verdachte en zijn mededader kans gezien een enorme som geld in een gestolen vrachtauto te laden. Omdat de politie binnen een paar minuten ter plekke was, ontstond een wilde achtervolging langs een, in ieder geval deels, uitgestippelde vluchtroute. Daarbij is door verdachte en/of zijn mededader een groot aantal keren geschoten in de richting van de politie.

Wetsverwijzingen
Wet wapens en munitie 26
Wet wapens en munitie 55
Wetboek van Strafrecht 288
Wetboek van Strafrecht 45
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 47
Wetboek van Strafrecht 57
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001023-02

Parketnummer in eerste aanleg: 13-126032-96

Arrest d.d. 19 juni 2003 van het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam d.d. 29 mei 2002 in de strafzaak tegen:

[(...)],

geboren op [(...) te (...)],

wonende te [(...)],

thans verblijvende in [(..)]

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman,

mr. J.B. Boone, advocaat te Wijk bij Duurstede.

Het vonnis waarvan beroep

De arrondissementsrechtbank te Amsterdam heeft de verdachte bij voormeld vonnis op tegenspraak wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in het vonnis nader omschreven.

Aanwending van het rechtsmiddel

De officier van justitie en de verdachte zijn d.d. 12 juni 2002 respectievelijk d.d. 7 juni 2002 op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormeld vonnis in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft gelet op het onderzoek ter 's hofs terechtzittingen van 5, 6 en 7 februari, 20 en 21 maart, 21 mei, 12 en 13 juni 2003 en op het onderzoek in eerste aanleg als voorgeschreven bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1 primair:

hij op of omstreeks 22 april 1996 te Amsterdam en/of te Halfweg en/of te Zwanenburg, althans in de omgeving van Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [K.] en/of [[V.] en/of [vdW] en/of [M.] en/of [vdV] en/of [K.] van het leven te beroven, met dat opzet met een of meer (automatisch(e)) schietwapen(s) een of meermalen heeft geschoten op en/of in de richting van genoemde [K.] en/of [V.] en/of [vdW] en/of [M.] en/of [vdV] en/of [K.], welke poging tot doodslag werd voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met een shovel, in elk geval een (zwaar) voertuig, een of meer roldeuren en/of een roadbarrier van/voor een pand van Geldnet (Tijnmuiden 5) geramd, waarna hij en/of een of meer van zijn mededaders met dat voertuig en/of een ander voertuig het pand is/zijn ingereden en/of (vervolgens) (in het pand) een deur en/of een muur heeft/hebben omvergereden, waarna hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededaders met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen in/uit dat pand van Geldnet (een of meer geldcassettes en/of zakken met geld met daarin) een bedrag aan geld (Nfl 13.109.489,-- althans Nfl 1.766.283,--), in elk geval enig geldbedrag, en/of een hoeveelheid waardecheques (voor een bedrag van) van Nfl 127.139,--, geheel of ten dele toebehorende aan Ven Groothandel en/of Gamma en/of McDonald's en/of Dekamarkt en/of Geldnet, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of een of meer andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

feit 1 subsidiair:

hij op of omstreeks 22 april 1996 te Amsterdam en/of te Halfweg en/of te Zwanenburg, althans in de omgeving van Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [K.] en/of [V.] en/of [vdW.] en/of [M.] en/of [vdV] en/of [K.] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met die opzet met een of meer (automatisch(e)) schietwapen(s) een of meermalen heeft geschoten op en/of in de richting van genoemde [K.] en/of [V.] en/of [vdW.] en/of [M.] en/of [vdV] en/of [K.];

feit 2:

hij op of omstreeks 22 april 1996 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand van Geldnet (Tijnmuiden 5) heeft weggenomen (een of meer geldcassettes en/of zakken met geld met daarin) een bedrag aan geld (te weten: Nfl 13.109.489,-- althans Nfl 1.766.283,--), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Ven Groothandel en/of Gamma en/of Mc Donald's en/of Dekamarkt en/of Geldnet, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door met een shovel, in elk geval een (zwaar) voertuig, een of meer roldeuren en/of een roadbarrier van/voor het pand van Geldnet te rammen en/of met dat voertuig en/of een ander voertuig dat pand binnen te rijden en/of (vervolgens) (in het pand) een deur en/of een muur omver te rijden;

