Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:1999:AN8891

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-08-1999
Datum publicatie
25-11-2003
Zaaknummer
0105/98
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In deze zaak gaat het om de indeling van goederen waarvan vaststaat dat ze zijn gekookt; daarmede hebben zij een objectieve eigenschap verkregen die in casu bepalend is voor de indeling in het GDT. Dat uitgangspunt laat niet toe dat bij de toepassing van het tarief nog nader in aanmerking mag worden genomen om welke redenen dat kookproces heeft plaatsgevonden, aldus de Tariefcommissie. Naar het oordeel van de Tariefcommissie staan in de bewoordingen van post 0307 een aantal nauwkeurig omschreven handelingen vermeld, die binnen die post zijn toegestaan; koken valt daar niet onder, zodat de inspecteur in zijn uitspraak terecht heeft aangegeven dat in casu -juist door het koken- alleen nog maar post 1605 90 30 van het GDT mogelijk was. Het beroep van belanghebbende op vóór de litigieuze invoer gedane aangiften wordt afgewezen. Iedere aangifte ten invoer vormt in beginsel een op zichzelf staand belastbaar feit; de Tariefcommissie ziet geen aanleiding om in casu van dit beginsel af te wijken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

DE TARIEFCOMMISSIE

Uitspraak

in de zaak nr. 0105/98 TC

de dato 31 augustus 1999

1. De procedure

1.1. Op 13 juli 1998 is een beroepschrift ingekomen van A, advocaat te B, ingediend namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid C B.V. te D, belanghebbende. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van het hoofd van het Douanedistrict Z (hierna: de inspecteur) van 4 juni 1998, kenmerk x, waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen de uitnodiging tot betaling behorende bij aangifte nr IM 4 nr. y is afgewezen.

1.2. Van belanghebbende is door de Secretaris een griffierecht van f. 150,-- geheven. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. De gemachtigde heeft op 4 november 1998 een conclusie van repliek ingediend en de inspecteur op 9 december 1998 een conclusie van dupliek.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden in raadkamer tijdens de zitting van de Tariefcommissie van 18 mei 1999. Daar is verschenen E namens belanghebbende; namens de inspecteur zijn verschenen F en G. De inspecteur heeft ter zitting een pleitnota overgelegd en voorgelezen.

2. De vaststaande feiten

2.1. Op 22 december 1997 heeft belanghebbende te Z onder nummer y een aangifte ten invoer tot verbruik gedaan van goederen, van oorsprong uit Thailand, in de aangifte omschreven als:

"Ongewervelde waterdieren".

De goederen zijn aangegeven onder post 0307 99 18 van het GDT, waarvoor ten tijde van de invoer een douanerecht gold van 7,4% van de douanewaarde (toepassing algemene tariefpreferentie).

Bij de aangifte is een factuur van U in Thailand, alsmede een certificaat van oorsprong, formulier A nummer q, overgelegd; in beide bescheiden is als omschrijving van de goederen vermeld:

"Frozen cooked baby-clammeat, block frozen

(paphia undulata)".

2.2. De inspecteur heeft de goederen daadwerkelijk opgenomen; naar aanleiding hiervan en mede na kennisneming van de informatie uit de bij de aangifte overgelegde bescheiden, zijn de goederen, in afwijking van de aangifte, ingedeeld onder post 1605 90 90 van het GDT; bij deze post zijn de goederen belast met een douanerecht van 22,1% (toepassing algemene tariefpreferentie). De verificatie is beëindigd op 13 januari 1998 en luidde "niet conform".

2.3. In zijn brief van 6 februari 1998, kenmerk r, heeft de inspecteur belanghebbende ambtshalve teruggaaf verleend van teveel geheven douanerechten; de goederen waren als gevolg van een ambtelijke vergissing onder post 1605 90 90 van het GDT (22,1%) in plaats van onder post 1605 90 30 (13,5%) ingedeeld.

