Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2001:AD9761

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-12-2001
Datum publicatie
04-03-2002
Zaaknummer
00/02756
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Sportpark. Uitspraak m.b.t. zowel de WOZ-beschikkingen als de daarop gebaseerde aanslagen OZB. Afbakening van de verschillende door verweerder onderscheiden objecten. Beroep op veronderstelde begunstiging van gebruikers gemeentelijk sportpark in de subsidiesfeer verworpen. Als na onjuiste afbakening nieuwe beschikkingen worden afgegeven voor de juist afgebakende objecten, is geen sprake van herziening in de zin van art. 27 WOZ. Derhalve geen nieuw feit nodig. Verweerder kan m.b.t. bestanddelen die in beide objecten voorkomen de waarde opnieuw vaststellen. Niet aannemelijk dat herbeoordeling objectafbakening een gevolg is van voornemen om aanvankelijk te laag vastgestelde waarde buiten de werking van art. 27 WOZ om te verhogen. Voorts waarderingskwesties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2002/607
V-N 2002/17.23 met annotatie van Redactie
FutD 2002-0574
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Vierde Meervoudige Belastingkamer

UITSPRAAK

op de beroepen van de Stichting X te Z, belanghebbende, tegen een tweetal uitspraken van het hoofd afdeling Financiën van de gemeente Heemstede, verweerder.

1. Loop van het geding

Van belanghebbende zijn ter griffie twee beroepschriften ontvangen op 31 juli 2000, aangevuld bij schrijven van 19 september 2000.

De beroepen zijn gericht tegen de uitspraken van verweerder, gedagtekend 20 juni 2000 en verzonden op 21 juni 2000, betreffende de ten name van belanghebbende bij één kennisgeving afgegeven beschikkingen waarbij de waarden van de hierna te vermelden onroerende zaken, gelegen te Heemstede voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000 naar de waardepeildatum 1 januari 1995 zijn vastgesteld op de achter de onroerende zaken vermelde bedragen:

a-straat 99 ƒ 1.391.000

a-straat 99a ƒ 133.000

a-straat 99d ƒ 15.000,

en betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 1997 opgelegde aanslagen in de onroerende-zaakbelastingen ter zake van de onroerende zaken a-straat 99 (eigenarenbelasting en gebruikersbelasting), a-straat 99a (gebruikersbelasting) en a-straat 99d (eigenarenbelasting).

Na bezwaar tegen de beschikkingen en de aanslagen zijn de vastgestelde waarden onderscheidenlijk de aanslagen bij de bestreden uitspraken gehandhaafd.

De beroepen strekken, naar het Hof begrijpt, primair tot vernietiging van de uitspraken van verweerder en tot vernietiging van de beschikkingen en van de aanslagen en subsidiair tot vernietiging van de uitspraken van verweerder, vermindering van de vastgestelde waarde van a-straat 99 tot ƒ 936.071 en vernietiging van de beschikking met betrekking tot a-straat 99d alsmede vermindering van de aanslagen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraken.

Ter zitting van 14 september 2001 zijn verschenen A als gemachtigde, tevens penningmeester van belanghebbende, tot bijstand vergezeld van B, voorzitter van belanghebbende en C, secretaris van belanghebbende, alsmede mr. D namens verweerder, bijgestaan door E en F. De penningmeester van belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd. De pleitnota wordt tot de gedingstukken gerekend. Hij heeft tevens overgelegd een kopie van een brief van verweerder van 20 juni 2000 inzake de onroerende zaak a-straat 99e. Verweerder heeft van dit stuk kennis kunnen nemen en zich daarover kunnen uitlaten. Het stuk wordt tot de gedingstukken gerekend.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1.1. Belanghebbende is opgericht in 1957. Zij beheert en exploiteert de terreinen, opstallen, parkeeraccommodatie en infrastructuur van het sportcomplex van de sportvereniging G. Zij ontvangt daartoe bijdragen van de overheid en van de verschillende sportafdelingen van de vereniging G.

2.1.2. Belanghebbende is eigenaar van het sportcomplex, dat zij heeft verkregen door aanschaf in 1957 van een perceel grond aan de a-straat te Heemstede ter grootte van 49.584 m². In 1967 is nog een aangrenzend perceel grond verkregen ter grootte van 3.770 m². Op 30 december 1997 heeft zij een voetbalveld gekocht van H, welk veld zij tot dat tijdstip huurde. Op enig tijdstip vóór 1 januari 1997 is een strook grond van het complex verkocht aan de gemeente Heemstede in verband met een wegverbreding.

2.1.3. Het sportcomplex omvat (met inbegrip van het tot 30 december 1997 gehuurde veld) vier voetbalvelden, een trainingsveld, een parkeerplaats, een kleine sporthal, kleedkamers, een tribune en een kantine. Aan de kantine is een opslagloods gebouwd die als krantenuitgiftedepot in gebruik is. Deze loods, die door een scheidingswand in tweeën is gedeeld, wordt verhuurd aan J en K. Achter op het complex bevindt zich een oude houten varkensstal, waarin de werktuigen staan opgeslagen die worden gebruikt door L, een bedrijf dat het onderhoud aan het sportcomplex verricht. Ten slotte bevindt zich op het complex een baan voor het spelen van jeu de boules, bij welke baan een houten stacaravan is geplaatst.

2.2.1. Bij kennisgeving van 28 februari 1997, genummerd 253, werden aan belanghebbende twee beschikkingen afgegeven waarbij op de voet van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: WOZ) de waarde van -straat 99 werd vastgesteld op ƒ 1.368.000 en de waarde van a-straat 99a op ƒ 181.000. Op 3 april 1997 heeft verweerder belanghebbende de aan deze beschikkingen ten grondslag liggende taxatieverslagen toegezonden. Deze verslagen luidden, voor zover hier van belang, als volgt:

met betrekking tot a-straat 99:

"(…)

kadastrale objecten betrokken in deze taxatie:

GEMEENTE SECTIE PERCEELNR. (…) OPPERVLAKTE

HSD01 A 8578 41.200

(…)

OPBOUW TAXATIES

DEEL OBJECT OPPERVLAKTE (…) BOUWJAAR

fietsenstalling 0 1957

extra grond 39.670

kantine 310 1980

magazijn 0 1957

overige ruimte 0 1957

ondergrond 1.530

sportzaal 223 1957

tribune 373 1957

was/kleedruimte 318 1957

jeu de boulesbaan 0 1957

voetbalveld 4 1980

(…)

