Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2003:AG1669

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-04-2003
Datum publicatie
18-06-2003
Zaaknummer
02/5324 PV
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

02/5324 PV - 14/4/03 - 18e EK

Het Hof hecht geloof aan de verklaring van belanghebbende dat zij het pand wenst te verkopen, maar dat zij daarin voorshands wordt gehinderd door het op het pand gelegde beslag. Belanghebbende kan niet worden aangemerkt als gebruiker van de woning. De aanslag OZB (gebruikersbelasting) is ten onrechte opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2003/861
FutD 2003-1152
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Achttiende Enkelvoudige Belastingkamer

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,

tegen

een uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente P, verweerder, gedagtekend 22 juli 2002, betreffende een aanslag in de onroerendezaakbelastingen (gebruikersbelasting) voor het jaar 2002.

Het beroep is behandeld ter zitting van 31 maart 2003.

Beslissing

Het Hof:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de bestreden uitspraak;

- vernietigt de aanslag;

- gelast de gemeente P het gestorte griffierecht ad € 29 aan belanghebbende te vergoeden; en

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een beloop van € 5 en wijst de gemeente P aan dit bedrag aan belanghebbende te voldoen.

Gronden

1. Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak A-straat 1 te B (hierna; het pand). Tot augustus 2001 is het pand verhuurd geweest aan mw. C, een tante van belanghebbende, die toen is overleden. Belanghebbende is een van de vijf erfgenamen. In het pand bevindt zich een gedeelte van de tot de nalatenschap van de tante behorende inboedel. De aansluitingen op nutsvoorzieningen (gas, elektriciteit en water) zijn in stand gebleven. Door de andere erfgenamen is tegen belanghebbende een rechtsvordering aanhangig gemaakt, in verband waarmee beslag is gelegd op het pand.

2. Belanghebbende stelt dat zij de woning niet gebruikt, maar deze wenst te verkopen. Zij wordt daarbij, aldus belanghebbende, bemoeilijkt door het op de woning gelegde beslag. Zij heeft de woning via via ter verkoop aangeboden, maar in verband met het gelegde beslag (nog) niet via een makelaar. De woning is reeds door enige belangstellenden bezichtigd.

3. Verweerder stelt daartegenover dat belanghebbende geen, althans onvoldoende serieuze pogingen heeft gedaan, het pand te verkopen, dat belanghebbende mede-eigenaar is van de in het pand aanwezige meubelen, en dat belanghebbende daarom moet worden aangemerkt als gebruiker van het pand.

4. Het Hof hecht geloof aan de verklaring van belanghebbende dat zij het pand wenst te verkopen, maar dat zij daarin voorshands wordt gehinderd door het op het pand gelegde beslag. Dat in het pand meubels aanwezig waren waarvan belanghebbende mede-eigenaar was, doet daaraan niet af, nu de verdeling van de nalatenschap waartoe de meubels behoren nog niet heeft plaatsgevonden in verband met onenigheid tussen de erfgenamen en voorts belanghebbende tegen de aanwezigheid van die meubels geen bezwaar heeft, omdat daarmee het risico van kraken van het pand wordt verminderd. Naar het oordeel van het Hof kan belanghebbende niet worden aangemerkt als gebruiker van de woning. De in geding zijnde aanslag is ten onrechte opgelegd.

Proceskosten

Het Hof acht termen aanwezig voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Belanghebbende heeft verklaar dat geen andere in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht vermelde kosten zijn gemaakt dan de reiskosten voor het bijwonen van een zitting te Amsterdam door belang-hebbende. Voor vergoeding komen in aanmerking de reiskosten per openbaar vervoer, niet zijnde taxi, laagste klasse. Het Hof begroot die kosten op € 5.

De uitspraak is gedaan op 14 april 2003 door mr. Van de Merwe, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Drachta als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal door het lid van de belastingkamer en de griffier ondertekend.

Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van het proces-verbaal in geanonimiseerde vorm.

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is een griffierecht verschuldigd. Na het verzoek tot vervanging ontvangt U van de griffier een nota griffierecht.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het Gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.