3. Het geschil

In geschil is of de goederen moeten worden ingedeeld onder post 0307 99 18 van het GDT, zoals belanghebbende bepleit, dan wel onder post 1605 90 30, zoals de inspecteur voorstaat.

Deze posten luiden als volgt:

post 0307 99 18

"0307 Weekdieren, ook indien ontdaan van de schelp, levend, vers, gekoeld, bevroren,

gedroogd, gezouten of gepekeld; ongewervelde waterdieren, andere dan schaal- en weekdieren, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; meel, poeder en pellets, van ongewervelde waterdieren, andere dan schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie:

(...)

0307 99 - - andere:

- - - bevroren:

(...)

0307 99 18 - - - - andere ongewervelde waterdieren";

post 1605 90 30

"1605 Bereidingen en conserven van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren:

(...)

1605 90 - andere:

- - weekdieren:

(...)

1605 90 30 - - - andere".

4. Het standpunt van belanghebbende

4.1. De goederen zijn bestemd voor H te I, welke firma al meer dan tien jaar bevroren schelpdiervlees uit het Verre Oosten importeert, verwerkt tot diepvriesproducten en tot volconserven en weder exporteert.

Gedurende die periode is voor het ingevoerde bevroren schelpdiervlees steeds post 0307 toegepast. Bij de uitvoer van volconserven wordt post 1605 aangegeven. Controles hebben tot nog toe nimmer aanleiding gegeven tot wijziging van de tariefpost.

Onder post 1605 worden ingedeeld de bereidingen en conserven van schaaldieren of van andere ongewervelde waterdieren. Bevroren schelpdiervlees, in casu een halfproduct in blokken van 6 x 2 kg, kan niet als een bereiding en conservering worden opgevat.

4.2. De inspecteur gaat eraan voorbij dat het baby clammeat slechts van de schelp kan worden ontdaan nadat het gekookt is. Weliswaar vermelden de bescheiden "cooked", doch het gaat in casu niet om de bereiding "koken", maar slechts om koken ter verwijdering van de schaal, een terloops koken dus. Het is in strijd met het gelijkheidsbeginsel indien schaaldierproducten die, zonder vooraf gekookt te hoeven worden, van de schaal ontdaan kunnen worden, onder post 0307 vallen, terwijl baby clammeat, omdat het onmogelijk is om ze van de schaal te ontdoen, zonder ze vooraf te koken, onder post 1605 zou vallen.

4.3. Het is vaste jurisprudentie dat elke aangifte een op zichzelf staand belastbaar feit vormt en aan gecontroleerde en goedgekeurde aangiften geen vertrouwen kan worden ontleend; uit het feit evenwel dat meer dan 10 jaar aangiften zonder correctie onder post 0307 werden aanvaard, zou in deze enige clementie mogen worden verwacht.

5. Het standpunt van de inspecteur

5.1. Belanghebbende heeft een partij ongewervelde waterdieren uit Thailand ten invoer aangegeven, onder vermelding van tariefpost 0307. De behandelend ambtenaar heeft de aangegeven partij fysiek gecontroleerd. Aan de hand van hetgeen hij visueel heeft waargenomen en in samenhang met de bij de invoeraangifte overgelegde factuur en het formulier A, is hij tot de conclusie gekomen, dat er hier sprake was van gekookte ongewervelde waterdieren.

Er is geen monster van de ingevoerde goederen genomen. Wel is er bij een eerdere soortgelijke aangifte, waarvan de importeur en de goederenomschrijving dezelfde zijn, van de goederen een monster genomen. Het Laboratorium van de Belastingdienst heeft vastgesteld dat de goederen een warmtebehandeling hebben ondergaan, die voldoende was om de eiwitten te denatureren en waardoor de fosfatase activiteit nihil is geworden, zodat het product als gekookt dient te worden aangemerkt. Geadviseerd wordt de goederen in te delen onder goederencode 1605 9030 90 00.