GECORRIGEERDE VERVANGINGSWAARDE

DEEL OBJECT (…) T.V. F.V. WAARDE

fietsenstalling 1,000 1,000 F 3.000

extra grond 1,000 1,000 F 396.000

kantine 0,545 0,970 F 287.000

magazijn 1,000 1,000 F 10.000

overige ruimte 1,000 1,000 F 2.000

ondergrond 1,000 1,000 F 122.000

sportzaal 0,156 0,824 F 74.000

tribune 0,156 1,000 F 26.000

was/kleedruimte 0,156 0,807 F 79.000

jeu de boulesbaan 1,000 1,000 F 5.000

voetbalveld 0,500 1,000 F 364.000

TOTAAL F 1.368.000",

en met betrekking tot a-straat 99a:

"(…)

kadastrale objecten betrokken in deze taxatie:

GEMEENTE SECTIE PERCEELNR. (…) OPPERVLAKTE

HSD01 A 8578 9.001

(…)

OPBOUW TAXATIES

DEEL OBJECT OPPERVLAKTE (…) BOUWJAAR

extra grond 9.000

voetbalveld 1 1980

(…)

GECORRIGEERDE VERVANGINGSWAARDE

DEEL OBJECT HERBOUWWAARDE T.V. F.V. WAARDE

extra grond F 90.000 1,000 1,000 F 90.000

voetbalveld 0,500 1,000 F 91.000

TOTAAL F 181.000".

2.2.2. In een brief van het hoofd van de afdeling Financiën van de gemeente Heemstede van 20 juni 1997 was onder meer de volgende toelichting op de taxatieverslagen opgenomen:

"(…) Ten aanzien van de taxatieopbouw het volgende. De extra grond, zoals op het taxatieverslag staat vermeld, is in feite een ongelukkige benaming. Het betreffen de 4 voetbalvelden. Met de relevante aanpalende grond rondom een voetbalveld wordt voor een voetbalveld tussen de 9000 m² en 10.000 m² gerekend. De ondergrond van 1530 m² heeft betrekking op de ondergronden van de kantine, tribune, sportzaal en kantine en enige aanpalende grond bij die voorzieningen. Deze ondergrond wordt apart genoemd, aangezien er taxatietechnisch een andere m²-prijs voor wordt berekend, te weten 1530 x ƒ 80,00 = ƒ 122.400.

De berekening van de waarde gaat als volgt. Het % technische veroudering wordt berekend door de restwaarde af te trekken van de herbouwwaarde en vervolgens wordt het % technische veroudering hierop losgelaten. Tenslotte wordt er een bedrag berekend voor de functionele veroudering. In de navolgende tabel volgt de berekening van de taxatie.

was/kleedruimte tribune sportzaal kantine

herbouwwaarde ƒ 302.100 ƒ 111.900 ƒ 278.700 ƒ 449.500

restwaarde ƒ 60.420 ƒ 11.190 ƒ 55.740 ƒ 112.375

grondslag berek. TV ƒ 241.680 ƒ 100.710 ƒ 222.960 ƒ 337.125

techn. veroudering ƒ 203.978 ƒ 84.999 ƒ 188.178 ƒ 153.392

herbouwwaarde ƒ 302.100 ƒ 111.900 ƒ 278.700 ƒ 449.500

techn. veroudering ƒ 203.978 ƒ 84.999 ƒ 188.170 ƒ 153.392

grondslag berek. FV ƒ 98.122 ƒ 26.901 ƒ 90.522 ƒ 296.108

funct. veroudering ƒ 18.937 ƒ 0 ƒ 15.933 ƒ 8.883

WOZ-waarde ƒ 79.185 ƒ 26.901 ƒ 74.590 ƒ 287.225

De 39.670 m² m.b.t. de 4 voetbalvelden betreffen de grond exclusief voorzieningen, zoals drainage, gras, afrastering. Op grond wordt niet afgeschreven. De waarde is dan: 39.670 m² x ƒ 10,- = ƒ 396.700.

De voorzieningen, zoals hiervoor genoemd, worden apart getaxeerd op ƒ 364.000, hetgeen als volgt is berekend:

herbouwwaarde ƒ 540.000

restwaarde ƒ 188.740

grondslag berek. TV ƒ 351.260

techn. veroudering 50% ƒ 175.630

herbouwwaarde ƒ 540.000

techn.veroudering ƒ 175.630

WOZ-waarde ƒ 364.370".

2.2.3. Tegen de beschikkingen van 28 februari 1997 heeft belanghebbende een bezwaarschrift ingediend. Op het bezwaarschrift werd beslist bij uitspraak van 22 oktober 1997. De uitspraak hield, voor zover hier van belang, het volgende in:

"(…) Op 30 juli heeft de taxateur het sportcomplex aan de a-straat bezocht. De bevindingen zijn als volgt:

1. a-straat 99 A betreft een voetbalveld, gelegen op gehuurd perceel. Het veld (63 x 130 m) ligt voor een gedeelte op het grondgebied van G, zodat moet worden uitgegaan van 95% van de stichtingskosten. Onder het veld bevindt zich geen drainage. Op basis van de bevindingen van de taxateur en de ervaringscijfers van de aanlegkosten en levensduur van voetbalvelden, wordt de waarde verminderd tot ƒ 133.000,-.

2. Uit de kadastrale registratie blijkt dat de Stichting X geen eigenaar is van a-straat 99 A. De eigenarenaanslag voor de onroerende-zaakbelastingen is zodoende ten onrechte opgelegd. De aanslag onroerende-zaakbelastingen wordt verminderd met ƒ 163,-.

3. Ten aanzien van het sportcomplex aan a-straat 99 is geconstateerd dat de objectafbakening op grond van artikel 16 Wet waardering onroerende zaken onjuist is vastgesteld. Uit onderzoek ter plaatse is gebleken dat de jeu de boulebaan en de houten opstallen achter op het complex zijn verhuurd. De waardebeschikking van a-straat 99 kan zodoende niet in stand worden gehouden en wordt vernietigd. Er zullen zodoende nieuwe, voor bezwaar vatbare, beschikkingen worden vastgesteld voor het sportcomplex.

Besluit

Het hoofd van de afdeling Financiën:

gelet op genoemde overwegingen;

BESLUIT

- het bezwaarschrift van [belanghebbende] op ambtshalve gronden te behandelen;

- de waardebeschikking van a-straat 99 A te verminderen tot een waarde van ƒ 133.000,-;

- de aanslag onroerende-zaakbelastingen voor a-straat 99 A te verminderen met ƒ 163,-;

- De waardebeschikking van a-straat 99 te vernietigen.".