feit 3:

hij op of omstreeks 8 juni 2001 te Uitgeest tezamen en in vereniging met een of meer andere, althans alleen een of meer wapens van categorie II en/of III, te weten een of meer pistolen (een van het merk Glock en/of een van het merk CZ:, (Ceska Zbrojovka, Tsjechië)), en/of een of meer (verlengde) patroonhouders (waarvan twee van het merk Glock (, zijnde een onderdeel van vuurwapens in de zin van artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie) en/of munitie van categorie II en/of categorie III, te weten 52, in elk geval een of meer, patronen, (kaliber 9 mm), voorhanden heeft gehad.

De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De redelijke termijn

Aangaande de termijn waarbinnen de berechting van verdachte heeft plaatsgevonden overweegt het hof ambtshalve als volgt.

Verdachte is op 12 november 1996 in verzekering gesteld, zodat deze strafzaak inmiddels ruim zes jaar en zeven maanden duurt, gerekend vanaf het moment waarop vanwege de Nederlandse Staat jegens de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting heeft kunnen ontlenen dat het Openbaar Ministerie een strafvervolging tegen hem zou instellen.

Bij de beoordeling of deze termijn onredelijk lang is stelt het hof voorop dat de zaak ingewikkeld is. Er zijn tijdrovende onderzoekshandelingen - zoals het DNA-onderzoek - verricht zodra de mogelijkheid daartoe zich aandiende. Gedurende het onderzoek in eerste aanleg en in hoger beroep is de verdediging zoveel mogelijk ruimte geboden om de verdedigingsrechten van verdachte uit te oefenen. In het bijzonder zijn op verzoek van de raadsman vele getuigen gehoord, sommige zelfs meermalen. Ondanks de ingewikkeldheid van de zaak heeft de rechtbank binnen zeven maanden na betekening van de inleidende dagvaarding vonnis gewezen. Bovendien heeft het hof uitspraak gedaan binnen dertien maanden nadat het hoger beroep werd ingesteld. Een en ander betekent dat de zaak zowel in eerste aanleg als in hoger beroep met voortvarendheid is behandeld.

Concluderend is het hof van oordeel dat de behandeling van de zaak niet onredelijk lang geduurd heeft in de zin van artikel 6 EVRM.

Verhoor getuige [M.]

De raadsman heeft betoogd dat de politie het horen van de getuigen heeft geregisseerd en alles in het werk gesteld om [M.] als laatste te laten verklaren, zodat voornoemde [M.] zijn verklaringen zou kunnen afstemmen op die van [H.] en [vK.]. Nu de politie op deze wijze moedwillig de bedoelingen van het hof heeft doorkruist en de belangen van de verdediging heeft gefrustreerd, dient het Openbaar Ministerie volgens de raadsman niet-ontvankelijk in de strafvervolging te worden verklaard.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is het hof zoveel mogelijk aan de wensen van de verdediging tegemoet gekomen. In het bijzonder heeft het hof getracht de volgorde van getuigen, zoals deze door de verdediging is voorgesteld, te respecteren. Herhaaldelijk is echter aan het hof gebleken dat [M.] om medische redenen niet in staat was ter terechtzitting te verschijnen. Om deze reden is door het hof beslist dat [M.] proces-verbaal zou dienen op te maken aangaande door de verdediging gestelde vragen en de verklaring van [H.] ter 's hofs terechtzitting afgelegd op 21 mei 2003. Wanneer hij ook daartoe niet in staat zou blijken te zijn, zou hij zijn verklaring zo mogelijk ten overstaan van een opsporingsambtenaar af dienen te leggen. De verdediging is met deze gang van zaken akkoord gegaan.

