Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:1995:AA4573

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-02-1995
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
P 93/0952
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FED 1995/393
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te Amsterdam

Kenmerk:P 93/0952

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

Eerste Meervoudige Belastingkamer

UITSPRAAK

op het beroep van de erfgenamen van Y. gewoond hebbende te

P., belanghebbenden,

tegen

een uitspraak van de Inspecteur der registratie en successie te P., de inspecteur.

1. Loop van het geding

Van belanghebbenden is ter griffie een beroepschrift ontvangen op 22 februari 1993, ingediend door mr M. als hun gemachtigde, en gericht tegen de uitspraak gedagtekend 24 december 1992 van de inspecteur betreffende de aan belanghebbenden opgelegde aanslagen in het successierecht, welke aanslagen zijn verenigd op één aanslagbiljet met het aanslagnummer 1.

Aan belanghebbenden zijn aanslagen in het successierecht opgelegd tot bedragen als achter de naam is vermeld:

X f x,-

AX f a,-

BX f b,-

CX f c,-.

Na bezwaar tegen de aanslagen zijn deze bij de bestreden uitspraak verminderd tot aanslagen voor X groot f x-1,- voor AX groot

f a-1,-, voor BX groot f b-1,- en voor CX groot f c-1,-.

Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak en vermindering van de aanslagen tot uiteindelijk gezamenlijk f d,-.

Het Hoofd van de Belastingdienst/Registratie en successie P., de ambtsopvolger van de inspecteur (hierna eveneens: de inspecteur) heeft een vertoogschrift ingediend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak.

De gemachtigde van belanghebbenden heeft met toestemming van de voorzitter van de meervoudige belastingkamer een conclusie van repliek ingediend; de inspecteur heeft een conclusie van dupliek ingezonden.

Ter zitting van 14 april 1994 zijn verschenen de vorengenoemde gemachtigde, tot bijstand vergezeld van prof. D. en J., alsmede

mr C. namens de inspecteur, tot bijstand vergezeld door P., rijksaccountant.

De gemachtigde van belanghebbenden heeft een pleitnota overgelegd en voorgedragen, vergezeld van zeven bijlagen.

Na de zitting hebben prof. D. en P. op verzoek van het Hof overleg gepleegd over een onderdeel van de waardebepaling van tot de nalatenschap behorende certificaten. Zij hebben het Hof daarover bericht bij brief van 10 juni 1994. Op deze brief hebben de inspecteur en de gemachtigde van belanghebbenden schriftelijk gereageerd bij brieven van 6 juli 1994 respectievelijk 18 juli 1994. Van deze brieven is de wederpartij een afschrift toegezonden.

Ter zitting van 29 september 1994 zijn verschenen X., alsmede alle hiervoor genoemde personen die reeds waren verschenen ter zitting van 14 april 1994.

De gemachtigde van belanghebbenden heeft voorafgaande aan de zitting van 29 september 1994 aan het Hof en aan de inspecteur een pleitnota toegezonden en de inspecteur heeft ter zitting een pleitnota overgelegd en voorgedragen.

Van alle vorengenoemde stukken heeft de wederpartij kennis kunnen nemen en zij hebben daarop kunnen reageren. De inhoud van die stukken moet als hier opgenomen worden beschouwd.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1 Op 4 april 1986 is te P, haar laatste woonplaats, overleden Y.. Erflaatster was in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met X. Uit het huwelijk van erflaatster en X zijn drie kinderen geboren, AX, BX en CX.

2.2.1 Tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behoren 3.601.013 certificaten van aandelen in het kapitaal van de te Q. gevestigde a-N.V.. De certificaten zijn uitgegeven door de Stichting Administratiekantoor, die houdster is van een gelijk aantal aandelen. Dit pakket aandelen maakt 51,75 procent uit van het geplaatste aandelenkapitaal. Ten tijde van het overlijden waren er opties verleend op nog uit te geven aandelen. In het jaar 1986 zijn geen opties uitgeoefend; zij zijn vervallen.