2.2.4. Bij de uitspraak was gevoegd een taxatieverslag met betrekking tot het object a-straat 99a. Het verslag luidde, voor zover hier van belang, als volgt:

"(…)

Kadastrale perceel

HSD01 A 9076 147.230 m²

(…)

Bijzonderheden

- voetbalveld ligt voor 95% op het kadastrale perceel

- geen drainage onder veld

Opbouw taxatie

Omschrijving oppervlakte herbw/m² levensduur restwaarde f.v. waarde

Sportveld 8.190 m² ƒ 15,- 60 jaar 20% 0,9 ƒ 51.000,-

Ondergrond 8.190 m² ƒ 10,- ƒ 82.000,-

Totale waarde ƒ 133.000,-".

2.3.1. Bij brief van 15 september 1998 heeft verweerder belanghebbende nieuwe waardebeschikkingen toegezonden, welke beschikkingen zijn opgenomen in één kennisgeving, genummerd 12484 en gedagtekend 30 september 1998. De beschikkingen luiden:

a-straat 99 ƒ 1.391.000

a-straat 99a ƒ 133.000

a-straat 99b ƒ 49.000

a-straat 99c ƒ 50.000

a-straat 99d ƒ 15.000

Voorts onderscheidde verweerder nog een object a-straat 99e. De ter zake van dit object vastgestelde beschikking is nooit aan belanghebbende bekendgemaakt.

2.3.2. Op 7 oktober 1999 heeft verweerder belanghebbende de aan deze beschikkingen ten grondslag liggende taxatieverslagen toegezonden. Deze verslagen luidden, voor zover hier van belang, als volgt:

met betrekking tot a-straat 99:

"(…)

kadastrale objecten betrokken in deze taxatie:

GEMEENTE SECTIE PERCEELNR. (…) OPPERVLAKTE

HSD01 A 8578 49.579

(…)

OPBOUW TAXATIES

DEEL OBJECT OPPERVLAKTE INHOUD (…) BOUWJAAR

Grond (bij eensgezins 1.314 0

Extra grond 48.265 0

Verharding (grond) 2.275 0 1957

Fietsenstalling 0 0 1957

Kantine 310 1.023 1980

Opslag / Magazijn 22 59 1995

Sportzaal 224 1.366 1957

Was-/kleedruimte 320 834 1957

Sportveld algemeen on 7.500 0 1957

Voetbalveld 8.500 0 1980

Voetbalveld 16.200 0 1957

Voetbalveld 400 0 1957

Lichtmast 0 0

Tribune 373 0 1957

(…)

GECORRIGEERDE VERVANGINGSWAARDE

DEEL OBJECT HERBOUWWAARDE T.V. F.V. WAARDE

Grond (bij eengezinswoning F 0,000 0,000 F 105.120

Extra grond F 0,000 0,000 F 482.650

Verharding (grond) F 68.250 0,324 0,810 F 17.912

Fietsenstalling F 0,000 0,000 F 3.000

Kantine F 460.350 0,700 1,000 F 322.245

Opslag / Magazijn F 1,000 1,000 F 9.145

Sportzaal F 307.350 0,324 0,810 F 80.661

Was-/kleedruimte F 333.600 0,324 0,720 F 77.822

Sportveld algemeen onverhar F 120.000 0,493 0,720 F 42.595

Voetbalveld F 170.000 0,700 1,000 F 119.000

Voetbalveld F 259.200 0,493 0,900 F 115.007

Voetbalveld F 6.552 0,493 1,000 F 3.230

Lichtmast F 0,000 0,000 F 10.000

Tribune F 119.360 0,155 0,384 F 7.104

TOTAAL 1.391.000".

en met betrekking tot a-straat 99a:

"(…)

kadastrale objecten betrokken in deze taxatie:

GEMEENTE SECTIE PERCEELNR. (…) OPPERVLAKTE

HSD01 A 9076 8.190

(…)

OPBOUW TAXATIES

DEEL OBJECT OPPERVLAKTE (…) BOUWJAAR

extra grond 7.790

voetbalveld 7.790 1957

(…)

GECORRIGEERDE VERVANGINGSWAARDE

DEEL OBJECT HERBOUWWAARDE T.V. F.V. WAARDE

Extra grond F 0,000 0,000 F 81.900

Voetbalveld F 122.850 0,475 0,900 F 52.519

TOTAAL F 133.000".

2.3.3. De beschikkingen inzake a-straat 99b en 99c hadden betrekking op de krantendepots (aan beide werd 75 m² van het perceel toegerekend en de waarde werd vastgesteld op ƒ 49.000 onderscheidenlijk ƒ 50.000).

2.3.4. De beschikking inzake a-straat 99d zag op de jeu de boulesbaan. Aan dit object werd een oppervlakte toegekend van 360 m² en een waarde van ƒ 15.000.

2.3.5. De -nooit aan belanghebbende afgegeven- beschikking inzake a-straat 99e betrof de achter op het complex gelegen houten varkensstal.

2.4.1. Met dagtekening 28 februari 1997 zijn aan belanghebbende voor het jaar 1997 aanslagen in de onroerende-zaakbelastingen opgelegd ter zake van de onder punt 2.2.1. hiervóór bedoelde objecten. Belanghebbende werd voor beide objecten aangeslagen zowel in de eigenaren- als in de gebruikersbelasting. Die aanslagen bedroegen, zo leidt het Hof uit de gedingstukken af:

a-straat 99 eigenarenbelasting ƒ 1.242

a-straat 99 gebruikersbelasting ƒ 993

a-straat 99a eigenarenbelasting ƒ 163

a-straat 99a gebruikersbelasting ƒ 131.

2.4.2. De onder punt 2.3.1. hiervóór reeds vermelde brief van 15 september 1998 luidde, voor zover hier van belang, als volgt:

"(…) Op 22 oktober 1997 is aan u gezonden de uitspraak op het bezwaarschrift tegen de WOZ-Beschikking waarop vermeld stonden de objecten a-straat 99 en 99 A. In de uitspraak is aangegeven dat de waardebeschikking van de a-straat 99 wordt vernietigd omdat de objectafbakening onjuist is vastgesteld. Van a-straat 99 A wordt de waarde verminderd tot ƒ 133.000,-- en is vastgesteld dat de Stichting X geen eigenaar is van het object.

Het gevolg van deze uitspraak is dat de oorspronkelijke aanslag is verminderd met een bedrag van ƒ 2.529,--.

Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft de taxateur het complex bezocht. Ter plaatse heeft hij de objecten afgebakend op basis van het gebruik door meerdere gebruikers. Voor de afzonderlijke objecten heeft hij de waarde vastgesteld. De nieuwe waardebeschikking waarop de vastgestelde waarde van de afzonderlijke objecten is vermeld gaat hierbij. Deze waardebeschikking is vatbaar voor bezwaar.

Tevens gaat hierbij een tweetal aanslagen. Aanslag nr 14452 heeft betrekking op objecten van de reeds gebruikte nummers. Op aanslag nr 30431 staan de nieuw genummerde objecten.

Hieronder volgt een specificatie van het door u te betalen bedrag over 1997:

Oorspronkelijke aanslag dd 28-02-1997 F 2.529,--

Aanslag nr 14452 dd 15-09-1998 F 2.369,--

Aanslag nr 30431 dd 15-09-1998 F 248,--

Te betalen F 5.146,--

vermindering oorspronkelijke aanslag n.a.v. uitspraak F 2.529,--

Sub totaal F 2.617,--

Reeds door u voldaan op oorspronkelijke aanslag F 2.529,--

Alsnog door u te betalen F 88,--

========

(…)".

De aan belanghebbende toegezonden nieuwe aanslagen voor het jaar 1997 ter zake van de onder punt 2.3.1. hiervóór onderscheiden objecten a-straat 99, 99a, 99b, 99c en 99d luidden als volgt:

a-straat 99 (eigenarenbelasting) ƒ 1.264 (biljet 14452)

a-straat 99 (gebruikersbelasting) ƒ 1.011 (biljet 14452)

a-straat 99a (gebruikersbelasting) ƒ 94 (biljet 14452)

a-straat 99b (eigenarenbelasting) ƒ 40 (biljet 30431)

a-straat 99c (eigenarenbelasting) ƒ 45 (biljet 30431)

a-straat 99d (eigenarenbelasting) ƒ 13 (biljet 30431).

2.5.1. Bij brief van 15 oktober 1998 maakte belanghebbende bezwaar tegen de waardebeschikkingen die waren opgenomen in de onder punt 2.3.1. hiervóór vermelde kennisgeving met nummer 12484. Bij brief van 22 oktober 1998 maakte belanghebbende bezwaar tegen de haar bij het biljet 14452 opgelegde aanslagen, derhalve tegen de aanslagen met betrekking tot a-straat 99 en 99a. Deze bezwaarschriften zijn gemotiveerd bij één geschrift van belanghebbende, gedagtekend 15 december 1999.

2.5.2. Bij brief van 20 juni 2000, verzonden 21 juni 2000, heeft verweerder beslist op de door belanghebbende ingediende bezwaarschriften. De beslissingen werden vervat in een tweetal uitspraken, één voor de waardebeschikkingen en één voor de aanslagen, welke uitspraken, op de aanhef en de beschrijving van de inhoud van de bezwaarschriften na, gelijkluidend waren. Het Hof begrijpt dat, waar volgens het dictum van de eerstbedoelde uitspraak de aanslagen worden gehandhaafd, is bedoeld de waardebeschikkingen te handhaven.

2.6. In de gemeente Heemstede waren er naast het complex van belanghebbende in het onderhavige tijdvak nog andere sportcomplexen. Het gemeentelijke sportcomplex werd aanvankelijk beheerd en geëxploiteerd door de gemeente. Voor wat betreft de velden is het gemeentelijk sportpark aangemerkt als één object in de zin van de Wet WOZ.

Per 1 januari 1998 heeft de gemeente het beheer en de exploitatie van het gemeentelijke sportpark voor een periode van vijf jaar opgedragen aan Drijver Exploitatie BV. Deze vennootschap heeft voor de uitvoering van deze taak in de loop van 1998 M BV opgericht.

2.7.1. Tegen de onder punt 2.5.2. hiervóór vermelde beslissingen van verweerder heeft belanghebbende twee beroepschriften ingediend, die beide bij het Hof zijn ontvangen op 31 juli 2000. Beide beroepschriften zijn nagenoeg gelijkluidend. De beroepen zijn aangevuld bij één geschrift, gedagtekend 19 september 2000.

2.7.2. Van belanghebbende is ter zake van elk van de hiervóór vermelde beroepschriften bij nota's van 25 augustus 2000 een griffierecht geheven van ƒ 450.

3. De verordening

3.1. Bij besluit van 19 december 1996 heeft de raad van de gemeente Heemstede vastgesteld de Verordening heffing en invordering onroerende-zaakbelastingen 1997 (hierna: de Verordening). De Verordening luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

"Artikel 1 Belastingplicht

1 Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

a een gebruikersbelasting van degene die -naar de omstandigheden beoordeeld- bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;

b een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

(…)

Artikel 2 Belastingobject

Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken (Stb. 1994, 874).

Artikel 3 Maatstaf van heffing

1 De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het in artikel 1 bedoelde kalenderjaar valt.

(…)

Artikel 5 Belastingtarieven

1. Voor elke volle ƒ 5.000,- van de heffingsmaatstaf bedraagt

a de gebruikersbelasting ƒ 3,64;

b de eigenarenbelasting ƒ 4,55.

2. Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden afgerond op gehele guldens.

3. Belastingaanslagen van minder dan ƒ 20,-- worden niet opgelegd.

4. (…)

(…)

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

(…)

5. De waardepeildatum is 1 januari 1995.

(…)".

4. Geschil

Tussen partijen is in geschil het antwoord de volgende vragen:

- Zijn de objecten a-straat 99, 99d en 99e juist afgebakend?

- Diende verweerder voor de vaststelling van de beschikkingen te beschikken over een zogenaamd nieuw feit in de zin van artikel 27, eerste lid, van de Wet WOZ, en zo ja, beschikte hij hierover?

- Is de waarde van de objecten a-straat 99, 99a en 99d juist vastgesteld?

- Staat het gelijkheidsbeginsel in de weg aan heffing van onroerende-zaakbelastingen van belanghebbende?

Voorts verzoekt belanghebbende om restitutie van griffierecht, nu dat volgens haar niet ƒ 450, maar ƒ 420 bedroeg.

5. Standpunten van partijen

Voor de standpunten van partijen en de motivering ervan wordt verwezen naar de stukken van het geding.

Ter zitting is daaraan door partijen, zakelijk weergegeven, het volgende toegevoegd.

Door de gemachtigde van belanghebbende:

Er bestaat dezerzijds geen bezwaar tegen dat het Hof aanneemt dat tegen de beschikkingen en tegen de aanslagen is opgekomen bij één bezwaarschrift en dat daarop uitspraak is gedaan bij één uitspraak.