Hoofdstuk 3 omvat: vis, schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren, terwijl hoofdstuk 16 omvat: bereidingen van vlees, van vis, van schaaldie-ren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren. Blijkens de toelichting op hoofdstuk 3 blijft indeling onder dit hoofdstuk beperkt tot goederen in de staat omschreven in de posten. De goederen worden daarentegen onder hoofdstuk 16 ingedeeld, indien zij zijn gebakken, gekookt, of gestoofd, dan wel anders zijn bereid of verduurzaamd dan omschreven is in de posten van hoofdstuk 3.

Het ingevoerde product is op de overgelegde bescheiden omschreven als "frozen cooked baby clammeat"; het product is gekookt. Koken is een handeling die uitgaat boven hetgeen is toegestaan om voor indeling onder post 0307 in aanmerking te kunnen komen. In de laatste alinea van de toelichting op post 0307 wordt expliciet aangegeven dat van deze post zijn uitgezonderd weekdieren en andere ongewervelde waterdieren, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan is bedoeld in deze post (b.v weekdieren in water gekookt of in azijn verduurzaamd - post 1605).

5.2. Het is vaste jurisprudentie dat elke aangifte in beginsel een op zichzelf staand belastbaar feit vormt. Belanghebbende kan geen vertrouwen ontlenen aan eerder door haar verrichte aangiften. Ook de export van de bewerkte goederen heeft geen invloed op de indeling van de goederen bij de aangifte ten invoer. Voor de indeling van de goederen in het tarief is van belang in welke staat de goederen zich bevinden op het moment van de invoer. Niet van belang is de behandeling of verwerking die de goederen ondergaan na het moment van invoer. Het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel faalt eveneens. Schaaldieren zijn ongelijk aan weekdieren, zodat ongelijke behandeling van deze twee soorten geen inbreuk op het gelijkheidsbeginsel oplevert. Schaaldieren worden ingedeeld in post 0306 en mogen voor indeling in deze post gekookt zijn, mits nog niet ontdaan van de schaal. Zijn schaaldieren gekookt en ontdaan van de schaal dan worden ze daarentegen eveneens onder post 1605 ingedeeld.

6. De rechtsoverwegingen

6.1. Vaststaat dat de onderhavige goederen zijn gekookt; daarmede hebben zij een objectieve eigenschap verkregen die in casu bepalend is voor de indeling in het GDT. Dat uitgangspunt laat niet toe dat bij de toepassing van het tarief nog nader in aanmerking mag worden genomen om welke redenen dat kookproces heeft plaatsgevonden.

6.2. In de bewoordingen van post 0307 staan een aantal nauwkeurig omschreven handelingen vermeld, die binnen die post zijn toegestaan; koken valt daar niet onder, zodat de inspecteur in zijn uitspraak terecht heeft aangegeven dat in casu -juist door het koken- alleen nog maar post 1605 90 30 van het GDT mogelijk was.

6.3. Het beroep op vóór de litigieuze invoer gedane aangiften faalt, aangezien iedere aangifte ten invoer in beginsel een op zichzelf staand belastbaar feit vormt; de Tariefcommissie ziet geen aanleiding om in casu van dit beginsel af te wijken.

7. De proceskosten

De Tariefcommissie acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 11b van de Tariefcommissiewet.

8. De beslissing

De Tariefcommissie bevestigt de uitspraak, waarvan beroep.

Aldus gewezen in raadkamer op 31 augustus 1999 door mr. F.H.M. Possen, voorzitter, H.J. Bokhorst en mr. J.J.A.M. Kennis, gewone leden, mr. M.J. Kuiper, plaatsvervangend lid en jhr. ing. K.J.L. Hesselt van Dinter, buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Padt als secretaris.

De secretaris: De voorzitter:

De beslissing is in het openbaar uitgesproken ter zitting van 24 oktober 2000.