Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2001:AM2760

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-12-2001
Datum publicatie
22-10-2003
Zaaknummer
0154/97
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De inspecteur heeft aan belanghebbende op de voet van artikel 124e van de AWDA een uitnodiging tot betaling gedaan, omdat door haar toedoen geen douanerechten zouden zijn geheven. Op grond van het door de inspecteur ter zitting gesteld concludeert de Tariefcommissie dat er in casu wellicht in het geheel geen geschil meer aanwezig is, maar dat in ieder geval het handelen van belanghebbende niet als "toedoen" zoals bedoeld in meer genoemd artikel 124e kan worden gekwalificeerd. De onderwerpelijke uitnodiging tot betaling en de uitspraak op het bezwaarschrift worden vernietigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TARIEFCOMMISSIE

Uitspraak

In de zaak 0154/97 TC

De dato 27 december 2001

1. De procedure

1.1. Op 11 juli 1997 is een beroepschrift ingekomen van X te Y, ingediend namens B B.V. te E, belanghebbende. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van het hoofd van het Douanedistrict A (hierna: de inspecteur) van 30 mei 1997, nummer …, waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen het in de uitnodiging tot betaling van 2 april 1993, nummer .., genoemde bedrag aan douanerechten, groot f 88.627,-- , werd afgewezen.

1.2. Van belanghebbende is door de Secretaris een griffierecht van f 150,-- geheven. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden in raadkamer tijdens de zitting van de Tariefcommissie van 24 oktober 2000. Namens belanghebbende zijn verschenen mr. W. en mr. drs. H; namens de inspecteur zijn verschenen mr. R en mr. S. De gemachtigde heeft een pleitnota overgelegd en voorgelezen.

2. De vaststaande feiten

2.1. Belanghebbende importeerde in de periode van 14 januari 1989 tot en met 28 november 1990 vanuit Zwitserland twaalf partijen van het product "Multivitamin". De goederen zijn door H B.V. gevestigd in B bij de douanepost B aangegeven ten invoer tot verbruik. De goederen zijn gekocht van B AG te Rl, Zwitserland, die op haar beurt de goederen rechtstreeks had geïmporteerd van de producent van de goederen, S GmbH te O in Duitsland. Op de aangiften ten invoer is het product omschreven als een "mengsel van vitaminen, geen belastbare bestanddelen bevattende". De aangever heeft op alle aangiften tariefpost 2936 90 90 vermeld en als land van oorsprong Zwitserland. Bij de aangiften werden door de Zwitserse autoriteiten afgegeven certificaten EUR 1 overgelegd, waarop als land van oorsprong Zwitserland was vermeld. Voor goederen van tariefpost 2936 90 90 van oorsprong uit Zwitserland gold destijds een preferentieel tarief van 0%.

2.2. In het kader van een onderzoek bij onder meer het bedrijf van belanghebbende constateerde de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, Douanerecherche te Haarlem aan de hand van bescheiden dat de aangegeven tariefpost voor het onderhavige product niet juist was. Daarop heeft de Douanepost B op 27 september 1990 een monster genomen van dit product en voor onderzoek gezonden naar het Laboratorium van het ministerie van Financiën te A. Dit laboratorium berichtte op 27 november 1990 dat het product Multivitamin een voedingsupplement is en gaf de inspecteur het advies het product in te delen onder tariefpost 2106 90 91. Voor goederen van deze tariefpost van oorsprong uit Zwitserland was destijds geen tariefpreferentie mogelijk, maar gold het algemene tarief van 20%.

2.3. Op 2 april 1993 heeft de inspecteur zowel aan de aangever als aan belanghebbende acht uitnodigingen tot betaling gezonden voor de invoer van diverse in opdracht van belanghebbende ingevoerde producten, waaronder het onderhavige product Multivitamin. Voor het laatstgenoemde product vorderde de inspecteur ter zake van de twaalf invoeraangiften in totaal f 88.627,-- aan invoerrechten na. Als grondslag voor de heffing bij belanghebbende stelt de inspecteur in een bij de uitnodigingen tot betaling behorende aanbiedingsbrief, dat hij belanghebbende als ontbieder van de goederen op grond van artikel 124e van de Algemene wet inzake de douane (hierna: AWDA) mede, hoofdelijk aansprakelijk acht.

