Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:1999:AM2605

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-08-1999
Datum publicatie
22-10-2003
Zaaknummer
0147/97
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het onderhavige masker is geen ademhalingstoestel; het biedt - aldus de waarschuwing in de brochure - geen bescherming tegen gassen, en is daarom ook geen gasmasker in de eigenlijke betekenis van het woord. Op die gronden komt post 9020 van het GDT niet in aanmerking voor indeling van de onderhavige goederen. De in post 9020 van het GDT gebezigde woorden "andere dan beschermingsmaskers zonder mechanische delen of vervangbare filters" staan een uitbreiding van het begrip "gasmaskers" in de post, zoals bepleit door belanghebbende, niet toe. Het commentaar en de voorbeelden (sub a en b) in de GS-Toelichting (IDR) op deze post bevestigen dit oordeel. Genoemde toelichting verwijst reeds naar post 6307: de BTI van de inspecteur is juist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

DE TARIEFCOMMISSIE

Uitspraak

in de zaak nr. 0147/97 TC

de dato 24 augustus 1999

1. De procedure

1.1. Op 27 juni 1997 is een beroepschrift ingekomen van A, belastingadviseurs te B, ingediend namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid C B.V. te D, belanghebbende. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van het hoofd van het douanedistrict E (de inspecteur) van 20 mei 1997, nummer F, waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen de beschikking van de inspecteur van 7 november 1996, nr. G, betreffende een bindende tariefinlichting (BTI) met betrekking tot post 6307 90 99 van het gemeenschappelijk douanetarief (het GDT), werd afgewezen.

1.2. Van belanghebbende is door de Secretaris een griffierecht van f 150 geheven. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

1.3 De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden in raadkamer tijdens de zitting van de Tariefcommissie van 27 januari 1998. Daar zijn verschenen A voornoemd, vergezeld van zijn kantoorgenoot X, alsmede Y, douanespecialist van belanghebbende. Namens de inspecteur is verschenen mr. Z. De gemachtigde heeft ter zitting een pleitnota overgelegd en voorgelezen. De inspecteur heeft ter zitting een door partijen als representatief erkend monster van de goederen overgelegd.

2. De vaststaande feiten

2.1. Op 5 november 1996 heeft belanghebbende ingevolge artikel 12 van de Verordening (EEG) nr. 2913/92 tot vaststelling van het Communautair douanewetboek de inspecteur om een BTI verzocht met betrekking tot de toepassing van het GDT op beschermingsmaskers, type 3M 8825, van oorsprong en herkomst uit de Verenigde Staten van Amerika. Verzocht werd de goederen in te delen onder post 9020 00 90 van het GDT.

2.2. Het beschermingsmasker bestaat uit filtermateriaal met een schuimplastische afdichtingsrand. Het filter heeft een hoge filtercapaciteit en een zeer lage ademhalingsweerstand. Het is voorzien van een uitlaatventiel (met een niet vervangbaar filter) waardoor warmte en vocht afgevoerd kunnen worden en waardoor de uitademingsweerstand laag blijft. Het masker heeft verstelbare hoofdbanden en een verstelbare aluminium neusklip. In de overgelegde brochure wordt het masker aanbevolen om zijn uitstekende pasvorm en wordt tevens vermeld dat het vrij is van onderhoud. De brochure waarschuwt nadrukkelijk dat het masker niet geschikt is voor gebruik bij gassen en dampen; het biedt daarentegen wel bescherming tegen olienevels, tegen metaalrook die ontstaat bij het lassen, tegen stof dat vrijkomt bij schuren, polijsten, snijden en zagen van metalen, hout, porselein en dergelijke, tegen steenstof in mergelgroeven en tegen poederstof dat vrijkomt bij het tabletteren.

3. Het geschil

In geschil is of de onderwerpelijke beschermingsmaskers moeten worden ingedeeld onder post 6307 90 99 van het GDT, zoals de inspecteur in de BTI heeft vastgelegd, dan wel onder post 9020 00 90, zoals belanghebbende voorstaat.

Genoemde posten luiden als volgt:

Post 6307 90 99

"6307 Andere geconfectioneerde artikelen, patronen voor kleding daaronder begrepen:

(...)

6307 90 - andere:

(...)

6307 90 99 - - - andere";

Post 9020 00 90

"9020 Andere ademhalingstoestellen en gasmaskers, andere dan beschermingsmaskers zonder mechanische delen of vervangbare filters:

(...)

9020 00 90 - andere".

