Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2000:AD9647

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-06-2000
Datum publicatie
11-10-2004
Zaaknummer
23-002294-99
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod;

in het bezit zijn van een reisdocument, waarvan hij weet dat het vervalst is, meermalen gepleegd.

5 jaar en 6 maanden gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

arrestnummer

rolnummer 23-002294-99

datum uitspraak 27 juni 2000

tegenspraak

Verkort arrest van het Gerechtshof te Amsterdam

gewezen op het hoger beroep ingesteld tegen

het vonnis van de meervoudige strafkamer in de arrondissementsrechtbank te Haarlem van 19 augustus 1999

in de strafzaak onder parketnummer 15/030485-99

tegen

Een persoon zich noemende [verdachte]

geboren te Teheran (Iran) 1962,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in P.l. De Stadspoort lokatie De Havenstraat, 1075 PR Amsterdam, Havenstraat 6.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in

eerste aanleg van 5 augustus 1999 en in hoger beroep van 27 april 2000, 18 mei 2000 en 13 juni 2000.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van de dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De inhoud daarvan wordt hier overgenomen.

Het Vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het zich daarmee niet geheel verenigt.

Bespreking van een gevoerd verweer

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat uit de feiten en omstandigheden niet een -bij aanhouding bestaand- redelijk vermoeden van schuld van verdachte aan enig strafbaar feit kon voortvloeien.

Het hof overweegt hiertoe als volgt.

Uit het proces-verbaal van bevindingen van de Koninklijke Marechaussee, District Luchtvaart/Schipholteam (onderdeel "bevindingen algemeen" , nummer PL 278C/99-000721) is -voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven- het volgende gebleken.

Op de ochtend van 19 mei 1999 is omstreeks 09.30 uur op Schiphol eenvlucht gearriveerd met herkomst Venezuela (Porlamar). Verbalisanten Van Koningsveld en Hendriks -die zich temidden van de uit dat vliegtuig gestapte passagiers bevinden- nemen vervolgens waar dat een voor hen lopende man met rolkoffer [medeverdachte] meermalen kennelijk nerveus achterom kijkt. Ook verbalisanten kijken achterom en zien dan een andere man (verdachte) lopen, en -weer daarachter- een man, vrouw (namelijk [medeverdachte] en [medeverdachte]) en een kind. Zij zijn, m.u.v. het kind, allen in het bezit van een rolkoffer.

Bij gelegenheid van een vervolgens ten aanzien van [medeverdachte] door verbalisant Hendriks verrichte controle wordt in zijn rolkoffer een aantal pakketten aangetroffen, die (vermoedelijk) cocaïne blijken te bevatten. Te 09.45 uur wordt hij als verdachte aangehouden.

Ondertussen is reeds aan verbalisant Van Koningsveld gebleken dat verdachte heeft verklaard uit Madrid te zijn aangekomen, dat hij geen vliegticket kan overhandigen en dat hij niet weet welke luchtvaartmaatschappij hem naar Amsterdam heeft vervoerd. Desverzocht heeft hij aan verbalisant een (ten name van [valse naam] gesteld) Canadees paspoort overhandigd en bij visitatie aan de kleding van verdachte wordt (een ten name van [valse naam] gesteld) Italiaans paspoort aangetroffen, waarin een foto is aangebracht met daarop de op verdachte gelijkende beeltenis.

Naar het oordeel van het hof vloeit uit de vorenweergegeven feiten en omstandigheden, bezien in hun onderlinge verband en samenhang ten aanzien van verdachte een redelijk vermoeden van schuld voort aan de strafbare feiten waarvoor hij op 19 mei 1999 te 10.00 uur door verbalisant Van Koningsveld als verdachte is aangehouden, te weten -kortgezegd- medeplegen van de opzettelijke invoer van cocaïne alsmede het bezit van een vals/ vervalst reisdocument. Het verweer wordt mitsdien verworpen.

De bewijslevering

Naar het oordeel van het hof is wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, 2 en 3 is tenlastegelegd, met dien verstande dat

Ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde:

Hij op 19 mei 1999 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 51.065,9 gram van een materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:

Hij op 19 mei 1999 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in het bezit was van een reisdocument, te weten een nationaal paspoort van Canada ([nummer] ten name van [valse naam] ) waarvan hij wist dat het reisdocument vervalst was;

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde:

Hij op 19 mei 1999 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in het bezit was van een reisdocument, te weten een nationaal paspoort van Italie ([nummer] ten name van [valse naam]) waarvan hij wist dat het reisdocument vervalst was.

Hetgeen onder 1 primair, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van de feiten

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

Het onder 2 en 3 bewezenverklaarde levert op:

in het bezit zijn van een reisdocument, waarvan hij weet dat het vervalst is, meermalen gepleegd.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

De op te leggen straffen

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft tezamen met anderen zich schuldig gemaakt aan de invoer van 51 kilogram cocaïne. Verdachte heeft hierbij op zijn minst een begeleidende rol gespeeld. Verdachte had op het moment van aanhouding zelf geen cocaïne bij zich, terwijl de -in zijn tegenwoordigheid opererende- mededaders wel grote hoeveelheden cocaïne aanwezig hadden. Verdachte heeft zodoende kennelijk getracht bij dit transport buiten beeld te blijven, zodat alleen zijn mededaders bij betrapping het risico van vervolging zouden lopen. Verdachte heeft door aldus te handelen bij het plegen van het strafbare feit ook misbruik gemaakt van anderen, onder wie een echtpaar met een klein kindje.

Cocaïne is een stof die schadelijk is voor de gezondheid van gebruikers daarvan, terwijl het in omloop brengen van cocaïne ook bezwarend is voor de samenleving onder andere vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit.

Voor de inreis in Nederland had verdachte twee vervalste paspoorten aanwezig. Verdachte heeft daarmee het vertrouwen geschaad dat in het internationaal personenverkeer in reisdocumenten dient te kunnen worden gesteld.

Het hof heeft kennis genomen van een verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel documentatieregister van 14 januari 2000, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder in Nederland strafrechtelijk is veroordeeld. Echter uit een proces-verbaal van 1 november 1999, opgemaakt door J. Tilstra, een proces

verbaal van 11 mei 2000, opgemaakt door J.B. van den Berg en J. Tilstra, een proces-verbaal van 9 juni 2000, opgemaakt door J.B. van den Berg en de bij deze processen-verbaal behorende bijlagen, valt af te leiden dat verdachte diverse keren in Canada strafrechtelijk is veroordeeld, waaronder twee keer voor "conspiracy to traffic/import in narcotics".

Het bovenstaande in overweging nemende acht het hof overeenkomstig het oordeel van de rechtbank- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar en zes maanden passend en geboden.

De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de artikelen 47, 57 en 231 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

De beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde feiten, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 5 (VIJF) JAREN EN 6 (ZES) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van

-Nederlands geld: 1 x 1000, 1 x 10, Nederlandse guldens;

-Buitenlands geld: 2 x 100, 2 x 20, US dollars;

-Buitenlands geld: 1 x 1ooo, 2 x 100, 2 x 50, Duitse marken;

-1.00 STK Telefoontoestel Kl: zwart, MOTOROLA mobiel;

-3.00 STK Kaart, LIDMAATSCHAP;

-1.00 STK Boek, Kl: zwart, adres.

Dit arrest is gewezen door de vijfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Veldhuisen, Van Manen en Ingelse, in vertegenwoordiging van Krans als griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 juni 2000.