Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:1999:AE9546

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-03-1999
Datum publicatie
07-08-2006
Zaaknummer
108/99
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBUTR:1999:AF0441
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verhaalsmogelijkheden van crediteuren zijn door hoofdelijke aansprakelijkheid van ex-echtgenote en vroegere mede-firmant niet verminderd na toescheiding van de schulden aan verzoeker.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te Amsterdam

Tweede meervoudige burgerlijke kamer

Arrest

in de zaak onder rekestnummer 108/99 van:

X., wonende te P.,

APPELLANT,

procureur: mr. A.S. Rueb.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Appellant is bij op 9 februari 1999 ter griffie van het hof ingekomen rekest in hoger beroep gekomen van een vonnis van de arrondissementsrechtbank te Utrecht van 2 februari 1999 (rekestnummer 96450/FT RK 99.41) waarbij het verzoek van appellant tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.

1.2. Het hoger beroep is behandeld ter terechtzittingen van het hof van 23 februari 1999 en 5 maart 1999. Alstoen zijn telkens verschenen appellant en zijn raadsvrouw mr. H.G. de Koning, advocaat te Utrecht.

2. Beoordeling

2.1. Gelet op de financiƫle situatie van appellant, als blijkend uit de door appellant overgelegde bescheiden, is redelijkerwijze te voorzien dat appellant niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, zodat grond aanwezig is voor toepassing van de schuldsaneringsregeling, tenzij, zoals de rechtbank heeft overwogen, aannemelijk is dat appellant ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van die schulden niet te goeder trouw is geweest.

2.2. De rechtbank heeft het laatste aangenomen op grond dat appellant bij de verdeling van zowel het huwelijksvermogen na echtscheiding als het, vennootschappelijk vermogen na ontbinding van de vennootschap onder firma met Y. alle schulden aan zich heeft laten toedelen.

2.3. Het hiertegen gerichte bezwaar van appellant is gegrond. De ex-echtgenote van appellant en zijn vroegere mede-firmant Y. blijven immers tegenover de schuldeisers voor het geheel van de huwelijksschulden respectievelijk schulden van de firma aansprakelijk. Niet gezegd kan worden dat door bedoelde toescheiding van de schulden de verhaalsmogelijkheden voor crediteuren zijn verminderd.

2.4. De reden waarom appellant zich alle schulden heeft laten toescheiden, voorzover van belang, is door hem in hoger beroep voldoende toegelicht. Verwezen wordt naar hetgeen in punt 2 van het appelschrift is aangevoerd, zoals dit ter terechtzitting van het hof, mede aan de hand van de door appellant overgelegde kopieƫn van de desbetreffende akten van scheiding en deling, nader is geadstrueerd., Daarbij wordt tevens nog overwogen dat bij de verdeling van het huwelijksvermogen de door de vrouw aangegane huwelijksschulden -uitsluitend - aan haar zijn toegedeeld.

2.5. Het voorgaande leidt tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en - alsnog - toewijzing van het verzoek.

3. Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep;

verklaart alsnog van toepassing de wettelijke schuldsaneringsregeling voor X. voornoemd;

verwijst de zaak naar de arrondissementsrechtbank te Utrecht om te worden voortgezet met inachtneming van het in dit arrest overwogene.

Dit arrest is gewezen door mrs. Ter Haar, Bockwinkel, en Splinter-Van Kan en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 1999.