Ik ben penningmeester van belanghebbende, maar in de zaken is zoveel tijd gaan zitten dat ik heb besloten voor mijn werkzaamheden een declaratie in te dienen. Ik verleen dus beroepsmatig rechtsbijstand.

Voor het geval de jeu de boulesbaan (a-straat 99d) als afzonderlijk object moet worden aangemerkt, gaat belanghebbende akkoord met een waarde van ƒ 10.000.

Verweerder heeft op 20 juni 2000 een brief aan belanghebbende geschreven waarin zij meedeelt: "Omdat na ambtshalve beoordeling van bovenvermelde WOZ-beschikking is gebleken dat de onroerende zaak a-straat 99e wordt gebruikt ten behoeve van G. In verband daarmee bestaat er aanleiding de beschikking ter zake van deze onroerende zaak te vernietigen. Uit oogpunt van doelmatigheid vindt er geen nieuwe afbakening plaats om dit object alsnog op te nemen.". Een kopie van die brief leg ik hierbij over. De beschikking hebben wij overigens nooit ontvangen.

Ik ben van mening dat ten aanzien van 400m² voetbalveld een dubbeltelling heeft plaatsgevonden. De berekeningen geven aan dat er geen vergissing in het spel is. Die 400m² van het object a-straat 99a komt terug in het waardeoverzicht van a-straat 99.

Door verweerder:

Er bestaat dezerzijds geen bezwaar tegen dat het Hof aanneemt dat tegen de beschikkingen en tegen de aanslagen is opgekomen bij één bezwaarschrift en dat daarop uitspraak is gedaan bij één uitspraak.

De objectafbakening voor de eerste WOZ-beschikking was fout. Daarin waren onroerende zaken begrepen die afzonderlijk moeten worden genomen. De oppervlakte klopte ook niet. Ik ben dan verplicht de onjuiste beschikking te vernietigen.

Het sportcomplex aan beide zijden van de b-straat waarnaar belanghebbende verwijst is één object. De b-straat is een smal pad dat een woonwagenkamp ontsluit.

Naar aanleiding van het bezwaarschrift is er een nieuwe opname gedaan. De taxateur is geen medewerker van de gemeente, maar een zelfstandig gevestigde beëdigde taxateur die door de gemeente als deskundige wordt geraadpleegd in waarderingszaken.

In sportcomplexen wordt niet gehandeld. Voor de WOZ komt het dan dus aan op de gecorrigeerde vervangingswaarde.

Voor een sportclub heeft het hoofdveld een aparte functie. Het is het visitekaartje. Het wordt goed bijgehouden en op tijd en ook vaker gerenoveerd. Het heeft daarom een kortere levensduur dan andere velden, maar ook een hogere restwaarde. In het taxatierapport is om deze redenen als "bouwjaar" 1980 aangehouden. De taxateur heeft ingeschat wanneer het hoofdveld voor het laatst een grote opknapbeurt heeft gehad.

De jeu de boulesbaan is in gebruik bij een vereniging van oud-werknemers van N, genaamd Q. Of Q in de onroerende-zaakbelastingen is aangeslagen kunnen wij op dit moment niet zeggen. Deze vereniging is mogelijk nergens als zodanig ingeschreven. Rondom de baan en de daarbij horende opstallen bevindt zich een afsluitbaar hek.

Op de specificatie van de gecorrigeerde vervangingswaarde van de jeu de boulesbaan zijn verschillende gegevens weggevallen. Ik ga akkoord met een waarde voor dit object van ƒ 10.000.

Het object a-straat 99e kreeg zo'n lage waarde toegekend (ƒ 8.000), dat is besloten voor dat object geen beschikking op de aan belanghebbende gezonden kennisgeving te vermelden. Er is ook geen aanslag opgelegd, omdat daarvoor krachtens de verordening een ondergrens van ƒ 20 geldt. Dat neemt niet weg dat het wel degelijk een afzonderlijk object is.

Volgens mij is er geen sprake van een dubbeltelling van 400 m² voetbalveld.

De BV die de gemeentelijke sportvelden beheert krijgt aanslagen onroerende-zaakbelastingen opgelegd voor het feitelijk gebruik van die velden. Zij verhuurt op eigen titel aan sportverenigingen, maar is wel gedrongen in een keurslijf van regels die haar door de gemeente worden opgelegd. De BV krijgt de velden om niet ter beschikking gesteld door de gemeente.

6. Beoordeling van het geschil

6.1. Het Hof gaat er, voor zoveel nodig met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht, van uit dat de bezwaren van belanghebbende tegen de WOZ-beschikkingen en tegen de aanslagen in de onroerende-zaakbelastingen 1997 met toepassing van het toenmalige artikel 43 van de Wet WOZ in één geschrift waren vervat en dat daarop één uitspraak is gedaan. Partijen hebben verklaard daartegen geen bezwaar te hebben. Zulks brengt mede dat ook sprake is van één beroepschrift, en dat in de daarmee ingeleide zaak alle onder de nummers 00/02756 en 00/02757 gewisselde stukken tot de gedingstukken worden gerekend.

6.2.1. Tussen partijen is in geschil of het object a-straat 99 in de thans voorliggende beschikking op een juiste wijze is afgebakend.

6.2.2. De onjuistheid van de objectafbakening wordt door belanghebbende met name beargumenteerd met stellingen die betrekking hebben op de onroerende zaken die verweerder heeft aangeduid als de afzonderlijke onroerende zaken a-straat 99d en 99e. Het Hof overweegt dienaangaande als volgt.

6.2.3. Als a-straat 99d heeft verweerder aangemerkt de jeu de boulesbaan met bijbehorende opstallen. Naar het oordeel van het Hof heeft verweerder dit object terecht aangemerkt als een onroerende zaak in de zin van artikel 16 van de Wet WOZ. De jeu de boulesbaan is een van het overige deel van het sportterrein afgescheiden gedeelte, omheind door een hek, daardoor afsluitbaar en is in gebruik bij een andere gebruiker dan belanghebbende, te weten de vereniging Q, welke vereniging aan belanghebbende een vergoeding betaalde voor het gebruik van de jeu de boulesbaan. De omstandigheden dat leden van deze vereniging tevens lid zijn van belanghebbende, dat de vereniging mogelijkerwijs geen rechtspersoonlijkheid bezit en dat de op de bij de baan geplaatste opstallen mogelijk niet onroerend zijn, en dat a-straat 99d ten opzichte van a-straat 99 (waartoe 99d volgens belanghebbende aanvankelijk door verweerder werd gerekend) van bijkomstige betekenis is, doen aan het oordeel van het Hof niet af.