2.2.2 Het aandeelhoudersregister van a-NV bestaat uit een nederlands en een amerikaans gedeelte. In het nederlandse gedeelte waren op de overlijdensdatum geregistreerd 4.067.033 aandelen, te weten het vorengenoemde pakket van de Stichting Administratiekantoor, alsmede 466.020 aandelen welke in bezit waren van een tiental hoge managers van a-NV.

2.2.3 Op de overlijdensdatum beliep het aantal in het amerikaanse gedeelte van het register geregistreerde aandelen 2.891.680. Deze aandelen waren vanaf augustus 1981 opgenomen in het systeem-F. Dit systeem functioneert als een met de parallelmarkt van de amsterdamse effectenbeurs vergelijkbare beurs.

Op deze beurs werden de in het amerikaanse gedeelte van het aandeelhoudersregister geregistreerde aandelen in het jaar van overlijden verhandeld voor de volgende prijzen op de daarbij vermelde tijdstippen:

31 december 1985 $ 9,000

31 januari 1986 $ 9,000

28 februari 1986 $ 14,000

31 maart 1986 $ 12,000

4 april 1986 $ 11,250

30 april 1986 $ 13,000

31 mei 1986 $ 11,500

30 juni 1986 $ 8,750

31 juli 1986 $ 6,750

31 augustus 1986 $ 8,500

30 september 1986 $ 7,000

31 oktober 1986 $ 5,500

30 november 1986 $ 3,000

31 december 1986 $ 3,000.

De hoogste en de laagste prijs beliep in

1985 $ 20,750 (eind januari) en $ 7,500 (eind september)

1987 $ 9,375 (eind juli) en $ 3,250 (eind oktober)

1988 $ 7,375 (eind december) en $ 3,000 (eind juni)

1989 $ 10,125 (eind april) en $ 6,375 (eind september).

De in het nederlandse gedeelte van het aandelenregister geregistreerde aandelen zijn niet in het systeem-F opgenomen. De verhandelbaarheid van deze aandelen is beperkt door de werking van Rule 144 van de Securities and Exchange Commission.

2.2.4 De activiteiten van a-NV hebben geleid tot een concernomzet in 1984 en 1985 van afgerond f 350 miljoen.

X is de oprichter van a-NV. Hij bezat aanvankelijk 100 procent van de aandelen. In verband met de financieringsbehoefte van de vennootschap hebben in 1981 en 1983 grote openbare emissies van nieuwe aandelen plaatsgevonden via het systeem-F. X vervult nog steeds een centrale rol binnen de onderneming.

2.2.5 De tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behorende certificaten zijn op 23 maart 1986 door de door X toen opgerichte Stichting Administratiekantoor (hierna: ook A.K.) afgegeven tegen de op die datum aan haar ter fine van administratie overgedragen aandelen.

Het bestuur van de Stichting Administratiekantoor bestaat uitsluitend uit X, die bij de oprichting voor onbepaalde tijd tot bestuurder werd benoemd.

In artikel 11 van de Administratievoorwaarden is het volgende bepaald:

"1. Behoudens het hierna bepaalde, zijn de door het A.K. afgegeven certificaten niet royeerbaar.

Mitsdien kan een eigenaar van een certificaat niet van het A.K. eisen dat het A.K. tegen inlevering van een certificaat een aandeel van de N.V. in eigendom overdraagt.

Tot royement van certificaten van aandelen kan voorts worden overgegaan krachtens besluit van het voltallige bestuur van de stichting, genomen met algemene stemmen.

2. Het in lid 1 van dit artikel bepaalde is niet van toepassing op X voornoemd, die te allen tijde royement (omwisseling van zijn certificaten tegen overdracht in eigendom van de daar tegenover staande aandelen) kan verlangen."

De stichtingsbepalingen en de administratievoorwaarden zijn zodanig ingericht dat uitsluitend X het stemrecht op alle aan de Stichting overgedragen aandelen kan uitoefenen en dat royement van de certificaten slechts mogelijk is indien X - dat wil zeggen X alleen - daartoe besluit.

