Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:1999:AL3538

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-08-1999
Datum publicatie
30-09-2003
Zaaknummer
0051/97
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft gesteld en toegelicht dat in casu de tijdens de vervaardiging van het product toegevoegde calciumverbindingen enkel tot doel hebben het fermentatieproces bij een optimale activiteit van het antibioticum te stoppen. Daartegenover heeft de inspecteur, met een beroep op aantekening 1, letters f en g, op hoofdstuk 29 GDT, naar voren gebracht dat de aldaar toegestane marges zijn overschreden, zodat indeling in hoofdstuk 29 is uitgesloten. De Tariefcommissie hecht geloof aan de stelling van belanghebbende, en is van oordeel dat de tijdens de productie toegevoegde stoffen - waarvan de inspecteur niet als resultaat van enig onderzoek heeft aangetoond dat zij speciaal zijn toegevoegd met de bedoeling het product méér geschikt te maken voor bijzondere toepassingen dan voor zijn gebruik in het algemeen - het karakter van antibioticum niet aantasten. Gelet hierop komt de Tariefcommissie tot het oordeel dat virginiamycine (Safac 500) valt onder de bewoordingen van post 2941 90 00 van het GDT.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

DE TARIEFCOMMISSIE

Uitspraak

in de zaak nr. 0051/97 TC

de dato 31 augustus 1999

1. De procedure

1.1. Op 7 maart 1997 is een beroepschrift ingekomen van A, belastingkundige te B, ingediend namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X te Y, belanghebbende. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van het hoofd van het Douanedistrict Z (hierna: de inspecteur) van 21 februari 1997, nummer ..., waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen het bedrag dat als douanerechten is vermeld in de uitnodiging tot betaling van 26 april 1996, nr. ..., groot f 9.291,10, werd afgewezen.

1.2. Van belanghebbende is door de Secretaris een griffierecht van f 150,-- geheven. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek genomen; de inspecteur heeft een conclusie van dupliek ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden in raadkamer tijdens de zitting van de Tariefcommissie van 22 september 1998. Daar is verschenen A voornoemd namens belanghebbende; namens de inspecteur zijn verschenen D, E en F, medewerker van het Douanelaboratorium te O (hierna: het Laboratorium), alsmede C en G. tot bijstand.

Partijen hebben ter zitting een pleitnota overgelegd en voorgelezen. De pleitnota van de inspecteur is voorzien van bijlagen.

2. De vaststaande feiten

2.1. Op 28 juli 1995 heeft belanghebbende, in opdracht van E Ltd., Engeland, bij de douaneambtenaren (de ambtenaren) te Z onder nummer... een aangifte ten invoer gedaan van goederen, van oorsprong uit Zuid Afrika, in de aangifte omschreven als "ANTIBIOTICA". De aangegeven tariefpost is post 2941 90 00 van het gemeenschappelijk douanetarief (het GDT); ten tijde van de invoer gold voor deze post geen douanerecht.

De bij de invoer overgelegde factuur van E (Europe) Ltd.in Zwitserland vermeldt als omschrijving van de goederen:

"STAFAC 500 (VIRGINIAMYCIN 50%)

TARIFCODE: 29.41.30", verpakt in 25 kilogram-drums.

2.2. De verificatie is aangehouden in verband met een monsteronderzoek door het Laboratorium.

Het van dit onderzoek opgemaakte rapport van 30 oktober 1995, nummer ..., luidt als volgt:

"Onderzocht product: Stafac 500

(...)

Bij onderzoek bevonden:

(...)

Het monster bestaat uit een prémelange van een antibioticum op een drager van koolzure kalk. Het monster bevat geen zetmeel, glucose, glucosestroop, maltodextrine, maltodextrinestroop en geen zuivelproducten".

Belanghebbende heeft geen heronderzoek gevorderd.

2.3. Overeenkomstig de uitslag sub 2.2. werden de goederen, in afwijking van de aangifte, ingedeeld onder post

2309 90 93 van het GDT, hetgeen leidde tot de sub 1.1. vermelde uitnodiging tot betaling.

