Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2002:AE1414

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-03-2002
Datum publicatie
12-04-2002
Zaaknummer
01/2926
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kosten voor een haartransplantatie zijn geen ziektekosten, omdat kaalheid op zichzelf geen ziekte is, de kaalheid in casu niet het gevolg is van een ziekte en niet aannemelijk gemaakt is dat zich als gevolg van de kaalheid een psychische stoornis of een psychisch lijden voordoet of gaat voordoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2002/21.2.11
FutD 2002-0825
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Elfde Enkelvoudige Belastingkamer

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,

tegen

een uitspraak van het Hoofd van de Belastingdienst P, de inspecteur, gedagtekend 23 augustus 2001, betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2000.

Het beroep is behandeld ter zitting van 7 maart 2002.

Beslissing

Het Hof verklaart het beroep ongegrond.

Gronden

1. Belanghebbende is geboren in 1937. In geschil is of de door belanghebbende gemaakte kosten van ƒ 25.000 voor een haartransplantatie zijn aan te merken als kosten van ziekte als bedoeld in artikel 46 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet).

2. Gesteld noch gebleken is dat belanghebbendes gedeeltelijke kaalhoofdigheid het gevolg of bijverschijnsel was van enige zich bij hem voorgedaan hebbende ziekte (bijvoorbeeld een infectieziekte) of van gebruik van geneesmiddelen wegens een ziekte, bestraling en dergelijke. Belanghebbende noemt kaalheid of kaal worden op zich al een ziekte. Naar 's Hofs oordeel kan een bij mannen van de leeftijd van belanghebbende als natuurlijk verschijnsel beginnende en daarna voortschrijdende kaalheid op zich echter niet als een ziekte in de zin van artikel 46 van de Wet worden aangemerkt. Wanneer zich als gevolg van kaalhoofdigheid een psychische stoornis of een psychisch lijden voordoet of gaat voordoen, kan deze stoornis of dat lijden wel als ziekte in vorenbedoelde betekenis worden beschouwd. Belanghebbende stelt dat dit bij hem het geval. Tot steun van deze stelling wijst hij erop dat hij een aanzienlijk bedrag aan de haartransplantatie heeft uitgegeven. Voorts stelt hij dat hij zelf als enige kan beoordelen of hij door zijn kaalheid psychische problemen heeft. Belanghebbende voert nog aan dat dr. A, de arts die uiteindelijk de haartransplantatie heeft uitgevoerd, zijn beslissing tot haartransplantatie ondersteunde.

3. Het Hof neemt aan dat belanghebbende door zijn kaalhoofdigheid enige psychische problemen ondervond. Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende evenwel niet aannemelijk gemaakt dat deze psychische problemen een zodanige ernst en omvang hadden dat deze als ziekte in de zin van artikel 46 van de Wet konden worden aangemerkt. Daarbij merkt het Hof op dat uit het enkele feit dat belanghebbende aan de kosten van de haartransplantatie een aanzienlijk bedrag heeft besteed, nog niet voortvloeit dat uit zijn kaalhoofdigheid psychische problemen voortvloeiden. Het door belanghebbende vermelde advies van dr. A doet evenmin af aan 's Hofs oordeel, nu dit advies slechts betrekking heeft op de technische mogelijkheden - het hebben van een gezonde haarkrans - om een haartransplantatie uit te voeren.

Proceskosten

Nu belanghebbende in het ongelijk wordt gesteld en zich overigens geen bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan, acht het Hof geen termen aanwezig voor een veroordeling van een partij in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan op 21 maart 2002 door mr. Vrouwenvelder, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Van de Merwe als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal door het lid van de belastingkamer en de griffier ondertekend.

Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van het proces-verbaal in geanonimiseerde vorm.

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is een griffierecht verschuldigd. Na het verzoek tot vervanging ontvangt U van de griffier een nota griffierecht.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het Gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.