Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2002:AD8213

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-01-2002
Datum publicatie
17-01-2002
Zaaknummer
00/1619
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koopzondag. Niet voldoende kenbaar dat voor het parkeren moest worden betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2002, 409
FutD 2002-0180
Belastingblad 2002/1116
FED 2002/123

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Derde Enkelvoudige Belastingkamer

UITSPRAAK

op het beroep van X te Z, belanghebbende,

tegen

een uitspraak van het Hoofd van de Afdeling Belastingen van de gemeente P, verweerder.

1. Loop van het geding

Van belanghebbende is ter griffie een beroepschrift ontvangen op 2 mei 2000 en aangevuld bij brief van 10 mei 2001.

Het beroep is gericht tegen de uitspraak van verweerder, gedagtekend 26 april 2000, betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting met dagtekening 9 april 2000 en met nummer 1.

De naheffingsaanslag bedraagt f 84.

Na bezwaar tegen de naheffingsaanslag is deze bij de bestreden uitspraak gehandhaafd.

Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak van verweerder.

Verweerder heeft een vertoogschrift ingediend en concludeert tot handhaving van de aanslag.

Ter zitting van 31 mei 2001 zijn verschenen belanghebbende en namens verweerder A.

Bij brief van 29 juni 2001 heeft het Hof aan belanghebbende nadere informatie gevraagd. Daarop zijn door belanghebbende bij brief van 5 juli 2001 nadere gegevens verstrekt, welke in kopie aan de wederpartij zijn gezonden.

Verweerder heeft daarop gereageerd bij brief van 10 juli 2001. Een kopie van deze brief is aan belanghebbende verzonden.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1 Op zondag 9 december 2000 om 13:22 uur stond de auto met kenteken

12-34-56 geparkeerd op de a-straat te P (hierna: de parkeerplaats) zonder dat voor het aldaar op dat tijdstip parkeren belasting was betaald. Ter zake van dit feit is de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd.

2.2 In een brief aan belanghebbende van 4 augustus 2000 schrijft verweerder onder meer het volgende:

"Naar aanleiding van uw telefonisch verzoek ontvangt u een kopie van het Noord-Hollands weekblad d.d. 1 maart 2000 waarin de koopzondagen in P, waaronder die van 9 april 2000 zijn gepubliceerd."

De hiervoor bedoelde kopie vermeldt onder meer het volgende:

"Op veler verzoek volgt hier een aangepast lijstje van de koopzondagen die dit jaar in P gehouden worden. (…) De gepubliceerde data zijn de koopzondagen die door B&W zijn vastgesteld (incidentele aanvullingen voorbehouden).

(…)

De actuele lijst

5 maart (…)

12 maart (…)

9 april (…)

24 april (…)

7 mei (…)

14 mei (…)

21 mei (…)

28 mei (…)

1 juni (…)

4 juni (…)

12 juni (…)

(…)"

3. Geschil

In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

4. Standpunten van partijen

4.1 Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar hetgeen dienaangaande in de gedingstukken is vermeld.

4.2 Belanghebbende heeft hier ter zitting nog het volgende aan toegevoegd.

In de krant staat alleen dat het parkeerbesluit veranderd is, niet dat er voor het parkeren moet worden betaald.

4.3 Verweerder heeft ter zitting het volgende verklaard:

Op de parkeermeter staat vermeld dat op koopzondagen vanaf 12:00 uur tot 17:00 uur voor het parkeren moet worden betaald. In de uitspraak op het bezwaarschrift staat ten onrechte 11 uur vermeld.

Voor belanghebbenden was het moeilijk om te weten te komen welke de koopzondagen zijn. In verband hiermee is de gemeente met ingang van dit jaar stickers gaan aanbrengen op de parkeerautomaten, waarop de data van de koopzondagen zijn vermeld.

5. Beoordeling van het geschil

5.1 Belanghebbende stelt dat hij, zelf wonende in de gemeente Z, op 9 december 2000 op bezoek was bij een goede kennis en dat hij in verband hiermee, zoals hij al gedurende enige maanden op zondag pleegde te doen, zijn auto op het parkeerterrein gelegen aan de a-straat parkeerde. Volgens belanghebbende was het toen 9:45 uur. Belanghebbende stelt dat hij niet wist dat het een koopzondag was. Belanghebbende stelt voorts dat noch hij, noch de kennis die hij bezocht, wist dat de gemeente met ingang van 1 januari 2000 had besloten tot betaald parkeren op koopzondagen. Volgens belanghebbende was niet kenbaar dat voor het parkeren op koopzondagen moest worden betaald.