2.3 Erflaatster heeft bij testament van 24 maart 1986 over haar nalatenschap beschikt.

Zij legateerde aan ieder van haar drie kinderen 450.000 certificaten van aandelen a-NV onder de last dat haar echtgenoot te allen tijde het recht heeft één of meer van die gelegateerde certificaten van aandelen (en na royement één of meer van de daartegenover af te geven aandelen) te kopen tegen de koers welke bij de berekening van het successierecht in aanmerking zal worden genomen. Haar echtgenoot verkreeg voorts het recht te verlangen dat de legataris de aan hem/ haar gelegateerde certificaten van aandelen casu quo de daartegen-over staande aandelen in pand geeft tot zekerheid voor de nakoming van de uit het kooprecht voortvloeiende verplichtingen.

Zij legateerde voorts aan ieder van haar drie kinderen een bedrag in contanten gelijk aan de waarde van het één/vierde gedeelte van het saldo van haar nalatenschap, nadat dat saldo is verminderd met de waarde van de gelegateerde certificaten en de kosten van boedelaf-wikkeling.

Onder de last van genoemde legaten benoemde zij haar echtgenoot tot enig erfgenaam van haar nalatenschap.

2.4 In de aangifte voor het recht van successie wordt het saldo van de huwelijksgemeenschap berekend op f e,- en het zuiver saldo van erflaatsters nalatenschap op f g,-. De certificaten a-NV zijn daarbij gewaardeerd op f h,- per certificaat. Dit bedrag is de resultante van een waardering op tweemaal de rentabiliteitswaarde ad f i,- plus eenmaal de beurswaarde van de aandelen ad f j,-, gedeeld door drie.

Het legaat van certificaten a-NV aan ieder kind is berekend op 450.000 maal f h,-, verminderd met tien procent voor de daarop drukkende last.

Het legaat in contanten is voor ieder kind berekend op een bedrag van f k,-.

De verkrijging van de echtgenoot van erflaatster is berekend op f k,- te vermeerderen met de lastbevoordeling verbonden aan de legaten van certificaten aan de kinderen ad in totaal f l,-.

In de aangifte is geen rekening gehouden met een aftrek voor de belastinglatentie wegens aanmerkelijk belangaandelen.

2.5 Bij het opleggen van de aanslagen heeft de inspecteur de certificaten gewaardeerd op de beurskoers van de aandelen, zijnde f j,- per aandeel. De aan het legaat van de certificaten verbonden last ten behoeve van erflaatsters echtgenoot heeft hij gesteld op 7,5%.

2.6 Op 15 juni 1989 heeft het bedrijf B & Co te Z (USA) op verzoek van belanghebbenden een rapport uitgebracht over de waardering van de aandelen a-NV. Dit rapport besluit met de volgende conclusie:

"A private underwriting to one of the competitors of A-NV, customers, or to a financial buyer would be the most appropriate way to realize the highest value for the shares. The standard methods used by such parties would include a discount to market greater than 40%, and, considering comparable values, other factors discussed above, and transaction costs, would most likely be between 45% and 65%. Accordingly, the fair market value of the X-shares in April 1986 would most likely be between $6.20 and $3.95 per share."

Na diverse besprekingen tussen vertegenwoordigers van belanghebbenden en de inspecteur, waarbij compromis-voorstellen van f h+7,- per certificaat van de zijde van de inspecteur en van

f h-1,- per certificaat van de zijde van belanghebbenden ter sprake zijn geweest, is geen overeenstemming over de waarde bereikt.

Over de verschillen in uitkomst bij waardering van de aandelen volgens de Discounted Cash Flow Methode is advies uitgebracht door de deskundige prof. D., die in zijn schrijven van 24 juli 1992, bij die waarderingsmethode uitkomt op een waarde per overlijdensdatum van f m,- per aandeel. Deze deskundige en de inspecteur zijn het er na de zitting van 14 april 1994 over eens geworden dat bij deze waarderingsmethode de uitkomst f r,- dient te zijn, zonder rekening te houden met het "minderheidsbelang" en de certificering.

2.7 Bij de uitspraak op het bezwaarschrift heeft de inspecteur de waarde van de certificaten gesteld op 90% van de beurskoers.

2.8 In het beroepschrift berekenen belanghebbenden, anders dan in de gedane aangifte, een waarde van f n,- per certificaat.

