Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2001:AA9648

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-01-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
23-002192-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrestnummer

rolnummer 23-002192-00

datum uitspraak 18 januari 2001

tegenspraak

Verkort arrest van het Gerechtshof te Amsterdam

gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen

het vonnis van de arrondissementsrechtbank

te Haarlem van 24 juli 2000

in de strafzaak onder parketnummer 15-030404-00

tegen

…..

Beperkt appel

Het hoger beroep van de verdachte is blijkens de mededeling ter terechtzitting niet gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep genomen beslissing ten aanzien van het onder 2 ten laste geleg-de (vrijspraak).

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 10 juli 2000 en in hoger beroep van 16 januari 2001.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover in hoger beroep aan de orde - tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaar-ding. Van de dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De inhoud daarvan wordt hier overgeno-men.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - vernietigen.

De bewezenverklaring

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 is tenlastegelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Aan de verdachte is ten laste gelegd, kort samengevat, het - samen of alleen - uit winstbejag anderen behulpzaam zijn bij, of de gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot, het zich verschaffen van toegang tot of het verblijven van personen in Nederland of enige staat welke gehouden is mede ten behoeve van Nederland grenscontrole uit te oefenen, terwijl de toegang of het verblijf van die personen wederrechtelijk is.

Blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep en de stukken in het dossier heeft verdachte, samen met zijn mededader, aan drie Chinese personen die in de transitruimte op Schiphol verbleven, valse Singaporese paspoorten en vliegtickets naar Mexico overhandigd, en tevens de Chinese paspoorten van deze personen ingenomen en vernietigd.

Het hof is van oordeel dat in de onderhavige zaak geen sprake is van het zich wederrechtelijk verschaffen van toegang tot Nederland, nu deze personen met gebruikmaking van hun eigen - naar moet worden aangenomen rechtsgeldige - Chinese paspoort op Schiphol zijn gearriveerd.

Voorts is niet gebleken dat de handelingen van verdachte en zijn mededader waren gericht op het de Chinese personen behulpzaam zijn bij het zich (alsnog) wederrechtelijk verschaffen van toegang tot Nederland of tot wederrechtelijk verblijf in Nederland of een andere in de tenlastelegging bedoelde staat. De Chinese personen verbleven slechts, in afwachting van een volgende vlucht, in de transitruimte op Schiphol en waren niet voornemens om deze ruimte te verlaten. Verdachte en zijn mededader hebben de drie personen valse paspoorten en vliegtickets naar Mexico overhandigd, waaruit blijkt dat het de bedoeling was om deze personen met bestemming Mexico te laten uitreizen. Hieruit volgt dat niet kan worden gesproken van het anderen behulpzaam zijn bij, of het middelen verschaffen tot het zich wederrechtelijk verschaffen van toegang tot Nederland, dan wel tot wederrechtelijk verblijf van genoemde personen in Nederland of een eerder bedoelde staat door verdachte en zijn mededader.

Een en ander brengt mee dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde.

De beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Gelast de teruggave van de inbeslaggenomen goederen aan verdachte.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte en gelast diens onmiddellijke invrijheidsstelling.

Dit arrest is gewezen door de zesde meervoudige strafkamer van het ge-rechts-hof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Bockwinkel, Van Altena en Houben, in tegen-woor-dig-heid van mr. Berk als grif-fier, en is uitge-sproken op de open-bare terecht-zit-ting van dit ge-rechtshof van 18 januari 2001.

Mr. Houben is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.