2.4. Onder de bijlagen van het door de inspecteur ingediende vertoogschrift bevinden zich, voorzover hier van belang, een tweetal brieven van de directeur van het Laboratorium van 20 augustus 1996 (A), respectievelijk 24 december 1996 (B), beide gericht aan de Belastingdienst/Douanedistrict Z met de volgende inhoud:

A. "Over de benaming prémelange of voormengsel zoals die hier (uitslag monsteronderzoek) is toegepast kan men twisten.

De toelichting op de Verordening Diervoeder 1986, zoals uitgebracht in de "Groene Instructie" van het Productschap voor Veevoeder, vermeldt op blz. A-84 de kop Voormengsels:

"- een mengsel van één of meer- toevoegingsmiddelen met stoffen die dragers vormen."

Zo verstaan is de betiteling in de uitslag correct.

Het product zoals hier bedoeld past in de omschrijving die voorkomt in het boekwerk Heffingen bij Invoer, deel III, 23.09.3:

"Onder deze groep worden eveneens ingedeeld, voorzover het bereidingen betreft van de soort gebruikt voor het voederen van dieren:

b. bereidingen bestaande uit een actieve stof als bedoeld onder punt 1 hiervoor en een drager, b.v. producten ontstaan bij het vervaardigen van antibiotica, en die zijn verkregen door het enkel drogen van de massa, dat wil zeggen alles wat zich in de gistingskuip bevindt (hoofdzakelijk mycelium, voedingsbodem en antibioticum). Het aldus verkregen droge product, al dan niet gestandaardiseerd door toevoeging van organische of anorganische stoffen, gewoonlijk met een tussen 8 en 16% liggend gehalte aan antibioticum, wordt als grondstof gebruikt voor de bereiding van b.v. "prémelanges".

Gelet op de bevindingen van ons Laboratorium en de inhoud van de brief van Van Wijmen Nouwen komt het onderhavige product overeen met bovenstaande omschrijving. In plaats van de term "prémelange" in onze uitslag was de omschrijving "grondstof voor de bereiding van een prémelange" juister geweest. Voor de indeling in het Geharmoniseerd Systeem maakt dat geen verschil".

B."In de conclusies (punt 9 op bladzijde 4 en punt 7 op bladzijde 5) wordt gesteld dat Stafac 500 en Chlortet FG 150 grondstoffen zijn voor de bereiding van prémixen. Dat zij derhalve niet als prémix geclassificeerd kunnen worden is maar ten dele juist. De benaming van de producten als prémixen is misschien onterecht. De indeling van prémixen en grondstoffen voor prémixen is echter dezelfde; nl. onder 2309.

De GS-Toelichting (IDR) op 2309 vermeldt op blz. 23.09.3 (Supplement 19 - 15 januari 1996) in de tweede alinea onder punt b.:

producten die als grondstof dienen voor de bereiding van b.v. "prémelanges".

In de GS-Toelichting (IDR) op 2941 (Supplement 20 - 15 februari 1996) wordt onder punt a. als eerste uitzondering van 2941 genoemd: preparaten van antibiotica van de soort gebruikt in de voeding van dieren (b.v. gedroogde en gestandaardiseerde complete mycelium)(post 2309).

Gelet op de hoedanigheid van beide producten, preparaten van antibiotica van de soort gebruikt in de voeding van dieren, en de teksten van beide toelichtingen, kan ik geen ander advies geven dan de producten in te delen onder 2309.

Verder verwijs ik nog naar de tariferingen 5, 15, 23, 24, 29 en 35 op 2309".

3. Het geschil

3.1. Tussen partijen is in geschil of de goederen dienen te worden ingedeeld onder post 2309 90 93 van het GDT, zoals de inspecteur stelt, dan wel primair onder post 2941 30 00, subsidiair onder post 2309 90 31, zoals belanghebbende voorstaat.

Voornoemde posten luiden als volgt:

Posten 2309 90 31 en 2309 90 93

"2309 Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren:

(...)

2309 90 - andere:

(...)

- - andere:

- - - (...)

- - - - (...)

- - - - - geen zetmeel bevattend of met een zetmeelgehalte van niet meer dan 10 gewichtspercenten:

2309 90 31 - - - - - - geen zuivelproducten bevattend

of met een gehalte aan zuivel-

producten van minder dan 10

gewichtspercenten

(...)

- - - andere:

(...)

2309 90 93 - - - - zogenaamde "prémélanges"";

Post 2941 30 00

"2941 Antibiotica:

(...)