6.2.4. Als a-straat 99e heeft verweerder aangemerkt het gedeelte van het terrein waarop oude varkensstallen stonden waarin in het onderhavige jaar L werktuigen opsloeg die L gebruikte voor het uitvoeren van onderhoud aan het sportcomplex van belanghebbende. Het Hof is van oordeel dat zulks tot de gevolgtrekking leidt dat de oude varkensstallen bij L en niet bij belanghebbende in gebruik waren in de zin van artikel 16 van de Wet WOZ. De omstandigheid dat het gebruik in middellijke zin plaatsvond ten behoeve van belanghebbende maakt niet dat sprake is van gebruik door belanghebbende. Aan het vorenstaande doet niet af dat verweerder zich in zijn brief van 20 juni 2000 in andere zin heeft uitgelaten.

6.2.5. Uit het vorenstaande volgt dat de grieven van belanghebbende tegen de afzondering van de objecten a-straat 99d en 99e niet opgaan. Tussen partijen is niet in geschil dat de onroerende zaken a-straat 99a, 99b en 99c afzonderlijke onroerende zaken in de zin van artikel 16 Wet WOZ zijn. In hoeverre bij de waardevaststelling in de eerste WOZ-beschikking ten aanzien van a-straat 99 met de thans afgezonderde objecten a-straat 99b, 99c, 99d en 99e al dan niet rekening werd gehouden kan hier in het midden blijven, nu een en ander geen gevolgen heeft voor de objectafbakening. Uit een en ander volgt dat ook de (door afzondering van a-straat 99b, 99c, 99d en 99e gewijzigde) afbakening van het object A-straat 99 thans correct is.

6.2.6. Wat betreft de objectafbakening heeft belanghebbende nog gewezen op de wijze waarop de objectafbakening heeft plaatsgevonden ten aanzien van het gemeentelijke sportpark. Echter, voor de beantwoording van de vraag of in casu een juiste objectafbakening heeft plaatsgehad komt geen betekenis toe aan het feit dat in een ander geval mogelijk een onjuiste afbakening heeft plaatsgevonden. Voor zover belanghebbendes kritiek op de objectafbakening van het gemeentelijke sportpark een schakel vormt in haar betoog dat de gemeente het gelijkheidsbeginsel schendt, komt het Hof daarop terug onder 6.3.2. hierna.

6.2.7. Het vorenstaande voert het Hof tot de conclusie dat verweerder terecht de aanvankelijk afgegeven waardebeschikking met betrekking tot a-straat 99 heeft vernietigd. De objectafbakening die aan deze beschikking ten grondslag lag was niet juist. Zulks impliceert dat ook de oorspronkelijk opgelegde aanslagen met de aanduiding a-straat 99 betrekking hadden op een niet bestaand object, zodat zij door verweerder terecht zijn vernietigd (hoewel dat door verweerder in zijn brief van 15 september 1998 abusievelijk werd aangeduid met de term vermindering), en dat de aanslagen die vervolgens op 15 september 1998 zijn opgelegd ter zake van de nieuw afgebakende objecten a-straat 99 (nieuw), 99b, 99c en 99d niet zijn aan te merken als tweede primitieve aanslagen, doch als eerste primitieve aanslagen ter zake van die ("nieuwe") objecten.

6.2.8. Met betrekking tot het object a-straat 99a heeft het volgende te gelden. Voor dit object is een beschikking tot waardevaststelling genomen op 28 februari 1997. Dat het object onjuist is afgebakend is gesteld noch gebleken. Wel is naar aanleiding van het door belanghebbende tegen deze beschikking ingediende bezwaarschrift bij uitspraak van 22 oktober 1997 de vastgestelde waarde verminderd tot ƒ 133.000. Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende geen beroep ingesteld. Vervolgens heeft verweerder bij zijn brief van 15 september 1998, naar het Hof begrijpt, cijfermatig uitvoering gegeven aan de uitspraak van 22 oktober 1997. Wat betreft het object a-straat 99a bestond die uitvoering daarin dat het op het oorspronkelijke aanslagbiljet opgenomen bedrag van de vernietigde aanslag in de eigenarenbelasting werd teruggenomen en het bedrag van de verminderde aanslag in de gebruikersbelasting werd verlaagd van ƒ 131 naar ƒ 94. Dat in het cijfermatige overzicht aan het slot van de brief gemakshalve werd gesproken over een "vermindering" van de oorspronkelijke "aanslag" met het totaalbedrag van ƒ 2.529 doet aan een en ander niet af. Het Hof is daarom van oordeel dat aan belanghebbende op 15 september 1998 niet een tweede primitieve aanslag werd opgelegd ter zake van a-straat 99a, maar slechts mededeling werd gedaan van de vermindering van de eerder opgelegde aanslag. Interpretatie van die nadere aanslag als tweede primitieve aanslag zou leiden tot vernietiging daarvan, en verschuldigdheid van ƒ 131. Daar zal het belanghebbende niet om te doen zijn. Aangezien de vormgeving bij belanghebbende tot verwarring kon leiden, zoals ook blijkt uit het feit dat zij vervolgens, naar aanleiding van de kennisgeving van 15 september 1998 waarop de "aanslagen" voor a-straat 99 en 99a werden vermeld, tegen de als aanslagen gepresenteerde beschikkingen een bezwaarschrift indiende, op welk bezwaarschrift vervolgens door verweerder werd beslist, zal het Hof belanghebbende geen verzuimen in het aanwenden van rechtsmiddelen aanrekenen. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de onder 2.3.1. hiervóór weergegeven waardebeschikking met betrekking tot hetzelfde object.

6.3.1. Belanghebbende stelt dat verweerder het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden nu aan de verenigingen die het gemeentelijk sportpark gebruiken feitelijk geen onroerende-zaakbelastingen (waarin begrepen de velden aan de b-straat) in rekening heeft gebracht. Uit dit laatste volgt echter niet dat de gemeente bij de toepassing van de Verordening het gelijkheidsbeginsel schendt. Vast staat immers dat de gemeente op zichzelf wel gebruikersbelasting heft terzake van het gemeentelijk sportpark, namelijk van de beheersvennootschap. Eventuele doorberekening door die vennootschap aan de verenigingen is geen belastingheffing. Het achterwege laten van doorberekening impliceert dus niet dat die verenigingen bij de toepassing van de Verordening worden begunstigd. Mogelijk impliceert het wél dat die verenigingen door de gemeente (ook in dat opzicht) indirect worden gesubsidieerd, en mogelijk schendt de gemeente dusdoende het gelijkheidsbeginsel bij de subsidiëring van verschillende sportverenigingen, maar of dat het geval is staat niet ter beoordeling aan de belastingrechter.

