Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2003:AF8226

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-03-2003
Datum publicatie
13-10-2004
Zaaknummer
23-003969-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 13 februari 2002 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 12.410,8 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

48 maanden gevangenisstraf.

Wetsverwijzingen
Opiumwet 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer

rolnummer 23-003969-02

datum uitspraak 31 maart 2003

tegenspraak

Verkort arrest van het Gerechtshof te Amsterdam

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Haarlem van 27 september 2002 in de strafzaak onder parketnummer 15/030451-02 van het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] (Suriname) op [...] 1959,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

feitelijk verblijvende op het adres: [adres] (Suriname),

thans verblijvende in Detentiecentrum Zeist te Soesterberg.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 13 september 2002 en in hoger beroep van 17 maart 2003.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van die dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd.

Bewijslevering

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 13 februari 2002 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 12.410,8 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het primair bewezenverklaarde levert op

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank heeft de verdachte ten aanzien van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig maanden, met aftrek van de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftig maanden, met aftrek van de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich als koerier schuldig gemaakt aan de invoer van ruim twaalf kilogram cocaïne. Harddrugs, zoals cocaïne, vormen een ernstig gevaar voor de gezondheid van de gebruikers ervan. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard dat deze bestemd moet zijn geweest voor de verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne is bezwarend voor de samenleving, onder meer vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit, waaronder door verslaafden gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Bij de strafoplegging heeft het hof ook acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister van de Justitiële Documentatiedienst van 10 februari 2003, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, de door de rechtbank opgelegde straf passend en geboden.

De inbeslaggenomen voorwerpen, te weten

- 12.410,80 gram cocaïne en het verpakkingsmateriaal;

- 8 stk kleding;

- 1 SLR rolkoffer,

dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar aangezien het bewezenverklaarde met betrekking tot deze voorwerpen is begaan, terwijl deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 (oud) en 10 (oud) van de Opiumwet.

De beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd

van

ACHTENVEERTIG (48) MAANDEN.

Beveelt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in deze zaak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- 12.410,80 gram cocaïne en het verpakkingsmateriaal;

- 8 stk kleding;

- 1 SLR rolkoffer.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: € 350,- (2 x € 100,- en 3 x € 50,-).

Dit arrest is gewezen door de derde meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Splinter-van Kan, Van Breukelen-van Aarnhem en Brouwer, in tegenwoordigheid van mr. Meerbeek als griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 maart 2003.

Mrs Van Breukelen-van Aarnhem en Brouwer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.