2941 30 00 - tetracyclinen en derivaten daarvan;

zouten van deze producten

(...)";

2941 90 00 - andere

3.2. Partijen hebben Aantekening 1, letters a, c, f en g, op Hoofdstuk 29, alsmede de GS-Toelichting (IDR),

onderdeel C, punt b, op post 2309 in hun beschouwingen betrokken; deze teksten luiden als volgt:

Aantekening 1

"De posten van dit hoofdstuk hebben, voorzover uit de context niet het tegendeel blijkt, uitsluitend

betrekking op:

a. geïsoleerde chemisch welbepaalde organische

verbindingen, ook indien zij onzuiverheden bevatten;

c. (...) producten bedoeld bij post 2941, al dan niet chemisch welbepaald;

f. producten bedoeld onder a), b), c), d) of e) hiervoor, waaraan een stabilisator (zelfstandigheden om het klonteren tegen te gaan daaronder begrepen) is toegevoegd, nodig voor de houdbaarheid of voor het vervoer;

g. producten bedoeld onder a), b), c), d), e) of f) hiervoor, waaraan een zelfstandigheid is toegevoegd

om het verstuiven tegen te gaan of waaraan een kleurmiddel of een reukstof is toegevoegd om het onderkennen ervan te vergemakkelijken dan wel om veiligheidsredenen, voorzover deze toevoegingen de producten niet méér geschikt maken voor bijzondere toepassingen dan voor hun gebruik in het algemeen".

GS-Toelichting (IDR), onderdeel C, punt b

"b. bereidingen bestaande uit een actieve stof als bedoeld onder punt 1 hiervoor en een drager, b.v. producten ontstaan bij het vervaardigen van antibiotica, en die zijn verkregen door het enkel drogen van de massa, dat wil zeggen alles wat zich in de gistingskuip bevindt (hoofdzakelijk mycelium, voedingsbodem en antibioticum). Het aldus verkregen droge product, al dan niet gestandaardiseerd door toevoeging van organische of anorganische stoffen, gewoonlijk met een tussen 8 en 16% liggend gehalte aan antibioticum, wordt als grondstof gebruikt voor de bereiding van b.v. "prémélanges"."

4. Het standpunt van belanghebbende

4.1. Stafac 500 betreft een antibioticum dat wordt geproduceerd door een nauwkeurig begeleid fermentatieproces van een micro-organisme, waarvan het eindproduct een werking heeft tegen virginiamycingevoelige microbiologische organismen. Wanneer het antibioticum een optimale activiteit heeft verkregen, wordt het fermentatieproces stopgezet door toevoeging van calciumhydroxide of calciumsulfaat (reststof koolzure kalk). Vervolgens vinden concentratie en zuivering plaats en wordt het product geschikt gemaakt - door middel van standaardisatie - voor opslag en vervoer. Stafac bevat dan nog een marginale hoeveelheid restant mycelium (de afgestorven niet gezuiverde resten van het oorspronkelijk micororganisme) en de hoeveelheid calciumcomplex.

De kwalificatie "prémelange" is gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat de aangetroffen "drager van koolzure kalk" een toevoeging betreft; het aangetroffen bijproduct is een resultante van het stopzetten van het fermentatieproces, waarbij het antibioticum is ontwikkeld. Met betrekking tot het ingevoerde product is er geen sprake van een zogenaamde prémélange, maar van een antibioticum in een zuiver gestandaardiseerde vorm. Het product kan worden verwerkt in prémelanges ten behoeve van uiteindelijke aanmenging met diervoeders. Stafac 500 is het hoofdproduct van een daartoe bewust opgezette fermentatie. De concentratie van het actieve bestanddeel virginiamycin varieert rond 50%. Het gaat hier om een antibioticum als hoofdproduct voor veterinaire doeleinden, waarbij noodzakelijkerwijs geringe hoeveelheden restproducten achterblijven, en niet om een restproduct, waarin noodzakelijkerwijs een geringe hoeveelheid antibioticum is achtergebleven.

4.2. Ingevolge aantekening 1, letter a, op hoofdstuk 29 mogen organisch chemische producten, behorende tot de posten van dit hoofdstuk, ook onzuiverheden bevatten. Het standpunt dat Stafac 500 onder post 2309 moet worden ingedeeld, baseert de inspecteur ten onrechte op het eerste gedeelte van de toelichting, onderdeel C, punt b, op die post. Aan het slot van die

toelichting is evenwel nog vermeld dat producten van deze groep niet mogen worden verward met sommige bereidingen die voor veterinaire doeleinden worden gebezigd, waarmee wordt bedoeld dat die producten zijn te kwalificeren onder hoofdstuk 29 of onder hoofdstuk 30.