Uit de fax van [M.] bedrijfsarts [K.] leidt het hof af dat [M.] niet op 12 juni 2003 ter 's hofs terechtzitting kon verschijnen en voorts dat hij op bovenvermelde datum niet in staat was zelfstandig proces-verbaal op te maken. Om deze reden is de verklaring van [M.] door Officier van Justitie Posthumus op 9 juni 2003 op schrift gesteld. Dat een Officier van Justitie en niet een politieambtenaar het verhoor heeft afgenomen en daarvan proces-verbaal heeft opgemaakt doet naar het oordeel van het hof op zichzelf beschouwd geen afbreuk aan de bruikbaarheid van deze en andere verklaringen van [M.]. In het verlengde van de door het hof met instemming van de verdediging afgesproken werkwijze is de verklaring van [H.] aan [M.] voorgehouden, voordat [M.] werd gehoord. De verdediging is in de gelegenheid gesteld om [M.] vragen te (doen) stellen, zowel bij een eerder verhoor als bij het verhoor op 9 juni 2003.

Het voorgaande brengt mee dat de gang van zaken rond het verhoor van [M.] de belangen van de verdediging niet heeft geschaad en dat niet aannemelijk is geworden dat door of zijdens de politie is gepoogd om de regie van het hof, die erop was gericht om met inachtneming van de gezondheidsklachten van [M.] zoveel mogelijk de belangen van de verdediging te respecteren, over te nemen en de belangen van de verdediging te frustreren. Alleen al hierom moet het verweer van de raadsman worden verworpen.

Bewezenverklaring

Ten aanzien van verdachte acht het hof bewezen dat:

feit 1 primair:

hij op 22 april 1996 te Amsterdam en te Halfweg en te Zwanenburg, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [K.], [V.], [vdW], [M.], [vdV] en [K.] van het leven te beroven, met dat opzet met een of meer (automatisch(e)) schietwapen(s) meermalen heeft geschoten in de richting van genoemde personen, welke poging tot doodslag werd voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak hebbende verdachte en zijn mededader, roldeuren en een roadbarrier van een pand van Geldnet (Tijnmuiden 5) met een "shovel" geramd, waarna hij en van zijn mededader met dat voertuig en een ander voertuig het pand zijn ingereden en (vervolgens) (in het pand) een deur en een muur hebben omvergereden, waarna hij, verdachte, en zijn mededader met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit dat pand van Geldnet hebben weggenomen zakken met daarin een bedrag aan geld (Nfl 1.766.283,--) en een hoeveelheid waardecheques (voor een bedrag van Nfl 127.139,--), toebehorende aan Ven Groothandel en Gamma en McDonald's en Dekamarkt en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en een of meer andere deelnemer(s) aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

feit 2:

hij op 22 april 1996 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een pand van Geldnet (Tijnmuiden 5) heeft weggenomen zakken met daarin een bedrag aan geld (Nfl 1.766.283,--), toebehorende aan Ven Groothandel en Gamma en Mc Donald's en Dekamarkt en waarbij hij, verdachte, en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door roldeuren en een roadbarrier van het pand van Geldnet met een "shovel" te rammen en met dat voertuig en een ander voertuig dat pand binnen te rijden en vervolgens in het pand een deur en een muur omver te rijden;

feit 3:

hij op 8 juni 2001 te Uitgeest wapens van categorie II en III, te weten pistolen (een van het merk Glock en een van het merk CZ, Ceska Zbrojovka, Tsjechië), en verlengde patroonhouders (waarvan twee van het merk Glock), zijnde een onderdeel van een vuurwapen in de zin van artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie en munitie van categorie II en categorie III, te weten 52 patronen (kaliber 9 mm), voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Hetgeen het hof als bewezen heeft aangenomen levert respectievelijk op de misdrijven:

feit 1 primair:

