Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2003:AF9258

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-04-2003
Datum publicatie
28-05-2003
Zaaknummer
01/03324
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zelfde zaak als die met rolnummer 99/03274 en 01/03325. Aanslag inkomstenbelasting 1996 opgelegd naar belastbaar inkomen van f 10 miljoen. De inspecteur heeft geen verweerschrift ingediend en is niet ter zitting verschenen. Het Hof vermindert de aanslag, conform de conclusie van belanghebbende, tot een naar een belastbaar inkomen van ¦ 78.007.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2003-1478
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Tweede Meervoudige Belastingkamer

UITSPRAAK

op het beroep van X te Y, belanghebbende,

tegen

een uitspraak van het Hoofd van de Belastingdienst P, de inspecteur.

1. Loop van het geding

Van belanghebbende is ter griffie een beroepschrift ontvangen op 4 oktober 2001, ingediend door A (Advocatenkantoor A te B) als gemachtigde en aangevuld bij brief van 25 januari 2002. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van de inspecteur betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/ premieheffing volksverzekeringen voor het jaar 1996.

Aan belanghebbende is voor 1996 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd berekend naar een belastbaar inkomen van f 10.000.000. Na bezwaar tegen de aanslag is deze bij de bestreden uitspraak gehandhaafd.

Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak van de inspecteur en tot vermindering van de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen van f 78.007. De inspecteur heeft geen verweerschrift ingediend.

De zaak is tegelijk behandeld met de zaken die bij het Hof zijn geregistreerd onder nummers 99/03274 en 01/03325. De inspecteur is, hoewel daartoe uitgenodigd bij aangetekende brief van 21 januari 2003, ter zitting van 3 maart 2003 niet verschenen. Voor een overzicht van het verhandelde op de zitting en van de aldaar verschenen personen verwijst het Hof naar het bij deze uitspraak gevoegde proces-verbaal. De door de gemachtigde ter zitting voorgedragen pleitnota wordt tot de gedingstukken gerekend.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

Belanghebbende heeft voor het jaar 1996 een aangifte ingediend, uitkomend op een belastbaar inkomen van f 78.007. Bij de aanslagregeling heeft de inspecteur het belastbaar inkomen vastgesteld op f 10.000.000.

3. Geschil

In geschil is de inspecteur het aangegeven inkomen terecht heeft verhoogd. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, is de hoogte van de correctie in geschil.

4. Standpunten van partijen

Voor het standpunt van belanghebbende verwijst het Hof naar de stukken van het geding alsmede naar het proces-verbaal van de zitting.

5. Beoordeling van het geschil

Nu de inspecteur geen verweer heeft gevoerd tegen belanghebbendes stelling dat de aanslag moet worden verminderd tot een conform de ingediende aangifte, zal het Hof belanghebbende hierin volgen.

6. Proceskosten

Het Hof acht termen aanwezig voor een veroordeling van de inspecteur in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden de proceskosten gesteld op € 966 ( 2 punten voor proceshandelingen à € 322 maal 1,5 voor het gewicht van de zaak). Wegens samenhang van de onderhavige zaak met die onder nr. 01/03325 wordt daarvan de helft of € 483 toegekend in deze zaak.

7. Beslissing

Het Hof:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak van de inspecteur;

- vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 78.007;

- gelast de Staat het gestorte griffierecht ad € 27,23 aan belanghebbende te vergoeden, en;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een beloop van € 483 en wijst de Staat aan dit bedrag aan belanghebbende te voldoen.

De uitspraak is vastgesteld op 14 april 2003 door mrs. Bijl, Van Hilten en Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van mr. Goedhart als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.

Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

- Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (zie voor het adres de begeleidende brief).

- Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

- Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep is een griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.