De toelichting op post 2309 leidt tot geen andere conclusie dan dat slechts de bereidingen, bestaande uit een actieve stof en een drager, bijvoorbeeld producten ontstaan bij het vervaardigen van antibiotica en die zijn verkregen door het enkel drogen van de massa (dat is alles wat zich in de gistingskuip bevindt), als "afval ten behoeve van de voedselindustrie" dienen te worden geclassificeerd; daarmee wordt op een restpost gedoeld.

In het onderhavige geval is echter sprake van een procédé met als hoofddoel het ontwikkelen van een product, bestaande uit een antibioticum dat door standaardisatie geschikt is gemaakt voor veterinaire toepassing en waarbij door de hoge vergistingsgraad, de toegepaste zuivering en concentratie geen of zo weinig mogelijk mycelium/voedingsbodem of iets

dergelijks resteert. Het vrijwel ontbreken van het restproduct mycelium/voedingsbodem wordt ook bevestigd in de feitelijke constateringen van het Laboratorium: er zijn geen zetmeel, glucose, glucosestroop, maltodextrine, maltodextrinestroop en zuivelproducten aangetroffen.

De door de inspecteur aangehaalde post 2309 slaat op mycelium gebaseerde producten welke resteren nà de bereiding en het "oogsten" van het antibioticum.

4.3. Het Productschap voor Veevoeder kwalificeert, zoals uit een publicatie (bijlage 7 bij het beroepschrift) blijkt, virginiacymine (Stafac 500) als een antibioticum. Ook op basis van de EG Richtlijn 70/524 kan Stafac 500 als een antibioticum worden gekwalificeerd. Deze richtlijn bepaalt dat slechts de in de bijbehorende annex 7 genoemde antibiotica - virginiamycine wordt daar genoemd - mogen worden gebruikt als grondstof voor veterinaire diervoedseladditieven.

4.4. Meer subsidiair stelt belanghebbende dat Stafac 500 onder post 2309 90 31 kan worden ingedeeld, omdat het daarmede vergelijkbaar product Monensinsodium (Ecox 200), gekwalificeerd als antibioticum binnen de diervoederadditieven, ook onder deze post is ingedeeld.

5. Het standpunt van de inspecteur

5.1. Ten aanzien van de door belanghebbende primair voorgestane indeling van het product Stafac 500 onder post 2941, is het gestelde in Aantekening 1, letters c, f en g, op Hoofdstuk 29 relevant. Dit betekent dat post 2941 uitsluitend antibiotica omvat waarbij enkel de toevoegingen als bedoeld in Aantekening 1, letters f en g, op Hoofdstuk 29 zijn toegestaan. Voorts zijn van belang de passages uit de GS-Toelichting (IDR) bij punt C op post 2309. Daarbij spreekt de toelichting onder b nog over producten, die zijn ontstaan bij het vervaardigen van antibiotica en die zijn verkregen door het enkel drogen van de massa, waaronder alles wordt verstaan wat zich in de gistingskuip bevindt (hoofdzakelijk mycelium, voedingsbodem en antibioticum). Het aldus verkregen droge product, al dan niet gestandaardiseerd door toevoeging van organische of anorganische stoffen, gewoonlijk met een tussen 8 en 16% liggend gehalte aan antibioticum, wordt als grondstof

gebruikt voor de bereiding van bijvoorbeeld "prémelanges". De toelichting stelt verder dat bereidingen voor veterinaire doeleinden in het algemeen zijn te onderscheiden van producten van deze groep door middel van hun medicinale karakter, de veel hogere concentratie aan "actieve" stof die zij bevatten en de in vele gevallen afwijkende opmaak.

5.2. Uit het onderzoek door het Laboratorium van de Belastingdienst is gebleken dat het soortgelijke product bestaat uit een antibioticum op een drager van koolzure kalk. De soortgelijkheid bleek uit de bij de aangiften overgelegde bescheiden. Uit de bevinding van het Laboratorium blijkt dat het product een restproduct is en dat het is ontstaan bij de vervaardiging van een antibioticum. Uit de naam van de verkoper en de koper - waarin het woord "animal" is opgenomen -, blijkt dat de goederen bereidingen zijn van de soort gebruikt voor het voederen van dieren. Bij het beroepschrift zijn als bijlage 5, kopieën

overgelegd van enkele bladzijden van een brochure van Smithkline. Op de tweede pagina staat als inhoudsopgave: -Production -Stability - Feed analysis". "Feed" kan worden vertaald met veevoeder.