4. Het standpunt van belanghebbende

4.1 Belanghebbende verwijst naar de toelichting IDR op post 9020 van het GDT waar is bepaald dat gasmaskers dienen om onder andere ademhaling mogelijk te maken in door stof en rook verontreinigde lucht. Ook uit het arrest van het Hof van Justitie van 11 juli 1980, zaak 798/79, UTC 1981/53*, blijkt dat de omstandigheid dat een product als technisch eenvoudig moet worden aangemerkt de indeling in Hoofdstuk 90 van het GDT niet in de weg staat. Hoewel de huidige post 9020 de beperking heeft dat hieronder slechts enkel worden ingedeeld gasmaskers met mechanische delen of vervangbare filters, geldt naar de mening van belanghebbende de strekking van het arrest nog steeds in die zin dat het feit dat een product technisch eenvoudig is, de indeling onder genoemde post niet in de wet staat.

4.2. Het onderwerpelijke masker bevat geen vervangbaar filter, maar wel een mechanisch onderdeel, zodat indeling onder post 9020 mogelijk is; als mechanisch deel fungeert het uitlaatventiel. Het uitsluiten van maskers die weliswaar geen vervangbaar filter hebben maar wel mechanische onderdelen bevatten zou de draagwijdte van tariefpost 9020 beperken.

4.3. De waarde van de maskers bedraagt ongeveer f 2,70 per stuk. Het waarde van het ventiel bedraagt ongeveer f 2,30, en vormt derhalve niet een te verwaarlozen onderdeel van het masker. Het ventiel is van wezenlijk belang voor het functioneren van het masker. De onderhavige beschermingsmaskers voldoen aan de Europese ontwerpnorm CEN P3, dat wil zeggen: zij voldoen aan het veiligheidskeur P3, welke norm volgens de verklaring van belanghebbende ter zitting de laagste is. Doordat de maskers overeenkomstig de regels zijn geproduceerd en bovendien met zorg zijn afgewerkt, zijn ze uitermate geschikt voor wetenschappelijk, industrieel en medisch gebruik.

5. Het standpunt van de inspecteur

5.1. Het in het geding zijnde masker is niet aan te merken als een ademhalingstoestel of een gasmasker. Het goed voldoet niet aan de beschrijving "andere ademhalingstoestellen" in de GS-toelichting (IDR) onderdeel I van post 9020 van het GDT. Blijkens deze toelichting is kenmerkend voor gasmaskers dat de lucht naar binnen stroomt door een filter, dat de schadelijke gassen opvangt; het onderhavige product voldoet hier niet aan. Ook de brochure vermeldt dat het masker niet beschermt tegen gassen en dampen. Het gestelde na de komma "andere dan beschermingsmaskers zonder mechanische delen of vervangbare filters", doet dan verder niet ter zake.

5.2. Onder punt 24 van de GS-Toelichting (IDR) op post 6307 worden beschermingsmaskers tegen stof, geuren, enz., zonder vervangbare filters genoemd; deze omschrijving sluit aan bij het onderhavige product. De huidige post 9020 van het GDT heeft, anders dan zijn voorganger 9018, de beperking dat onder post 9020 thans alleen worden ingedeeld gasmaskers met mechanische delen of vervangbare filters. Het is onjuist een arrest uit 1980 aan te halen dat handelt over posten die thans in andere bewoordingen zijn gesteld. Het onderhavige masker dient onder post 6307 van het GDT te worden ingedeeld.

6. De rechtsoverwegingen

6.1. Het onderhavige masker is geen ademhalingstoestel; het biedt - aldus de waarschuwing in de brochure - geen bescherming tegen gassen, en is daarom ook geen gasmasker in de eigenlijke betekenis van het woord. Op die gronden komt post 9020 van het GDT niet in aanmerking voor indeling van de onderhavige goederen.

6.2. De in post 9020 van het GDT gebezigde woorden "andere dan beschermingsmaskers zonder mechanische delen of vervangbare filters" staan een uitbreiding van het begrip "gasmaskers" in de post, zoals bepleit door belanghebbende, niet toe. Het commentaar en de voorbeelden (sub a en b) in de GS-Toelichting (IDR) op deze post bevestigen dit oordeel.

6.3. Genoemde toelichting verwijst reeds naar post 6307: de BTI van de inspecteur is juist. De bestreden uitspraak dient derhalve te worden bevestigd.

7. De proceskosten

De Tariefcommissie acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 11b van de Tariefcommissiewet.

8. De beslissing

De Tariefcommissie bevestigt de uitspraak, waarvan beroep

Aldus gewezen in raadkamer op 24 augustus 1999 door mr. F.H.M. Possen, ondervoorzitter, H.J. Bokhorst en mr. J.W.M. Tijnagel, gewone leden, dr. J. Heemskerk en mr. Th. J.G. van Berkum, buitengewone leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch als secretaris.

De secretaris: De ondervoorzitter:

De beslissing is in het openbaar uitgesproken ter zitting van 4 april 2000.