Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5571

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-03-2002
Datum publicatie
24-07-2002
Zaaknummer
23-003043-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongeveer 15.995,2 gram van een materiaal bevattende cocaïne opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen (gevangenisstraf 48 maanden).

Wetsverwijzingen
Opiumwet 2
Opiumwet 10
Opiumwet 13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer

rolnummer 23-003043-01

datum uitspraak 6 maart 2002

tegenspraak

Verkort arrest van het Gerechtshof te Amsterdam

gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Haarlem van 30 augustus 2001 in de strafzaak onder parketnummer 15/030821-01 tegen

[verdachte],

geboren te Dovercourt (Groot-Brittannië) op 3 mei 1972,

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haarlem te Haarlem.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 16 augustus 2001 en in hoger beroep van 20 februari 2002.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van de dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De inhoud daarvan wordt hier overgenomen.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, omdat het zich daarmee niet geheel verenigt.

De bewezenverklaring

Naar het oordeel van het hof is wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair is tenlastegelegd, met dien verstande dat hij

op 28 mei 2001 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 15.995,2 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De strafbaarheid van het feit

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

De op te leggen straf

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden.

De verdachte heeft tegen dat vonnis hoger beroep doen instellen.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het vonnis van de rechtbank zal worden bevestigd behoudens ten aanzien van de in dat vonnis opgelegde straf en te dien aanzien dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer van bijna 16 kilogram cocaïne, een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. Verdachte heeft het besluit tot het plegen van het bewezenverklaarde feit weloverwogen, uit financieel gewin, genomen. De ingevoerde hoeveelheid was bovendien van dien aard dat deze bestemd moet zijn geweest voor de verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder ook de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 8 januari 2002 is verdachte niet eerder voor het plegen van strafbare feiten veroordeeld.

Gelet op het bovenstaande acht het hof een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden. Het hof ziet bij deze feiten geen ruimte voor een mildere bestraffing als door de advocaat-generaal gevorderd.

De verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de onder nummers 3, 4 en 5 van de op de als bijlagen I en II aan dit arrest gehechte afstandsverklaring en lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, dienen te worden verbeurdverklaard, en zijn daarvoor vatbaar, nu deze voorwerpen de verdachte toebehoren en het voorwerpen zijn met betrekking tot welke het feit is begaan.

De onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de cocaïne en het verpakkingsmateriaal, vermeld onder de nummers 1 en 2 op de als bijlage I aan dit arrest gehechte afstandsverklaring, dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot de cocaïne het feit is begaan en aangezien cocaïne een stof van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de artikelen 33a, 33b, 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 13 van de Opiumwet.

De beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 48 (ACHTENVEERTIG) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Verklaart verbeurd: de inbeslaggenomen voorwerpen als vermeld onder de nummers 3, 4 en 5 op de als bijlagen I en II aan dit arrest gehechte afstandsverklaring en lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Verklaart onttrokken aan het verkeer: de inbeslaggenomen voorwerpen als vermeld onder de nummers 1 en 2 op de als bijlage I aan dit arrest gehechte afstandsverklaring van inbeslaggenomen voorwerpen.

Gelast teruggave aan verdachte van: de inbeslaggenomen voorwerpen (US dollars) vermeld onder nummer 6 van de als bijlage II aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Dit arrest is gewezen door de tweede meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Den Ottolander, Haentjens en Fasseur, in tegenwoordigheid van mr. Smeenk als griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 maart 2002.