De actieve component virginiamycine is met het oog op de toepassing als veevoederadditief vermengd met carboxymethylcellulose en kalk om als zodanig een onverenigbaarheid met sommige veevoedercomponenten te voorkomen.

Het onderhavige product moet met toepassing van indelingsregel 1 onder post 2309 worden ingedeeld. Het ingevoerde product komt overeen met de bereidingen, genoemd onder punt b van de toelichting, onderdeel C op post 2309.

Het product is een antibioticum, vermengd met een drager, waarbij de concentratie zodanig is gekozen dat een gelijkmatige verdeling van die stoffen over de gehele hoeveelheid samengesteld voeder is verzekerd.

Onderschreven wordt het standpunt van belanghebbende dat Stafac eerst nog moet worden verwerkt in prémélanges, die op hun beurt worden toegevoegd aan het dagelijkse voer.

De aanbiedingsvorm, in casu grootverpakking, wijst op levering aan diervoederfabrikanten.

5.3. Zo er in casu sprake mocht zijn van een gestandaardiseerde, en in de meest zuivere toepasbare vorm zijnde antibioticum, dan nog zijn bij de standaardisatie de toegestane marges als bedoeld in aantekening 1, letters f en g, op hoofdstuk 29, overschreden. Voor standaardisatie van een fermentatieproduct en koolzure kalk is geen stabilisator benodigd voor de houdbaarheid of voor het vervoer. Evenmin is koolzure kalk een zelfstandigheid om het verstuiven tegen te gaan dan wel een kleurmiddel of een reukstof om het onderkennen van het product te vergemakkelijken en evenmin een toevoeging om veiligheidsredenen. De toevoegingen hebben het product méér geschikt gemaakt voor de bijzondere toepassing in prémélanges. Aantekening 1 op hoofdstuk 29 heeft uitsluitend betrekking op de in die aantekening genoemde producten, zodat toepassing van indelingsregel 2.b) - die voorziet in de indeling van niet zuivere stoffen - voor producten, bedoeld in de posten van hoofdstuk 29, niet mogelijk is.

6. De rechtsoverwegingen

6.1. Belanghebbende heeft gesteld en toegelicht dat de tijdens de vervaardiging van het product toegevoegde calciumverbindingen enkel tot doel hebben het fermentatieproces bij een optimale activiteit van het antibioticum te stoppen.

Daartegenover heeft de inspecteur, met een beroep op aantekening 1, letters f en g, op hoofdstuk 29, naar voren gebracht dat de aldaar toegestane marges zijn overschreden, zodat indeling in hoofdstuk 29 is uitgesloten.

De Tariefcommissie hecht geloof aan voornoemde stelling van belanghebbende, zodat geoordeeld moet worden dat de tijdens de productie toegevoegde stoffen - waarvan de inspecteur niet als resultaat van enig onderzoek heeft aangetoond dat zij speciaal zijn toegevoegd met de bedoeling het product méér geschikt te maken voor bijzondere toepassingen dan voor zijn gebruik in het algemeen - het karakter van antibioticum niet aantasten.

6.2. Gelet op het vorenstaande komt de Tariefcommissie tot het oordeel dat virginiamycine (Safac 500) valt onder de bewoordingen van post 2941 90 00 van het GDT. De uitspraak van de inspecteur kan mitsdien niet in stand blijven.

7. De proceskosten

De Tariefcommissie acht in de onderhavige zaak geen termen aanwezig de inspecteur op de voet van artikel 11b van de Tariefcommissiewet te veroordelen in de proceskosten, omdat dit reeds is gedaan in de samenhangende zaak met nr. 0050/97 TC.

8. De beslissing

De Tariefcommissie:

- vernietigt de uitspraak, waarvan beroep;

- verstaat dat de goederen moeten worden ingedeeld onder post 2941 90 00 van het GDT;

- gelast de inspecteur het griffierecht ad f 150,-- aan belanghebbende te vergoeden.

Aldus gewezen in raadkamer op 31 augustus 1999 door mr. F.H.M. Possen, voorzitter, mr. J.J.A.M. Kennis en mr. J.W.M. Tijnagel, gewone leden, mr. K. Kooijman, plaatsvervangend lid en mr. Th.J.G. van Berkum, buitengewoon lid, in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch als secretaris.

De secretaris: De voorzitter:

De beslissing is in het openbaar uitgesproken ter zitting van 14 november 2000.