Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6414

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-03-2003
Datum publicatie
26-03-2003
Zaaknummer
02/4224 PV
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft in 2001 en 2002 voor vier verschillende opdrachtgevers werkzaamheden verricht op het gebied van marketing, sales, communicatie en interim management. Aannemelijk is dat zij deze werkzaamheden zelfstandig verricht. Het Hof draagt de inspecteur op een verklaring arbeidsrelatie af te geven waarin de werkzaamheden worden aangemerkt als winst uit onderneming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingadvies 2003/8.11
V-N 2003/37.15 met annotatie van Redactie
V-N 2003/18.3.3
FutD 2003-0609
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Achttiende Enkelvoudige Belastingkamer

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,

tegen

een uitspraak van het Hoofd van de Belastingdienst P, de inspecteur, gedagtekend 12 mei 2002, betreffende een beschikking als bedoeld in artikel 3:156, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (verklaring arbeidsrelatie).

Het beroep is behandeld ter zitting van 19 februari 2003.

Beslissing

Het Hof:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de bestreden uitspraak;

- draagt de inspecteur op belanghebbende binnen een week na het onherroepelijk worden van deze uitspraak een verklaring arbeidsrelatie te verstrekken waarin de voordelen die belanghebbende geniet of zal gaan genieten uit werkzaamheden advies, ondersteuning en training op het gebied van marketing en management van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2003 worden aangemerkt als winst uit onderneming;

- gelast de Staat het gestorte griffierecht ad € 29 aan belanghebbende te vergoeden; en

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een beloop van € 644 en wijst de Staat aan dit bedrag aan belanghebbende te voldoen.

Gronden

1. Belanghebbende is tot 1 juli 2000 in loondienst werkzaam geweest bij A B.V te B (hierna: A). Sinds 8 januari 2001 is bij het handelsregister bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam ingeschreven de eenmanszaak B, waarvan belanghebbende eigenaar is. Van januari tot en met augustus 2001 heeft belanghebbende als interim manager op grond van een samenwerkingsovereenkomst werkzaamheden verricht voor A. Nadien heeft belanghebbende een netwerk opgebouwd bij bemiddelingsbureaus en aanvullende studies gedaan. Van 22 mei tot en met 9 oktober 2002 heeft belanghebbende op grond van een overeenkomst van opdracht ten behoeve van C BV werkzaamheden op het gebied van marketing en communicatie verricht tegen een vergoeding van € 85 per uur. Van 9 oktober 2002 tot en met 30 november 2002 heeft belanghebbende op grond van een overeenkomst van opdracht ten behoeve van D BV werkzaamheden verricht op het gebied van marketing en sales tegen een vergoeding van € 85 per uur. Vanaf 2 december 2002 verricht belanghebbende op grond van een overeenkomst van opdracht ten behoeve van E werkzaamheden op het gebied van marketing en communicatie tegen een vergoeding van € 85 per uur. Belanghebbende heeft ter zitting onweersproken verkaard dat zij zelf haar arbeidstijden en arbeidsplaats bepaalt en dat zij wel regelmatig overleg voert met haar opdrachtgever, maar dat deze haar geen aanwijzingen kan geven over de wijze waarop zij haar werkzaamheden verricht.

2. Op grond van het vorenoverwogene is het Hof van oordeel dat de werkzaamheden van belanghebbende zijn aan te merken als een onderneming, daaronder begrepen het zelfstandig uitgeoefende beroep, als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 2001. In overeenstemming met de kennelijke bedoeling van belanghebbende is het Hof van oordeel dat deze onderneming is aangevangen met de inschrijving in het handelsregister op 8 januari 2001. De destijds bij belanghebbende bestaande verwachting binnen een niet abnormaal lange aanloopperiode van verschillende opdrachtgevers opdrachten te zullen krijgen is inmiddels gebleken realistisch te zijn geweest.

3. De verklaring arbeidsrelatie zal naar 's Hofs oordeel moeten worden gewijzigd in een verklaring dat belanghebbende winst uit onderneming geniet. Gelet op de werking die deze verklaring heeft ten opzichte van derden, geeft het Hof er de voorkeur aan deze verklaring niet zelf te wijzigen, maar de inspecteur daartoe opdracht te geven (artikel 8:72 van de Algemene wet bestuursrecht).

Proceskosten

Nu het beroep gegrond is, veroordeelt het Hof de inspecteur in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt het Hof het bedrag van deze kosten overeenkomstig het in de bijlage van het Besluit opgenomen tarief op: 2 (proceshandelingen: beroepschrift en verschijnen ter zitting) ´ 1 (wegingsfactor gewicht van de zaak) ´ € 322, ofwel € 644.

De uitspraak is gedaan op 5 maart 2003 door mr. Van de Merwe, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. De Jong als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal door het lid van de belastingkamer en de griffier ondertekend.

Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van het proces-verbaal in geanonimiseerde vorm.

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is een griffierecht verschuldigd. Na het verzoek tot vervanging ontvangt U van de griffier een nota griffierecht.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het Gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.