medeplegen van poging tot doodslag, voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 3:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte te dezer zake strafbaar, nu van strafuit-sluitingsgronden niet is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft het hof gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn mededader hebben een gewelddadige overval gepleegd op een pand van Geldnet, waarbij een aanzienlijke hoeveelheid geld is buitgemaakt. Deze overval is zorgvuldig, op professionele wijze voorbereid en op een even brute als kille en berekenende wijze uitgevoerd door met een shovel naar binnen te rijden en in het pand een ware ravage aan te richten. In een mum van tijd hebben verdachte en zijn mededader kans gezien een enorme som geld in een gestolen vrachtauto te laden. Omdat de politie binnen een paar minuten ter plekke was, ontstond een wilde achtervolging langs een, in ieder geval deels, uitgestippelde vluchtroute. Daarbij is door verdachte en/of zijn mededader een groot aantal keren geschoten in de richting van de politie. Dat hierbij geen der politieambtenaren het leven heeft gelaten mag een wonder worden genoemd. Verdachte en zijn mededader die zich kennelijk lieten leiden door geldzucht hebben zich niets aangetrokken van het gevaar voor het leven en de gezondheid van hun slachtoffers. Ook hebben zij zich niet bekommerd om de angst en psychische gevolgen dat hun handelen teweegbracht. De onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde strafbare feiten die door verdachte zijn gepleegd, behoren tot de zwaarste misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent. Misdrijven die in de maatschappij voor veel onrust zorgen. Een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is vanzelfsprekend niet aan de orde. In dit kader valt het onder 3 bewezenverklaarde feit in het niet en heeft het bij de strafoplegging geen rol gespeeld.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft het hof de ernst van de bewezenverklaarde feiten gerelateerd aan andere soortgelijke strafbare feiten, waarbij rekening is gehouden met de wettelijke strafmaxima en de straffen die voor soortgelijke feiten plegen te worden opgelegd. Het professionele, criminele en gewelddadige karakter van de overval, het leed dat aan anderen is berokkend en de maatschappelijke verontrusting leggen hierbij veel gewicht in de schaal. Ook het feit dat verdachte reeds eerder voor gewelddadige misdrijven is veroordeeld en het gevaar voor herhaling dat ligt besloten in het criminele milieu waarin verdachte zich beweegt en de luxueuze levenswandel waaraan verdachte is gehecht, spelen een belangrijke rol. Een en ander brengt het hof tot het oordeel dat de door de rechtbank in eerste aanleg opgelegde straf onvoldoende recht doet aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten en dat verdachte een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren moet worden opgelegd.

Benadeelde partijen

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de benadeelde partijen McDonald's restaurant (i.v.m. feit 2), [V.], [vdW], [vdV], [A.] en [K.] (allen i.v.m. feit 1) zich in het geding in eerste aanleg hebben gevoegd en dat hun vorderingen tot schadevergoeding in eerste aanleg geheel zijn toegewezen. Derhalve duren deze in hoger beroep voort. Ook is uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep gebleken dat de benadeelde partij Geldnet BV (i.v.m feit 2) zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering tot schadevergoeding in eerste aanleg deels wel en deels niet is toegewezen en dat zij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering in hoger beroep voort, voor zover die vordering in eerste aanleg is toegewezen.

Van de zijde van verdachte is de vordering slechts in die zin weersproken dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten, waaruit de vorderingen tot schadevergoeding voortvloeien, niet heeft gepleegd. Dit vindt zijn weerlegging in de bewezenverklaring van het hof.

Nu de vorderingen voor het overige van de zijde van verdachte niet zijn weersproken en zij het hof niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, kunnen zij als op de wet gegrond worden toegewezen als hierna vermeld, een en ander in dier voege, dat indien de afzonderlijke bedragen door de mededader geheel of gedeeltelijk zijn of worden betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de afzonderlijke benadeelde partijen gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

In het belang van de benadeelde partijen zal het hof tevens voormelde bedragen toewijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel, een en ander eveneens in dier voege, dat indien deze bedragen door de mededader geheel of gedeeltelijk zijn of worden betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Het hof zal daarbij de duur van de vervangende hechtenis, uit een oogpunt van rechtsgelijkheid en rechtszekerheid, overeenkomstig de bij het hof gebruikelijke maatstaven vaststellen en zal dientengevolge de duur van de hechtenis bepalen op het na te melden aantal dagen.