6.3.2. In het midden kan blijven of de gemeente wellicht ten onrechte (bijvoorbeeld als uitvloeisel van een onjuiste objectafbakening van het gemeentelijk sportpark) de beheersvennootschap, in plaats van de verenigingen heeft aangeslagen voor gebruikersbelasting. Immers, indien juist is dat de beheersvennootschap de gebruikersbelasting niet doorberekent aan de verenigingen, dan volgt daaruit dat in de visie van de gemeente (die aan de vennootschap dicteert welke gebruikstarieven aan de verenigingen in rekening moeten worden gebracht) cumulatie van het (huidige) gebruikstarief met gebruikersbelasting een te zware last op de verenigingen zou leggen. Aannemelijk is dan ook dat de gemeente, indien zij de verenigingen rechtstreeks zou aanslaan voor gebruikersbelasting, het gebruikstarief navenant zou verlagen. Aldus berust de keuze van de gemeente om de beheersvennootschap, en niet de verenigingen aan te slaan voor gebruikersbelasting niet op een oogmerk om die verenigingen bij de toepassing van de Verordening te begunstigen. Of er begunstiging in schuilt in de subsidiesfeer staat, zoals gezegd, niet ter beoordeling aan de belastingrechter.

6.3.3. Belanghebbende voert aan dat nu de gemeente stelt dat zij de onroerende-zaakbelastingen ter zake van het gebruik van de gemeentelijke sportvelden heeft geheven van de exploiterende vennootschap en voorts de tekorten van deze vennootschap worden gedekt door de gemeente Heemstede, de aan de vennootschap opgelegde aanslagen in de onroerende-zaakbelastingen -voor zover daadwerkelijk opgelegd- feitelijk door de gemeente zelf betaald worden en niet worden doorberekend aan de gebruikende verenigingen, artikel 6 van het EVRM en artikel 14 en 26 van het IVBPR worden geschonden. Het Hof ziet niet in op welke wijze hier het recht op een eerlijk proces in het gedrang komt. Dat van schending van het in artikel 6 van het IVBPR neergelegde gelijkheidsbeginsel geen sprake is, volgt reeds uit hetgeen werd overwogen onder 6.3.1. en 6.3.2. hiervóór.

6.4. Belanghebbende voert vervolgens aan dat verweerder voor het geven van de nieuwe beschikkingen niet beschikte over een nieuw feit als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Wet WOZ. Belanghebbende miskent hiermee dat de op 15 september 1998 afgegeven waardebeschikkingen niet de herziening op de voet van genoemd artikel 27, eerste lid, van eerder met betrekking tot dezelfde objecten afgegeven beschikkingen behelzen, maar dat het met betrekking tot de objecten a-straat 99, 99b, 99c en 99d gaat om voor de als zodanig nieuw vastgestelde objecten eerste beschikkingen. Voor het geven van beschikkingen ten aanzien van objecten die niet eerder als zodanig waren afgebakend, maar waren opgenomen in een eerder, niet volgens de wettelijke regels bepaald, object, is geen nieuw feit benodigd. Het staat verweerder voorts vrij om in het kader van een dergelijke, voor het desbetreffende object oorspronkelijke, beschikking de waarde van bestanddelen van het object opnieuw vast te stellen. Het Hof merkt daarbij nog op dat niet aannemelijk is dat in casu de nadere beoordeling van de objectafbakening een gevolg is van een voornemen van verweerder om een naar zijn oordeel aanvankelijk te laag vastgestelde waarde alsnog, en buiten de werking van artikel 27, eerste lid, van de Wet WOZ om, te verhogen.

6.5.1. In zijn onder 2.2.3. weergegeven uitspraak van 22 oktober 1997 heeft verweerder aangegeven dat het object a-straat 99a een deel betreft van een voetbalveld van 63 x 130 meter, dat is 8.190 m². In het bij de uitspraak gevoegde taxatieverslag (zie onder 2.2.4. hiervóór) is het object gewaardeerd met inachtneming van deze gehele oppervlakte op een bedrag van ƒ 133.000.

Indachtig de vaststelling dat het voetbalveld waarop a-straat 99a betrekking heeft voor een deel is gelegen op het bij belanghebbende in eigendom en gebruik zijnde object a-straat 99, heeft verweerder bij de op 7 oktober 1999 aan belanghebbende toegezonden taxatieverslagen (opgenomen onder 2.3.2. hiervóór) een deel van het litigieuze voetbalveld in aanmerking genomen bij de vaststelling van de waarde van dat object, te weten een oppervlakte van 400 m². Dienovereenkomstig is in het taxatieverslag van a-straat 99a nog slechts een oppervlakte van 7.790 m² in aanmerking genomen. Met belanghebbende is het Hof van oordeel dat dit, bij overigens ongewijzigde uitgangspunten, mee diende te brengen dat de waarde van a-straat 99a zou worden verlaagd met een evenredig bedrag. Nu verweerder zulks heeft nagelaten, dient de uitspraak met betrekking tot de beschikking waarbij de waarde van dit object te worden vernietigd en dient te waarde te worden vastgesteld op 7790/8190 x ƒ 133.000 = (afgerond) ƒ 126.000. De voor het jaar 1997 vastgestelde aanslag in de gebruikersbelasting dient te worden verlaagd naar 25 x ƒ 3,64 = ƒ 91.

6.5.2. In zijn taxatieverslag van 7 oktober 1999 heeft verweerder het hoofdveld van het sportcomplex gewaardeerd met inachtneming van de volgende gegevens: bouwjaar 1980, oppervlakte 8.500 m², herbouwwaarde ƒ 170.000, factor voor technische veroudering 0,7 (levensduur 30 jaar, waarvan 15 jaar verstreken, en restwaarde 40%) en factor voor functionele veroudering 1,000. De uitkomst bedroeg ƒ 119.000. Naar het oordeel van het Hof heeft verweerder tegenover de gemotiveerde weerspreking door belanghebbende niet waargemaakt dat aan het hoofdveld in of omstreeks 1980 zodanige werkzaamheden zijn verricht dat het moet worden aangemerkt als een in dat jaar nieuw aangelegd voetbalveld. Derhalve dient voor de waardering van het veld zoals bij de andere velden te worden uitgegaan van het jaar van stichting van het complex (1957). Bij overigens ongewijzigde elementen (zie hiervóór) betekent een en ander dat het hoofdveld dient te worden gewaardeerd op zijn restwaarde van 40%, zijnde ƒ 68.000. In zoverre is de waarde van het object a-straat 99 te hoog vastgesteld en dient deze te worden bepaald op ƒ 1.391.000 minus (ƒ 119.000 - ƒ 68.000) = ƒ 1.340.000. De aanslagen die ter zake zijn opgelegd dienen te worden verminderd tot (eigenarenbelasting) 268 x ƒ 4,55 = ƒ 1.219 en (gebruikersbelasting) 268 x ƒ 3,64 = ƒ 975.

