Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2003:AF5520

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-01-2003
Datum publicatie
13-10-2004
Zaaknummer
23-002822-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op 15 maart 2002 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 15.978,1 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

4 jaar gevangenisstraf.

Wetsverwijzingen
Opiumwet 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer.

rolnummer 23-002822-02

datum uitspraak 14 januari 2003

tegenspraak

VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van

8 juli 2002 in de strafzaak onder parketnummer 15/000112-02 van het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres],

thans verblijvende in penitentiaire inrichting Pollart te Roermond.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 24 juni 2002 en in hoger beroep van 31 december 2002.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van die dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, verbetert het hof deze. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof de voorkeur geeft aan een andere bewijsconstructie dan de door de eerste rechter gebezigde.

Bewijslevering

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 15 maart 2002 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 15.978,1 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Nadere bewijsoverweging

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat hij eerst bij de controle door de douane bemerkt heeft dat hij niet zijn eigen koffer uit het vliegtuig had meegenomen. Daaruit volgt, aldus verdachte, dat hij geen opzet had op het brengen van cocaïne binnen het grondgebied van Nederland.

Het hof verwerpt het verweer.

Vaststaat dat verdachte zijn koffer in Paramaribo zelf heeft ingepakt en de koffer als handbagage mee in het vliegtuig heeft genomen. Verdachte heeft de koffer afgegeven aan een stewardess en gezien waar de koffer is neergezet.

Na aankomst op Schiphol heeft verdachte de koffer die stond op de plek waar verdachtes koffer was neergezet, meegenomen uit het vliegtuig en is daarmee naar de douane gelopen. De koffer had een opvallend blauwe kleur.

Onder die omstandigheden is niet aannemelijk geworden dat de koffer waarmee verdachte het vliegtuig heeft verlaten, niet de koffer is waarmee hij is ingestapt.

Het hof neemt daarbij in aanmerking dat - zoals verdachte ter terechtzitting heeft verklaard - zijn koffer stond tussen andere koffers van andere kleuren en andere afmetingen en verdachtes koffer bij weging door de douane te Schiphol 22 kilogram woog.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op

opzettelijk handelen in strijd met een artikel 2, eerste lid, aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen en maatregel

De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte en de draagkracht van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer van bijna 16 kilogram cocaïne. Harddrugs, zoals cocaïne, vormen een ernstig gevaar voor de gezondheid van de gebruikers ervan. De ingevoerde hoeveelheid cocaïne was van dien aard dat deze bestemd moet zijn geweest voor de verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne is bezwarend voor de samenleving, onder meer vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit, waaronder door verslaafden gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Het hof heeft kennis genomen van een de verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 12 november 2002.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

De inbeslaggenomen voorwerpen, te weten 1 vliegticket, 1 instapkaart, 1 kwitantie voor visumaanvraag, 3 stuks notitie en memo en 1 visitekaartje die aan verdachte toebehoren, dienen te worden verbeurdverklaard en zijn daarvoor vatbaar aangezien het bewezenverklaarde met behulp van deze voorwerpen zijn begaan of voorbereid.

De inbeslaggenomen voorwerpen, te weten 15.978,1 gram cocaïne, 1 blauwe rolkoffer Enrico Benetti, verpakkingsmateriaal en 1 handdoek dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar aangezien het bewezenverklaarde met betrekking tot deze voorwerpen zijn begaan, terwijl het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 24, 33, 33a, 33b, 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewijslevering omschreven.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 4 (VIER) JAREN.

Beveelt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in deze zaak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1 vliegticket KLM [nummer], 1 instapkaart KL/[nummer], 1 instapkaart SURINAM AIRWAYS, 1 kwitantie voor visumaanvraag, 3 notities/memo's en 1 visitekaartje.

Onttrekt aan het verkeer de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen,

te weten: 15.978,1 gram cocaïne, verpakkingsmateriaal, 1 koffer Enrico Benetti en 1 handdoek.

Dit arrest is gewezen door de vierde meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Verspyck Mijnssen, Wiewel en Waal, in tegenwoordigheid van mr. Rupert als griffier en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 januari 2002.

Mr. Waal is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.