2.9 In de conclusie van repliek heeft de gemachtigde van belanghebbenden een aanmerkelijk-belanglatentie berekend voor de door X verkregen certificaten, waarbij de verkrijgingsprijs van de certificaten is berekend op f p,-. De inspecteur heeft daarover geen opmerkingen gemaakt.

3.Geschil

Tussen partijen is in geschil de waarde in het economische verkeer van de tot erflaatsters nalatenschap behorende certificaten van aandelen a-NV op 4 april 1986.

4. Standpunten van partijen

Het Hof verwijst daarvoor naar de gedingstukken en de pleitnota's.

Kort en zakelijk samengevat zijn belanghebbenden van oordeel dat de beurskoers van de aandelen a-NV ten tijde van erflaatsters overlijden niet van belang is, omdat de nagelaten certificaten van aandelen op de sterfdatum niet op de F-beurs verhandelbaar waren, evenmin als de onderliggende aandelen.

De enige juiste waardering is de waardering volgens de Discounted Cash Flow Methode. De bereikte overeenstemming over de uitkomst van die methode bedraagt f r,- per aandeel. Daarbij dient nog rekening te worden gehouden met het "minderheidsbelang" en de certificering. Daarom dient de uitkomst van f r,- nog te worden verminderd met 33 1/3%. Tenslotte dient nog rekening te worden gehouden met de belastinglatentie voor aanmerkelijk-belangaandelen met betrekking tot de door X verkregen certificaten.

De inspecteur is van oordeel dat er geen reden is om voor de waardering van de certificaten niet uit te gaan van de beurskoers voor de aandelen ten tijde van het overlijden.

Indien wel invloed toekomt aan de waardering volgens de Discounted Cash Flow Methode, dan dient voor het "minderheidsbelang" en de certificering niet meer dan 5 à 10 procent van f r,- per aandeel in aanmerking te worden genomen.

5. Beoordeling van het geschil

5.1 Vast staat dat noch de certificaten, noch de aandelen a-NV voorkomen in de prijscourant welke is bedoeld in artikel 21, derde lid, van de Successiewet 1956. De waardering van deze stukken dient dan ook plaats te hebben op basis van het in artikel 21, eerste lid, van de Successiewet 1956 bepaalde: Het verkregene wordt in aanmerking genomen naar de waarde welke daaraan op het tijdstip van de verkrijging in het economische verkeer kan worden toegekend.

5.2 Partijen zijn beide van oordeel dat de aandelen a-NV waarvan de certificaten tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behoren kunnen worden verkocht via een "private placement". Indien bij zulk een wijze van te gelde maken de aandelen gewaardeerd worden via de Discounted Cash Flow Methode, dient naar beider partijen mening de waarde te worden vastgesteld op f r,- per aandeel, zonder dat daarbij rekening is gehouden met het "minderheidsbelang" en de certificering.

Het Hof verstaat het standpunt van de inspecteur aldus dat ook bij verkoop via een "private placement" de verkoopopbrengst van de aandelen zal tenderen naar de beurswaarde van die stukken, of die beurswaarde zelfs zal overtreffen.

5.3 De onder 5.2 weergegeven stelling van de inspecteur is slechts juist indien de waardering op de beurs plaats heeft op basis van dezelfde gegevens en uitgangspunten als die welke worden gehanteerd bij de waardering ingeval van een "private placement" van de aandelen. Gelet op de sterke daling van de koers van de aandelen in de maanden na het overlijden van erflaatster, zoals weergegeven onder 2.2.3, is het Hof van oordeel dat ten tijde van het overlijden zich reeds feiten en omstandigheden voordeden welke een negatieve invloed hadden op de waarde van de aandelen doch die zich nog niet manifesteerden in de beurskoers. In dat geval zal de waardering volgens de Discounted Cash Flow Methode in belangrijke mate kunnen afwijken van de beurskoers, indien - zoals in casu - die waarderingsmethodiek geruime tijd na het tijdstip van overlijden plaats heeft, omdat in het laatste geval - anders dan bij de vorming van de beurskoers op de datum van overlijden het geval is - met die ten tijde van het overlijden wel reeds bestaande feiten en omstandigheden rekening kan worden gehouden.

