Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2001:AD9671

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-12-2001
Datum publicatie
11-10-2004
Zaaknummer
23-004072-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Medeplegen doodslag.

7 jaar gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer

rolnummer 23-004072-00

datum uitspraak 13 december 2001

tegenspraak

Verkort arrest van het Gerechtshof te Amsterdam

gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 14 december 2000 in de strafzaak onder parketnummer 13/128087-00

tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] (Suriname) 1975,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Utrecht te Nieuwegein.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 1 december 2000 en de terechtzittingen in hoger beroep van 19 juli 2001, 3 september 2001 en 29 november 2001.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

De telastelegging

Aan de verdachte is telastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van de dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De inhoud daarvan wordt hier overgenomen.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis van de eerste rechter vernietigen omdat het zich daarmee niet verenigt.

De bewijslevering

Naar het oordeel van het hof is wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair is telastegelegd, met dien verstande dat:

hij in de periode van 11 augustus 2000 tot en met 16 augustus 2000 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer], geboren 1977, van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en zijn mededaders met dat opzet die [slachtoffer] meermalen met kracht geslagen en geschopt ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] op 16 augustus 2000 te Amsterdam is overleden.

Hetgeen primair meer of anders is telastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De strafbaarheid van het feit

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert het volgende misdrijf op:

medeplegen van doodslag.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

De op te leggen straf

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte en zijn mededaders hebben het slachtoffer [slachtoffer], die toen 23 jaar was, op zeer gewelddadige wijze van het leven beroofd. Zij hebben hem geslagen, meegesleurd naar een afgelegen plek, hem daar wederom meermalen met kracht geslagen en geschopt, omstanders die te hulp wilden komen op dreigende wijze te verstaan gegeven dat zij zich er niet mee moesten bemoeien, waardoor deze niet konden voorkomen dat hij verder in elkaar werd geslagen, hem meegetrokken over een bruggetje en hem daar uiteindelijk achtergelaten. Het slachtoffer is een paar dagen nadien overleden. Door hun handelen hebben verdachte en zijn mededaders groot en onpeilbaar leed toegebracht aan de nabestaanden van het slachtoffer. Daarnaast is er een ernstige inbreuk gemaakt op de rechtsorde en zijn toch al aanwezige gevoelens van onveiligheid in de maatschappij versterkt.

Voor het bewezenverklaarde feit komt slechts een gevangenisstraf van lange duur in aanmerking.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep zijn betrokkenheid bij dit zeer ernstige feit voor het eerst erkend en daarbij blijk gegeven te beseffen dat de nabestaanden bij de verwerking van het zware verlies steun kunnen putten uit een opheldering van hetgeen zich die avond heeft afgespeeld.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister van 11 september 2001 is hij verschillende keren eerder door de strafrechter veroordeeld, waaronder voor geweldsmisdrijven.

Het voorgaande in aanmerking nemend acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de artikelen 47 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

De beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair telastegelegde feit, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is telastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van ZEVEN JAREN.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is gewezen door de eerste meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Van Asperen, Splinter-van Kan en Vermeulen, in tegenwoordigheid van mr. Van Teylingen als griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 december 2001.

Mrs. Van Asperen enVermeulen zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.