Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2001:AD7685

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-11-2001
Datum publicatie
03-01-2002
Zaaknummer
01/1336
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het Hof acht de verplichting om parkeerbelasting te betalen voor het op een bepaalde plaats en bepaalde tijd parkeren van een voertuig onvoldoende kenbaar gemaakt. Dit leidt tot vernietiging van de naheffingsaanslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2002/629
FutD 2002-0143
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Zestiende Enkelvoudige Belastingkamer

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,

tegen

de uitspraak van het hoofd van de afdeling belastingen van de gemeente te P, verweerder, gedagtekend 20 maart 2001, betreffende de naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen met nummer 1030160.

Het beroep is behandeld ter zitting van 15 november 2001.

Beslissing

Het Hof

- verklaart het beroep gegrond

- vernietigt de bestreden uitspraak en de naheffingsaanslag, en

- gelast verweerder het gestorte griffierecht ad ƒ 60 aan belanghebbende te vergoeden.

Gronden

1. Belanghebbende heeft op 21 januari 2001 om 16.19 uur zijn auto geparkeerd op het parkeerterrein aan de a-straat te Q, zonder dat voor dit parkeren belasting was voldaan. Ter zake van dit feit is de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd.

2. Belanghebbende stelt dat hij reeds vele jaren op zondag op de bewuste parkeerplaats zijn auto parkeert, om een bezoek te kunnen brengen aan de kerk in R. Tot 1 januari 2001 was hiervoor op zondag geen parkeerbelasting verschuldigd; belanghebbende stelt dat hij als niet-inwoner van Q op het onderhavige tijdstip niet kon weten dat hij voortaan wel moest betalen voor het op zondag parkeren, aangezien eerst op 22 januari 2001 een advertentie is geplaatst in de y-krant waarin van het nieuwe parkeerbeleid melding werd gemaakt en pas in de week na 21 januari 2001 waarschuwingsborden zijn geplaatst langs de invalswegen die naar het centrum van Q leiden. Belanghebbende stelt dat hij achteraf heeft waargenomen dat de gewijzigde betaaltijden slechts in kleine lettertjes op de parkeerautomaat stonden vermeld.

3. Verweerder stelt dat het gewijzigde parkeerregime per 1 januari 2001 correct bekend is gemaakt en dat de eerste twee weken van januari 2001 niet is bekeurd maar dat er slechts attenderingsbriefjes onder de ruitenwissers zijn geplaatst. Voorts verwijst verweerder naar een memorandum van de Stafafdeling Communicatie van de gemeente Q gericht aan de commissie Onderwijs, Verkeer en Vervoer van 6 februari 2001, waarin onder meer het volgende is vermeld:

"01 november 2000

Voorpagina-artikel over de besluitvorming in de gemeenteraad rondom het Actieplan Parkeren in de raadsvergadering van 19 oktober.

Op pagina 2 van dezelfde Stadskrant wordt ruim aandacht besteed aan het AP2000 (incl. uitbreiding tijden betaald parkeren).

29 november 2000

Tweede pagina van de Stadskrant is geheel gewijd aan de nieuwe regels van parkeren in en rond het centrum van Q (incl. uitbreiding tijden betaald parkeren). Plus verwijzing naar de speciale parkeerbrochure die per 6 december beschikbaar is.

(…)

20 december

Redactioneel artikel op de voorpagina 'Stad en Streek' van de y-krant over aanvraagmogelijkheden parkeervergunningen

(...)

Eerste week januari 2001

Aanpassing parkeerautomaten naar het nieuwe parkeerregime (incl. aanduiding betaald parkeertijden op de automaat zelf).

10 januari

Op pagina 2 van de stadskrant een bericht specifiek over parkeertarieven in de parkeergarages én de gewijzigde regels ten aanzien van betaald parkeren op straat.

22 januari

Op maandag 22 januari heeft op de voorpagina van het Noordhollands Dagblad (vespreidingsgebied heel Noord-Holland) een advertentie gestaan over de regels voor straatparkeren. Deze advertentie had op zaterdag 20 januari geplaatst moeten worden. Echter er was op deze datum geen advertentieruimte meer beschikbaar op de voorpagina 'Stad en Streek' van de y-krant.