5.4 Het onder 5.3 overwogene doet er echter naar het oordeel van het Hof niet aan af dat ook bij een "private placement" ten tijde van het overlijden invloed zou zijn toegekomen aan de beurskoers op dat moment. In de mate waarin de discrepantie tussen de beurskoers enerzijds en de uitkomst van de Discounted Cash Flow Methode anderzijds groter is, zal een gegadigde de lage uitkomst van deze berekeningsmethode bijstellen aan de hand van de werkelijk tot stand gekomen prijs op de beurs. Voor een dergelijke bijstelling zal bijvoorbeeld de mate waarin het aandeel speculatief wordt verhandeld een reden kunnen zijn. Gelet op het koersverloop zoals dat is weergegeven onder 2.2.3 kan aan de aandelen a-NV een speculatief karakter niet worden ontzegd. De uitkomst van de Discounted Cash Flow Methode beloopt naar beider partijen mening uiteindelijk f r,- en de beurskoers ten tijde van het overlijden beliep $ 11,250.

5.5 Het vorenoverwogene leidt er toe dat naar het oordeel van het Hof bij de waardebepaling van de aandelen a-NV zowel betekenis moet worden toegekend aan de uitkomst van de waardering volgens de Discounted Cash Flow Methode als aan de beurskoers ten tijde van het overlijden, met dien verstande dat aan de eerstgenoemde factor een tweemaal groter gewicht kan worden toegekend dan aan laatstgenoemde factor.

5.6 Belanghebbenden hebben gesteld dat de uitkomst van de Discounted Cash Flow Methode nog moet worden verminderd met 33 1/3% wegens de invloed van "minderheidsbelang" en van de certificering.

5.6.1 Het pakket aandelen dat tegenover de tot de huwelijks-gemeenschap behorende certificaten staat vertegenwoordigt 51,75 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van a-NV.. Daartegenover staat geen enkel substantieel pakket van een andere groot aandeelhouder. Gelet op deze strategische betekenis van het pakket aandelen, is er naar het oordeel van het Hof geen aanleiding over te gaan tot een afwaardering van de aandelen en de onderliggende certificaten.

Van de nalatenschap maakt echter slechts de helft van de certificaten deel uit en de aan de kinderen gelegateerde certificaten zijn te beschouwen als minderheidspakketten. Het Hof kent aan deze omstandigheden in goede justitie een waardedrukkende invloed toe van vijf procent.

5.6.2 Voor zover tussen de waarde van de aandelen en de waarde van de certificaten als gevolg van de certificering een waardeverschil zou bestaan, moet in dezelfde mate aan het aan erflaatsters echtgenoot op grond van artikel 11, tweede lid, van de Administratievoorwaarden toekomende recht een waarde in het economische verkeer worden toegekend. Dit geldswaardige vermogensrecht maakt deel uit van de huwelijksgemeenschap en mitsdien voor de helft van de nalatenschap van erflaatster. Op grond van het aan de kinderen gemaakte legaat van contanten delen de kinderen ieder voor één/vierde gedeelte in de waarde van dit tot de nalatenschap behorende gedeelte van het vermogensrecht. Voor de heffing van het recht van successie kan de invloed van de certificering - wat daarvan overigens ook zij - in dit bijzondere geval dan ook worden verwaarloosd met betrekking tot de aan X vererfde certificaten.

Met betrekking tot de aan de kinderen gelegateerde pakketten certificaten komt een eventueel verschil tussen de waarde van de aandelen en de waarde van de certificaten op grond van de aan de legaten verbonden lastbepaling toe aan X indien en voor zover hij van zijn overnemingsrecht gebruik zou maken. Voor de berekening van de verkrijgingen van de kinderen zal met de certificering rekening moeten worden gehouden. Belanghebbenden hebben de waardedrukkende invloed van de certificering gesteld op 25 procent, de inspecteur heeft de waardedrukkende invloed - tezamen met die van het minderheidspakket - gesteld op ten hoogste vijf à tien procent. Het Hof is van oordeel dat moet worden aangenomen dat X gelet op zijn belang bij en zijn positie in de onderneming een gerede gegadigde zal zijn voor deze certificaten. Daarom is er naar het oordeel van het Hof slechts aanleiding tot een geringe afwaardering voor de aan de kinderen gelegateerde pakketten certificaten. Die afwaardering uit hoofde van certificering kan in goede justitie worden gesteld op tien procent.