Verzoek tot onmiddellijke invrijheidsstelling

De raadsman heeft ter terechtzitting een verzoek tot onmiddellijke invrijheidsstelling gedaan. Het hof wijst dit verzoek af aangezien de verdenking, bezwaren en gronden die aan de voorlopige hechtenis ten grondslag liggen, onverkort van kracht blijven.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 47, 57, 288 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte als voormeld onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen en te kwalificeren als voormeld en verklaart deze feiten en verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt verdachte [(...)] tot gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 primair, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

wijst af het verzoek tot onmiddellijke invrijheidstelling;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, McDonald's restaurant, gevestigd te Alkmaar, Laat 147-149, tot een bedrag van vierduizendzevenhonderdvierenzestig euro en negenenzestig cent;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt -tot aan deze uitspraak begroot op nihil- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van vierduizendzevenhonderdvierenzestig euro en negenenzestig cent ten behoeve van het slachtoffer McDonald's restaurant, gevestigd te Alkmaar, Laat 147-149, met bevel voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat hechtenis voor de duur van negentig dagen zal worden toegepast;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij van dat bedrag doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, Geldnet BV, gevestigd te Utrecht, Postbus 40291, tot een bedrag van elfduizenddriehonderdvierenveertig euro en eenenvijftig cent;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt -tot aan deze uitspraak begroot op nihil- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van elfduizenddriehonderdvierenveertig euro en eenenvijftig cent ten behoeve van het slachtoffer Geldnet BV, gevestigd te Utrecht, Postbus 40291, met bevel voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat hechtenis voor de duur van eenhonderdtweeënnegentig dagen zal worden toegepast;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij van dat bedrag doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [V.], wonende te [(...)], tot een bedrag van duizendeenhonderdvierendertig euro en vijfenveertig cent;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt -tot aan deze uitspraak begroot op nihil- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van duizendeenhonderdvierendertig euro en vijfenveertig cent ten behoeve van het slachtoffer [V.], wonende te [(...)], met bevel voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat hechtenis voor de duur van tweeëntwintig dagen zal worden toegepast;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij van dat bedrag doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [vdW], wonende te [(...)], tot een bedrag van negenhonderdzeven euro en zesenvijftig cent;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt -tot aan deze uitspraak begroot op nihil- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van negenhonderdzeven euro en zesenvijftig cent ten behoeve van het slachtoffer [vdW], wonende te [(...)], met bevel voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat hechtenis voor de duur van achttien dagen zal worden toegepast;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij van dat bedrag doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [vdV], wonende te [(...)], tot een bedrag van negenhonderdzeven euro en zesenvijftig cent;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt -tot aan deze uitspraak begroot op nihil- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van negenhonderdzeven euro en zesenvijftig cent ten behoeve van het slachtoffer [vdV], wonende te [(...)], met bevel voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat hechtenis voor de duur van achttien dagen zal worden toegepast;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij van dat bedrag doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [A.], wonende te [(...)], tot een bedrag van negenhonderdzeven euro en zesenvijftig cent;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt -tot aan deze uitspraak begroot op nihil- en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van negenhonderdzeven euro en zesenvijftig cent ten behoeve van het slachtoffer [A.], wonende te [(...)], met bevel voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat hechtenis voor de duur van achttien dagen zal worden toegepast;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij van dat bedrag doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [K.], wonende te [(...)], tot een bedrag van negenhonderdzeven euro en zesenvijftig cent;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van negenhonderdzeven euro en zesenvijftig cent ten behoeve van het slachtoffer [K.], wonende te [(...)], met bevel voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat hechtenis voor de duur van achttien dagen zal worden toegepast;

een en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormeld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij van dat bedrag doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mrs. Hermans, voorzitter, De Vries en Wedzinga, in tegenwoordigheid van Van Jaarsveld als griffier, zijnde mr. De Vries buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. Het arrest is uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof in de nevenzittingsplaats te Leeuwarden op 19 juni 2003.