Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2001:AD7752

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-10-2001
Datum publicatie
07-01-2002
Zaaknummer
00/2129
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verblijf in het buitenland levert geen excuus op voor termijnoverschrijding. De belastingplichtige die geen maatregelen neemt om belangrijke post te laten behandelen neemt daarvoor een risico dat geheel voor zijn eigen rekening komt. In casu was belanghebbende zich, blijkens de inhoud van de brief, wel degelijk bewust van de wijze waarop het rechtsmiddel van beroep tegen de uitspraak moest worden aangewend, maar wendde zij zich bewust nog niet tot het Hof, maar opnieuw tot verweerder. Verweerder behoefde deze brief niet door te sturen naar het Hof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2002, 179
Belastingblad 2002/188.1

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Veertiende Enkelvoudige Belastingkamer

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z,

belanghebbende,

tegen

de uitspraak van het hoofd van de afdeling Heffingen en invordering Gemeente A, hierna de verweerder, gedagtekend 6 maart 2000, betreffende de naheffingsaanslag parkeerbelasting nummer 11.10.1999.1437.0501.

Het beroep is behandeld ter zitting van 21 september 2001.

Beslissing

Het Hof :

-verklaart belanghebbende niet-ontvankelijk in haar beroep,

-verstaat dat de griffier het betaalde griffierecht zal terugstorten na het onherroepelijk

worden van de uitspraak.

Gronden

1. De uitspraak van verweerder is gedagtekend 6 maart 2000. Gesteld noch gebleken is dat de dag van dagtekening van de uitspraak is gelegen voor de dag van bekendmaking.

2. Het tegen de uitspraak gerichte beroepschrift is gedagtekend 21 juni 2000 en is

bij het Hof binnengekomen op dezelfde dag, 21 juni 2000. Het beroepschrift is

dus binnengekomen buiten de wettelijke termijn van zes weken, welke termijn in

de bestreden uitspraak ook onder de aandacht van belanghebbende was gebracht.

3. In haar beroepschrift en ook ter zitting heeft belanghebbende verklaard dat de

termijnoverschrijding is toe te schrijven aan verblijf in het buitenland van de directeur van belanghebbende. Ter zitting heeft zij daaraan toegevoegd dat gedurende zulke verblijven er niemand is die de post behandeld.

4. Hetgeen onder 3. hiervoor is weergegeven, brengt het Hof tot het oordeel dat de

termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Verblijf in het buitenland levert geen excuus op. De belastingplichtige die geen maatregelen neemt om belangrijke post te laten behandelen neemt daarvoor een risico dat geheel voor zijn eigen rekening komt.

5. Bovendien blijkt uit een tot de stukken behorende brief van belanghebbende aan

verweerder van 15 maart 2000 dat belanghebbende in de gelegenheid was binnen de termijn van zes weken beroep in te stellen bij het Hof. In die brief reageert belanghebbende immers op de bestreden uitspraak. De brief van 15 maart 2000 is door verweerder niet doorgezonden naar het Hof. Naar het oordeel van het Hof rustte op verweerder ook niet de verplichting daartoe.

Een dergelijke verplichting bestaat als sprake is van een beroepschrift dat is ingediend bij een onbevoegd orgaan. In casu was belanghebbende zich evenwel, blijkens de inhoud van de brief, wel degelijk bewust van de wijze waarop het rechtsmiddel van beroep tegen de uitspraak moest worden aangewend, maar wendde zij zich bewust nog niet tot het Hof, maar opnieuw tot verweerder. De omstandigheid dat verweerder in zijn brief van 19 januari 2001 zich op het standpunt stelt dat de brief van belanghebbende van 15 maart 2000 had moeten worden doorgezonden, doet aan het vorenstaande niet af.

Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling van een partij in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan op 5 oktober 2001 door mr. Van Loon, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Van de Merwe als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, door het lid van de belastingkamer en de griffier ondertekend.

Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van het proces-verbaal in geanonimiseerde vorm.

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is een griffierecht verschuldigd. Na het verzoek tot vervanging ontvangt u van de griffier een nota griffierecht.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.