3. Het geschil

In geschil is de grondslag van de onderwerpelijke uitnodiging tot betaling.

4. Het standpunt van belanghebbende

Belanghebbende heeft zich aanvankelijk bij het standpunt van de inspecteur neergelegd om de onderhavige goederen in te delen in tariefpost 2106. Gelet op de ontwikkelingen in de jurisprudentie, wil belanghebbende echter alsnog ter zitting bepleiten dat het onderhavige product wordt ingedeeld onder tariefpost 3004 van het Gemeenschappelijk douanetarief (hierna: GDT). Steun hiervoor vindt zij in het arrest van het Hof van Justitie van 10 december 1998, zaak nr. C-328/97 (Glob-Sped AG), Jur. EG 1998, blz. I-8357. De dosis vitaminen A en E in het product Multivitamin is hoger dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Daarnaast bevat het product een ruime dosis aan vitamine C en D. Gelet op deze kenmerken is niet tariefpost 2106, maar 3004 van toepassing. Omdat ten tijde van de aangiften voor de goederen certificaten EUR 1 met als oorsprong Zwitserland zijn overgelegd, kan een preferentieel tarief van 0% alsnog worden toegekend.

5. Het standpunt van de inspecteur

5.1. Hoewel de tariefindeling van het onderhavige product aanvankelijk in de bezwaar- en beroepsprocedure niet uitdrukkelijk door belanghebbende als geschil is opgeworpen, ben ik op de hoogte van de ontwikkelingen in de jurisprudentie over de tariefindeling van soortgelijke producten als de onderhavige. Het arrest van het Hof van Justitie waar belanghebbende zich nu op beroept, heeft tot nu toe geen rol gespeeld in dit geding, omdat het arrest gedurende de schriftelijke behandeling van het beroep nog niet was gewezen. Ik kan de argumenten van belanghebbende niet gemotiveerd weerspreken, maar laat het aan de Tariefcommissie over om op basis van de dossierstukken te oordelen of het onderhavige product alsnog onder 3004 moet worden ingedeeld. Ik heb eventueel vrede met een tariefindeling onder 3004.

5.2. Desgevraagd naar de feitelijke elementen van de grondslag van de onderhavige uitnodiging tot betaling aan belanghebbende, te weten artikel 124e van de AWDA, heeft de inspecteur ter zitting verklaard dat de betrokkenheid van belanghebbende bestond uit het aan de aangever overhandigen van de voor het doen van de aangifte benodigde gegevens.

6. De rechtsoverwegingen

De inspecteur heeft aan belanghebbende op de voet van artikel 124e van de AWDA een uitnodiging tot betaling gedaan, omdat door haar toedoen geen douanerechten zouden zijn geheven. Op grond van het door de inspecteur ter zitting gesteld (sub 5.1. weergegeven) concludeert de Tariefcommissie dat er in casu wellicht in het geheel geen geschil meer aanwezig is, maar dat in ieder geval het handelen van belanghebbende niet als "toedoen" zoals bedoeld in meer genoemd artikel 124e kan worden gekwalificeerd. De onderwerpelijke uitnodiging tot betaling en de uitspraak op het bezwaarschrift moeten derhalve worden vernietigd.

7. De proceskosten

De Tariefcommissie acht termen aanwezig de inspecteur op de voet van art 11b van de Tariefcommissiewet te veroordelen in de proceskosten, welke met toepassing van het Besluit proceskosten fiscale procedures en in samenhang met zaak 0155/97 TC worden vastgesteld op 2 (beroep en verschijnen zitting) x 2 (gewicht) x f 710,-- = f 2840,--.

8. De beslissing

De Tariefcommissie :

- vernietigt de uitspraak, waarvan beroep, alsmede de uitnodiging tot betaling van 2 april 1993, nummer …;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en wijst de Staat der Nederlanden aan deze kosten groot f 2840,-- aan belanghebbende te voldoen;

- gelast de inspecteur het griffierecht ad f 150,-- aan belanghebbende te voldoen.

aldus gewezen in raadkamer op 27 december 2001 door mr. F.H.M. Possen, voorzitter, mr. E.N. Punt en jhr. ing. K.J.L. Hesselt van Dinter, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch als secretaris.

De secretaris: De voorzitter:

De beslissing is in het openbaar uitgesproken ter zitting van 27 december 2001.