6.5.3. Voor het overige heeft verweerder met de door de deskundige opgemaakte rapporten de door hem vastgestelde waarden voldoende aannemelijk gemaakt. Hetgeen belanghebbende tegen dit deskundigenoordeel aanvoert is van onvoldoende gewicht om de uitkomsten van het rapport -afgezien van hetgeen onder 6.5.1. en 6.5.2. hiervóór werd beslist- ter zijde te stellen. Waar belanghebbende zich baseert op de verkoopwaarde van (delen van) de objecten, verliest zij uit het oog dat het in casu gaat om de (hogere) gecorrigeerde vervangingswaarde. Het Hof merkt voorts nog op dat verweerder er terecht van uit gaat dat als bebouwde grond méér in aanmerking moet worden genomen dan enkel de loutere ondergrond van de opstallen, aangezien een bouwkavel nu eenmaal niet slechts bestaat uit ondergrond van een opstal, maar ook uit de aan die bebouwing dienstbare omringende grond. De factor die verweerder daarbij in aanmerking heeft genomen (1½) acht het Hof alleszins redelijk.

6.6.1. Ter zitting zijn partijen het eens geworden over de waarde die op de waardepeildatum 1 januari 1995 moet worden toegekend aan de onroerende zaak a-straat 99d. Het Hof zal dienovereenkomstig de bij de beschikking vastgestelde waarde verminderen tot ƒ 10.000.

6.6.2. Ter zake van a-straat 99d was aan belanghebbende een aanslag in de eigenarenbelasting opgelegd naar een waarde van ƒ 15.000. Die aanslag bedroeg 3 x ƒ 4,55 = (afgerond) ƒ 13. Nu de Verordening voorschrijft dat aanslagen van minder dan ƒ 20 niet worden opgelegd, diende deze aanslag achterwege te blijven. Aangezien evenwel tegen de aanslag geen bezwaar is ingediend, en verweerder ter zake dus ook geen uitspraak heeft gedaan, kan het Hof deze aanslag niet vernietigen. Het beroep van belanghebbende dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Zulks laat overigens onverlet dat verweerder deze aanslag op grond van hetgeen onder 6.6.1. is overwogen dient te herzien, en dan tot nihil zal moeten verminderen.

6.7.1. Nu de beroepen van belanghebbende zijn aangemerkt als één zaak en door het Hof worden geacht te zijn ingesteld bij één beroepschrift, zal de griffier het onder nummer 00/2757 geheven griffierecht dienen te restitueren.

6.7.2. Belanghebbende heeft nog verzocht om restitutie van te veel betaald griffierecht, nu zij naar haar mening niet ƒ 450 verschuldigd was, doch slechts ƒ 420. Belanghebbende heeft hierbij echter kennelijk over het hoofd gezien dat bij de Wet van 24 december 1998, Stb. 1998, 744, ingevolge het Besluit van 17 juni 1999, Stb. 1999, 265, in werking getreden op 1 september 1999, de vanaf die datum in artikel 27b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vermelde griffierechten zijn verhoogd en het voor een zaak als de onderhavige verschuldigde griffierecht werd gebracht op ƒ 450. Het bedrag is derhalve terecht in rekening gebracht en het zal door de verweerder aan belanghebbende moeten worden vergoed.

7. Proceskosten

Nu de uitspraak niet in stand blijft zal het Hof verweerder op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht veroordelen in de proceskosten van belanghebbende. De penningmeester van belanghebbende, die in de procedure voor het Hof voor belanghebbende optrad, heeft ter zitting gesteld dat hij, gelet op de omvang van de werkzaamheden, de kosten van de rechtsbijstand bij belanghebbende in rekening zal brengen en dat de rechtsbijstand als beroepsmatig verleend moet worden aangemerkt. Een en ander is door verweerder niet weersproken, zodat het Hof ervan uit gaat dat belanghebbende kosten heeft van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het bedrag van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten bedraagt volgens de normen van het Besluit proceskosten bestuursrecht 2 (beroepschrift en verschijnen zitting) x ƒ 710 x 1,5 (factor voor gewicht van de zaak) = ƒ 2.130.

8. Beslissing

Het Hof:

- verklaart het beroep met betrekking tot de aanslag eigenarenbelasting met betrekking tot het object a-straat 99d niet-ontvankelijk;

- verklaart de beroepen voor het overige gegrond;

- vernietigt de uitspraken van verweerder die betrekking hebben op de waardebeschikking en de aanslagen met betrekking tot het object a-straat 99 en de waardebeschikking en de aanslag in de gebruikersbelasting met betrekking tot het object a-straat 99a;

- vermindert de bij de beschikking vastgestelde waarde van a-straat 99 tot ƒ 1.340.000;

- vermindert de aanslag in de eigenarenbelasting met betrekking tot a-straat 99 tot ƒ 1.219;

- vermindert de aanslag in de gebruikersbelasting met betrekking tot a-straat 99 tot ƒ 975;

- vermindert de bij de uitspraak vastgestelde waarde van a-straat 99a tot ƒ 126.000;

- vermindert de ter zake van a-straat 99a opgelegde aanslag in de gebruikersbelasting tot een bedrag van ƒ 91;

- vermindert de bij de desbetreffende beschikking vastgestelde waarde van a-straat 99d tot ƒ 10.000;

- gelast de gemeente Heemstede aan belanghebbende te vergoeden het door haar betaalde griffierecht ad ƒ 450;

- gelast de griffier aan belanghebbende te restitueren een bedrag van ƒ 450 aan van haar geheven griffierecht;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van ƒ 2.130 en wijst de gemeente Heemstede aan als de rechtspersoon die dit bedrag aan belanghebbende dient te voldoen.

De uitspraak is vastgesteld op 7 december 2001 door mrs. Schaap, Van Loon en Van Maanen, in tegenwoordigheid van mr. Brands als griffier. De beslissing is op die datum in het openbaar uitgesproken.

Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van deze uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Cassatie

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen een beroepschrift bij dit gerechtshof (zie voor het adres de begeleidende brief).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep is een griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.