5.7 Aan de certificaten kan op grond van het vorenoverwogene op de sterfdag van erflaatster een waarde in het economische verkeer worden toegekend van (tweemaal f r,-- minus 5%) + f j,- = f q,-.

Voor de aan de kinderen gelegateerde certificaten moet dit bedrag nog worden verminderd met tien procent wegens certificering.

5.8 Belanghebbenden hebben onweersproken gesteld dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de latentie voor aanmerkelijk-belangaandelen bij de berekening van de verkrijging door X en zij hebben de verkrijgingsprijs van de door hem verkregen certificaten onweersproken gesteld op f p,-. Het Hof heeft geen redenen deze stellingen onjuist te oordelen. Daaruit moet worden afgeleid dat de latentie voor aanmerkelijk-belangaandelen bij de berekening van de verkrijging door X in casu bedraagt vijf procent van het verschil tussen 450.506,5 x f q,- en de verkrijgingsprijs van f p,-. De latentie bedraagt aldus f z,-.

5.9 De aan X toekomende lastbevoordeling verbonden aan de legaten van certificaten aan de kinderen is door belanghebbenden gesteld op tien procent en door de inspecteur op zevenenhalf procent. Nu belanghebbenden in beroep in hun berekeningen zijn blijven uitgaan van tien procent en de inspecteur daartegen niets heeft aangevoerd, zal het Hof deze lastbevoordeling waarderen overeenkomstig het standpunt van belanghebbenden.

5.10 Het aan ieder der kinderen gemaakte legaat van 450.000 certificaten moet op grond van het vorenoverwogene worden gewaardeerd op 90% van 450.000 x f q,- minus tien procent, ofwel op f 'K',-.

Het zuiver saldo van de nalatenschap bedraagt

volgens aangifte f g,-

onbestreden correcties door de inspecteur f aa,-

hogere waarde der certificaten van de kinderen

(f o,- - f h,-) x 3 x 450.000 f bb,-

Hogere waarde certificaten vererfd op X

450.506,5 x (f q,- - f h,-) f cc,-

totaal f dd,-

af: legaten van certificaten 3 x

f 'K',- f ee,-

f ff,-

af: overnemingsrecht X

3 x 10% van 450.000 x f o,- f gg,-

Restant f hh,-

Tot het restant zijn de belanghebbenden

ieder gerechtigd voor 1/4 gedeelte van f hh,- = f ii,-

5.11 De verkrijgingen der kinderen belopen uiteindelijk voor ieder

f 'K',- + f ii,- = f jj,- en voor X 3 x 10% van 450.000 x f o,- =

f gg,- te vermeerderen met f ii,- en te verminderen met f z,-, ofwel uiteindelijk f mm,-.

6. Proceskosten

Het Hof acht termen aanwezig de inspecteur te veroordelen in de kosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

Gelet op het Besluit proceskosten fiscale procedures worden de kosten vastgesteld op f x,-.

7. Beslissing

Het Hof

- vernietigt de uitspraak van de inspecteur

- vermindert de aanslagen opgelegd aan ieder der kinderen tot aanslagen berekend naar een verkrijging van elk f jj,- en de aanslag opgelegd aan X tot een berekend naar een verkrijging van f mm,-.

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een beloop van f x,- en gelast dat de Staat dit bedrag aan belanghebbenden betaalt, en

- gelast dat de inspecteur het betaalde griffierecht ad f 75,- aan belanghebbenden vergoedt.

Gedaan in raadkamer van 24 februari 1995 door mrs Holdert, Van Ballegooijen en Boersma, in tegenwoordigheid van mr. Pechler, gerechtauditeur en mr. Brands als griffier.

De voorzitter verleent machtiging tot publicatie door de griffier van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

[Zie ook arrest HR nummer 31150 (red.)]