(...)

· Naast al deze uitingen zijn in de week van 22 tot en met 26 januari gele borden geplaatst langs de invalswegen die naar het centrum van Q leiden. Op deze borden staat het betaald-parkeren-op-straat-regime in en rond het centrum vermeldt.

(...)

· op 21 januari is voor het eerst op zondag verbaliseerd (nb: dit gebaseerd op de verwachting dat de advertentie op 20/1 in de krant zou staan en dat al op 4/2 een koopzondag is."

4. De verplichting om parkeerbelasting te betalen voor het op een bepaalde plaats en een bepaalde tijd parkeren van een voertuig dient kenbaar te zijn gemaakt op zo een wijze, dat omtrent de verschuldigdheid van parkeerbelasting voor dat parkeren redelijkerwijs geen misverstand kan bestaan. Van geval tot geval moet worden beoordeeld of aan deze voorwaarde is voldaan, in het bijzonder aan de hand van bebording en als zodanig herkenbare parkeerapparatuur bij de parkeerplaats of in de naaste omgeving daarvan. In casu is tevens van belang dat sprake was van een wijziging per 1 januari 2001 van de tijden waarop betaald moest worden voor het parkeren, als gevolg waarvan met ingang van die datum voor het eerst ook op zondag - van 12.00 uur tot 17.00 uur - moest worden betaald voor het parkeren in de daarvoor aangewezen gebieden.

5. Het Hof acht de omstandigheid dat de gewijzigde parkeertijden met ingang van de eerste week van januari 2001 in kleine lettertjes op de parkeerautomaat stonden vermeld op zichzelf niet voldoende om aan te nemen dat bij belanghebbende, die geen inwoner is van de gemeente Q en die reeds een aantal jaren gewoon was op het desbetreffende parkeerterrein op zondag zijn auto te parkeren zonder dat daarvoor parkeerbelasting behoefde te worden voldaan, redelijkerwijs geen misverstand kon bestaan omtrent de verschuldigdheid van parkeerbelasting op een dag waarvoor tot 1 januari 2001 nog geen sprake was van betaald parkeren. Daar komt nog bij dat volgens het door verweerder overgelegde overzicht van publicitaire activiteiten, zoals opgenomen in het onder 3 vermelde memorandum, op maandag 22 januari 2001 een advertentie is geplaatst in het Noordhollands Dagblad, met als verspreidingsgebied geheel Noord-Holland, terwijl vóór die datum in locale publicaties aandacht is besteed aan de gewijzigde parkeertijden. In het memorandum is tevens vermeld dat op 21 januari 2001 voor het eerst op zondag is geverbaliseerd, gebaseerd op de verwachting dat de genoemde advertentie in het Noordhollands Dagblad reeds op zaterdag 20 januari in de krant zou hebben gestaan. Gelet hierop acht het Hof het, nu deze advertentie naar later bleek eerst op 22 januari 2001 is gepubliceerd en verweerder zelf, gelet op het genoemde memorandum, voornemens was pas over te gaan tot het ook op zondag opleggen van naheffingsaanslagen nadat de hiervoor genoemde advertentie zou zijn geplaatst, niet behoorlijk dat verweerder de naheffingsaanslag desondanks in stand heeft gelaten. Hierbij acht het Hof het mede van belang dat verweerder kennelijk zelf de mening was toegedaan dat vóór het publiceren van deze advertentie misverstand kon bestaan bij parkeerders over de gewijzigde parkeerregeling op zondag. Uit het voorgaande volgt dat de naheffingsaanslag dient te worden vernietigd.

6. Gezien het hiervoor overwogene is het gelijk aan belanghebbende.

Proceskosten

Nu van voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken, acht het Hof geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten op de voet van 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan op 29 november 2001 door mr. Kostense, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Jonk als griffier. De beslissing is op die datum ter openbare zitting uitgesproken. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, door het lid van de belastingkamer en de griffier ondertekend.

Het lid van de belastingkamer heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van het proces-verbaal in geanonimiseerde vorm.

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is een griffierecht verschuldigd. Na het verzoek tot vervanging ontvangt U van de griffier een nota griffierecht.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondeling uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.