5.2 Verweerder stelt dat in de dag- en weekbladen ruime bekendheid wordt gegeven aan koopzondagen. Verweerder stelt voorts dat de gemeente op

29 december 1999 en op 1 maart 2000 in de gratis huis-aan-huis-krant een opgave van de koopzondagen in het jaar 2000 heeft opgenomen. Verweerder stelt voorts dat belanghebbende, zeker nu hij op bezoek ging bij een inwoner van de gemeente P, hiernaar navraag had kunnen doen. Volgens verweerder rustte op belanghebbende in deze een onderzoeksplicht. Verweerder wijst er voorts op dat op de parkeermeters staat vermeld dat op koopzondagen tussen 12:00 en 17:00 uur voor het parkeren moet worden betaald.

5.3 In verband met het antwoord op de vraag of het voor belanghebbende in redelijkheid voldoende kenbaar was dat de betrokken zondag een koopzondag was waarop tussen 12:00 en 17:00 uur voor het parkeren moet worden betaald, acht het Hof het volgende van belang. Bij het "Besluit aanwijzing wegen waar parkeren slechts is toegestaan tegen betaling van parkeerbelasting" van de raad van de gemeente P van 9 november 1999 en gepubliceerd in het Gemeenteblad 1999-24 van genoemde gemeente, is onder meer bepaald dat op zondagen als bedoeld in artikel 2, lid 1 van de Winkeltijdenwet, in verbinding met artikel 5 van de Winkeltijdenverordening van de gemeente P op het parkeerterrein gelegen aan dea-straat, van 12:00 tot 17:00 uur parkeren slechts is toegestaan tegen betaling van parkeerbelasting. Voor het antwoord op de vraag of de betrokken zondag een koopzondag is waarop voor het parkeren op de parkeerplaats moet worden betaald, kan derhalve niet worden volstaan met het raadplegen van voormeld besluit maar moeten tevens de Winkeltijdenwet en de Winkelverordening van de gemeente P worden geraadpleegd. Laatstgenoemde verordening is door verweerder overigens niet overgelegd.

5.4 Ter zitting is door verweerder opgemerkt dat het voor parkeerders moeilijk bleek om te weten te komen of een bepaalde zondag een koopzondag is en dat de gemeente in verband hiermee met ingang van 2001 stickers met daarop de data van de koopzondagen heeft aangebracht op de parkeerautomaten. Voorts blijkt uit een overzicht van koopzondagen voor het jaar 2000 opgenomen in een huis-aan-huisblad dat koopzondagen plaatsvinden op ongeregelde data, dat daartoe mede worden gerekend Christelijke feestdagen die niet op een zondag vallen en dat deze gelden voor wisselende gedeelten van de stad.

5.5 Naar het oordeel van het Hof was het onder de hiervoor onder 5.3 en 5.4 geschetste omstandigheden, mede gezien hetgeen verweerder daaromtrent heeft verklaard en voorts mede in aanmerking genomen de omstandigheid dat belanghebbende niet afkomstig is uit de gemeente Hoorn, voor belanghebbende in redelijkheid niet voldoende kenbaar dat de betrokken zondag een koopzondag was waarop voor het parkeren op de parkeerplaats moest worden betaald. Hieraan doet niet af dat, zoals verweerder heeft gesteld, op de parkeerautomaten stond vermeld dat op koopzondagen voor het parkeren parkeerbelasting verschuldigd is, nu daarop ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslag niet stond aangegeven welke zondagen het betrof. Een onderzoeksplicht als door verweerder gesteld, is naar het oordeel van het Hof niet aanwezig. Belanghebbende heeft gesteld, hetgeen door verweerder niet is bestreden, dat hij de auto op zondagmorgen om 9:45 uur op de parkeerplaats parkeerde. Naar het oordeel van het Hof kon van belanghebbende in redelijkheid niet worden verlangd dat deze op genoemd tijdstip waarop, naar algemeen bekend is, zich niet veel mensen op straat plegen te bevinden, navraag deed naar de aanwezigheid van een koopzondag, nog daargelaten de juistheid van eventueel aldus verkregen inlichtingen. Uit het voorgaande volgt dat het beroep gegrond is.

6. Proceskosten

Nu het beroep gegrond is, veroordeelt het Hof verweerder in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt het Hof het bedrag van deze kosten vast op f 31 ter zake van reiskosten en f 112,84 ter zake van verletkosten, uitgaande van 4 uren, ofwel f 144,67.

7. Beslissing

Het Hof

- verklaart het beroep gegrond,

- vernietigt de uitspraak van verweerder,

- vernietigt de naheffingsaanslag,

- gelast verweerder het gestorte griffierecht ad € 27,23 (f 60) aan belanghebbende te vergoeden, en

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een beloop van € 65.65 (f 144,67).

De uitspraak is vastgesteld op 8 januari 2002 door mr. Van der Ouderaa, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Okhuizen als griffier en de beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.

De voorzitter van de belastingkamer heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van deze uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen een beroepschrift bij dit gerechtshof (zie voor het adres de begeleidende brief).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep is een griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.